176 – slachtpartij

De meesten van ons hadden geen Graysaflu gebruikt, de meesten werden meteen om het leven gebracht, lange messen flikkerden in het maanlicht.
Ik bleef doodstil liggen aan de voet van de muur die inmiddels weer dicht was. In de loop van de nacht kroop ik voorzichtig verder, steeds luisterend of er nieuwe wachters kwamen. Zouden ze de lijken opruimen? Of laten liggen ter afschrikking? Langzaam werd het licht, ik kon de hele slachtpartij overzien met de koude ogen die inmiddels de mijne waren geworden. Hoe laat zou de tunnelinspectie zijn? Voor die tijd moest ik weg zijn, weg van hier. Zoeken naar mijn kinderen.

Ik voelde een koud neusje tegen mijn neus. Kuuksi! Lief dier, je bent een beter wezen dan ik. Ik streelde haar magere ruggetje en voelde hoe uitgeput ik was. Toen hoorde ik voetstappen, een man kwam langs de muur gelopen, een gewone jongeman met de sjerp van een weefjongen. Hij stopte bij mij, onder de schaduw.
Burman!

Hij had iets smerigs bij zich, hij bukte zich en drukte het tegen mijn hals. Bloed rook ik, en slachtafval. "Houd je dood en bedek je haar," zei hij. Hij pakte Kuuksi op en nam haar mee, hoe ze ook spartelde en klauwde, ze zou mij kunnen verraden. In de morgenstilte hoorde ik het wonderlijke geluid van een muur die openkraakt, een geluid als van vallende stenen. Een gezelschap hoge heren in prachtige kledij stroomde naar buiten.

Toen ik Storeman hoorde zeggen: "Dan moet ze hier tussen liggen," sloot ik mijn ogen en hield me dood, mijn tuniek over mijn haren. Ik hoorde ze rondschuifelen tussen de lijken door, af en toe een opmerking "natuurlijk, volkomen terecht, je moet een voorbeeld stellen" en meer van dat fraais. Langzaam kwamen ze mijn kant uit. "Daar ligt nog wat."
De stem van Hebotva.
"Niet meer te herkennen." Met zijn voet schoof hij de tuniek wat opzij, maar alles zat inmiddels onder het bloed. Ik hoorde hem kokhalzen. "En mijn zoon?" vroeg hij toen.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

2 Reacties op 176 – slachtpartij

  1. Lianne Hartman schreef:

    Buiten, maar nog niet veilig, dunkt me. Ik hou nog steeds mijn hart vast voor Yima en Bo.
    Waar de wreedheden in de tunnel zo beeldend werden beschreven, of in elk geval bij mij binnen kwamen, is deze slachtpartij juist heel klein gemaakt, alleen wat messen die flikkerden. Eerst voelde dat vreemd, tot ik later bedacht dat dat Yima's manier was om zichzelf te beschermen. Je zou maar de oorzaak zijn van die slachtpartij, alleen omdat jij niet terug wil.
    'Lief dier, je bent een beter wezen dan ik', is mooi en toont die innerlijke strijd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *