De Tweelingparadox – Nowelle Barnhoorn (2)

Een van de reacties onder mijn bespreking van De Tweelingparadox van Nowelle Barnhoorn – van toen ik halverwege het boek was – zette mij ertoe aan om over verschillende dingen na te denken. Dingen die allemaal belangrijk zijn voor schrijvers.
De vraag was, of de geconstateerde fouten zijn toe te schrijven aan luiheid van de schrijver. Iemand op Goodreads vond dat ik de uitgeverij hierop moest wijzen.
Waar ligt het aan?

Nog even die fouten op een rijtje. Het meest in het oog lopen natuurlijk de anachronismen.

• Op een fuif van de tweede klas middelbare school, ca. 1996, mag Mathis de spiegelreflex van de concierge lenen. De man bekijkt de foto's "door met zijn grove nicotingevingers op het schermpje in en uit te zoomen." Ik kreeg mijn eerste digitale camera in 2001, die kostte toen dik 700 dollar en een touch screen had hij zeker niet. Dat heeft mijn casio uit 2010 nog niet eens.

• Mathis vraagt Elvira verkering via MSN. Dat heeft bestaan van 2000-2006, en Mathis is op dat moment echt nog geen 18.

• Na het eindexamen vertrekt het meisje naar Angola voor vrijwilligerswerk. Mathis gaat in Utrecht studeren. Het is inmiddels vermoedelijk 2001. Op zijn zolderkamer gaat hij skypen met Elvira in Angola. Skype begon pas in 2003. In Angola had het internet een dekkingsgraad van 3%.
Ook bestudeert hij het Hyvesprofiel van Elvira. Hyves begon pas in 2004.

• Als Mathis besluit om ook naar Angola te gaan, boekt hij een ticket online en hop, een dag later is hij in Luanda. Zonder visum. Zonder inentingen.
Hij gaat daar foto's maken met de analoge camera (het staat er met zoveel woorden) die hij zichzelf cadeau had gedaan voor zijn havodiploma. Vervolgens gaat hij naar een internetcafé, waar hij de foto's laadt en naar broer Thomas mailt.
Schat. In een analoge camera zit een film die ontwikkeld moet worden. En trouwens: in die tijd duurde het een half uur voor je 1 foto had verstuurd. Laat staan meerdere, vanuit Angola.
En die boulevard met die kleine palmboompjes, was die er al in 2001? Of koos je gewoon de eerste foto die je zag toen je Luanda intikte?

Dan ben je dus als schrijver lui. Je verzint een verhaal als een kind, je denkt dat het waar is als je de woorden opschrijft. Maar je weet niets van fotografie, je weet niets van Angola, je neemt geen enkele moeite om de lezer binnen te laten in je huis. Je denkt dat toverlantaarnplaatjes genoeg zijn.

Dan gaat Mathis verder met zijn studie in Utrecht. Hij gaat als een beest tekeer met de meisjes, en heeft verschillende baantjes in kroegen in de binnenstad. Waar we verder helemaal niets over horen. Hij krijgt verkering met Nele, en gaat met haar samenwonen in een appartement in de buurt van het Vondelpark.
Wááát?
Terugbladeren, wanneer zijn ze dan verhuisd?
Nou, nooit. Maar klinkt te gek, denkt de luie schrijver. Een beetje artistiek personage woont bij het Vondelpark, maakt niet uit wat het kost, maakt niet uit in welke stad het ook weer was.

En dat is nog zoiets. Ze hebben het niet breed, Mathis en Thomas en hun moeder. Toch gaan ze naar álle musicals (waren er in de jaren '90 eigenlijk al veel musicals in Nederland?). Thomas heeft wel een computer op zijn kamer, waarop hij "geinige kattenfilmpjes" kijkt. In 1997. Ik weet niet hoor, toen moest je toch inbellen met een modem, werd dat niet veel te duur? En waren er toen al zoveel geinige kattenfilmpjes?

Culinair onderlegd is Barnhoorn ook al niet. Als Mathis thuiskomt uit Angola, heeft zijn moeder lasagne gemaakt. Van zelfgemaakt bladerdeeg. Later eet hij eens bij Thomas, ze eten boerenkool met worst, maar als Thomas vreselijk moet lachen vliegen de stukjes gehaktbal door de lucht. Theewater opzetten en koffiedrinken, een klassieke continuïteitsfout.

Ondanks dat hij op school nooit een flikker uitvoerde, wordt Mathis toch zomaar een flitsende modefotograaf. Aan niets in het verhaal merken we dat hij fotograaf is, behalve dat hij steeds zegt dat hij foto's maakt. Het personage is gewoon van bordkarton.

In de allereerste regel had ik het woord "je" omcirkeld. "Ik wilde je iets over mijzelf vertellen, totdat ik beseft dat dat niet kan zonder over mijn broer te vertellen, over Thomas, en dat is iets wat me, ook nu nog, eigenlijk hoe langer hoe meer, moeite kost."
Dat kan een leuke perspectieftruc zijn, mits goed volgehouden. Het houdt de lezer bij de les, want wie is die "je"? Daar komen we uiteindelijk achter. En hoe. Mathis is in Barcelona. Het "je"-personage vertelt. Maar het is het ik-personage (Mathis) die dat eigenlijk vertelt. Dus bijna drie bladzijden lang vertelt "ik" aan "je" wat "je" aan "ik" vertelde. Snappen we het nog? "Je vertelde dat je was opgegroeid in … Jij bleef stil, ook toen je al een tiener was. Na … volgde nog een reeks van relaties met mannen … " Dat is toch een volslagen onlogische vertelsituatie?

Mathis gaat zich bedrinken en vervolgens kotsen in een duinpan met helmgras. Ik ben nooit in Barcelona geweest, maar zie alleen van die stranden met flats erachter, en een website over een project waar ze duinen aanleggen.

Ik begrijp niet hoe het kan dat alle recensenten dit soort dingen over het hoofd zien. Kennelijk is het met verhalen over gehandicapten net zoals met verhalen over de holocaust 1 - 2 - alles is geoorloofd want zielig.
En ja, hoe het leven van de spastische Thomas verloopt, is goed getekend. Maar ben je het niet juist aan zó'n personage verplicht alle onvolmaaktheden in je verhaal weg te halen?
Zijn redacteuren daartoe ook niet verplicht? Recensenten? Stichting Literatuurclubs Drenthe?

Dit bericht is geplaatst in recensies, schrijven met de tags , . Bookmark de permalink.

4 Reacties op De Tweelingparadox – Nowelle Barnhoorn (2)

  1. René Ruiter schreef:

    Mogelijk leggen medewerkers van uitgeverijen (kranten, periodieken en boeken) meer de nadruk op de handelswaarde dan op de realiteitswaarde, laat staan de inhoudelijke kwaliteit. Goed dat kritische recensies (nog) geschreven en gelezen (kunnen) worden.

  2. lethe schreef:

    Ik heb het idee dat boeken minder goed geredigeerd worden dan vroeger. In de Engelse boeken die ik lees, zie ik steeds vaker grammaticale fouten, zoals de hypercorrectie "you and I" in de derde of vierde naamval ("Dad took John and I to the beach"). Gruwel!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *