221 – ontmoeting

Alleen mijn voeten waren koud toen ik wakker werd van het opstaan van de anderen. Vrouwen van alle leeftijden, wat jonge meisjes in het wit, ik keek of ik gelaatstrekken herkende, het zouden dochters kunnen zijn van mijn leeftijdsgenoten in Dunkitaba. Maar ze konden natuurlijk uit heel Registana afkomstig zijn.

Ik overwoog om me bij hen aan te sluiten. Vooral bij de grens zou dat een voordeel kunnen zijn. Maar daar waren we nog lang niet, tegen die tijd zou er wel weer een andere groep zijn.
In de voorhof van de Hemra waren brood en thee te koop. Een beker? Nee, die had ik niet. Wat was ik raar onvoorbereid aan deze reis begonnen.

Ik mocht een beker lenen als ik die maar ter plekke leegdronk. Ik stond daar te schutteren met mijn schild en mijn draagzak en mijn zere voeten. Toen drong zich weer zo'n meisje in het wit naar voren, een meisje met een schild – aan een armband, zoals het hoorde. Ik denk dat ze net zo oud was als Mia. Met haar volle beker bewoog ze zich wat onhandig, haar schild stootte tegen het mijne, een golfje hete thee viel op mijn tenen, "au!" zei ik en "oh, neem me niet kwalijk" zei zij.
Ik zette mijn lege beker terug op de tafel en samen schuifelden we naar het lage muurtje dat de voorhof omringde.

Ik bekeek haar schild, het bevatte mooi gestempeld leerwerk, met hier en daar wat goud-filigrain. "Waar kom je vandaan?" vroeg ik.
"Takasan," zei zij.
Ik zag het dorp nog voor me, we waren er op onze huwelijksreis doorheen gereden op de terugweg naar Dunkitaba. Een verwaaid, armoedig kustdorp, ik verbaasde me over de rijkdom van haar schild. Of zou er in al die maanjaren veel veranderd zijn? Haar kleren waren ook erg mooi, fijn geborduurd linnen, een hoofddoek van zijde …
"Wat kijk je?" vroeg ze.
"Je bent zo mooi," zei ik.
"Ook een Hoge Va krijgt soms twee dochters," zei ze.

Dit bericht is geplaatst in feuilleton met de tags . Bookmark de permalink.

4 Reacties op 221 – ontmoeting

  1. Lianne Hartman schreef:

    Au, denk ik, als ik de laatste zin lees. Die zin voelt zo cynisch, alsof zij ook weet welk lot haar wacht. Waar is de blijdschap gebleven, waarmee de tweede meisjes uit Dunkitaba op stap gingen.
    Wat een mooie ontmoeting, zo simpel neergezet, maar zo veelzeggend.

  2. Ferrara schreef:

    Ik zie het ook als confrontatie voor Yima met wat ooit was als echtgenote van. Hoe lang nog voor ook de glorie van deze tweede dochter verdwijnt.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.