twaalf

Ik schreef al dat ik het lastig vond om de tekst op een explosieboekje te plaatsen. Bij deze heb ik ervoor gekozen het gedicht over de vier vierkanten te verdelen die min of meer op hun plaats blijven.

Als achtergrond voor deze kant gebruikte ik het mooie stro-papier (ik weet niet hoe dat echt heet, jullie?) dat ook in mijn Sint-pakket zat. Voor de achterkant koos ik verschillende motieven met aardetinten, uit Aboriginal kunst en abstracte schilderijen, waar ik voor de speelsheid nog een cirkeltje uitknipte en doorschoof naar de volgende.

Ik kende het gedicht van Neruda in het Engels, en kon er geen officiële Nederlandse vertaling voor vinden. Ik zocht het Spaanse origineel erbij, en vond dat er in het Engels wel wat vreemde zinsnedes waren geslopen. En zo heb ik al doende ook nog geleerd om drie teksten naast elkaar te plaatsen in WordPress.

(op de foto's klikken voor compleet beeld en onderschrift, telefoon horizontaal)

 

A callarse

Ahora contaremos doce
y nos quedamos todos quietos.
Por una vez sobre la tierra
no hablemos en ningun idioma,
por un segundo detengamonos,
no movamos tanto los brazos.

Seria un minuto fragante,
sin prisa, sin locomotoras,
todos estariamos juntos
en una inquietud instantanea.

Los pescadores del mar frio
no harian danio a las ballenas
y el trabajador de la sal
miraria sus manos rotas.

Los que preparan guerras verdes,
guerras de gas, guerras de fuego,
victorias sin sobrevivientes,
se pondrian un traje puro
y andarian con sus hermanos
por la sombra, sin hacer nada.

No se confunda lo que quiero
con la inaccion definitiva:
la vida es solo lo que se hace,
no quiero nada con la muerte.

Si no pudimos ser unanimes
moviendo tanto nuestras vidas,
tal vez no hacer nada una vez,
tal vez un gran silencio pueda
interrumpir esta tristeza,
este no entendernos jamas
y amenazarnos con la muerte,
tal vez la tierra nos ensenie
cuando todo parece muerto
y luego todo estaba vivo.

Ahora contare hasta doce
y tu te callas y me voy.

Pablo Neruda

Keeping Quiet

Now we will count to twelve
and we will all keep still.
For once on the face of the earth
let’s not speak in any language,
let’s stop for one second,
and not move our arms so much.

It would be an exotic moment
without rush, without engines,
we would all be together
in a sudden strangeness.

Fishermen in the cold sea
would not harm whales
and the man gathering salt
would look at his hurt hands.

Those who prepare green wars,
wars with gas, wars with fire,
victory with no survivors,
would put on clean clothes
and walk about with their brothers
in the shade, doing nothing.

What I want should not be confused
with total inactivity.
Life is what it is about;
I want no truck with death.

If we were not so single-minded
about keeping our lives moving,
and for once could do nothing,
perhaps a huge silence
might interrupt this sadness
of never understanding ourselves
and of threatening ourselves with death.
Perhaps the earth can teach us
as when everything seems dead
and later proves to be alive.

Now I’ll count up to twelve
and you keep quiet and I will go.

translation by Alastair Reid

Zwijgen

Nu gaan we tot twaalf tellen
en dan blijven we allemaal stil.
Voor één keer op aarde
spreken we in geen enkele taal,
voor een seconde stoppen we,
en bewegen we niet zo met onze armen.

Het zou een geurige minuut zijn,
zonder haast, zonder machines,
we zouden allemaal samen zijn
in een plotselinge onrust.

Vissers op de koude zee
zouden de walvissen niets aandoen
en de zoutwerker
zou zijn zere handen bekijken.

Zij die groene oorlogen voorbereiden,
oorlogen met gas, oorlogen met vuur,
overwinningen zonder overlevenden,
zouden schone kleren dragen
en met hun broeders wandelen
in de schaduw, zonder iets te doen.

Verwar wat ik wil
niet met totale passiviteit:
het gaat me alleen om het leven,
ik wil niets met de dood.

Als we allemaal eens niet gericht waren
op beweging in ons leven
en eens een keertje niets deden,
misschien kon dan een grote stilte
deze treurnis onderbreken,
van elkaar nooit begrijpen,
en elkaar met de dood bedreigen,
Misschien kan de aarde ons leren
dat wanneer alles dood lijkt
het later levend blijkt.

Nu tel ik tot twaalf
en jij houdt je mond en ik ga.

vertaling Hella Kuipers

Dit bericht is geplaatst in gedichten, heldinne's reisboekjes met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *