Frija’s Dagboek (12)

De vrouw ging in het kleine kamertje en ze deed de deur dicht! Ik mocht er helemaal niet bij! Wel een uur lang bleef ze daar, en toen kwam ze naar buiten en haar handen waren blauw en geel en goud en ze moest allemaal dingen afspoelen onder de kraan. Gelukkig hebben we 's avonds nog heel veel gespeeld. Ze kan met haar vingers naar mij toe wandelen over de tafel en dan weet ik niet meer dat zij daar aan vast zit. Ik speel ook oerwoudje met de planten, dat heeft ze gefilmd! Slingeren aan de theedoek is ook fijn.
Ik heb ook nog een lievelings die níet mag: op snoertjes kauwen. Waarom zijn verboden dingen juist het lekkerst?
's Morgens weer heerlijk op het grote bed, en ik maak nu een héél snel racecircuit: brrrrmmmm op het kastje met de glinsterdoek, vrrrrmmmm achter het schilderij langs en zo hoep! weer op het bed. Het gaat zo snel dat de vrouw geen tijd heeft om NEE te roepen. Trouwens, als ik meteen daarna spinnend onder haar kin kruip moet ze alleen maar lachen en mij aaien.



Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties

Frija’s Dagboek (11)

Vanmorgen heb ik klapjes gehad. Ik was met de nageltjes op het kastje met de glinsterdoek geklommen. Ik deed nog snel of ik er niet was, maar de vrouw ziet alles!
Verder houdt ze wel veel van mij hoor. En ik ook van haar. Toen ze gistermiddag thuiskwam, zat ik klaar op het Grote Zoemapparaat om haar te verwelkomen. Oja, het heet een printer. Als ik op het goede knopje druk begint hij te zoemen en dan spuugt hij zomaar een stuk papier uit.
's Avonds moest ik weer even beesten. Het tafeltje met de stenen vind ik ook leuk, daar heb ik er al een paar van op de grond gegooid. Ik ben speciaal mooi gaan zitten voor de foto, dat vindt de vrouw zo lief van mij. Na al het racen viel ik zo hard in slaap dat ik helemaal in de knoop zat.



Geplaatst in autobio | Getagged | 6 Reacties

Frija’s Dagboek (10)

De vrouw zegt dat het twee keer per dag stormt in mij. Eerst 's morgens. Dan speel ik oorlogje met de sprei en met de vrouw. AU! roept ze, maar het is al te laat, ze heeft BLOED. Op haar arm en op haar hand. En als ze zegt dat ik niet op de glinsterdoek mag, luister ik helemaal niet. Ik zeg jomtiedom en ren weer ergens anders heen.
Daarna gaan we naar de kamer. Daar liggen overal speeltjes en krijg ook vaak een nieuw speeltje. Zoals vandaag het plakbandje van de bananen, dat was leuk! Alleen verdween het onder de koelkast, en zelfs met een stokje kwam het er niet onder uit.
De andere storm is 's avonds na het eten. Dan race ik door het huis, spring van alle stoelen zo hard ik kan. De vrouw probeert een foto te maken maar weg ben ik alweer! Naar de tv! Daar zit een gek wit vierkantje op dat ik eraf wil krabben maar het blijft gewoon zitten.
En dan opeens … boem. Is mijn batterijtje leeg. Val ik heerlijk in slaap bij de vrouw op schoot.
Oja, en ik ben alwéér niet aan het toetsenbord gekomen, lief hè?





Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

vertellers

Op mijn bespreking van Beautiful Animals kwam de vraag of ik de schrijver niet verwarde met de auctoriale verteller. Uhm … nee?
Het verhaal wordt verteld door een onzichtbare vertel-instantie, die je in dit geval met heel veel goede wil een alwetende verteller zou kunnen noemen. De alwetende verteller kan in alle hoofden en harten kijken en op alle plaatsen tegelijk zijn. Dat kan een mooi perspectief zijn voor een grootse familiesaga. Terwijl Jantje in Amsterdam liep te bedelen, had zijn zusje een baan als dienstmeisje gevonden bij een vooraanstaande familie in Groningen, dat werk.

In Beautiful Animals is dat niet aan de orde. Het daar gehanteerde perspectief is wat we noemen het meervoudig personaal perspectief. Verschillende scènes, verschillende perspectiefpersonages, het geheel verteld in de derde persoon (hij/zij). Binnen dat perspectief blijf je in die scène in het hoofd van één persoon. Spring je van hoofd naar hoofd, dan noemen we dat head-hopping. Dat is niet alleen ontzettend lelijk, het ondermijnt ook de kracht van het verhaal. (Wat zou Beautiful Animals een stuk beter zijn geweest als Osborne zich had beperkt tot de perspectieven van Naomi en Faoud.)

Een auctoriale verteller is zo'n opa-met-pijp-verteller. En nu, beste jongens en meisjes, gaat onze held verder naar het gevaarlijke land van … Het was in die tijd heel gewoon om … Hij laat zich horen, geeft commentaar op de situatie, maar neemt geen deel aan de avonturen. Hij kan al of niet samenvallen met de auteur van het verhaal.
Dat is dus een ander geval met een verteller die een bijfiguur is. Ik denk bijvoorbeeld aan Nick uit de Great Gatsby. Hij is zijdelings betrokken bij het verhaal, en hij geeft zijn visie op de gebeurtenissen. We beleven het verhaal door zijn ogen.

Nu geef ik iedere schrijver het voordeel van de twijfel. Van onze Aberdeense boekenclubjuf heb ik geleerd om er altijd vanuit te gaan dat een schrijver iets met opzet doet. Dus in het begin dacht ik dat Osborne op deze manier de symbiotische relatie tussen de twee meisjes wou weergeven, wou laten zien hoe Naomi de veel zachtaardiger Sam als het ware opslokt.
Maar toen ik het hem met andere personages net zo zag doen, wist ik dat het gewoon slordigheid was.

Een schrijfster die ik ontzettend bewonder, doet hetzelfde. Louise Penny, van de Inspecteur Gamache-serie. Haar detectives spelen zich allemaal af in het sprookjesachtige dorp Three Pines, waar iedereen iedereen kent, en waar de schok van een misdadiger in hun midden extra hard aankomt. Daar is het zó effectief. Je wordt als het ware ondergedompeld in het dorpsleven, je voelt met iedereen mee, en het heeft ook dat afgesloten-wereld-effect dat een sprookje kenmerkt.
Het is als met alle andere kunsten: pas als je de regels beheerst, kun je er effectief van afwijken.

Geplaatst in schrijven | Getagged , | 2 Reacties

Frija’s Dagboek (9)

Ik was wel een klein beetje bang toen ik hierheen kwam met de auto, alles was zo onbekend, maar toen we thuis waren durfde ik al heel snel uit de mand om de boel te gaan verkennen. Daarna ben ik nooit meer bang geweest. Maar gistermiddag was er opeens een verschrikkelijk hard geluid. Alsof het huis zelf een brullend monster was geworden. De vrouw zei dat de buren beneden aan het boren waren maar ik weet toch niet wat boren is? Ik voelde alleen maar dat vreselijke gebrul. Eerst sprong ik in de boekenkast, toen naar het verste hoekje van de keuken, en pas toen het stil werd kroop ik bij de vrouw op schoot. Ik hoorde nog steeds rare geluiden dus ik durfde niet te gaan spinnen. Het duurde heel lang voor ik niet bang meer was.
Toen pakte de vrouw ook nog een groot ding dat heel veel lawaai maakte, ze trok het met zich mee door alle kamers. Maar dat vond ik lang zo eng niet als het boren. Dus dat vind ik wel flink van mezelf.
Verder ben ik heel braaf geweest. Ik ben niet tijdens het eten op tafel gesprongen maar netjes in de kast blijven zitten. 's Avonds keek de vrouw weer naar de tv en lag ik heerlijk op schoot. En vanmorgen heb ik Al Qaeda'tje gespeeld met de dekens. De vrouw zei dat Vorige Poes dat ok altijd deed.




Geplaatst in autobio | Getagged | 2 Reacties

Lawrence Osborne – Beautiful Animals

Dit was een stomvervelend boek dat lijdt aan de kwaal waar wel meer moderne boeken aan lijden: misselijke hoofdpersonen. In dit geval twee verwende jonge vrouwen die met hun ouders op vakantie zijn op Hydra, een Grieks eiland. Als daar een Syrische vluchteling aanspoelt, besluiten ze hem te helpen. Niet zozeer uit menslievendheid als wel uit verveling. De hele zaak loopt dermate uit de hand dat het boek hier en daar als thriller geklasseerd wordt.

Wat wil een schrijver met zo'n boek, vraag ik me dan altijd af. Dat had ik bijvoorbeeld ook met Freedom van Jonathan Franzen (een leesclubboek, dat ik anders zeker niet had uitgelezen). Waarom zou ik tijd door willen brengen met verwende krengen die niets zinvols te melden hebben?
Beautiful Animals is ook nog eens slecht geschreven.
Osborne heeft moeite met het vertelperspectief, headhopt soms zo verschrikkelijk dat je even moet terugbladeren welke "she" hier bedoeld wordt.

Hij voegt regelmatig buitenlandse woorden in die ons een authentiek gevoel moeten geven, maar op een lachwekkende manier.

Amy made them sit and eat the moussaka the maid had prepared. It was the very dish Jimmie had urged to have made for them.

Goh! Bijzonder! Alsof je iemand in Amerika heel speciaal aanraadt om een hamburger te eten!
Hij beschrijft een autorit door Italië alsof hij een anwb-gids overschrijft, terwijl ik denk dat iemand op de vlucht wel iets anders aan zijn hoofd heeft dan wetenswaardigheden over bezienswaardigheden.
Hij schrijft dingen die ik niet begrijp.

They sat on the bed for a while with their knees curled up beneath them.

Het is mij persoonlijk nooit gelukt om mijn knieën op te krullen.

Hij maakt een hele toestand van de vluchteling die in een huis arriveert waar geen kruimel eten te vinden is. De volgende ochtend haalt hij koffie, brood en kaas uit de auto waarmee hij gevlucht is. Die kaas smaakt natuurlijk nog uitstekend na een hete nacht.

Hij put zich uit in doorwrochte vergelijkingen. De ene keer glimlacht zij alsof de glimlach een vlieger aan een touw is, de andere keer alsof het een touw is dat aan een paardenbit trekt.

Hij stapt als schrijver constant het toneel op om ons te vertellen wat de personages voelen. En ook dat weer lachwekkend. Over een restaurant dat de Syrische vluchteling onderweg bezoekt: It wasn't worth a detour. Ik neem toch niet aan dat Faoud normaal met de Michelingids op zak reisde.
Of deze: She was suddenly sobbing to herself without knowing why. Uhm … door het verschrikkelijke wat ze heeft meegemaakt misschien?
Of zo'n beschrijving: he was obviously English in some way. Je bent of duidelijk Engels of op een bepaalde manier Engels.

Faoud pikt een liftster op.

She was twenty-two and art student; her father owned an furniture restoring factory in Brescia specialising in the eighteenth century.

Ja, dat vertel je natuurlijk als eerste als je met iemand kennismaakt.

Faoud verbergt zich achter een klooster. Een monnik ziet zijn auto staan.

"Are you lost?" he called out in Italian, but not understanding Faoud waved and smiled back.

Weer die schrijver met zijn klompen op het toneel.

Het is mij een raadsel waarom het boek zoveel goede recensies krijgt. Er is er maar één het hartgrondig met mij eens, Alex Preston in the Guardian: a novel that lingers only briefly in the mind, briefer still in the heart.

aanvulling: over het vertelperspectief

Geplaatst in recensies | Getagged , | 9 Reacties

Frija’s Dagboek (8)

Vanmorgen heb ik voor het eerst op de slaapkamer naar buiten gekeken. Ik zag de lucht en allemaal vogels. Er hangt daar ook een hele mooie glinsterende doek maar de vrouw werd boos toen ik daarmee wilde spelen. Dus toen deed ik maar snel of ik mijn pootje moest schoonmaken tussen de nagels. Dat vindt de vrouw zo knap van mij. Ze noemt het jomtiedommen. Als ik mis spring, of als zij boos wordt, net doen of je heel iets anders van plan was. Jomtiedom! Ik heb de storm in de kop geloof ik, ik kan niet ophouden met racen en stout doen vandaag. Ik heb de vrouw ook al gekrabt. Dat gaat zomaar per ongeluk.
De vrouw is erg moe, zegt ze. Gister heeft ze nog geprobeerd om een hoge klimtoren voor mij te vinden, zodat ik ook in de kamer naar buiten kan kijken. Ze kwam zo moe thuis! Maar zonder klimtoren. Nu moet ze even heel rustig aan doen zegt ze, en ik probeer me in te houden maar WOOOOOOSSSHHHH daar vlieg ik alweer. Maar ik ga wel netjes niet meer op het toetsenbord. Toch vrouw?


Geplaatst in autobio | Getagged | Een reactie plaatsen

Frija’s Dagboek (7)

Nu ben ik hier alweer een week! Ik ben mijn zusje bijna vergeten, maar heel soms denk ik dat ze in het zwarte kastje woont. En toen ik gisteravond op mijn tafeltje naar buiten keek, dacht ik dat ik haar zag op het balkon. Gelukkig speelt de vrouw wel veel met mij. Ze was gisteravond aan de telefoon en ze zei dat het hele huis een racecircuit is voor mij. Dat is ook zo. Ik ga van de grijze stoel via de blauwe stoel naar de boekenkast en zo op tafel en van de tafel naar de bank en van de bank op het tafeltje van de tv (ik weet nu dat dat geen grote tablet is. Als je er met je pootjes aankomt, verandert er niks). Ik mag niet áchter de tv, terwijl daar juist zoveel snoertjes zijn. Dus dat doe ik lekker 's nachts.
Toen ik vanmorgen op de printer sprong, kwam er zomaar een papier uit! Dat ga ik vaker doen!
Ik mag niet op tafel als de vrouw aan het eten is, maar dan is er juist zoveel om op af te springen. Hoe voorzichtig ik ook sluip, ze ziet het steeds. Ik heb aan haar beker geroken, en we hebben 's middags weer heerlijk geslapen.
Daarna ging de vrouw boodschappen doen, maar ze was al heel snel weer terug. En boos. Ze ging weer naar beneden met de bezem en het veger-en-blik. Ik geloof dat de vuilniszak met kattenbakspul gescheurd was. Daar kon ik gelukkig niks aan doen.



Geplaatst in autobio | Getagged | 6 Reacties

Frija’s Dagboek (6)

Jullie wisten niet welke glinsterende stok ik bedoelde hè? Nou, ik heb het nagevraagd, het heet een antenne. Die zit aan de radio. Hij hoort eigenlijk schuin rechtop te staan maar ik heb hem lekker naar beneden getrokken.
Verder hebben we gister heel veel lol gehad met de bank. De vrouw had het nieuwe kleedje niet goed vastgemaakt aan de onderkant, ze dacht zeker dat ik dat niet ontdekken zou, hihi. Mooi wel, het was net een hangmatje speciaal voor mij, heb er heerlijk in geslapen tot ze thuiskwam. Nu heeft ze het kleedje vastgenaaid, intussen klom ik natuurlijk steeds overal overheen. Klimmen en vliegen zijn mijn lievelings. En daarna bijten. Antennes, pennen, snoertjes (dat mag niet, NEE, maar ik doe het stiekem toch). En daarna slapen en geaaid worden. Nu ga ik eerst weer eens even op het grote zoemapparaat klimmen. (Dat heet een printer zegt de vrouw, en ze tilt me er gelijk af. Flauw!)




Geplaatst in autobio | Getagged | Een reactie plaatsen

Frija’s Dagboek (5)

Elke dag is er weer iets nieuws, dat is zo leuk. Gister ging de vrouw nieuwe stof om de kussentjes naaien, want die stonden niet mooi meer bij het kleedje op de bank vond ze. Ze pakte een kluwen draad, knipte daar een stuk af, en ging de stof vastnaaien. Elke keer die draad! En franje aan de kussentjes! Ik kon mijn pootjes er niet van afhouden. Ze zette me steeds weer op de grond. Dan deed ik heel even net of ik op de stoel zou blijven zitten, dan keek ik even voorzichtig bovenhet tafelblad uit of ze op me lette, en dan zat ik er al weer op. En dan met een grote zwaai weer op de grond en alles weer van voren af aan, ik vond het machtig.
Toen ze de grote tablet aanzette, was daar zulke mooie muziek op! Het klonk als een vogeltje met een diepe stem. De vrouw nam er een glaasje drinken bij, dat rook zo griezelig vond ik. Mensen houden van hele rare dingen.
Ze vinden ook hele rare dingen niet goed, ik snap er soms niks van. Ik mocht wel aan draadjes komen, maar er stak ook een glinsterend stokje uit de stof, even proeven natuurlijk, schreeuwt zij weer NEE en pakt het stokje uit mijn bekje. Hier bij het bureau staat een ding met een hele lange glinsterende stok eraan, daar mag ik weer wél aankomen.
Toen we naar bed moesten deed de vrouw nog iets heel gemeens. Ze spoot iets op me uit een flesje, het rook heel vies. Ik heb heel hard geblazen (ik wist niet dat ik dat kon!) en haar gekrabt. Ik hoef ook niet álles goed te vinden wat zij doet al is ze ook de vrouw.


Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties