Kazuo Ishiguro – The Remains of the Day

Ik weet niet waarom het zo lang heeft geduurd voor ik The Remains of the Day ging lezen. Nu vertelde kindeke dat ze erin bezig was, ik had net een matige detective uit dus kon meteen beginnen.
En wat is het een schitterend boek. Het allerknapste wat een schrijver kan doen – vind ik – is een ikfiguur opvoeren waarvan je als lezer denkt: nee, maar lieverd, dat klopt niet wat je zegt, je ziet het verkeerd, wat heb je een droevig leven gehad waar je nu tegen heug en meug en wil en dank zo trots op bent.

De ikfiguur zelf – in dit boek een butler die in vanaf de jaren twintig heeft gewerkt voor Lord Darlington, en nu, in 1956, terug kijkt op zijn leven – zit zo opgesloten in de juistheid van zijn gedachten, in de logica ervan, dat hij blind is voor alles wat ik als lezer wél zie.
Lord Darlington is inmiddels overleden, Darlington Hall is gekocht door een rijke Amerikaan die de hele tijd gekscherende opmerkingen maakt. Bantering, Mr. Stevens kan er niet aan wennen. Hij luistert grappige programma's op de radio om te leren hoe dat moet, gekscheren. Af en toe waagt hij het erop, maar zijn grapjes zijn niet grappig of worden niet begrepen.
Er werken tegenwoordig nog maar een paar mensen op Darlington, het huishouden loopt niet echt gesmeerd, en Stevens denkt aan de vroegere huishoudster, Miss Kenton. Zou zij niet terug willen komen? Uit haar laatste brief blijkt toch duidelijk dat ze doodongelukkig is en vol verlangen terugdenkt? Hij mag de Ford van de baas mee om haar op te zoeken in Cornwall.

Onderweg vertelt hij zijn verhaal. Dat is altijd lastig voor een schrijver: hoe en waarom )en waarom nu) vertelt het ik-personage zijn verhaal? In Brandsporen koos ik ervoor om Fardau het verhaal te laten vertellen aan haar pasgeboren zoontje. Maar een verteller kan ook terugkijken op spannende gebeurtenissen (zoals bv in de detective die ik pas gelezen heb). Of hij kan een brief schrijven, of een dagboek bijhouden.
Stevens vertelt het verhaal alsof we naast hem in de auto zitten, en tot dezelfde klasse behoren als hij. The likes of me and you … Geen adel of rijkdom, maar waardigheid en een perfect gevoel voor correct handelen.

Wat is hij dienstbaar geweest, een leven lang. Uren op de gang staan wachten of his Lordship nog iets nodig had. Geen tijd hebben voor een stervende vader omdat het bedienen voor ging. Liefde niet zien zelfs al wordt zij op een presenteerblaadje aangeboden. En zo loyaal zijn dat je vergaande misstappen van je broodheer domweg ontkent.
De toon van het boek is een lange stiff upper lip. Een harnas van taal. Een man die over zichzelf spreekt als "one has" en bang is voor "the hazards of uttering witticisms." De voornaam van Stevens komen we niet aan de weet.

De schrijfjuf had aanvankelijk maar één probleem: hoe oud is Mr. Stevens? Zijn vader komt op een gegeven moment als onderbutler op Darlington werken, hij is dan in de zeventig. Het is dan 1922, en om als butler op zo'n groot huis te werken moet je toch al een aardige staat van dienst hebben en minstens een jaar of 35-40 zijn. Het heden van het boek speelt zich af in 1956, dan moet Stevens nu ook in de zeventig zijn, terwijl hij toch denkt dat hij nog jaren voor de Amerikaan zal werken.
Het is pas nu ik dit opschrijf en uitreken dat het laatste kwartje valt. Hij heeft de laatste tijd al een aantal kleine foutjes gemaakt, waar hij zich vreselijk druk om maakt. Alles zou beter gaan als Miss Kenton maar terug zou komen. Maar het zijn precies dezelfde foutjes waardoor zijn vader niet langer meer als butler kon werken, maar als onderbutler op een zolderkamertje terechtkwam, en voortaan bij zijn voornaam werd aangesproken.

De droefenis is werkelijk overweldigend, al hoe manhaftig hij ook probeert die niet toe te laten. De overblijfselen van de dag, van zijn leven …
En nu maar weer moedig voorwaarts en de studie van het gekscheren opnieuw oppakken.

Dit bericht is geplaatst in recensies, schrijven met de tags , . Bookmark de permalink.

3 Reacties op Kazuo Ishiguro – The Remains of the Day

  1. Jokezelf schreef:

    Ik heb het boek niet gelezen, maar ik heb begin jaren negentig de -eveneens overweldigend droevige- film gezien die ervan gemaakt is, met Anthony Hopkins en Emma Thompson in de hoofdrollen. Zoals jij het vertelt, zo is de film precies. Ook tijdens het kijken naar de film hebt je hebt voortdurend de neiging om in te grijpen. Geweldig!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *