zwangerschapscontrole in Oman

Voor Sultan Qaboos in 1970 aantrad, heersten in Oman malaria, tuberculose, trachoma, dysenterie, en vaagden influenza en mazelen halve bedoeïenenstammen weg. Er was één Amerikaans missiehospitaaltje met twaalf bedden, in Muttrah. De kindersterfte was de hoogste ter wereld. Er liep op de wereld één Omaanse dokter rond. Hij werd door Qaboos naar huis geroepen en tot Minister van Gezondheid benoemd.
Nu -1991- zijn er 49 ziekenhuizen en 96 klinieken, 90% van de bevolking kan zelf naar de dokter, de rest wordt met mobiele kliniekjes verzorgd. Er zijn elfhonderd Omaanse doktoren, al zijn ook hier de Indiërs in de meerderheid.
In 1987 schonk Qaboos het Royal Hospital aan zijn volk. Kleine Tom zal daar ter wereld komen. Op een zaterdagmorgen moest ik er naartoe voor zwangerschapscontrole. De entree was Royal: marmer, koper, planten en fonteinen. Wij moesten een deur verder, naar Maternity.
Voor de ingang zaten hele families op de grond te picknicken. Mannen in kreukelige dishdasha's, een rafelige tulband om het hoofd, liepen er gewichtig rond. Aan de vrouwen te zien - geborduurde broek en tuniek, feestelijk gekleurde sluier, en hennavoeten in zilveren slippers - waren ze uit afgelegen dorpjes in het Interior hierheen gekomen omdat er een familielid moest bevallen.
We baanden ons een weg naar binnen, aangestaard door tientallen zwartomrande ogen, en daar zaten horden witte jurken op banken want mannen mochten die damesafdeling niet betreden. M kocht dus ook een krantje.
Daar verdween ik, in mijn gebruikelijke spijkerbroek met mannen-T-shirt, door de Vrouwenpoort. Na het rustige mannengemompel was het daar een oorverdovend gekakel van zwarte sluiers met dikke buiken. Allemaal verdrongen ze zich voor de meldbalie, elkaar met de ellebogen aan de kant duwend. Ik was de enige westerse vrouw, en de een na de ander draaide zich om en staarde, staarde ... Van schrik lieten ze me voorgaan.
Eindelijk werd Missus Vaaiser opgeroepen, o, dat ben ik. Weer wachten op een stoel in een kamertje zonder deur. Op de gang zaten de zwarte dikke buiken op een rij op het grijze linoleum gehurkt, een piepklein meisje met bijgetekende wenkbrauwen en zwartomrande oogjes kroop ertussendoor. Een van de dames begon in het Arabisch tegen me te kleppen. Wat deze vrouwen allemaal wel niet meegemaakt hebben? Ze moeten veel jonger zijn dan ik, "oudere primipara," maar hebben al diverse kinderen gekregen en waarschijnlijk evenzovele miskramen - en ik heb gelezen dat vrouwenbesnijdenis ook voorkomt in Oman. Ze zaten daar zo knus op een rijtje op hun hurken, kwek kwek in dat schelle, harde Arabisch van het binnenland, ik denk wel dat deze vrouwen elkaar meer steunen dan wij, witneuzen op vreemde bodem.
Tenslotte mocht Missus Vaaiser naar binnen. De Indiase dokter, witte doktersjas over donkerrode sari, een eindeloze, dikke vlecht op haar rug, maakte een zeer capabele indruk. Na het onderzoek zei ze zonder een spoor van twijfel: "De baby komt op twintig augustus." Dat was tien dagen eerder dan me tot nu toe was verteld.
Het bleek precies te kloppen.

afbeelding
afbeelding

Dit bericht is geplaatst in autobio met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *