samenwerking

Omdat ik zin had om iets groters te maken van een paar goedgelukte gelli prints, besloot ik een harmonicaboekje met openvouwbare afbeeldingen te maken. Voor de verschillende etappes van openvouwen gebruikte ik origamiblaadjes en meer of minder abstracte afbeeldingen. Voor de gelli prints zocht ik afbeeldingen vooral op kleur, en dan blijken ze achteraf toch weer iets te vertellen. Iets wat ik bij Louise Glück erg mooi verwoord vond.
Nu hoefde ik haar gedicht (Averno 1) alleen nog maar te vertalen. Ik hoopte dat de Duitse vertaling mij zou helpen, maar het tegendeel bleek het geval, bij een strofe. Ik kloeg mijn nood op twitter en Facebook.

"Ik heb moeite met het vertalen van 1 strofe uit het gedicht AVERNO 1 van Louise Glück.

It is terrible to be alone.
I don’t mean to live alone—
to be alone, where no one hears you.

In het Duits hebben ze "I don't mean to live alone" vertaald als "Ich will nicht allein leben."
Ik heb het gevoel dat ze wil zeggen: "Ik bedoel niet alleen leven. Ik bedoel alleen zijn, waar niemand je hoort."
Of zou ze toch "ik wil niet / ik ben niet van plan alleen te leven"?

Wat denken jullie?"

Wat denken mensen dan heerlijk mee! De meesten vonden dat ik gelijk had 🙂 en van Red nam ik ook nog wat andere suggesties over. Zo fijn, die samenwerking!
Ik printte het gedicht in een mooie krulletter op velletjes verbrand papier.
Iets anders leuks via twitter kwam in de vorm van mooi papier en mooie kartonnen kaftjes, van Cindy Wilmink, die een huis aan het leegruimen was en zich afvroeg of ik daar soms iets mee kon. Yes please! Gelukkig kon de guillotine het dikke karton net aan om ze op maat te snijden voor dit boekje.

AVERNO 1.

You die when your spirit dies.
Otherwise, you live.
You may not do a good job of it, but you go on—
something you have no choice about.

When I tell this to my children
they pay no attention.
The old people, they think—
this is what they always do:
talk about things no one can see
to cover up all the brain cells they’re losing.
They wink at each other;
listen to the old one, talking about the spirit
because he can’t remember anymore the word for chair.

It is terrible to be alone.
I don’t mean to live alone—
to be alone, where no one hears you.

I remember the word for chair.
I want to say—I’m just not interested anymore.

I wake up thinking
you have to prepare.
Soon the spirit will give up—
all the chairs in the world won’t help you.

I know what they say when I’m out of the room.
Should I be seeing someone, should I be taking
one of the new drugs for depression.
I can hear them, in whispers, planning how to divide the cost.

And I want to scream out
you’re all of you living in a dream.

Bad enough, they think, to watch me falling apart.
Bad enough without this lecturing they get these days
as though I had any right to this new information.

Well, they have the same right.

They’re living in a dream, and I’m preparing
to be a ghost. I want to shout out

the mist has cleared
It’s like some new life:
you have no stake in the outcome;
you know the outcome.

Think of it: sixty years sitting in chairs. And now the mortal spirit
seeking so openly, so fearlessly—

To raise the veil.
To see what you’re saying goodbye to.

Louise Glück

AVERNO 1.

Je sterft, als je geest sterft.
Anders leef je.
Kan best dat je er niet veel van maakt, maar je gaat door –
je hebt geen keus.

Als ik dit tegen mijn kinderen zeg
luisteren ze niet.
Oude mensen, denken ze-
dit doen ze altijd:
over dingen praten die niemand kan zien
om te verbloemen hoeveel hersencellen ze verliezen.
Ze knipogen naar elkaar;
hoor die ouwe, hoe hij over de geest praat,
omdat hij het woord voor stoel niet meer weet.

Het is verschrikkelijk om alleen te zijn.
Ik doel niet op alleen leven-
alleen zijn, waar niemand je hoort.

Ik weet het woord voor stoel nog wel.
Ik bedoel – het interesseert me gewoon niet meer.

Ik word wakker en denk
je moet je voorbereiden.
Spoedig geeft de geest het op-
alle stoelen ter wereld zullen je niet helpen.

Ik weet wat ze zeggen als ik niet in de kamer ben.
Moet ik iemand consulteren, moet ik
een van die nieuwe pillen tegen depressie nemen.
Ik kan ze horen, fluisterend plannen ze wie wat betaalt.

En ik wil het uitschreeuwen
jullie leven allemaal in een droom.

Erg genoeg, denken ze, om mij te zien vervallen.
Erg genoeg zonder die dagelijkse preken
alsof ik recht had op deze nieuwe informatie.

Nou ja, zij hebben hetzelfde recht.

Zij leven in een droom, en ik bereid me voor
om een geest te worden. Ik wil het uitschreeuwen

de mist is opgeklaard-
Het is als een nieuw leven:
je hebt geen aandeel in de afloop;
je kent de afloop.

Denk je eens in: zestig jaar in stoelen zitten. En nu probeert
de sterfelijke geest zo open, zo onbevreesd-

Om de sluier op te lichten.
Om te zien waartegen je vaarwel zegt.

vertaling: Hella Kuipers
(met meedenken van Red op twitter!)

Dit bericht is geplaatst in gedichten, heldinne's reisboekjes met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *