Consolations 23 Hiding

Hiding done properly is the internal faithful promise for a proper future emergence, as embryos, as children or even as emerging adults in retreat from the names that have caught us and imprisoned us, often in ways where we have been too easily seen and too easily named.

Het lijkt of David Whyte zijn Consolations speciaal voor mij geschreven heeft, en natuurlijk voor iedereen die meer thuiszit dan hij zou wensen. Het is troostend te weten dat daar niets mis mee is, dat het zelfs helend kan zijn, dat het zelfs goed zou zijn voor meer mensen, om in verborgenheid tot zichzelf te komen. Dit is een tijd waarin iedereen alles blootgeeft over zichzelf – of zo lijkt het. Natuurlijk gooien we de mislukte foto's weg en 'delen' we op mislukte dagen een grappig filmpje of een cartoon over Trumpmans.

In verborgenheid bloei ik als een exotische vogel die al lang uit de mode is. Ik probeer te ontkomen aan het beeld, de vastgestelde identiteit, me door anderen gegeven.

Het beeld voor deze collage komt uit Houston. De laatste paar weken woonden we daar in een appartement dat grensde aan een onbebouwd terrein. In de hitte wordt dat in no time een krokodillige jungle, met hoge grassen en geelgestreepte waadvogels en een gezoem en getsjirp van jewelste. De natuur verbergt zich, midden in een wereldstad. (Ik heb er een foto van die geen recht doet aan mijn telelenzige herinnering.)

Hiding is creative, necessary and beautifully subversive of outside interference and control. Hiding leaves life to itself, to become more of itself. Hiding is the radical independence necessary for our emergence into the light of a proper human future.

Het is alleen de kunst om hoop op die emergence te houden.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 6 Reacties

Louise Penny – Kingdom of the Blind

Ik ben een hele slechte detective-lezer. Tijdens het lezen kan ik de plot al niet volgen, laat staan dat ik hem zou kunnen navertellen. Het gaat mij dan ook helemaal niet om de plot. Het gaat mij om de sfeer, om de personages, om de thema's op leven en dood.

De serie van Louise Penny over Armand Gamache voldoet daar helemaal aan. Vanaf het eerste boek volgen we Gamache, en zijn opklimming tot hoofdcommissaris. We volgen ook verschillende van zijn agenten, voor wie hij een mentor en een leermeester is, en soms een geduchte tegenstander. Het gaat heel vaak over loyaliteit, en hoe mensen elkaar verschrikkelijk teleurstellen daarin. Sommige delen zijn echt om te huilen zo aangrijpend. (Sommige zijn ook iets minder goed, te onwaarschijnlijk of té veelomvattend.)

In Kingdom of the Blind draait het om een testament dat tot een moord leidt, en om een partij carfentanil (harddrugs) die elk moment kan worden losgelaten in de stegen van Montréal. Dat laatste gegeven borduurt voort op het vorige boek, het eerste is het detective-element specifiek voor dit boek. Het eindigt allemaal tot-diep-in-de-nacht-doorlezig spannend (zoveel heb ik er dan nog wel van begrepen).

Maar het leukst (en dat vond ik ook al bij de Havank-serie over de Schaduw) zijn toch al die andere personages, al die excentrieke inwoners van Three Pines, een verborgen dorpje ergens in Quebec, dat geen bereik heeft en maar één weg er naartoe. Je gaat van ze houden, je ziet het hele dorp voor je, je smult mee van de (soms vreemde) heerlijke maaltijden, je ziet ze voor je, de stokoude dichteres met haar eend onder de arm, de schilderes met altijd klodders verf in haar haar, de twee homo's die de dorpsbistro runnen … Het is elke keer weer thuiskomen. En hoewel de plots ingewikkeld zijn, en de ontknoping elke keer bloedspannend, heb je aan het eind datzelfde gevoel als bij Asterix: ze zitten allemaal om de tafel, te smullen en te drinken en elkaar vliegen af te vangen. Soms staan ze even verdrietig stil bij iemand die gewond raakte … maar dat is voor het volgende boek. Ik kan niet wachten!

Geplaatst in recensies | Getagged , | 1 reactie

Consolations 32 – Nostalgia

Er is vrijwel niets waar ik met nostalgie aan terugdenk. Het verleden zoals ik het kende is al heel lang ten einde gekomen. Schellen van de ogen, noemen ze dat.
Natuurlijk denk ik met nostalgie terug aan de tijd dat kindeke nog klein was. We hadden het altijd zo gezellig samen. Ik denk dankbaar terug aan al het moois dat ik gezien heb, overal ter wereld. Aan de fijne mensen die ik heb leren kennen, maar die ik ook weer moest achterlaten. Er zijn genoeg redenen om te zeggen: als ik het over mocht doen, zou ik het toch weer zo doen. Al was het maar om kindeke.
David Whyte schrijft: Nostalgia is not an immersion in the past, nostalgia is the first annunciation that the past as we know it is coming to an end.
Voor mij is nostalgie dat je met warme gevoelens aan iets terugdenkt. Als je opeens ziet dat je beeld van het verleden totaal niet klopt, brengt dat geen nostalgie. Integendeel. Het brengt het verblindende licht van een atoombom. Je kunt nooit meer ont-zien wat je dan ziet.
Wat overblijft aan nostalgische plaatjes (ik denk aan poeziealbumplaatjes) zijn fragmenten, losgeknipt uit het geheel dat nooit meer heel wordt.
Naakte beelden, woestijn, en rozen.
Nostalgie is ook niet meer wat het was.

ook deze collage is te koop op werkaandemuur

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Sarah Perry – Melmoth

Na After me comes the flood en The Essex serpent verheugde ik me enorm op de nieuwe Sarah Perry: Melmoth. En allemachtig, wát een boek is dit. Het is zoveel tegelijk dat je het eigenlijk meerdere malen moet lezen om alles mee te krijgen. Dit is dus een bespreking na eerste lezing. Gisteravond laat las ik het uit, en het is heel lang geleden dat ik zo werd aangegrepen door een boek. Het einde is ontroerend, en het grijpt me naar de keel omdat het me rechtstreeks aanspreekt, en het heeft nog een ademsnakkende onthulling in petto.
Maar geregeld vertellen.

Helen Franklin, grijze Engelse muis van in de veertig, heeft zichzelf in ballingschap gezonden vanwege een in het verleden gepleegde zonde. Ze werkt als vertaalster (van gebruiksaanwijzingen enzo) in Praag, waar ze een kaal kamertje heeft gehuurd bij een schilderachtige heks van in de negentig. De enige vrienden die ze heeft opgedaan zijn Karel, die ze heeft leren kennen in het café van de universiteitsbibliotheek, en zijn kleurrijke vrouw Thea.
Via Karel komt ze in het bezit van een geheimzinnig manuscript, geschreven door ene Josef Hoffman, dat niet alleen diens levensgeschiedenis bevat, maar ook verschillende andere documenten die betrekking hebben op Melmoth.

Natuurlijk ging ik "Melmoth" meteen googelen. Het blijkt ook een plaats in Zuid-Afrika te zijn. Maar vooral kwam het boek uit 1820 tevoorschijn van Charles Maturin: Melmoth the Wanderer. Ik heb het gevoel dat ik dat eigenlijk zou moeten lezen, om een beter begrip te krijgen van Perry's Melmoth. Zelf zegt ze erover dat het zó griezelig is, dat ze af en toe de hand op de bladzij moest leggen.

Perry wilde met dit boek een gothic novel schrijven, en zien hoe ver ze dit genre kon oprekken. Door haar verblijf als writer in residence in Praag vond ze de ideale locatie. Verder heeft ze al van kinds af aan het gevoel gehad dat alle mooie literaire griezels mannen zijn: daarom maakte zij van Melmoth een vrouw. Door allerlei echt-lijkende bronnen op te voeren twijfel je er als lezer geen moment aan dat dit een bestaande mythe is. Perry's Melmoth is een Getuige. Zij was bij de vrouwen die het lege graf van Christus aantroffen, maar toen de anderen dit verder vertelden, ontkende Melmoth alles. Voor straf moet zij over de aarde zwerven tot ze bij de wederkomst uiteindelijk vergeven zal worden. Melmoth is iemand die toekijkt daar waar zonden begaan worden. Denk concentratiekampen, genocide, godsdienstoorlogen, moord … zij kijkt toe, zij loopt in haar rookflardige zwarte kledij met bebloede voeten over de aarde. Zij is het gepersonifieerde schuldgevoel, het geweten van de mensheid. Ik moest ook denken aan een begrip dat bij Pinkola Estés voorkomt: de zonde-eter. Melmoth zoekt gezelschap, zoekt iemand om het leed en de eenzaamheid mee te delen, ze probeert zondaren te verleiden met haar mee te gaan op haar zwerftochten.

Niet alleen de naam en tot op zekere hoogte de thematiek is ontleend aan Maturin, ook de vorm – met verhalen-in-verhalen-in-verhalen – gaat terug op zijn boek. Perry vertelt in een interview met Waterstones dat ze daar eerst over twijfelde: mag dat zomaar? Tot ze beseft dat 'intertekstualiteit' het juist hélemaal is, tegenwoordig. De toon van de vertelstem, die af en toe in de ik-vorm de lezer rechtstreeks aanspreekt, doet negentiende-eeuws aan, en het decor natuurlijk eveneens.

Hoewel de geschiedenis van Helen zorgt voor de narrative drive – wat heeft zij gedaan dat zóveel boetedoening vergde – is het lang niet het enige verhaal dat de lezer als getuige oproept. En bij ieder verhaal moet je als lezer denken: wie is hier schuldig? Wat zou ik gedaan hebben? Wat moet boetedoening bewerkstelligen? Verzoening? Vergiffenis?

Er zijn veel nachtelijke scènes in spookachtig Praag, steeds is in een hoekje een duistere figuur zichtbaar, of is er het gevoel van achtervolgende voetstappen. Maar de ware griezeligheid ligt in de mensheid en zijn capaciteiten om zonden te bedrijven. In die zin is het een actueel boek, en een waarschuwing. Plichtsgetrouwe ambtenaren leiden uiteindelijk tot dode kinderen op stranden.
"Allemachtig. Wát een boek," verzuchtte ik luidop toen ik het uit had.

(En mocht je mij niet geloven, lees dan deze prachtige recensie.)

Geplaatst in recensies | Getagged , | 13 Reacties

Consolations 5 – Beginning

Ik was al eerder aan Beginning begonnen (ik schreef er hier over), maar dat werkte toen niet goed. Ik vond het resultaat niet mooi en besloot voortaan weer zonder vooropgezet thema collages te maken.
Deze collage noemde ik pas in laatste instantie Beginning, en dat voornamelijk vanwege de laatste zin van dit stukje bij David Whyte: the answer safely in the realm of impossibility.
Je weet wel wat je moet doen om aan iets nieuws te beginnen, maar je durft het nog niet aan, je stelt het uit, je laat de horizon in de verte en het antwoord veilig in het rijk der onmogelijkheden. Juist dat zag ik in de blik van die vrouw, een tekening van Fernand Khnopff.

Maar het begin van de inspiratie lag bij een collage op Facebook van Meikel S. Church, ik heb hem opgeslagen op mijn bord Knutselideeën op Pinterest. Er staat een schilder op met een palet, waar de kleuren vanaf waaien in perforator-confetti. Ik lekker aan de slag met wat blauwe gelli prints die van zichzelf niets waard waren. Er was wel een hele mooie bij die ik had gemaakt door water op de gelli plate te spuiten met de anti-Frija-spuit. Daarbij zocht ik meer blauws: de doek om het hoofd van de vrouw bestaat uit twee Maria-jurken. Ik herinnerde me dat ik een foto van mijn ronde bubbeltjesvaasje eens op deli paper had afgedrukt. Ik zag in de kraag van een Engelse gravin opeens een soort patatzakjes …

En zo ontwikkelt zich dat. Dan nog een achtergrond erbij zoeken, de onderdelen erop leggen en vervolgens vastplakken en dan nog het citaat erop schrijven.
Wat David Whyte schrijft over beginnen, gaat over grote levensbeslissingen. Het beginnen van een nieuw creatief project is veel simpeler. Om met Campbell te spreken: follow your bliss.

Ook deze collage is te koop bij werkaandemuur.

Geplaatst in creatief | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Hanny Michaelis – Lenteloos Voorjaar

Wat maakt het lezen van dagboeken toch zo fascinerend? Ik heb het altijd gehad, sinds ik voor het eerst Anne Frank las. Ik heb er al eerder over geschreven ook, herinner ik me.

Ik kende Hanny Michaelis eigenlijk niet, of hooguit van naam. Zou ze het zelf gewild hebben, dat haar schoolmeisjeszieleroerselen werden gepubliceerd? Hoe dan ook, ik heb ervan genoten. En dat genot bestaat uit zoveel verschillende aspecten! In de eerste plaats is er de herkenning. Die eindeloze verliefdheden, het eindeloze analyseren daarvan, met aplomb meedelen dat het nu écht over is, terwijl een paar dagen later een blik van de aanbedene het vuurtje weer net zo hard opstookt.

Bewondering is er, voor de algemene ontwikkeling, voor het lezen van literaire werken in álle moderne talen, en de woordenschat waarmee ze beoordeeld worden. Voor de gedichten, die wel melodramatisch maar ook heel knap zijn van metrum en rijm. Voor de schilderachtige natuurbeschrijvingen.

Verbazing is er, dat het leven van een Joods gezin op wat geldzorgen na gewoon doorging, in de eerste jaren van de oorlog. Wel begint het net zich samen te trekken: naar de bibliotheek gaan wordt verboden, Joodse leraren moeten van school … maar ze fietst nog onbekommerd door de stad en door de vrije natuur daar buiten. Er zijn wel af en toe bombardementen, ze moeten af en toe het bed uit wegens luchtalarm, maar toch lijkt de oorlog nog ver weg, en de hoop op een spoedige vrede leeft nog bij iedereen.

Als lezer weet je wat haar nog te wachten staat. Zo heb ik mijn eigen dagboeken een paar jaar geleden ook herlezen, vanuit een soort medelijden, "met de kennis van nu" ziend waar tóen al kiemen gelegd werden voor wat er later allemaal mis zou gaan.
Deel twee – De Wereld waar ik Buiten Sta – ligt al klaar. Het schoolmeisje is van school af, kan niet gaan studeren, en gaat dus maar als dienstmeisje aan het werk. Ik lees en leef met haar mee.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

Consolations 39 – Robustness

Als de collage af is, laat ik mijn ogen door de inhoudsopgave van Consolations glijden, en tot nu toe is het steeds zo geweest dat het woord dat ik erbij uitkoos, meteen het juiste was. Met het juiste mooie citaat om ergens in de collage op te schrijven, meer of minder leesbaar.
Robuustheid is een woord dat ik vrijwel nooit gebruik, en dat meteen paste bij de stoere houten bijl (tenminste, dat zie ik erin) in het midden van deze collage.
Mezelf zie ik bepaald niet als robuust. Wanneer voelde ik me voor het laatst zo? Heel vroeger, toen ik zonder vrees in hoge bomen klom? Of toen ik in het expatleven allerlei dingen regelde en ondernam die ik eerder niet voor mogelijk hield? Of toen ik, na een pittig traject bij de Tigra, zonder pijn mijn koffer de Parijse metrotrappen op- en afzeulde?
Maar dan valt mijn oog op de zin die de collage ingaat: Robustness demands we find a calm center in the midst of tumult. Robuustheid kan ook psychisch zijn, dus. Hoe kapot ik ook gemaakt ben door het leven, ik blijf sterk. En ik merk een zekere twijfel om dat op te schrijven. Ik kan me gebeurtenissen voorstellen waar geen robuustheid tegen opgewassen zal zijn. Daarover vind ik niets bij David Whyte, of het moest dit zijn:
A robust response always entertains the possibility of humiliation, it is also a kind of faith; a sense that we will somehow survive the impact of a vigorous meeting, though not perhaps in the manner to which we are accustomed.

ookdeze collage is te koop op werkaandemuur

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Consolations 50 – Vulnerability


Wat David Whyte schrijft over kwetsbaarheid deed me meteen denken aan Safety is an Expensive Illusion van Julia Cameron.
Je kunt je wel willen opsluiten in je in steen gehakte gevoel van veiligheid en onkwetsbaarheid, maar zo werkt het niet. In je jeugd denk je dat misschien, dat het mogelijk is om alles onder controle te houden. Maar het verlies van je jeugd, van je gezondheid, van geliefden, maakt duidelijk hoe kwetsbaar je bent. En dat de enige keus die je hebt is: hoe bewoon je die kwetsbaarheid? Word je een bange klager, of bewoon je je kwetsbaarheid als een genereuze inwoner van verlies? To inhabit vulnerability as a generous citizen of loss, alsof Loss een land is. En meteen gaan mijn gedachten naar Lossiemouth en vandaar naar Findhorn, waar het allemaal begon.
Het was wonderlijk hoe ik voor deze collage op drie beelden stuitte die allemaal een hand missen.

ook deze collage is te koop op werkaandemuur

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 4 Reacties

Consolations 51 – Withdrawal


Weer heb ik eerst de collage gemaakt en daarna gekeken bij welk woord uit Consolations hij paste. Ik begon met twee grote gelli prints, de ene een moeras van donkere groenen en blauwen, de andere een gebouw met veel raampjes, de meeste ondoorzichtig maar enkele zette ik open voor de kijker erachter. Ik vond twee mooie poortjes die toegang konden bieden maar in essentie gesloten bleven. Wat nu?
Groen, wist ik. Takken, blaadjes. Ben zowat een hele middag bezig geweest met het uitknippen van de rechter bamboetak. Die spiegel lag nog op mijn bureau van de uitgeknipte deuropeningen in Scandinavische interieurs voor de vorige collage.
Op zoek naar paden naar de poortjes kwam ik de ladder tegen.
Klaar! Nu nog een citaat.
Ik wist meteen welk woord het moest worden.
Je terugtrekken, schrijft David Whyte, heeft alles te maken met het opnieuw opzoeken van je essentiële basis, met het loslaten van de mooie en verlokkelijke afleidingen van het leven om terug te keren tot je echte zelf en je echte werk.
Vaak houden we vast aan iets onvruchtbaars, niet omdat we geloven dat het nog iets zal voortbrengen, maar omdat we willen vasthouden aan het verhaal zoals we besloten het te vertellen. Door je terug te trekken kun je je valse zelf achter je laten. We trekken ons niet terug om te verdwijnen, maar om nieuwe grond te vinden en een nieuw gezichtspunt.
We withdraw not to disappear, but to find another ground from which to see.
Ik geloof dat dat één van de zinvolle dingen is, die mijn ziekte mij brengt.

Ook deze collage is te koop op werkaandemuur.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , , , | 4 Reacties

Consolations 47 – Touch

Na Beauty ging ik gehoorzaam verder met Beginning. Ik stelde me een vrouw aan een strand voor, zicht op de horizon, rotsachtige obstakels overwonnen. Ik zocht dus naar onderdelen van een plaatje dat ik in mijn hoofd had en maakte daarmee mijn nieuwe collage. Toen hij klaar was, vond ik hem niet mooi! (Hij staat op Pinterest op mijn bord Proces.)
Er bestaan vast kunstenaars die dat wél kunnen, een beeld in hun hoofd een op een vertalen naar het werk. Voor mij werkt het niet. Ik moet, zoals ik ook schrijf op werkaandemuur, doen wat het werk vraagt, niet wat mijn hoofd bedenkt.
Dus het gaat niet lukken om de troostwoorden uit Consolations netjes op volgorde af te werken. Ik ga weer gewoon collages maken, en passen ze ergens bij dan is dat meegenomen.
Zo gebeurde het gister dat de collage die ik onder handen had – ontstaan vanuit een verlangen naar werken met oud papier (schutbladen van boeken, lege vellen uit fotoalbums) – opeens over Touch bleek te gaan. Vooral de laatste zin raakte me diep: untouched, we disappear.
Kom eens gauw bij me, mijn katje.

dit werk op werkaandemuur

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , , | 2 Reacties