71 – paniek

De wachters knersten ons voorbij.
"Ergens moet een pad naar beneden zijn, ze moeten die schelpen toch … ja, kijk, hier …"
"Veel te donker man. We kijken morgen wel. Kom, laten we een paar uur slaap pakken. Onder die boom daar …"
Kuuksi ging rechtop zitten, ik voelde hoe haar vacht overeind ging staan.
"Nee," ze de ander, "we gaan terug naar die laatste hut. Even zo'n inboorling van zijn bed jagen. Wie weet hebben ze nog wat te eten ook."
Weer knersten ze voorbij, vlak langs ons. Grijze rots, grijze rots, het was als een mantra in mijn hoofd. Rots, rots …
Het geluid van de stappen verdween. Ik hoorde nog een schreeuw in de nacht en bedacht schuldbewust hoe iemand hier moest lijden onder mijn komst. Iemand die hier gewoon, zoals alle mensen, zijn kostje bij elkaar scharrelde.
Een pad naar beneden. Zou ik het aandurven in het donker? En had het zin, kon ik verder komen daar of was het alleen een kleine baai waar ik dan opgesloten zou zitten? Even was er een groot verlangen om voor altijd een grijze rots te blijven.

Ik had me net opgericht, draagzak op mijn rug met een knikkebollend Bo-tje erin, schild aan mijn arm, toen ik opnieuw voetstappen hoorde. Snel begon ik te lopen, blindelings bijna, blinde paniek. Ik hoorde een stem roepen: "Stijma! Wacht!"
Niemand zou me zo noemen. Het was Pydva.
Ik wachtte.
Hijgend stond hij voor me. "Met de complimenten van Valma. Of ik je even de weg wou wijzen," zei hij grimmig. "Er is een pad onderaan de rotsen, maar je moet het wel kennen. Loop vlak achter me aan en struikel in Hemrensnaam niet."
Het was bijna een trap, maar dan met zeer ongelijke treden. Voetje voor voetje voelde ik mijn weg naar beneden, tot we op een piepklein halfrond strandje stonden.
"Kom," zei Pydva.
Waar ik een massieve rotswand zag, bleek een smalle spleet toegang te geven tot een soort tunnel.
"We hebben geluk met het getij," bromde Pydva.
Aardedonker was het, behalve als de tunnel even een venster op de zee vertoonde. Het werd al lichter. Af en toe kwamen we even op een strandje uit, dan doken we weer onder. Soms zag ik schelpen aan de rotswand geklemd.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

2 Reacties op 71 – paniek

  1. Elly van Doorn schreef:

    ven was er een groot verlangen om voor altijd een grijze rots te blijven.
    Ja zo voelt dat.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *