mythes over schrijven (11)

bouquetGister op twitter een verzuchting van een schrijver die zo moe werd van dat "show, don't tell" en dat je nooit eens gewoon kon opschrijven 'hij was verbijsterd.'
Ik wist dat ik daar pas nog iets over had gelezen, en had ik daar niet over geschreven ook? Hele computer doorgevlooid maar kon het niet vinden. Maar het doet er ook niet toe, want het had zich toch wel in mijn hoofd genesteld, ergens. Dat het geen wet van Meden en Perzen is, alleen zo'n gemakzuchtige regel die bij Google moeiteloos 600000 hits krijgt. Als je je er echt aan zou houden, zou je verhaal lezen als de omslag van een boeketreeksje: een en al gebibber, gezucht, en zwoegende boezems. Je omgeving zou doen denken aan Snoopy's dark and stormy night, kortom, een grote kitschzooi.
De kunst is om show en tell te doseren.
Gisteravond begon ik in Island Beneath the Sea van Isabel Allende. Ik ben nu op bladzij 51, en het is tot nu toe allemaal tell. En toch ook niet. Er wordt een episode verhaald uit de geschiedenis van Haïti, natuurlijk met romanpersonages, maar toch – het is een terugblikkend verhaal. Moeiteloos weeft Allende geschiedenis en fictie door elkaar, er is een alwetende verteller die toch onzichtbaar is, en als lezer ervaar je dit alsof een verteller in een flakkerende nacht met een toverlantaarn in de weer is. En dan een toverlantaarn met ook geluid en geuren. Korte 'shows' afgewisseld met tell, en het effect is betoverend.
Voor zover ik het nu begrijp is het Eiland onder de Zee het dodenrijk, en zo zouden we het dodenrijk ervaren als we er een blik konden werpen. Vorm en inhoud zijn één. En show and tell een mechanische regel die hier totaal niet terzake doet.

afbeelding

Dit bericht is geplaatst in schrijven met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *