is een stigma nooit okee?

Ik lig op twitter in de clinch met de luitjes van Samen Sterk Zonder Stigma, die psychische aandoeningen en de mensen die eraan lijden van hun stigma willen ontdoen. Een loffelijk streven. Ik herinner me van mezelf nog de enorme schaamte waarmee mijn depressie gepaard ging. Ik had het toch goed, hoe durfde ik te klagen?
Pas las ik een schitterend boek - The electricity of every living thing van Katherine May – waarin een vrouw haar late Asperger-diagnose verwerkt door te gaan wandelen langs de Engelse kust. De kwartjes die vallen! En de onnoemelijke inspanning waarmee ze al veertig jaar had geprobeerd zich aan te passen aan de 'normale' mensen!
En dat is meteen de sleutel van mijn clinch.

Want zij van Zonder Stigma tweetten zomaar argeloos: "Bij #SamenSterk merken we dat we onvoldoende aandacht geven aan de #narcistischepersoonlijkheidsstoornis. Dat moet anders! Daarom zijn wij op zoek naar iemand met #narcisme die wij kunnen interviewen. Interesse of meer info nodig? Mail naar s.kooiman@samensterkzonderstigma.nl!"

Krankzinnig natuurlijk. Dat zei ik ook meteen.
"Jullie willen iets doen aan (onterechte) stigma's waar mensen met psychische aandoeningen mee te kampen hebben.
Door deze vraag zo te stellen doe je alsof narcisme ook een 'aandoening' is waarvan het heel onterecht en zielig is dat mensen daardoor gestigmatiseerd worden. #CWN

En zij: "Klopt, maar de narcistische persoonlijkheidsstoornis is wel degelijk een (complexe) psychische aandoening. Veel naasten kunnen hier ontzettend veel last van hebben, maar ook voor de persoon zelf kan het schrijnend zijn. Wij zouden hier graag meer over willen leren."

En ik: "Voor de persoon zelf IS het niet schrijnend. Dat zijn krodillentranen.
Het stigma is terecht, dat ontkennen is net als tegen een slachtoffer van seksueel geweld zeggen dat de verkrachter er niks aan kan doen. Zo maken gezondheidsprofessionals slachtoffers van #narcisme kapot.

En zij: "Narcisme is inderdaad een persoonlijkheidsstoornis en dat is een psychische aandoening. Zonder af te doen aan de ervaringen van naasten is stigma nooit oké, óók niet voor mensen met de narcistische persoonlijkheidsstoornis.

Zien ze daar dan werkelijk het verschil niet? Een bijzondere, getalenteerde vrouw als Katherine May doet haar uiterste best om zich aan te passen aan een maatschappij die haar niet op waarde weet te schatten.
De narcist past zich aan niemand aan, integendeel, een wereld vol juichaapjes past zich aan hém aan! En ook de goedwillende maar blijkbaar niet erg slimme typjes bij Samen Sterk trappen in die val. De hij-kan-er-niks-aan-doen-val. De hij-vindt-het-zelf-ook-heel-erg-val.
Terwijl de narcist moedwillig en bij zijn volle verstand mensen kapot maakt of tegen elkaar opzet. Hij kan net zo moedwillig de heilige uithangen, vooral als er veel mensen kijken. Hij kan zijn tranenkraantje opendraaien wanneer hij wil.

Iemand met een 'normale' (HAHA) psychische aandoening kan daarmee leren leven, kan hopelijk door therapie en/of medicatie de kwaliteit van leven optimaliseren. Maar er is niets moedwilligs aan een depressie, een psychose, aan overprikkeld raken of dwanghandelingen moeten doen.
De narcist heeft de volledige beheersing over zijn handelingen, is volledig toerekeningsvatbaar, doet bewust kwaad. Hij verdient het stigma, zoals elke moordenaar of verkrachter een stigma verdient.

Als je dat verschil niet begrijpt, dan heb je kennelijk zoveel behoefte aan je goedertieren zelfbeeld dat het je niet uitmaakt hoeveel slachtoffers je de grond intrapt met je houding. Misschien ben je dan sowieso wel niet de juiste persoon om je met psychische aandoeningen bezig te houden. Misschien moet je dan eerst jezelf eens aan een grondig onderzoek onderwerpen.

Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged | 7 Reacties

voor tante Yt

Lange tijd was het – gezien corona – niet duidelijk of tante Yt – de oudste zus van mijn moeder – haar negentigste verjaardag überhaupt zou kunnen vieren. Toen het dan eindelijk toch door kon gaan, zij het op veel kleinere schaal dan haar 85e, schoot ik meteen in de maak-stand. Visioenen van de prachtigste boekjes, en om de tekst hoefde ik niet te zoeken, die vloeide meteen uit de pen, net zoals de gedachte aan het versje dat ze in mijn poesiealbum schreef.

Ik schreef al over de ontdekking van vellum, en de mogelijkheid om zo weer te geven hoe in iemand van 90 al die verschillende tijdperken en personen samenkomen. Toen ontdekte ik nog origamipapiertjes, hoe kwam dat ook weer? Vast opgedaan in de Handmade Books groep. Die boompjes bloeiden zomaar vanzelf, het idee van de Klimt-motiefjes ook – ik heb zo'n enorme voorraad plaatjes in mijn hoofd dat de juiste altijd oppoppen als ik ze nodig heb. (Daarom geloof ik er ook niet in om alle plaatjes uit te knippen en gesorteerd in mappen te doen. Ik blader elke keer opnieuw al die boeken door en word steeds weer door iets anders gegrepen.)
En zo werd boekje 84 wel een van de mooiste die ik tot nu toe heb gemaakt, denk ik.

90 jaar zijn
en dan al die tijden in je dragen
van toen je baby was
een zusje kreeg
een broertje kreeg
klompjes droeg
mantelpakjes
trouwjurk
kinderen kreeg
je man verloor
je ouders verloor
je zus verloor
je broer verloor
kleinkinderen kreeg
achterkleinkinderen kreeg

90 jaar en nog steeds
de tantietje zijn die
in mijn poeziealbum schreef:

wees vrolijk
vrolijkheid is kracht
is kracht tot arbeid
kracht tot deugd
er wordt niets goeds
niet groots volbracht
dan bij een innerlijke vreugd!

Hella

Geplaatst in creatief, gedichten | Getagged , | 5 Reacties

fragments

Ik schreef al over de experimenten waar ik mee bezig was. Dit is het eerste lussenboekje, gemaakt van 2 stroken van 9 centimeter hoog en bijna 30 centimeter lang (A4'tje). Ik vind het qua verhouding iets te langwerpig, en ook iets te klein (het is 4 centimeter breed). Maar op zich is het qua kleuren wel erg mooi geworden. De mensjes zijn van Hopper, en de teksten (afgedrukt op vellum) zijn van Rabindranath Tagore, uit zijn gedicht

Gitanjali 35
Where the mind is without fear and the head is held high;
Where knowledge is free;
Where the world has not been broken up into fragments by narrow domestic walls;
Where words come out from the depth of truth;
Where tireless striving stretches its arms towards perfection;
Where the clear stream of reason has not lost its way into the dreary desert sand of dead habit;
Where the mind is led forward by thee into ever-widening thought and action
Into that heaven of freedom, my Father, let my country awake.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

ik heb de instructies voor het lussenboekje op mijn Facebookpagina gezet

Geplaatst in creatief, gedichten | Getagged , | 2 Reacties

experimenten

Dat ik even niet blog over #heldinnesreisboekjes wil niet zeggen dat ik er niet mee bezig ben. Integendeel! Ik ben bezig met een prachtig (al zeg ik het zelf) boekje voor mijn tante die 90 wordt. Op de boekjesgroep op Facebook had iemand doorzichtig papier gebruikt – vellum – en oh! wat is dat mooi. Omdat in iemand van 90 zóveel tijden samenkomen, heb ik verschillende foto's afgedrukt en achter elkaar geplakt, wat echt een prachtig effect geeft. Het is nu bijna af, en tussen de droog- en pletbeurten door ben ik aan het experimenteren met nieuwe vormen.

Ik wilde al een tijdje een pianoscharnierboekje maken, en bij de Hanos vond ik eindelijk de goede maat stokjes (bedoeld om maiskolfjes mee te eten, geloof ik).
Ik heb het boekje alleen nog maar in elkaar gezet, het heeft nog geen inhoud.

In The Art of the Fold stond het boekje met interlocking loops, ik noem het nu maar een lussenboekje. Ik maakte het eerst in de maten van het boek, met 2 A4'tjes. Véél te groot. Met 1 A4'tje dan? Al beter, maar te verticaal. Drie lagen kwam beter in de buurt.
Plus ik vond dat het ook als een boekje dichtgevouwen moest kunnen worden. Als de lussen even breed zijn als de vouwen, wordt dat een geprop bij het dichtvouwen. Nu heb ik de lussen een halve centimeter korter gemaakt. Een heel gereken en gepuzzel!

Daarna heb ik er vierkantjes uit een schilderij op geplakt, alleen gekozen vanwege de kleur. Nu nog een zinvolle inhoud bedenken, want dat hoort er wel bij. Lege boekjes maken vind ik niet genoeg.

Geplaatst in creatief | Getagged | 6 Reacties

Sherri L. Smith – The Blossom and the Firefly

Ik heb al eerder een uitgebreid stuk geschreven over culturele toe-eigening. In mijn meest recente recensieboek was dat ook weer aan de orde.

In The Blossom and the Firefly beschrijft Sherri L. Smith (zelf Afro-Amerikaans) de ontluikende liefde tussen twee jonge mensen in het Japan van 1945. Hana is een schoolmeisje dat samen met haar klasgenootjes de kamikazepiloten op de legerbasis in hun dorp moet verzorgen: bedden verschonen, uniformen wassen, eten serveren en wuiven met kersenbloesem als de – eveneens piepjonge – piloten vertrekken om nooit meer terug te komen.
Haar hoofdstukken worden afgewisseld met die over Taro. Hem volgen we vanaf zijn jeugd, we maken mee hoe bepaalde vanzelfsprekende normen al van jongs af aan worden ingeslepen (door een poppenspel bijvoorbeeld). Dat hij violist wil worden en Westerse muziek speelt is zijn vader een doorn in het oog. En als de oorlog eenmaal uitbreekt is muziek natuurlijk niet meer aan de orde. De keizer heeft piloten nodig. Smith laat prachtig zien hoe vanzelfsprekend dat allemaal is, hoe trots de jongens (16-17 jaar) zijn op hun bijzondere rol in de strijd, en hoe groot de schande is als de missie mislukt.

Het boek is doorspekt met Japanse woorden, maar op een heel natuurlijke manier. De stijl van schrijven doet ook Oosters aan, poëtisch en tegelijk onderkoeld.
Achterin vertelt Smith uitgebreid hoe ze er toe kwam dit boek te schrijven, en hoeveel onderzoek ze heeft gedaan, onder andere door het dorp te bezoeken waar dit heeft plaatsgevonden.

Als je met zoveel mededogen, zoveel eerbied en begrip voor de geldende denkbeelden, zoveel inlevingsvermogen kunt schrijven over mensen die niet op je lijken – zowel uiterlijk als cultureel – zie ik het niet als culturele toe-eigening.

Ik zocht meer informatie en kwam dit artikel tegen: Writing Outside Your Identity door Laura Simeon. Zij is redacteur van YA-boeken en schrijft dat er 3 categorieën non-#ownvoices boeken (die dus geschreven zijn door iemand van een andere cultuur) zijn:
1) boeken die op #ownvoices recensenten een goede indruk maken
2) boeken waarin #ownvoices redacteuren echt fouten en een verkeerde weergave van zaken aantreffen
3) boeken waar op het oog nix mis mee is maar die inhoudelijk tekort schieten, ze voelen zich als #ownvoices recensent totaal niet 'gezien'.

Hoe moet het dan wel? Alexander Chee schrijft hierover dat hij dan de volgende vragen stelt:
1) Waarom wil je schrijven vanuit dit personage? In hoeverre maak je deel uit van hun gemeenschap?
2) Lees je boeken die nu in deze gemeenschap worden geschreven? Of lees je nog steeds alleen maar witte mannelijke auteurs?
3) Waarom wil je dit verhaal vertellen? En voortvloeiend hieruit: bevat dit verhaal stereotypering die beschadigend is voor een gemarginaliseerde groep? Moet dit stereotype beslist in het verhaal voorkomen? Moet dit verhaal dan wel geschreven worden?

Het is goed om hier als schrijver altijd bij stil te staan. Ik sta nog steeds voor wat ik destijds schreef: Ik denk dat je beschroomd moet spreken over andere culturen, en dat je niet mag schrijven op een manier die het verhaal van een onderdrukker propageert en bestendigt. Dat heeft niets te maken met politieke correctheid, dat heeft te maken met integriteit en empathie.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

wat brieven verraden

Voor het eerst in coronatijd weer eens naar de Action, en ze hadden nieuwe designerblokken, van die mooie vierkante kartonblokken met diverse motieven. Er zat er eentje bij met oude brieven en kaarten. Ik had nog een oningevulde gevouwen harmonica liggen die ik doormidden sneed, om er de briefkaarten op te plakken. Voor het eerst een horizontaal boekje.

Ik had vantevoren helemaal niet bedacht hoe het verder worden moest, maar er bleken 4 geheime vakjes te ontstaan in het harmonicaatje. Daar moesten geheimzinnige kaartjes in, natuurlijk, die je er ook uit moest kunnen trekken, dus tot vreugde van Frija kwamen er touwtjes met kralen aan. Maar waar ging het over? Brieven? Ik dacht aan wat brieven doen, wat ze verbergen, wat ze verraden. Daar schreef ik over.

In de nacht dacht ik aan een op de middelbare school zelfbedacht geheimschrift, zou ik dat nog ergens hebben? Ik wist nog hoe ik het gemaakt had, me deels baserend op het handalfabet dat we gebruikten om elkaar voor te zeggen bij multiple choice. Ik vond de sleutel ervan niet terug, maar wel een tekst in een dagboek. Ik kon hem zo lezen. Ik zat op een verjaardag tussen twee tantes, me dood te ergeren en te vervelen, en schreef dat lekker onleesbaar – voor hen – op. Het deed me denken aan Berber schrift, wat ik toen nog helemaal niet kende. Geheimzinnig, brieven. Beladen, dat ook. Ik laat het geheimschrift maar onvertaald.

wat brieven verbergen
wat brieven verraden
wat briefschrijvers verborgen
wat briefschrijvers verrieden
wat briefschrijfsters verborgen
wat briefschrijfsters verrieden

brieven verbergen
de pen, het schrijfblok, het adresboek
de brief waarop deze het antwoord is
de koffie, de thee, de wijn
de ochtend, de middag, de avond
of de donkere nacht van het schrijven
want zwart op wit, blauw op wit
misschien een vlek die iets verraadt maar
verder verbergen en schrijven
wat verwacht wordt of gehoopt
de woorden kiezen voor de lezer
de gedachten verborgen
geen woord Frans
of juist allemaal
met vriendelijke groet
of heel veel liefs
en oh als dit nu maar

brieven verraden
maar dat is pas later
als een ander ze leest
of de ontvanger in wie
het eindelijk daagde
de hoogmoed
de zelfliefde
overtuiging van alwetendheid
en tegelijk
de onrijpheid, het egoïsme
als van een kind dat niet
vanaf de geboorte hoorde dat
egoïsme de grootste zonde was
nee, even groot als hoogmoed
afkeuren en doden in de ander
wat bloeit en bloedt in jou
schrijver van verraderlijke brieven

de verrader verbergt
niets
de verberger verraadt
zichzelf

Geplaatst in creatief, gedichten | Getagged , | 4 Reacties

niet zonder ons

Soms denk ik wel eens dat ik te véél weggeef. Wat als mensen precies namaken wat ik maak? Maar aan de andere kant: ik doe mijn ideeën vaak ook op via anderen. Zo stond er in de boekbindgroep op Facebook een inspirerend filmpje over het maken van een drielaags harmonicaboekje. Mijn vingers jeukten!

Ik ben dol op de handgemaakte papieren die ze in die groep gebruiken, maar zo ver heb ik het nog niet geschopt. Wel wilde ik al een tijd iets met zwart papier maken (karton, eigenlijk, 270 grams, béétje te dik), dus werd het zwart-wit-zwart. Ik had nog geen idee van een thema. Wel zag ik bij iemand anders spinnenwebpapier, en gelukkig had ik ook nog zo'n oud foto-album.

Op een ochtend daarna half droomde half bedacht ik een beetje koorts-achtig: zing vecht huil bid lach werk en bewonder. Geen idee waar zoiets dan vandaan komt, het wordt van veraf mijn hoofd in gesmeten en ik kan aan niets anders meer denken, laat staan slapen. Plaatjes erbij zoeken, bedenken wat ik moest met de middelste laag …
En nu is het af. Met dank aan alle inspiratoren.

Geplaatst in creatief | Getagged , | 3 Reacties

after time

Een tijd geleden had ik een gesprek met iemand die voor zijn drie kinderen elk een boekje wilde. Hij had zóveel wat hij hen wilde vertellen dat mijn gewone formaat ongetwijfeld te klein zou zijn, kon ik geen A6-boekje maken? Ik had meteen al mijn twijfels. Op de een of andere manier is het huidige formaat niet voor niets organisch gegroeid, het is gewoon precies goed, zowel praktisch als esthetisch. Maar goed, klant koning, ik wilde het wel proberen. Inmiddels is de opdracht nog niet concreter geworden, dus ik heb het boekje maar naar eigen inzicht gevuld om het uit te proberen, met een gedicht van Ursula K. Le Guin. Toch mooi geworden, maar het blijft bij deze ene keer, als het aan mij ligt.

How it Seems to Me

In the vast abyss before time, self
is not, and soul commingles
with mist, and rock, and light. In time,
soul brings the misty self to be.
Then slow time hardens self to stone
while ever lightening the soul,
till soul can loose its hold of self
and both are free and can return
to vastness and dissolve in light,
the long light after time.

Ursula K. Le Guin

Geplaatst in creatief, gedichten | Getagged , | Een reactie plaatsen

(geen) woorden voor

Ik maakte ze om en om, die blauwe en deze groene. De gelli prints op deli paper met een handschrift-sjabloon ontstonden apart van het idee om kleine teeveetjes uit te snijden in de vouwboekjes (folded pocket accordion) die ik van wit papier had gemaakt. Ik gebruik een strook van 4 A4-tjes naast elkaar, in dit geval uit een vel A1, 170 grams. Het papier waarop ik gelli prints maak is A4, 120 grams, dat vouwt makkelijker! (zie bv HRB66 en HRB 67)

Op de voorkant van de vakjes plakte ik vierkantjes van deli prints, en toen ging ik plaatjes zoeken.
Het werden duisterlijke plaatjes. Er wilde iets naar buiten waar ik geen woorden voor had, waar ik ook geen woorden van anderen voor kon gebruiken.

Ik lees momenteel het poëtische boekje Handiwork van Sara Baume. Zij schrijft:
I have always felt caught between two languages, though I can only speak in one. The one I can speak goes down on paper […]. The one I cannot speak goes down in small painted objects […].
Zo voelde dit ook. Ik had er geen woorden voor. Dat heb ik geprobeerd uit te drukken in de teksten op de kaartjes, aan de ene kant in het Nederlands, aan de andere kant in het Engels, de letters maar nauwelijks gerangschikt.

woorden voor ijzigheid
woorden voor breken, breuk, gebroken
woorden voor slangen en draken
woorden voor verdwalen en dwalen
woorden voor boren, en geboren
woorden voor verstenen, voor de berg
woorden voor bloed, bloei, bloem
woorden voor het laatst bewaren

words for iciness
words for breaking, break, broken
words for snakes and dragons
words for wandering
words for bearing and born
words for petrifying, for rocks
words for blow, blood, bloom,
words to save for last


Geplaatst in creatief | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Chloe Benjamin – The Immortalists

In de nieuwsbrief schreef ik al over mijn erratisch leesgedrag in tijden van corona, hoe maar weinig boeken mijn aandacht zo weten vast te houden dat ik ze ook daadwerkelijk uitlees. Na gestrand te zijn in Zafon strandde ik na een hoopvol begin ook in de Zeven Zussen. Dat kwam bij beide boeken, denk ik, doordat het me geen klap kon schelen wat er met de personages gebeurde. Dat gold trouwens ook voor het recensieboek (Lisa Wingate – a Month of Summer) dat er nog tussendoor speelde. Kruiwagens vol ellende werden over de hoofdpersonen uitgestort en het liet me volkomen koud.

Hoe kan het dat schrijvers er überhaupt in slagen om meeleefbare mensen te scheppen? Is dat iets ín de schrijver? In zijn/haar/hun karakter? Iets van inleven, meeleven, werkelijk opgaan in het personage en van binnenuit hun avonturen beschrijven?

Des te knapper is het om dat voor álle personages in je boek te kunnen. Nu moet ik ook zeggen dat ik dol ben op dichtbevolkte boeken die in New York spelen, dus The Immortalists (De Onsterfelijken) begon meteen goed, met het Joodse gezin Gold: Gertie en Saul met hun vier kinderen Varya, Daniel, Klara en Simon. Op een dag bezoeken de kinderen – zonder dat hun ouders het weten, gewoon bij wijze van spannend verzetje – een waarzegster die precies kan voorspellen op welke dag je zult sterven. Ze hebben geen idee of het klopt, of die vreemde vrouw dat écht weet, maar op alle kinderen maakt het bezoek een onuitwisbare indruk.
Wat voor invloed heeft dat op je leven, om precies te weten wanneer je dood zult gaan?
Dat is voor elk kind verschillend. De een slaat als een dolle aan het leven om er maar zo snel mogelijk zoveel mogelijk uit te halen. De andere raakt geestelijk zo in de knoop dat er geen betere uitweg is dan de dood op die dag maar zelf te kiezen. Wie het laatst overblijft, gaat gebukt onder survivor's guilt en een totaal onvermogen om het leven aan te gaan.

Ik schrijf dit met opzet zo cryptisch op, omdat je het al lezend moet meebeleven. Want zo werkt dit boek, het zijn geen abstracte overwegingen over leven en dood, het zijn de levens – innerlijk en in de wereld – van vier totaal verschillende mensen die je aan het eind allemaal even dierbaar zijn geworden.
En dan is de stijl ook nog eens heel goed. Het is voor het grootste deel in de tegenwoordige tijd geschreven. Dat werkt in boeken soms krampachtig, als een trucje om meer spanning te creëren, maar in dit geval, gezien het thema, is het de enige juiste manier. Ze zijn zich immers stuk voor stuk van het hier en nu bewust. Benjamin is geloof ik rond de dertig, en ze leeft zich moeiteloos in in personages van alle leeftijden, ook de stokoude moeder die Gertie op het eind is. Ze laat religie een rol spelen, maar nergens dogmatisch, zoals het ook de bedoeling was van vader en moeder Gold: hun kinderen vrij en modern opvoeden. Ze geeft blijk van een groot psychologisch inzicht in de kleinste, onopvallendste bijzinnetjes.
Het boek was zo mooi dat ik helemaal vergat om aantekeningen te maken, dus geloof mij.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties