ik ben hier te jong voor

als kleine vorkjes
harken zij naar zon te zijn
en wit te stralen

Geplaatst in schrijfveerhaiku | Een reactie plaatsen

over het beginnen van boeken en een zak drop

Ik lees vaak meerdere boeken tegelijk, zeker als ik een recensieboek heb dat me niet erg kan boeien. Het vorige boek – Orchid & The Wasp – begon wel mooi. De hoofdpersoon is dan nog een jong meisje dat uit alle macht probeert haar ziekelijke broertje te beschermen tegen pestende klasgenoten en onbetrouwbare ouders. Maar naarmate ze ouder werd kon het me steeds minder schelen hoe het met hen ging. Dat kwam denk ik doordat het boek tegelijk meerdere boodschappen wilde brengen, tegen het grootkapitaal en het gekonkel in de kunstwereld (iets wat door Siri Hustvedt vele malen beter is gedaan).

Toen las ik ergens dat er een nieuwe Nora Roberts uit was. Dat heeft op mij de werking van een zak drop: hoe gezond mijn voornemens ook zijn, ik begin er pas aan nadat die zak leeg is. En wat smaken die eerste dropjes verrukkelijk. Nora Roberts zet haar personages zo verschrikkelijk knap neer in de eerste hoofdstukken. We zien ze voor ons, we kennen hun motivaties en angsten en onderlinge relaties, we herkennen in iedereen wel iets, en als de bom dan ontploft is het medelijden en –leven groot.
Daar staat natuurlijk tegenover dat die dropjes uiteindelijk allemaal hetzelfde smaken en hetzelfde gevoel van misselijkheid en schuld teweegbrengen, waarna ik weer hartstochtelijk verlang naar een gezonde en veelsmakige salade.

Toen bracht iemand op twitter mij het boek Een Odyssee van Daniel Mendelsohn onder de aandacht. Een classicus en zijn oude vader reizen samen Odysseus achterna. Ik ben pas op een vijfde, maar het begin is al zó duizelingwekkend. Als oud-gymnasiastje ken ik de eerste regels van de Odyssee (nog maar twee hoor, geen tien meer). Andra moi ennepe mousa polytropon hos mala polla
De Odyssee is pas opnieuw in het Engels vertaald (voor het eerst door een vrouw), en toen las ik ergens online een hele verhandeling over dat woord 'polytropon.' Letterlijk betekent het 'vele richtingen' maar het kan zoveel meer impliceren.

"The prefix poly," Wilson said, laughing, "means 'many' or 'multiple.' Tropos means 'turn.' 'Many' or 'multiple' could suggest that he’s much turned, as if he is the one who has been put in the situation of having been to Troy, and back, and all around, gods and goddesses and monsters turning him off the straight course that, ideally, he’d like to be on. Or, it could be that he’s this untrustworthy kind of guy who is always going to get out of any situation by turning it to his advantage. It could be that he’s the turner."
"So the question," Wilson continued, "of whether he’s the turned or the turner: I played around with that a lot in terms of how much should I be explicit about going for one versus the other. I remember that being one of the big questions I had to start off with."

Maar Mendelsohn gaat nog veel verder. Hij betrekt het woord ook op de manier waarop het verhaal wordt verteld. Het cirkelt alle kanten uit, het is geen lineaire geschiedenis van punt a naar punt b, het bestaat uit tussentijdse uitweidingen die uiteindelijk weer terugcirkelen naar het verhaalheden, waarin Telemachus op zoek gaat naar zijn vader.

En zo vertelt Mendelsohn zijn eigen verhaal óók. Hij gaat als het ware op papier op zoek naar zijn vader. Het begint ermee dat zijn vader zijn colleges over de Odyssee bijwoont. Dat leidt tot de anekdote die zijn vader vaak vertelde over zijn Latijnse leraar op school, en waarom hij nooit aan de Aeneas toegekomen is (dat ultieme vader-verhaal). Dan weer naar het commentaar van de vader op de studiekeuze van zijn zoon.

Het duizelt me en tegelijk voel ik alle hersencelletjes vol vreugde aan het werk. Eigenlijk bizar dat die zak drop het toch elke keer weer (tijdelijk) weet te winnen.

Geplaatst in lezen, literatuur | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

over monsters en de werking van het geheugen

Ik werd op Facebook door nicht Bianca genomineerd om mijn 10 favoriete kinderprogramma's te plaatsen.
Nu kregen wij pas in Heerenveen televisie (we verhuisden in 1966 vanuit Leeuwarden), dus de eerste 10 jaar van mijn leven zag ik alleen tv bij opa en oma, of bij één vriendinnetje, bij wie het op woensdagmiddag altijd razend druk was. Okkie Trooy herinner ik me, en Snuf en Snuitje.

Maar het oudste programma zag ik bij opa en oma, en ik herinnerde me alleen nog een glinsterende nachthemel. Een titel die bij me bovenkwam was Bolke de Beer, maar dat was een boek van pake en beppe. Dus eindeloos gesnuffeld op al die jeugdsentimentsites, en het bleek Barend de Beer. Dat eindigde met een zwaai KlaasVaakzand, en hij kwam aangedreven op een wolk. Op de achtergrond zie je verlichte flats, precies ons uitzicht vanuit de flat in Leeuwarden (Nylân).
Van het intromuziekje herinnerde ik me niets meer.

Maar iets anders trof me. Hoe Barend de Beer zijn hoofd door de gordijnen steekt.
Ik heb inmiddels What it Is van Lynda Barry binnen, en dat nodigt op een bijzondere manier uit tot autobiografisch schrijven. Ze vertelt over haar kinderangsten, en over monsters. Welke monsters had jij als kind? Ik kon mij niets voor de geest halen.
Tot ik Barend de Beer zag, zonet. Ik had mijn slaapkamergordijnen altijd op een brede kier, zodat het een beetje licht bleef. Maar op een nacht droomde ik – ik vermoed na een eng voorleesverhaal – van een heks die op haar bezemsteel langs mijn raam vloog en kwaadaardig naar binnen keek. Voortaan wilde ik mijn gordijnen helemaal dicht.

Geplaatst in autobio, schrijven | Getagged , | Een reactie plaatsen

tillevisie

Ik kloeg op twitter mijn nood over het gebrek aan mooie programma's bij de NPO.
Wegens ziekte zit ik hele dagen thuis. Overdag weet ik mij goed te vermeien met diverse zaken, maar 's avonds vind ik het wel fijn om tv te kijken. Ik heb zo mijn vaste riedel van #dwdd of #ditisM en dan #gtst, en meestal kan de tv daarna uit. Programma's die ik nog wel de moeite waard vind zijn vaak te laat. Op prime time, zo van half 9 tot 10 uur, zijn er over het algemeen alleen van die talking heads programma's die in feite net zo goed op de radio kunnen. Goedkoop waarschijnlijk, al die voxpopjes. Ze melken allemaal zonder enige deskundigheid dezelfde problemen uit. Kookprogramma's, lijfstijlprogramma's, bangmaakprogramma's (Radar, Opgelicht, Zembla), zieligetoestandprogramma's …

Wat wil de NPO eigenlijk? Ik zou hun mission statement wel eens willen lezen.

Ze reageerden vlot op mijn tweet. Ik kon immers terecht op hun themakanalen! Of op Start Plus! Voor elk wat wils!
Ze denken serieus dat ik naar de NPO ga voor wat ik wil? Voor al die mooie series die zij niet uitzenden?

Nee, van de Nederlandse Publieke Omroep die van Mijn Belastingcenten wordt bekostigd, verwacht ik dat ik op prime time de televisie kan aanzetten en iets moois, grappigs, interessants of verrijkends kan zien (zoals nu helaas alleen op zondag). Want, beste NPO, ik weet niet welke doelgroep jullie willen bereiken met je Start Plus? Tegenwoordig is live tv-kijken, met z'n allen naar hetzelfde programma, twitter in de aanslag, het énige wat televisie nog een meerwaarde geeft boven het zelf bij elkaar sprokkelen van favoriete series en docu's.
Kijkers wegjagen met teksten in de trant van "als het je niet zint ga je toch lekker naar Start Plus" lijkt me wel de meest foute stap die je kunt zetten.
Waarbij ik nog wel even wil opmerken dat ik heel veel naar de radio luister (Radio1 en 4) en daar een stuk tevredener over ben.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged | 6 Reacties

Lynda Barry – Syllabus

Dit boek kreeg ik aangereikt via een van mijn boekblogvriendinnen, ik zocht het op en werd meteen door het uiterlijk getroffen: zo'n Amerikaans schoolschrift, geweldig!
Het is wat de titel zegt: een syllabus, een lesprogramma voor een cursus die The Unthinkable Mind heet. Barry baseert zich qua theorie op de inzichten van Iain McGilchrist en zijn boek The Master and His Emissary: The Divided Brain and the Making of the Western World, dat gaat over de verschillende hersenhelften en hun functies, die helemaal niet zo duidelijk gescheiden en symmetrisch zijn als dat mooie plaatje van die kleurrijke ontploffing van de rechter helft ons wil doen geloven.

De studenten van de cursus moeten kennis nemen van de theorie, zoals ze ook verschillende films moeten zien, interviews moeten luisteren, en gedichten moeten lezen en uit het hoofd leren. Maar vooral moeten ze een heleboel schriften vol maken. Alles om het proces zijn werk te laten doen zonder dat die nadenkende geest roet in het eten gooit. Ze moeten opnieuw leren tekenen, maar wat ze krijgen is geen tekenles. Wat de bedoeling is, is dat ze zonder oordeel laten komen wat komt, dat ze oefenen zonder dat het meteen iets moet 'worden' of 'voorstellen' maar alleen om de hand vaster te maken en de eigenschappen van verschillende materialen te leren kennen. Ze moeten spiralen tekenen terwijl ze luisteren, ze mogen zoveel snoep eten als ze willen als ze maar ieder snoepgoedje eerst natekenen, ze mogen poppetjes tekenen in de stijl van Ivan Brunetti. Er staat een leerzame trailer van zijn boek Cartooning: Philosophy and Practice op Youtube.
Dit geeft niet alleen moed en zin om te tekenen, het biedt ook inzciht in de structuur van verhalen.

Studenten moeten herinneringen ophalen en beschrijven en/of tekenen, daarvoor heeft Barry een prachtige vragenlijst die ik ook zeker overneem voor autobio-lessen. Hij is ook van toepassing op fictieve scènes, om een personage uit te diepen en om alle zintuigen in te zetten.

Syllabus is, al met al, een chaotisch maar mega-inspirerend boek waar ik voorlopig nog niet klaar mee ben. Zelf ben ik meer van het methodisch leren (iedereen wilde ook altijd mijn uittreksels bij kunstgeschiedenis) maar het kan helemaal geen kwaad om het allemaal eens anders aan te pakken. Vooral omdat ik bij heel veel creatieve boeken zo'n gevoel heb van been there, done that.

Ik heb een aantal citaten opgeslagen op mijn bord Wijze Woorden op Pinterest, en als je Lynda Barry Syllabus intikt in Google afbeeldingen krijg je een goede indruk van hoe het boek er van binnen uitziet.
Nu eens aan mijn boekblogvriendin vragen of ik What it Is ook moet aanschaffen.

Geplaatst in creatief, recensies, schrijven | Getagged , , | 1 reactie

Madeline Miller – The Song of Achilles

Ik maakte mij het lezen van Perrotta dragelijk door het af te wisselen met dit boek. Ik hoef de besprekingen van Anna en Bettina niet dunnetjes over te doen (ik verbaasde me erover dat dit boek dus al zo lang geleden onder mijn aandacht was gebracht en ik het nu pas heb gelezen).

Wat een wereld van verschil tussen beide boeken. Waar Perrotta niet verder kijkt dan zijn neus (of een ander lichaamsdeel) lang is, gaat Miller onvoorstelbaar diep de diepte in. Ze laat zich zakken tot op de bodem van de mythe om die, gezien met haar ogen vanuit haar ziel, opnieuw te vertellen. En ze vertelt hem alsof ze er zelf bij aanwezig was. We zien de zee van hout (die enorme oorlogsvloot op weg naar Troje), we ruiken de brandstapels, we voelen de zachte gladde huid van jonge geliefden, we horen de zee en het bos en het vuur, we kijken in de ziel van goden en mensen en rouwen mee om hun noodlot.

Hoe bewerktstelligt een schrijver dat?
Door héél diep te gaan, en vervolgens op te schrijven wat daar waar te nemen is, heel precies, met alle zintuigen, en met doorleefde vergelijkingen. (Hier is natuurlijk kennis van zaken ook heel belangrijk bij, en Miller is classica.)
Door als verteller te kiezen – in dit geval Patroclus, de geliefde van Achilles – degene voor wie het meest op het spel staat (en er moet veel op het spel staan). Dat is een volstrekt nieuwe kijk op een oeroud en overbekend verhaal, dat van nature door een alwetende verteller wordt verhaald, dat legt andere nadrukken en stelt vragen bij wat ooit vanzelf sprak.

Het is als met Antigone van Ali Smith, het maakt de mythe opnieuw relevant voor ons.
Ik denk nog even aan andere oudheid-boeken die ik las, zoals The Children of Jocasta. Daar werd het mythische aspect juist irrelevant verklaard, weggepoetst. Ook Henry Treece ontdeed de mythe van zijn – niet voor niets eeuwig bewaard gebleven – essentie. Wat Miller zo knap doet, is alle mythische aspecten (goden, voorspellingen, noodlot en hubris) handhaven en er toch geen onwerelds sprookje van maken.
Wat een prachtig boek. Ik ben benieuwd naar Circe.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 8 Reacties

Wie bepaalt wat kunst is?

Vorige week viel ik al zappend in het tweede deel van het 2doc-3luik over de 11 Friese fonteinen.
Het is me helaas niet mogelijk om ze te gaan bezoeken, maar dat is ook niet waar ik over wil schrijven. Het waren een paar schokkend arrogante opmerkingen van Anna Tilroe, de niet-Friese motor achter dit hele project, die me troffen.

Ik heb wel eens een opzet gemaakt voor een cursus over kunst en creativiteit. Ik ben ervan overtuigd dat iedereen recht heeft op zijn eigen kunstopvatting, zijn eigen schoonheidservaring. Waarbij ik me natuurlijk terdege bewust ben van het feit dat je naarmate je meer weet, meer kunt waarderen. Zo had ik vroeger een enorm (Calvinistisch?) vooroordeel tegen de Barok. Toen ik had geleerd wat deze stroming beoogde, keek ik heel anders naar de feestelijke theaters die barokkerken zijn.
En nu ik zo langzamerhand weer losgezongen raak van de canon van de kunstgeschiedenis (Kunst = dat wat door de Kunstgeschiedenis bestudeerd wordt) vind ik opeens zoveel andere uitingen van creativiteit die me aanspreken!
Het idee dat me voor ogen stond, was dat mensen zouden gaan schrijven over de afbeeldingen die ik ze liet zien. Wat ik beoogde, denk ik, was mensen leren bewust te kijken naar mooie dingen, en te bedenken: waarom vind ik dit mooi, wat vind ik hier precies zo mooi aan, wat doet het met mij. In de hoop dat hen dat het zelfvertrouwen zou geven te durven schrijven over wat hen echt beweegt en raakt.
Hierbij wilde ik alleen een aanreiker en verrijker zijn: kijk, dit is er, en dit, en dit, wat vind je ervan?

Ha, daar vind ik een document terug (uit 2012). Kunst en Bezieling, heet het.

Een bijzondere cursus waarin aan de hand van de hoogtepunten uit de kunstgeschiedenis duidelijk gaat worden wat je bezielt: van welke kunstwerken gaat jouw hart open, en wat kun je daarmee voor je eigen creativiteit?
We vliegen in vogelvlucht door de hele kunstgeschiedenis heen, en pikken in elke periode de krenten uit de pap. Wat bezielde de kunstenaars in die tijd? Wat wilde deze kunstenaar laten zien met dit kunstwerk? Wat spreekt jou daarin aan en hoe kun je dat vertalen naar je eigen bezieling?
Een cursus voor iedereen die
- op zoek is naar nieuwe inspiratie
- een persoonlijke visie zoekt, en die wil verwoorden
- voorbeelden zoekt om de eigen creativiteit een nieuwe impuls te geven
- wel meer van kunst wil weten maar niet de droge feiten
- zich wil laven aan het moois dat de mensheid in 25 eeuwen heeft voortgebracht
De cursus eindigt met een mission statement voor jezelf:
hier houd ik van, hier ben ik dol op, dat komt door … en … en ik wil deze inzichten gebruiken om …

Tilroe staat te boek als iemand die het 'gewone volk' bij haar project wil betrekken. In de docu horen we: "Die band tussen kunstenaar en publiek is essentieel voor het slagen van 11 Fountains, vindt Tilroe: zonder draagvlak bij de omwonenden van de fontein is volgens haar het hele project tot mislukken gedoemd."
Maar wat zegt zij in de docu?
"It was an interesting discussion, having to explain what art is, and what an artist is. That is a total different way of thinking. […] They don't want it. And I try to explain them [sic] that it's not about the real thing, but that art is about storytelling. But also with unusual visions of the world."
Dat is dus wat zij onder een 'discussie' verstaat: van bovenaf uitleggen wat Kunst is.
En aan het einde: "Inspraak over een kunstwerk moet je nooit hebben. […] Dan krijg je de middelmaat ook."

Het wordt tijd dat het belang van kunstonderwijs (weer) wordt ingezien, dat regeerderen zich niet langer minachtend over kunst uitlaten en het elitair noemen. Dan kunnen zulke koningineenoogjes hun persoonlijke smaak niet zo ondemocratisch opdringen aan dat 'gewone volk' dat er 'geen verstand' van heeft.

Geplaatst in kunst | Getagged | 9 Reacties

Tom Perrotta – Mrs. Fletcher

Ik schreef er al over in de nieuwsbrief: hoe diverse mannelijke auteurs hun vrouwelijke personages neerzetten is om te huilen. Inmiddels heb ik op twitter het draadje met de voorbeelden teruggevonden.
Perrotta lust er ook wel pap van. Zijn hoofdpersoon, de 45-jarige lege-nester Eve Fletcher, is een onversneden MILF. Nu zoon Brendan naar de universiteit gaat, kan zij los. Porno kijken, lesbische zoenen uitwisselen, een triootje met dat meisje en een oud-klasgenoot van Brendan, Perrotta's kwijl (of ander lichaamsvocht) loopt nog net niet van de bladzijden.

Ze heeft het er wel moeilijk mee, hoor, want ze is immers een keurige mevroj.
Die wel halfnaakt de telefoon opneemt omdat ze het bovenstukje van haar pyjama niet kan vinden. Die wel een beetje verliefd wordt op een jonge medewerkster bij de bejaardensoos en haar ontzettend gaat zoenen. Wat is het toch met mannen en lesbo's? Amanda is trouwens niet lesbisch maar bi, maar natuurlijk let ook zij alleen maar op borsten. She was distracted by the woman's breasts, which were small and pert, with optimistic upturned nipples. (p77) (Proud little cheerleader boobs, heten ze even later ook nog.)

Amanda en Eve gaan een keer een wijntje doen (ondergeschikte en cheffin) en het gesprek gaat ook meteen over seks. Eve vindt een jongen op haar cursus leuk, en Amanda zegt meteen: It's like a porn fantasy come true.
Dan hebben we nog de activistische Amber. Brendan wordt verliefd op haar, en zij, ondanks al haar feminisme valt altijd op foute mannen: all of them hard-drinking guys with buff, hairless chests, marinated in privilige, unable to see beyond their own dicks. Och, wat heeft de Perrottaman een rijkgevulde fantasie! En een grote zak vol cliché's ook! En gaande het boek vergeet hij ook dat hij in Eve's vertelperspectief zou blijven, zo hijgerig kijkt hij mee naar haar MILF-porno-filmpjes. [she watched …] Tranny Seduces MILF three times in a row, despite the fact that the characters were speaking Portuguese with no subtitles, though in Eve's defense, they weren't saying much besides Oy! and Deus!

De stijl is matig, onorigineel en met een boel head-hopping, de personages zijn stuk voor stuk stomvervelend, en het einde is helemaal dat je bek ervan openvalt. Mrs. Fletcher in een geel japonnetje op het gazon, waar ze gaat trouwen met de loodgieter van de bejaardensoos, en de volslagen mislukte Brendan mag aan het werk in zijn bedrijf.
Toen die keer dat ze bijna naar bed zou met die oud-klasgenoot voelde het haar toch een beetje te tawdry and demeaning. Dat gaf precies weer wat ik voelde bij het lezen van dit boek.
(Gelukkig vond Frija het heerlijk liggen.)

PS ik ben het ook erg eens met deze recensie op Goodreads.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Auke Hulst – en ik herinner me Titus Broederland

Als dit boek me ergens aan deed denken, dan aan Nei de Klap van Trinus Riemersma. Dat rondzwerven, die noodlottige sfeer, de ramp die uiteindelijk iedereen treft. Maar verder was het volslagen nieuw en origineel. Ik lees te weinig Nederlands, het is elke keer weer een schok als ik ontdek dat ook zó kan, zo rijk en zintuiglijk en fantasievol.

Ik schreef in de nieuwsbrief over het boek De kunst van het Schrijven van Kees 't Hart, die daarin verschil maakt tussen de 'stijl van de koning' en de 'stijl van de godin.' Daarbij staat de eerste voor een rechttoe rechtaan verhaal, met gezag verteld en maar voor één uitleg vatbaar. De stijl van de godin wijst de weg naar het onderaardse, het mystieke, het veel-zijdige. Je benadert de werkelijkheid niet door de feiten op te sommen, maar door je onder te (laten) dompelen in ervaringen.

De tweeling Titus en Brae (een woord in Titus' verzonnen taal, dat Broer betekent) worden in dit dystopische landschap als duivelskinderen gezien. (Qua godsdienstigheid moest ik denken aan The Handmaid's Tale.) Als ze huis en haard moeten verlaten, omdat een enorm zinkgat de wereld opslokt, moeten ze altijd uitkijken dat ze niet opvallen. Ze trekken westwaarts omdat ze zo graag de zee willen zien (go west young man, go west …).

Mensen houden zich in leven met landbouw en met het delven van aardbloed, een soort brandstof die voor van alles gebruikt kan worden, en die de wereld flink vervuilt. Wat het leven de moeite waard zou maken – kunst, boeken, muziek – is goddeloos dus verboden.

Wat je hoopt is dat ze de zee vinden en daar gelukkig zullen zijn. Maar dat is het verhaal van de koning. In het verhaal van de godin staat de zee voor veel meer, en dat beïnvloedt de broers heel verschillend. Niets is eenduidig in dit boek. Ik heb me zelfs afgevraagd óf er wel twee broers zijn. Misschien is het één persoon, in tweeën gehakt door de wrede wereld waarin hij is opgegroeid.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

Tara Westover – Educated : a memoir

Soms is een boek bijna te pijnlijk om te lezen. Niet zozeer vanwege de gebeurtenissen, hoewel ik die soms ook met de ogen half dicht las. De gruwelijke details van brandwonden en andere vreselijke ongelukken werden me vaak bijna te veel. Maar het waren vooral de dingen die herkenbaar waren, zij het duizendmaal erger en duizendmaal uitvergroot. Hoe het is om op te groeien onder de knoet van Vaders Wil is Wet en een moeder die daar niet tegenop gewassen is.
Tara groeit op in een Mormoons gezin, op een berg in Idaho, met vijf broers en een zus. Het begin deed me sterk denken aan het liedje Ode to Billy Joe.

Vader gelooft dat het einde der tijden nabij is en legt voedsel- en benzinevoorraden aan. De kinderen gaan niet naar school want dat zijn indoctrinatieinstituten van de Illuminati, en ze gaan niet naar de dokter want genezing ligt in de handen van God (hierin bijgestaan door moeder, die heilzame kruiden gebruikt). Het gezin verdient de kost met sloopwerkzaamheden, die onder levensgevaarlijke omstandigheden worden uitgevoerd. Ook Tara werkt mee en doet de gevaarlijkste dingen, waarbij ze ook af en toe gewond raakt. Ze wordt geterroriseerd door een van haar broers, die net als pa pretendeert de wil van God uit te voeren om zijn zuster op het rechte pad te houden.

Tara weet zich uiteindelijk aan dit milieu te ontworstelen: eerst door zelfstudie, later aan de universiteit. Uiteindelijk schopt het ongeschoolde meisje, voor wie holocaust en slavernij en rassenongelijkheid volslagen onbekende begrippen waren, het tot Cambridge en Harvard.
Maar diep van binnen voelt ze dat het allemaal nep is, dat ze daar niet thuishoort, dat ze van het rechte pad af is. Keer op keer probeert ze zich met haar familie te verzoenen. Verstandelijk weet ze inmiddels hoe de vork in de steel zit – dat wat haar vader en broer verkondigden en nog verkondigen helemaal niet de onaantastbare waarheid is, dat zij manipulerende psychopaten zijn – maar haar hart blijft altijd smeken om goedkeuring en erkenning.

Zij krijgt van de hele familie te horen dat de verwijdering haar schuld is, dat wat zij zegt allemaal gelogen is, ze weet zelf bijna niet meer wat nu wel of niet echt gebeurd is. Op een gegeven moment gelooft ze zelfs dat ze haar dagboekverslagen uit haar duim gezogen heeft.
Dat is het werk van de psychopaat en zijn juichaapjes. Bijna niemand durft zich aan haar kant te scharen. Maar ze zijn er goddank wel. Daar moest ik van huilen.

Het boek is zo prachtig geschreven dat ik het wel in z'n geheel zou willen citeren. Maar hier een paar citaten die ik heb onderstreept omdat ze me zo aanspraken.

p135
Suddenly that worth felt conditional, like it could be taken or squandered. It was not inherent; it was bestowed. What was of worth was not me, but the veneer of constraints and observances that obscured me.

p199
I had begun to understand that we had lent our voices to a discourse whose sole purpose was to dehumanize and brutalize others—because nurturing that discourse was easier, because retaining power always feels like the way forward.

p216
To admit uncertainty is to admit to weakness, to powerlessness, and to believe in yourself despite both. It is a frailty, but in this frailty there is a strength: the conviction to live in your own mind, and not in someone else’s. I have often wondered if the most powerful words I wrote that night came not from anger or rage, but from doubt: I don’t know. I just don’t know.
Not knowing for certain, but refusing to give way to those who claim certainty, was a privilege I had never allowed myself. My life was narrated for me by others. Their voices were forceful, emphatic, absolute. It had never occurred to me that my voice might be as strong as theirs.

p270
It’s astonishing that I used to believe all this without the slightest suspicion, I wrote. The whole world was wrong; only Dad was right.

Geplaatst in recensies | Getagged , , | 3 Reacties