schrijftips 7

BESCHRIJVING MET ALLE ZINTUIGEN - Heldenreis Handout 8

Hierin verschilt schrijven van film: je kunt alle zintuigen inzetten om een zo levendig mogelijke beschrijving te geven. Natuurlijk hoef je ze niet in elke scène allemaal in te zetten. Drie van de vijf is over het algemeen genoeg. Vraag je daarbij af, welk zintuig hier het meest effectief is.

De verschillende manieren van waarnemen – via de verschillende zintuigen – doen verschillende dingen met ons. Als je daar rekening mee houdt, kun je er veel nauwkeuriger de gewenste indruk op de lezer mee maken.
zien
Visuele informatie, de zaken die we zien, verwerken we over het algemeen op een cognitief niveau, dat wil zeggen: met behulp van ons intellect. We nemen beslissingen of ondernemen actie gebaseerd op wat we zien.
horen
Emoties worden vaak beïnvloed door wat we horen. Denk maar aan een geliefd stuk muziek, iemands stemgeluid, de stoomfluit van een schip. Tijdens een gesprek geeft de toon van iemands stem veel betrouwbaarder de stemming weer dan de woorden alleen. Geluiden kunnen ons doen rillen, huiveren, opspringen. Het huilen van een wolf roept emotionele reacties op.
ruiken
Dingen die we ruiken roepen vaak sterke herinneringen op. (Voor proeven geldt dat ook : iedereen kent het verhaal van de madeleines van Proust.) Zelf heb ik het bijvoorbeeld met de geur van garages: dan ben ik meteen terug in de fietswerkplaats van mijn opa. Carboleum doet me denken aan schiphuizen, wierook aan Oman, patchouli aan mijn schooltijd. Geur is de manier om je lezers naar een bepaalde streek of tijd te transporteren.
voelen
Voelen, aanraken, tastzin – soms herinneren je handen zich iets wat je zelf al lang vergeten was.

schrijver als camera
We zijn nu eenmaal sterk visueel ingesteld. Het helpt om jezelf al schrijvend steeds in te beelden dat je een cameraman bent. Hoe neem je iets visueel waar? Hoe doen ze dat in een film? Veel films beginnen met een zogenaamd establishing shot, de overzichtsopname die de kijker vertrouwd maakt met de geografie van de omgeving waar het verhaal zich afspeelt. Eerst zien we bijvoorbeeld een bepaalde stadswijk van bovenaf, dan zakt de camera tot op straatniveau en zoomt langzaam in op de voordeur van het huis waarbinnen de gebeurtenissen plaatsvinden. Ook bij scènewisselingen komt af en toe een totaalshot, om de kijker te heroriënteren.
En hoe nam je tijdens die gebeurtenis de omgeving waar? Van links naar rechts? Van dichtbij naar veraf? Van boven naar beneden?

een aantal voorbeelden

"Boven de kwekerij stond de hemel wit als zink en de nokken van de kassen waren glanzende koepels. Het wasgoed had doodstil aan de drooglijn bij de bessenstruiken gehangen. Daarna was het ongemerkt licht gaan deinen en de hemel had geleidelijk aan de tint van de Poire William tegen de zuidmuur gekregen en toen, onverwacht, werd het kwaadaardig donker."

(Siebelink, Knielen Op Een Bed Violen, p. 223)
Let op wat Siebelink hier doet: hij werkt alleen met beelden, het is letterlijk stil voor de storm. De enige vergelijking die hij gebruikt (de hemel die zo geel wordt als peren) past precies in de leefwereld van de hoofdpersoon.

"De vleugel hing in de lucht en tekende zich als een geblakerde karbonade af tegen de besneeuwde bergtoppen."

(Enquist, Het Geheim, p.7) Let op hoe je blik als een camera over dit tafereel gedwongen wordt: naar boven, naar de verte, tegenlicht. En die geblakerde karbonade – hij geeft de vorm erg goed weer, maar past hij ook in het verhaal dat erop volgt?

"Ze kijkt op een bordje dat wordt verlicht door de straatlantaarn om te zien hoe laat de volgende gaat, maar er zijn geen tijden aangegeven. Op het anders zo levendige plein beweegt zich niets. Ze leunt tegen de lantaarnpaal als een figurant op een lege set."

(Steenbeek, Schimmenrijk, p.9) Ook hier weer die verschillende blikrichtingen. Close-up (de bushalte) en dan opeens een totaalshot van het hele plein.

Dit bericht is geplaatst in schrijven met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *