210 – het verhaal van Bo (2)

"En nu?" vroeg ik. "Heb je hier al die tijd op mij gewacht?"
"Nee," zei hij. "Ik ben hier pas net." Hij vertelde hoe Mia en hij, in het volste vertrouwen dat ze veilig zouden zijn als ze Harstamar bereikten, de weg door het bos hadden genomen. Onderweg waren ze geholpen, met voedsel en onderdak, door verschillende Blauwen. Al snel werd hen gevraagd – net zoals ze het aan mij en Burman hadden gevraagd – om zich aan te sluiten bij het redwerk.
"Met Mia erbij durfde ik geen nee te zeggen," zei Bo. "We kregen blauwe kleren, met het wachtwoord liepen we ongehinderd door naar Harstamar."
"Blauwe Getrouwen," zeiden we tegelijk, smalend.

Ik vertelde hoe Burman en ik een Blauwe vrouw vermoord hadden. Bo kon het haast niet verdragen. De stille, bescheiden Burman die dapperder bleek dan hij.
"Het kwam vooral doordat ik Murmerflu had genomen," zei ik. "Ik weet niet of het dan dapper is, of gewoon … slecht. En ik weet ook niet of je Mia dan had kunnen redden. Wat gebeurde er toen jullie de stad bereikten?"

"De poort was nog dicht. We liepen een stukje langs de muur en kwamen in het kamp van de Tweede Meisjes. Die lachten meewarig toen ze mij zagen. Mannen zijn nooit Blauwen, ik moest maken dat ik wegkwam. Mia moest zich wel gaan melden, via het redwerk was onze komst al aangekondigd dus dat was voorlopig het veiligst. Ze gaven me een andere tuniek en ik rende. Met jouw schild, met de draagzak. Net als jij kwam ik hier in het eerste basiskamp van de verzetters."

Hij legde uit hoe er in het westen van Lopweteka – in het hele Lege Kwartier dus – tentenkampen waren, op ongeveer een dagrit van elkaar. Ook naar het noorden toe waren een paar kampen, voor mensen die naar Ukufila of Madzi Osangalala wilden. Daar vandaan werden ook smokkeltochten naar de Graysaflu georganiseerd, om het onzichtbaarheidswater te halen dat voor de verzetters van levensbelang was.

Sommige verzetters rouleerden van kamp naar kamp, Bo was eerst snel naar het westen doorgestuurd, maar later was hij teruggekomen naar dit basiskamp, om te kijken of hij iets voor Mia kon doen. Dat moest die keer zijn geweest dat de Tweede Meisjes van Harstamar hem hadden gezien, met mijn schild op zijn rug. Dit was de tweede keer dat hij terug was in het basiskamp.
"Net nu jij …"
"Net nu ik …"

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

2 Reacties op 210 – het verhaal van Bo (2)

  1. Ferrara schreef:

    Ik lees elke keer met bewondering dat je in zo'n kort stukje veel weet te vertellen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.