een eindeloze cirkelgang

augustusIk ben blij dat ik Augustus uit heb. 12 dagen heb ik erover gedaan, dat is lang voor mijn doen.
Kwam het door de vorm? Al die losse brieven en dagboekfragmenten, dat gepuzzel van wie is wie in Romeinenland? Ik heb zelfs een lijstje van personages aangelegd.
En toch, nu ik het uit heb, blijkt het een nadreuner.
Blijkt John Williams weer zijn toverstaf te hebben gehanteerd, en zijn de beelden-met-geluid nog sterk levend in mij.
Het heeft goed gewerkt, deze vorm. De stemmen klinken op uit het verleden, in plaats van dat een schrijver-van-nu romantisch terugblikt (zoals Couperus zo wellustig schrijft over Griekse soldatenlijven). Het mooie is dat zo elk moreel oordeel aan de lezer is.
Bekende schrijvers en dichters komen aan het woord. Via hen levert John Williams wel commentaar op het schrijven zelf.
"Ik ken de waarheid niet," schrijft Maecenas aan Livius, "alleen mijn herinneringen."

Wat mij vooral frappeerde tijdens het lezen, was hoeveel overeenkomsten het Romeinse rijk vertoonde met de Verenigde Staten.
Zo schrijft Strabo over Rome: "Ze komen hier van over de hele wereld – zwarte mannen van de brandende zanden van Afrika, bleke blanke uit het bevroren noorden, en elke tint ertussenin. En al die talen! En toch spreekt iedereen wat Latijn of Grieks zodat niemand zich een vreemdeling hoeft te voelen."
Net New York, dat Rome!
Marcus Antonius schrijft aan Augustus: "Egypte is de rijkste van de oostelijke staten, en zijn schatkist staat voor ons open als het nodig is. En het is de enige staat met een fatsoenlijk leger, en zeker een deel ervan staat tot onze beschikking."
Aan het eind zegt Augustus: "Now throughout this world the Roman order prevails." Rome zal ook weer onder de voet gelopen worden door de barbaren. Maar " … the barbarian will become the Rome he conquers … " Het blijft een eindeloze cirkelgang.

Heel koud staat er in een militaire order: "De veroverde stad Messina staat open voor de manschappen ter hunner verrijking." Als lezer denk ik naïef: oh? Pas 23 jaar later kleurt een brief van Maecenas aan Livius het plaatje in. Hoe alle huizen, inclusief bewoners, in de fik werden gestoken, hoe mensen werden afgeslacht en gemarteld, hoe op de ochtend na het bloedbad het gekreun opsteeg als één geluid.
Het boek is van 1972, Amerika volop in de Vietnamoorlog.
In onze tijd gebeuren zulke dingen ook weer. En iedere plunderaar ziet zichzelf opnieuw als volkomen gerechtvaardigd.
Dat is zo verschrikkelijk knap aan dit boek. Door het te presenteren als voortkomend uit die tijd, werkt het juist gruwelijk actueel, veel beter dan de geruststellende en vervreemdende afstand die een historische roman gewoonlijk bewerkstelligt.

Augustus verbant zijn eigen dochter Julia naar het eiland Pandateria. Zij verblijft daar met haar moeder en een slavin, verder is ze alleen. Ze keert terug naar de studies uit haar kindertijd. Ze beschrijft hoe in Rome er een algemene hekel is aan studeren dat geen praktisch einddoel voor ogen heeft. Ooit werd zelfs in Rome een decreet uitgevaardigd dat alle poëzie- en filosofieleraren uit de stad moest verbannen. Het is of we Halbe Zijlstra horen!

Julia heeft ooit deelgenomen – alsof ze zelf een godin was – aan bepaalde mysteriegodsdiensten (Eleusis, vermoed ik). Heel slim laat John Williams hiervan verslag doen door Ovidius, bij uitstek begaafd om mooie woorden te geven aan mythische gebeurtenissen. Zo wisselen koele militaire verslagen, persoonlijke en pijnlijke dagboekfragmenten, en schilderachtige beschrijvingen elkaar af, en moet je je als lezer steeds anders verhouden tot de tekst.

In Boek I komen vooral de mannen en hun activiteiten aan de orde, in Boek II de vrouwen – die als makke schaapjes aan de ene na de andere man gekoppeld worden – en hun visie op het leven, en in Boek III vaart Augustus zelf, al mijmerend aan boord van een schip, zijn einde tegemoet. Hij filosofeert over het leven, bijna op een Jungiaanse manier als hij over zijn slapeloosheid zegt "It is no longer that restlessness of a mind so intent upon its play that it is jealous of that slumber which would rob it of consciousness itself …"

Tegelijk filosofeert John Williams over het schrijven.

The young man, who does not know the future, sees life as a kind of epic adventure, an Odyssey through strange seas and unknown islands, where he will test and prove his powers, and thereby discover his immortality. The man of middle years, who has lived the future that he once dreamed, sees life as a tragedy; for he has learned that his power, however great, will not prevail against those forces of accident and nature to which he gives the names of gods, and has learned that he is mortal. But the man of age, if he plays his assigned role properly, must see life as a comedy. For his triumphs and his failures merge, and one is no more the occasion for pride or shame than the other; and he is neither the hero who proves himself against those forces, nor the protagonist who is destroyed by them. Like any poor, pitiable shell of an actor, he comes to see that he has played so many parts that there no longer is himself.
I have played these roles in my life; and if now, when I come to the final one, I believe that I have escaped that awkward comedy by which I have been defined, it may be only the last illusion, the ironic device by which the play is ended.

Er kwam zelfs nog een zinnetje voorbij dat ik me herinner van Latijn op school: I love and hate, Catullus said.
Odi et amo. Quare id faciam, fortasse requiris?
Nescio, sed fieri sentio et excrucior.
Ik haat en heb lief. Waarom doe je dat, vraag je misschien?
Ik weet het niet, maar het gebeurt, en ik word erdoor verscheurd.

Tot zover mijn impressionistisch leesverslag. Anna schreef een meer gedegen bespreking, en Joke gaf ook haar eigen visie.

Dit bericht is geplaatst in recensies met de tags , . Bookmark de permalink.

5 Reacties op een eindeloze cirkelgang

  1. Wat een mooie observaties en weer heel anders dan mijn bespreking.

  2. Joke schreef:

    Ik vind jouw bespreking toch ook wel heel gedegen! En je haalt er toch weer dingen uit waarvan ik denk: hee! Het is denk ik toch zo dat als 3 mensen hetzelfde boek lezen, ze tegelijk alle drie een ander boek lezen. Leuk!

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *