een ijsje

Vandaag was het deze foto die me raakte. Het trappenhuis en de liften van de V&D in Leeuwarden, een foto uit 1935, gemaakt door H.A. Rollema. Die ik verder niet ken, maar google vertelt mij dat hij Hylke Abe heette en 35 jaar lang werkzaam geweest is in Leeuwarden.
Het is een prachtige foto qua compositie, heel mooi in de verdeling van lichte en donkere vlakken, in het zijdeglanzende licht dat door de ramen valt. De sfeer is bijna gewijd, met de marmeren trappen en de glimmende stalen leuningen en de opgang naar het licht.
Ik zie daar een zitje, ongetwijfeld een uitstalling van koopwaar, met een stoel, een kastje, een bloemenmand en een schilderij. Dat kon daar gewoon staan, onbewaakt. De liften zijn degelijk en mooi van vorm, niet enkel functioneel. Ik vermoed dat ze in het echt bruinig van kleur waren, passend bij het bruingespikkelde marmer.
Ergens in mijn hoofd moet zich dit beeld nog in kleur bevinden, van toen ik samen met oma die trappen beklom – vaag herinneren mijn benen zich dat ze ooit klein waren en de treden heel hoog – we gingen, oh luxe, een ijsje eten in het restaurant. En daarna weer met de bus naar huis. Het busstation achter de V&D.
Deze foto is een dierbare herinnering, hij valt naadloos over wat ik minstens vijftig jaar geleden beleefde.

Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

een kleine beschouwing over dankbaarheid

Ik kwam de voetnoot van Grunberg tegen op twitter, en hij raakte me, zonder dat ik precies wist waarom. Ik retweette hem, en zette hem op Facebook, met erbij – wat ik vaker doe als ik iets plaats waarover ik zelf nog geen vastomlijnde mening heb – "om over na te denken."
Ik had op de Correspondent al gelezen over het boek van Pfauth en zelfs overwogen om het aan te schaffen. Ik heb ook ooit een tijdje in mijn dagboek elke avond 5 dingen opgesomd waarvoor ik dankbaar was geweest die dag.
Zeker in vergelijking met de rest van de wereld heb ik tienduizend dingen om dankbaar voor te zijn. Een lief kind, lieve familieleden, een mooi huis met een fijn bed met een onvolprezen tempurmatras, uitzicht op fraaie zonsondergangen, geen materiële zorgen, een rijk innerlijk leven, op de meeste dagen zin om iets te maken of te schrijven of te lezen. Een leven als een luis op een zere kop, noemde opa dat vroeger.
Maar dankbaarheid is niet alleen maar positief.
Ik begrijp opeens wat Grunberg bedoelt met zijn fopspeen als mij de woorden amor fati te binnen schieten. Liefde voor je lot. Je verzoenen met hoe je leven eruitziet. Dat kan zin hebben, zeker. In geval van ziekte zit er niet veel anders op. De meeste dagen lukt het me ook, en ben ik daarvoor zelfs dankbaar. Maar er was ook een tijd waarin het leven tamelijk ondraaglijk was. Ik wist alleen niet waardoor dat kwam. Ik zocht de oorzaak bij mezelf, in mezelf. Ik las vele kilometers zelfhulpboeken om toch in godsnaam maar weer gelukkig te worden. Want ik had immers zoveel om dankbaar voor te zijn, ik moest me doodschamen dat ik niet gelukkig was. Een ontevreden, egoïstisch, verwend mormel was ik. Oh, de wortels daarvan liggen zo diep dat ik het einde ervan niet eens kan opgraven.
Dankbaarheid was altijd een verplichting. Ik was slecht als ik niet dankbaar was. Er moest wel iets grondig mis zijn met mijn karakter dat ik ondankbaar durfde zijn.
Dus probeerde ik uit alle macht mijn lot lief te hebben. Ik stopte zelf die fopspeen in mijn mond. De fopspeen van de dankbaarheid die je op je plaats houdt, die je belet te spreken.
Ik ben me bewust van mijn rijkdom, ik tel regelmatig mijn zegeningen. Maar dankbaarheid kan alleen zuiver zijn als zij niet wordt afgedwongen. Anders is het een sleutel waarmee een cel op slot wordt gedraaid.

Geplaatst in autobio | 6 Reacties

Alice Hoffman – The Museum of Extraordinary Things

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Ik kende Coney Island van de colleges van Van Leeuwen en uit het boek Delirious New York, dat begint met een lang hoofdstuk over Coney Island, als de proeftuin voor de hele moderne manier van Amerikaans leven die eruit zal ontstaan. Het hield het midden tussen Las Vegas (met ook Venetiaanse grachtjes) en een wereldtentoonstelling (zo waren er onder andere hypermoderne couveuses te zien), tussen een pretpark met levensgevaarlijke attracties en een circus met wilde dieren en lilliputters. Toen we in New York waren, wilde ik er dan ook beslist naartoe. Ik wist wel dat er niet veel van over was, maar dat het zó'n armoedige boel zou zijn, had ik toch niet verwacht.

Toen ik afgelopen week The Red Garden besprak en wilde vertellen over die roman die in New York speelde, was ik daar even de titel van vergeten (The Story Sisters). Ik googelde dus Alice Hoffman – novel – New York, en kwam The Museum of Extraordinary Things tegen. Een roman over (onder andere) Coney Island! En wat voor eentje!

Het verhaal leest als een eind-negentiende-eeuwse romance. In een fraai staaltje vlechtplot krijgen we om en om een hoofdstuk over Coralie Sardie en Eddie (geboren Ezekiel Cohen). Coralie's vader, de Professor, beheert het Museum van Rariteiten, waarin mensen met ongewone uiterlijke kenmerken tentoongesteld worden, en verder griezelige specimens van allerlei natuurwonderen op sterk water. Het museum wordt bedreigd door de opkomst van Dreamland, het grote lunapark op Coney Island, dus hij moet steeds raardere dingen verzinnen om nog klanten te lokken. Dochter Coralie wordt daarbij, tegen haar zin, ook ingezet.
Eddie is in Amerika gekomen met zijn vader, ze zijn na een pogrom waarbij hun moeder verbrand is, gevlucht uit Oekraïene. Via allerlei baantjes en duistere activiteiten ontpopt hij zich tot fotograaf.

Uiteindelijk worden hun levens samengeweven, maar het verhaal is zoveel meer dan dat! Het beschrijft de wording van New York. Hoe de stad steeds meer de wildernis opslokt. Hoe een grote brand in een naaiatelier waarbij honderden jonge mensen de dood vonden (denk aan wat er nog niet zo lang geleden in India gebeurde) ervoor zorgde dat arbeiders eindelijk rechten kregen. Hoe Coney Island in die tijd (we schrijven 1911) hoop op vooruitgang betekende, en hoe die in de as werd gelegd.
De roman is een monument voor liefde en gelijkwaardigheid, sprookjesachtig mooi beschreven.

Geplaatst in recensies | Getagged , , | 2 Reacties

van de schoonheid en de troost

Er kwam weer eens een afbeelding voorbij die me raakte. Een simpele zwart-wit-foto van een passiebloem in knop, gemaakt door Karl Blossfeld, in het begin van de vorige eeuw. De naam van de fotograaf zei me niets, ik vond een leerzaam artikel over een tentoonstelling van zijn werk.
Maar dat zegt niets over waarom deze specifieke foto juist mij zo raakte.
Dat heeft alles te maken met de kwaliteit van de foto. Standpunt, scherptediepte, compositie en belichting werken allemaal samen om van deze simpele bloemknop een geheimzinnig wonder te maken. Het is of de kleurrijke pracht van de bloeiende passiebloem samengebald ligt in deze vastbesloten doornerfde blaadjes, of de fotograaf precies op het juiste moment heeft afgedrukt. Het moment waarop alles anders wordt. Het moment waarop het verhaal begint.
Ik bedenk opeens dat ik ook een foto van een passiebloemknop heb gemaakt, hier op het balkon. Wat maakt die foto tot een kiekje, en de foto van Blossfeld een kunstwerk? Komt dat alleen van de kleur? Is het de afdruktechniek (zilvergelatine)? Of is het toch de persoonlijkheid van de fotograaf, de diepe en eerbiedige aandacht voor het object? Mijn blik hecht zich aan de aderen in de blaadjes, aan die naar elkaar toegebogen puntjes.
Wat is het mooi om iets mooi te vinden.

Geplaatst in autobio, kunst | Getagged | 5 Reacties

Alice Hoffman – The Red Garden

Soms krijgt het programma (Cool Reader) waarmee ik e-books lees op de tablet de hik, en kan ik niet verder lezen. Het gebeurt niet vaak, en ik kan het boek gewoon uitlezen in een ander programma of op de e-reader, maar ik baal altijd verschrikkelijk omdat ik dan ook al mijn aantekeningen kwijt ben.
The Red Garden staat vol schitterende, schrijfveerwaardige zinnetjes en die was ik nu in één klap allemaal kwijt.

Alice Hoffman is een schrijfster die ik erg bewonder. Haar boeken hebben iets sprookjesachtigs, iets magisch-realistisch' en ze zijn tegelijk zweverig én aards. Ik weet nog dat ik in New York haar boek The Story Sisters las, en met andere ogen de huizen rond Central Park bekeek.

The Red Garden gaat over een tuin met rode aarde, waarin alleen rode dingen groeien: tomaten, radijzen, watermeloenen - en groene bonen worden er rood. Hij is aangelegd door de eerste bewoners van die plek, die eerst Bearsville heette maar uiteindelijk Blackwell werd. Het boek bestaat uit 14 verhalen, van 1750 tot ergens in de jaren '90, en het geeft een prachtig beeld van de groei van zo'n Amerikaans stadje in de middle of nowhere (ergens in Massachusetts). Het laat prachtig zien hoe verhalen vervormd en verweven raken met de geschiedenis, hoe bepaalde kenmerken van families altijd doorgegeven worden, hoe namen veranderen (Dead Husband's Meadow heet uiteindelijk Band's Meadow), hoe een ware gebeurtenis een legende wordt (de Verschijning aan de rivier), en hoe belangrijk de beren blijven voor het welzijn van de bewoners.
Eigenlijk wou ik ooit zo'n boek over Wrochtum schrijven.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 5 Reacties

Rumer Godden – The Greengage Summer

Ik was erg weg van het vorige boek dat ik las van Rumer Godden (The Battle of the Villa Fiorita), en hoopte dat The Greengage Summer net zo mooi zou zijn. Daardoor viel het een beetje tegen, ik weet niet precies waar dat aan lag. Er stond wat te weinig op het spel, er waren wat te veel overbodige personages ... In het voorwoord schrijft ze dat het verhaal gebaseerd is op een zomer in Frankrijk uit haar eigen jeugd, misschien heeft ze daardoor te weinig afstand genomen van de werkelijkheid. Wat niet wegneemt dat ik het wel met veel plezier gelezen heb. Het is een sfeervol verhaal over een stel Engelse kinderen in een Frans hotel (moeder ligt met bloedvergiftiging in het ziekenhuis), die zich best wereldwijs wanen maar geschokt worden door wat er zich vlak onder hun neus afspeelt.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Ray Bradbury – Fahrenheit 451

Ik las Fahrenheit 451 als e-book, het had 431 bladzijden (ik heb het lettertype altijd lekker groot staan) dus toen ik op bladzij 280 was verwachtte ik nog heel veel avonturen. Maar het was afgelopen! De rest was theorie en nabeschouwing (het was de 60th anniversary edition).
Ik weet niet of het alleen daardoor kwam dat ik zo schrok van de abrupte afloop. Voor mijn gevoel was het verhaal nog lang niet af. In Heldenreistermen: Montag had de Vuurproef doorstaan, had zijn feestje gevierd met de Bondgenoten, maar de Weg Terug moest nog beginnen!
Natuurlijk kun je daartegen inbrengen dat de Vuurproef al eerder was geweest, en dat de Weg Terug naar zijn eigen menselijkheid al lang was ingezet, maar toch … ik vond het onbevredigend.
Het boek stond al jaren op mijn lijstje. Bradbury's boek over schrijven (Zen in the Art of Writing, besproken in de nieuwsbrief van april 2014) vond ik fantastisch, één en al tegeltje, zo iemand moet dan ook een roman schrijven waar ik zonder voorbehoud 5 sterren aan kan geven. En tijdens het lezen had ik ook werkelijk dat gevoel. Het is zo beeldend en zintuiglijk geschreven, er staan zoveel briljante zinnen in, er wordt zoveel wijsheid verkondigd.
Het is enorm voorspellend in de manier waarop het een maatschappij schetst waarin er alles aan gedaan wordt om mensen af te houden van zelfstandig nadenken. TV en muziek tetteren de hele dag, het enige vermaak daarnaast is keihard rondrazen in auto's.
Guy Montag is een brandman. Brand weren is niet langer de opdracht, brand stichten is zijn taak. Boeken verbranden, huizen verbranden van boeklezers, desnoods met de lezers erbij. In een prachtig staaltje Fake News wordt beweerd dat dit al sinds 1790, ten tijde van Benjamin Franklin, de taak van de brandman is geweest. Het leven speelt zich alleen nog af in het hier en nu (en opeens werd ik toch weer een beetje beducht van de mindfulness die me ook zoveel goeds brengt). Mensen worden vol informatie gepropt, zo vol dat er geen ruimte meer is om nog na te denken terwijl ze tegelijk het gevoel hebben helemaal op de hoogte te zijn. Kinderen gaan steeds vroeger naar school, zodat ouders niet de kans krijgen ze te verpesten.
Kortom: een visionair boek. En misschien was dat visioen zo erg, zo dichtbij, dat ik het gewoon niet verdroeg om achter te blijven met een stad in puin, en alleen een paar mensen die gezamenlijk de terugweg ondernemen. Salva me!

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

Rumer Godden – The Battle of the Villa Fiorita

Er kwam op twitter een enthousiaste bespreking voorbij van The Battle of the Villa Fiorita van Rumer Godden. En ik dacht: Rumer Godden, ik ken de naam, maar waarvan ook weer … Midden in de nacht kwam er zomaar een titel in mijn hoofd: de zomer van de reine claudes. Waar vandaan? Stond het vroeger bij mijn moeder in de kast? Al googelend kwam ik ook langs Black Narcissus, en ik herinnerde me héél vaag de film (hoewel het goed mogelijk is dat ik in de war ben met The Nun's Story).
Nu heb ik the Villa Fiorita uit, en wil ik alles van haar lezen. Zo wonderlijk!

Het begint een beetje Enid Blyton-achtig, qua sfeer en qua toon. Twee Engelse kinderen gaan stiekem niet naar hun respectievelijke kostscholen, maar nemen in plaats daarvan de trein naar Italië, op weg naar hun moeder die ervandoor is met een filmregisseur. Hun vader is iets hoogs in de geheime dienst, en vaak lang van huis. Hun moeder hield het huishouden gaande, en het landhuis met grote tuin in het dorp waar ze woonden, tot er een filmcrew neerstreek en de ontmoeting met Roberto alles veranderde. Het doel van de kinderen, Hugh (14) en Caddie (11) is om moeder terug op het rechte pad te brengen.

Wat het boek zo bijzonder maakt, is niet de plot, maar de vertelstijl. Godden breekt met álle wetten. Ze wisselt van de ene op de andere zin van vertelperspectief, ze wipt van verleden naar heden naar toekomst, ze geeft als verteller commentaar …
Het is alsof zij in een grote leunstoel zit, terwijl de personages zich om haar heen verdringen om hun versie van het verhaal te vertellen. De verteller schrijft zo snel ze kan mee, noteert ook het commentaar van de personages daarop, herinnert zich wat de personages er veel later nog over zeiden … "… would Fanny say afterwards …" "… but it was not like that, she could have cried …"
Dit geeft het verhaal een vaart en een levendigheid die helemaal passen bij de omgeving van de Villa aan het Gardameer, met druk kwetterende Italianen, snel veranderend licht, weelderige tuin, geuren van bloemen en maaltijden, alles totaal anders dan het gezapige en voorspelbare Engelse bestaan dat de familie Clavering tot dan toe leidde.
Ik ben heel benieuwd naar haar andere boeken. Misschien begin ik wel met die reine claudes.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 9 Reacties

ziekzeurtje (3)

Ik heb er dagen bij, dan kan ik alles. Uren ronddwalen met kindeke door meubelzaken, op zoek naar een nieuwe bank. Tot in de kleine uurtjes blijven hangen op een super gezellig verjaarsfeest, en de volgende dag niet eens helemaal dood zijn. Ik durf niet te denken: ik word beter! Maar ik denk wel: het is allemaal zo erg niet, ik stel me zeker aan.
Tot er een dag komt als vandaag, waarop ik me zónder aanwijsbare oorzaak voel alsof ik door een vrachtwagen overreden ben. Een vrachtwagen met dufspuitmiddel. Ik kan me nauwelijks bewegen en kan nauwelijks helder denken. Ik kruip maar weer terug in bed en droom de wildste dingen. Onder andere dat ik weer aan het werk moet in de biep van Rijswijk maar sinds die zo verbouwd is weet ik er de weg niet meer.
Morgen heb ik een feestje dat begint om 2 uur. Ik heb maar alvast doorgegeven dat ik instroom tegen vijven. Dan kan ik morgen eventueel ook nog de dag in bed doorbrengen. Tegelijk ben ik bang (dat is mijn eigen schaamtegevoel, nog altijd) dat 'ze' wel zullen denken: vorige week kon je het toch ook?
Maar dat maakt het juist zo moeilijk. Dat is nog steeds waarom ik niet ver van huis durf. Van de ene dag op de andere ben ik weer echt ziek en voel ik me tachtig, negentig, honderd. Nou, tot zover even dit ziekzeurtje. Nu maar weer terug in bed. En als het kan een droom over een ver, mooi land.

afbeelding

Geplaatst in autobio | Getagged | 5 Reacties

Sleuteloog

Sleuteloog stond al in de kast sinds kindeke het in 2007 voor school moest aanschaffen. Nu gingen we het lezen voor de leesclub. Ik vond het prachtig.
Het verhaal is zo simpel als wat: Herma Warner, een oude vrouw, krijgt een brief van een journalist, die onderzoek doet naar ene Mila Wychinska, naar algauw blijkt een jeugdvriendin van Herma, uit haar tijd in Indië, die Dee Mijers heette. Al Herma's aandenkens aan Indië liggen opgeslagen in een ebbehouten kist, nog uit het huis van haar ouders, maar ze is de sleutel ervan kwijt. Nu moet ze uit haar herinneringen putten, aan dingen die ze veel liever vergeten was. Ze schrijft ze op zo ze bovenkomen, in fragmenten. Haar jeugd in Indië, de mensen met wie ze omging, de subtiele verschillen tussen blanke en Indo-Europese families, de veranderingen in wat eens een fijne vriendschap was. Haar studietijd in Nederland, haar huwelijk met de bioloog Taco Tadema, de keren dat ze terugging naar Indonesië. En alle ontdekkingen die ze doet, die leidden tot handelingen die ze zichzelf niet vergeven kan. Zij, de engelachtig blonde belanda.
De reacties van de journalist dwingen haar steeds dieper te graven, steeds denkt ze: dat schrift zit in de kist, die foto, die ansichtkaart … Is het kwijtraken van de sleutel een Freudiaanse Fehlleistung?
Ik zag pas een leuk vragenlijstje voor leesclubs, en daar stond onder andere de vraag bij: wilde je dat dit een dikker boek was?
En ik dacht: ja! Wat een doorwrochte, doorweven geschiedenis, je zou er wel een trilogie van kunnen maken. Maar tegelijk: in deze vorm – onderkoeld, terughoudend – heeft het verhaal misschien meer impact. Ik moest denken aan Sense of an Ending. Ook zo'n dun boekje dat een enorme nadreuner bleek.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties