Sherri L. Smith – The Blossom and the Firefly

Ik heb al eerder een uitgebreid stuk geschreven over culturele toe-eigening. In mijn meest recente recensieboek was dat ook weer aan de orde.

In The Blossom and the Firefly beschrijft Sherri L. Smith (zelf Afro-Amerikaans) de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen in het Japan van 1945. Hana is een schoolmeisje dat samen met haar klasgenootjes de kamikazepiloten op de legerbasis in hun dorp moet verzorgen: bedden verschonen, uniformen wassen, eten serveren en wuiven met kersenbloesem als de – eveneens piepjonge – piloten vertrekken om nooit meer terug te komen.
Haar hoofdstukken worden afgewisseld met die over Taro. Hem volgen we vanaf zijn jeugd, we maken mee hoe bepaalde vanzelfsprekende normen al van jongs af aan worden ingeslepen (door een poppenspel bijvoorbeeld). Dat hij violist wil worden en Westerse muziek speelt is zijn vader een doorn in het oog. En als de oorlog eenmaal uitbreekt is muziek natuurlijk niet meer aan de orde. De keizer heeft piloten nodig. Smith laat prachtig zien hoe vanzelfsprekend dat allemaal is, hoe trots de jongens (16-17 jaar) zijn op hun bijzondere rol in de strijd, en hoe groot de schande is als de missie mislukt.

Het boek is doorspekt met Japanse woorden, maar op een heel natuurlijke manier. De stijl van schrijven doet ook Oosters aan, poëtisch en tegelijk onderkoeld.
Achterin vertelt Smith uitgebreid hoe ze er toe kwam dit boek te schrijven, en hoeveel onderzoek ze heeft gedaan, onder andere door het dorp te bezoeken waar dit heeft plaatsgevonden.

Als je met zoveel mededogen, zoveel eerbied en begrip voor de geldende denkbeelden, zoveel inlevingsvermogen kunt schrijven over mensen die niet op je lijken – zowel uiterlijk als cultureel – zie ik het niet als culturele toe-eigening.

Ik zocht meer informatie en kwam dit artikel tegen: Writing Outside Your Identity door Laura Simeon. Zij is redacteur van YA-boeken en schrijft dat er 3 categorieën non-#ownvoices boeken (die dus geschreven zijn door iemand van een andere cultuur) zijn:
1) boeken die op #ownvoices recensenten een goede indruk maken
2) boeken waarin #ownvoices redacteuren echt fouten en een verkeerde weergave van zaken aantreffen
3) boeken waar op het oog nix mis mee is maar die inhoudelijk tekort schieten, ze voelen zich als #ownvoices recensent totaal niet 'gezien'.

Hoe moet het dan wel? Alexander Chee schrijft hierover dat hij dan de volgende vragen stelt:
1) Waarom wil je schrijven vanuit dit personage? In hoeverre maak je deel uit van hun gemeenschap?
2) Lees je boeken die nu in deze gemeenschap worden geschreven? Of lees je nog steeds alleen maar witte mannelijke auteurs?
3) Waarom wil je dit verhaal vertellen? En voortvloeiend hieruit: bevat dit verhaal stereotypering die beschadigend is voor een gemarginaliseerde groep? Moet dit stereotype beslist in het verhaal voorkomen? Moet dit verhaal dan wel geschreven worden?

Het is goed om hier als schrijver altijd bij stil te staan. Ik sta nog steeds voor wat ik destijds schreef: Ik denk dat je beschroomd moet spreken over andere culturen, en dat je niet mag schrijven op een manier die het verhaal van een onderdrukker propageert en bestendigt. Dat heeft niets te maken met politieke correctheid, dat heeft te maken met integriteit en empathie.

Dit bericht is geplaatst in recensies, schrijven met de tags , , , . Bookmark de permalink.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *