Consolations 4 – Beauty

Beauty is the harvest of presence, the evanescent moment of seeing or hearing on the outside what already lives far inside us.
Schoonheid is de oogst van aanwezigheid, het vluchtige ogenblik waarin we buiten ons zien of horen wat al lang heel diep binnenin ons leeft.
Pas geleden hadden we een kunstwerkenchallenge op Facebook: plaats afbeeldingen van 10 van je favoriete kunstwerken, zonder commentaar.
Ik had de volgende: San Apollinare in Classe, het beeld Expansion van Paige Bradley in Brooklyn), het schilderij Jupiter en Io van Correggio,
de fresco's van San Lorenzo door Fra Angelico, Westraven keramiek, de Rothko Chapel in Houston, het aboriginal schilderij Waterhole door Sarrita King, Afternoon Sun, Lake Superior, door Lawren Harris, Paul Klee – Hauptwege und Nebenwege.

Hoewel heel verschillend, en qua beleving onvergelijkbaar – sommige in real life gezien en ervaren, andere alleen online opgedoken – geven ze me allemaal hetzelfde gevoel van ademloosheid. De adem stokt omdat het niet te bevatten is dat iets zó mooi kan zijn. Er hadden nog veel meer kunstwerken op die lijst gekund – bij allemaal heb ik blijvend dat gevoel van ver- en bewondering.

Wat David Whyte over schoonheid schrijft, gaat voor mijn gevoel meer over schoonheid in de natuur, van een mooi mensengezicht of –lijf tot een indrukwekkend landschap. Dan is dat moment inderdaad vluchtig. De mens kan heel lelijk kijken, het jubelende landschap heel somber lijken op een ander moment. Ik houd ontzettend van woestijnen, van kale bergen – zonder kerstkaartdennen - , van reuzenbomen, van de zee. Maar bij het woord schoonheid denk ik toch in de eerste plaats aan kunstwerken. En heb geen idee hoe dat te vertalen in een collage. Maar laten komen wat komt, ik ben benieuwd!

***
Hoewel ik houd van hele stille dingen – Rothko, Klee, Westraven – word ik jubelend blij van paars en turquoise en goud, van Neuschwanstein, kortom. Mijn innerlijke Sissi, een van mijn geheime ikken, komt nergens zó aan haar trekken. Zo koos ik de kleuren, ging op zoek naar Sissi, en dit werd het!

Geplaatst in autobio, creatief, kunst | Getagged , , | 3 Reacties

Consolations 3 Anger

Bij het woord Anger denk ik als eerste aan de uitspraak van Julia Cameron: Anger is Fuel. Woede is brandstof, voor creatie vooral. Zet je woede om in een verhaal, een kunstwerk, wat dan ook, máák er iets van.
Het tweede waar ik aan denk is Medusa, voor mij de verpersoonlijking van kwaad worden, van iemand willen verstenen met mijn blik, van zelf ook verstenen omdat er geen begrip, geen compassie meer kan zijn in het licht van wat mij is aangedaan.
Omgaan met woede is mij nooit geleerd, want woede bestond eenvoudigweg niet. Jij bent niet boos, jij bent moe. Met deuren slaan, een grote mond geven, het was onbestaanbaar. Het is een inprenting die grote invloed op mijn gezondheid heeft gehad. Ingeslikte woede maakt depressief en ziek.
Welke kleur heeft woede? Rood. Vlammend rood.

Dat lees ik ook bij David Whyte: anger is the purest form of care, the internal living flame of anger always illuminates what we belong to, what we wish to protect and what we are willing to hazard ourselves for. Was het een wonder dat ik nooit wist wat ik wilde? Dat ik te horen kreeg: ja maar jij wilt nooit iets. Nee, want die vlam mocht nooit hoog genoeg oplaaien om te verlichten waar het mij werkelijk om ging.
Terwijl de boosheid je dat juist kan vertellen: waar het werkelijk om gaat.
But anger truly felt at its center is the essential living flame of being fully alive and fully here; it is a quality to be followed to its source, to be prized, to be tended, and an invitation to finding a way to bring that source fully into the world through making the mind clearer and more generous, the heart more compassionate and the body larger and strong enough to hold it. What we call anger on the surface only serves to define its true underlying quality by being a complete but absolute mirror-opposite of its true internal essence.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 5 Reacties

Consolations 44 – Shyness

Deze keer ging het andersom. In een collagegroep op Facebook was de challenge: maak een collage in 1 kleur (verschillende tinten mochten wel). Ik had pas weer wat lapjes stof geverfd, en koos een grijsgroengroezelig exemplaar als basis. Plaatjes erbij gezocht in hetzelfde spectrum, van heel licht beige tot donkerbruin. De ginkgo blaadjes pasten er ook mooi bij, evenals de twee verschillende tinten vloeipapier voor de ondergrond.

Toen hij af was bedacht ik: beige. Dat is voor mij de ultieme kleur van verlegenheid. Niet het knalroze blozen, maar het willen versmelten met de achtergrond. Ik was als kind behoorlijk verlegen. Niet tussen mijn stamgenoten, daar kon ik soms wel haantje de voorste zijn. Maar bij vreemde mensen en vooral vreemde kinderen? Wie moest ik dan zijn?

Ik herinner me opeens dat mijn moeder – nog niet eens zo heel lang geleden – het had over een visite bij mensen die ze niet kende. Dat ze dat moeilijk vond, omdat ze dan niet wist wat er van haar verwacht werd. Zó herkenbaar. Je altijd willen voegen naar de mal van de ander. Nooit durven zijn wie je werkelijk bent. (Daarom maak ik me zo kwaad om die ambi-pur reclame van die motormuis die van salsadansen houdt, maar dat angstvallig verbergt voor zijn Harleyvrienden.)

Inmiddels heb ik als vrouw-van genoeg salonfähigheid opgedaan om keurig te kunnen converseren met vreemde mensen. En als schrijfjuf leerde ik om open te zijn, zodat de cursisten zich ook openden. Maar één op één? Ben ik nog steeds ontzettend verlegen. Al weet ik het goed te verbergen.

Wat David Whyte zegt: Shyness is the exquisite and vulnerable frontier between what we think is possible and what we think we deserve.
De uitgelezen, kwetsbare grens tussen wat we voor mogelijk houden en wat we denken dat we waard zijn.
We zijn het niet waard om warts and all geaccepteerd te worden. Maar oh, als het toch eens mogelijk was …

En ik zie hoe – wonderlijk – dit allemaal in mijn collage is geslopen.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 2 Reacties

Iran, bakermat van de beschaving

Vandaag werd ik eindelijk weer eens wakker met het gevoel: ja, nu gaat het wel lukken. Hop naar Assen, naar de prachtige tentoonstelling Iran, bakermat van de beschaving in het Drents Museum.
Het was verbijsterend mooi. Zoals altijd was de inrichting passend en sfeervol, alsof je rondloopt op de souq, met tegen de wanden een compleet nagebouwd reliëf uit Persepolis.
Goud, zilver, aardewerk, glas …
Wat mij altijd weer ontroert is het besef dat mensenhanden dit gemaakt hebben, ZEVENDUIZEND jaar geleden! Toen gromden wij hier nog in beestenvellen rond! Hoe is het mogelijk dat zulk teer aardewerk überhaupt bewaard is gebleven. Hoe is het mogelijk dat ze zulk fijn goudsmeedwerk konden maken, zonder vergrootglas. En waarom maakten ze een brandbom, en versierden ze het aardewerken omhulsel zo mooi?
Foto's vallen thuis altijd tegen, maar ik heb het gevoel dat ik beter kijk als ik foto's maak. En na een uurtje ben ik volslagen uitgeput, en dan heb ik 's middags nog een uitgebreid nagenietmoment. Ik heb de mooiste eruit gezocht (beetje van mezelf en een beetje kalefaterwerk van photoshop).
De aardewerken beker is uit 4000 bC, de grote oranje voetschaal uit 5000 bC, de zilveren rhyton (drinkbeker) uit 850-550 bC, die gouden rhyton met dat verbijsterende filigrainwerk uit 559-331 bC, die schaal met al die beestjes uit 224-651 AD, de brandbom uit 1200 AD, en dat beeldige armbandje uit 2600-2400 bC.
Gaat dat zien.














Geplaatst in kunst | Getagged , | 4 Reacties

Consolations 2 – Ambition

Het werd mij meestal op verwijtende toon toegevoegd: "Jij bent helemaal niet ambitieus." Ik liet dat gelaten naar binnen glijden, zo van "sorry mijn schuld" en "alweer zo'n waardeloze eigenschap van mij." Want ik was tevens lui, ongedisciplineerd, slap, egoïstisch en ongevoelig (omdat ik niet snel in huilen uitbarstte) en alles waaide mij aan, wat heel slecht is voor je karakter. Zo laat men zich door anderen definiëren, al vroeg doordesemd van het besef dat anderen het altijd beter weten en tevens áltijd het beste met je voorhebben. Ik was de luizebol, de nietskunner, de nutteloze dromer, want als mijn talenten echt iets voorstelden was ik toch wel rijk geworden, of niet dan?
Stil maar.

Eeuwen later lees ik bij David Whyte over ambitie:
• Ambition is frozen desire.

• We may direct the beam of ambition to illuminate a certain corner of the future world but ultimately it can reveal to us only those dreams with which we have already become familiar.

• Ambition takes willpower and constant applications of energy to stay on a perceived bearing; but a serious vocational calling demands a constant attention to the unknown gravitational field that surrounds us and from which we recharge ourselves, as if breathing from the atmosphere of possibility itself.

Of, zoals ik zelf schrijf in de nieuwsbrief van september:
• Aanwaaisels getuigen niet van gemakzucht, ze getuigen van een artistieke ziel die zich openstelt, die vertrouwt op de eigen waarneming, of die nu binnen of buiten plaatsvindt. Aanwaaisels zijn cadeaus die je gewoon mag aannemen.

Wat ik in de collage zie – droomduiding – zijn standbeelden, gezichten met molenstenen van eeuwen, een breekbaar glas met bloed gevuld waarvan de dode duif – duif is dood meneer – probeert te drinken, en die figuur van Munch, de schreeuwer voor de schreeuw.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 4 Reacties

Consolations 1 – Alone

In maart schreef ik in de Nieuwsbrief al over Consolations (Troostwoorden) van David Whyte. Ik hing de lijst met woorden op mijn knutselkamertje, vast van plan om er iets mee te doen. Maar de de gezondheid gooide roet in het eten, en ik vergat het ook weer. Ik ging aan de slag met het fantasyverhaal en het grote kunstwerk dat daarmee samenhing. Toen dat eindelijk af was (4 juli, zegt Facebook) vond ik het ook fijn om weer meer 'los' te werken, gewoon met wat me te binnen viel of wat de gelli plate opwierp.

Een paar dagen geleden kwam er weer een post van David Whyte voorbij waarvan de tekst me zó aansprak.
Vooral deze zin:
To rest is to become present in a different way than through action, and especially to give up on the will as the prime motivator of endeavor, with its endless outward need to reward itself through established goals.
En zo kwamen ze weer terug in mijn gedachten, de troostwoorden. Ik heb besloten (voor nu dan, hè) om collages te maken aan de hand van de woorden, en waar mogelijk of zinvol een mooie zin uit de tekst te verwerken.

Ik ben begonnen met Alone, en deze zin:
Alone, we live in our bodies as a question rather than a statement.
Ik heb lang gedacht over hoe ik dat vertalen zou. In je lichaam te zijn als een vraag, dat begrijp ik, dat voel ik ook zo. Maar in je lichaam te zijn als een statement, hoe vertaal je dat dan? Een mededeling over jezelf? Kijk, mensheid om me heen, hier zie je mij, speciaal voor jullie aangekleed maar aan de rest kan ik niet zoveel doen?
Ik zie nu pas dat ik de expansieve figuur het vraagteken heb gegeven, en de smalle, ineengedokene het uitroepteken, de mededeling. Een collage is vaak net zo veelzeggend als een droom.

Ik heb er een nieuw bord voor aangemaakt op Pinterest.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | Een reactie plaatsen

leeservaringsverhaal

Madeline Miller - Circe
Margaret Atwood - The Penelopiad

Ik heb Circe uit, en wat moet ik er na de uitgebreide bespreking van Anna nog over schrijven? Mijn eigen leeservaring dan maar weer, zoals zovaak gekoppeld aan het recensieboek dat ik tussendoor ook las. A Life Without You, een luchtig niemendalletje ondanks dat het als thema rouwverwerking heeft. Dat las als een trein, wat op zich ook een teken van vakvrouwschap is. Niets om je aan te ergeren, aansprekende personages en dilemma's en een fijne romantische ontknoping. In zijn soort nix mis mee.

Circe las veel moeizamer. Er zat voor mijn gevoel te weinig narrative pull in, tenminste in vergelijking met Song of Achilles. Daar stond echt iets op het spel, was er echt een doel om te bereiken. Ondanks het feit dat het verhaal bekend is, wist Miller haar perspectief zo te kiezen dat er een nieuw drama ontstond.
Het verhaal van Circe (ik denk ook nog even aan het kunstwerk van Anselm Kiefer) kent geen einde, ze is immers een godin dus onsterfelijk, ze klaagt er ook over hoe alles maar voortduurt, duizenden en duizenden jaren. En op driekwart valt bij mij het kwartje: mijn leeservaring is haar leefervaring.

Miller schrijft ongelooflijk mooi. Haar poëtische toon en fraaie vergelijkingen doen bijna Homerisch aan. Daar leer ik van. Ik ben te hooi en te gras en hapsnap bezig met mijn fantasy-verhaal, en erger me aan de kinderboekvoorleestoon die er als vanzelf insluipt en die meteen de Censor wakker maakt. Zie je wel! Je kan het niet.

Het boek eindigt met de komst van Penelope en Telemachus naar Aiaia, het eiland waar Circe naartoe is verbannen. Het schiet me te binnen dat ik al heel lang een boek van Margaret Atwood op mijn lijstje heb staan: The Penelopiad. Het blijkt een satirische, feministische hervertelling te zijn van de geschiedenis van Penelope, tot en met de thuiskomst van Odysseus. Ze vertelt haar verhaal eeuwen en eeuwen na haar dood vanuit de onderwereld, waar ze af en toe wat van haar tijdgenoten tegenkomt. Het is grappig, en totaal anders van toon en van bedoeling. Het leest als een trein. Tsjoektsjoek tsjoektsjoek, er blijft niet veel van hangen bij mij.

Nu gaan we met de leesclub The Handmaid's Tale lezen. Ik heb het al gelezen, en ben heel benieuwd of de tv-serie nu van invloed zal zijn op hoe ik het herlees.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , , , | 2 Reacties

Fredrik Backman – Björnstad – Beartown

Een klein Zweeds dorp, ergens hoog en diep in de bossen, ontleent eigenlijk alles – bestaansrecht, identiteit, werkverschaffing – aan het plaatselijke ijshockeyteam. Het is dan ook van levensbelang dat het team dit jaar de finale haalt, anders komt er geen nieuwe ijsbaan, zullen alle sponsors afhaken, en zullen alle spelers naar een naburige stad verhuizen. Als op een kwade nacht (bijna op de helft van het boek) een vijftienjarig meisje door een van de ijshockeyers wordt verkracht, lijkt het belang van het team en de dorpsgemeenschap zwaarder te wegen dan de berechtiging van de dader.
Op zich een goed gegeven voor een verhaal, zou je zeggen. Tikje zwartwit misschien, maar werkbaar, en in deze #metoo-tijden ook behoorlijk actueel. De leesclubvragen bij het boek gaan dan ook allemaal over ethische kwesties en afwegingen. (Ik las het in Engelse vertaling.)

Als dit een schrijfopdracht was, had ik denk ik gekozen voor een vertelperspectief dat afwisselt tussen dader en slachtoffer, en het oordeel geheel bij de lezer gelaten.
Backman heeft gekozen voor de soap-benadering. Alle personages krijgen om en om een scène (of een gedeelte daarvan). Het zijn er zoveel – zowat alle teamleden, alle bestuursleden en sponsors, wat losse moeders en vaders hier en daar en zelfs nog wat out-of-towners. Ik kon ze niet goed uit elkaar houden, al kregen ze stuk voor stuk een stempel waaruit moest blijken hoe Vreselijk Zielig ze waren. Aan dode en mishandelde kinderen geen gebrek. Bordkartonnen cliché's, afgevinkt op een Lijst van Moderne Karakters. De arme allochtoon, de verborgen homo, het kind van de alcoholist, het kind van de streberige vader, het gepeste jongetje … Ongelooflijk hoe een gemeenschap van dergelijke misfits toch steeds de hemel wordt ingeprezen omdat ze zo sterk zijn en geen woorden nodig hebben en het team boven het individu verkiezen en noem maar op.

Het verhaal wordt gelardeerd met tegeltjeswijsheden, omringd door
***
poëtische driesterretjes.
***
Het woord never komt er 334 keer in voor, het woord always 228 keer, zo zeker is Backman van alles wat hij verkondigt.
Zo wordt het boek tot een goedkope tearjerker, en kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Backman gedacht heeft: "Waar zal ik nu weer eens over schrijven, wat levert mij geheid een bestseller op?" En pling! daar ging het #metoo lampje branden.
Het is op zich natuurlijk prima als mensen naar aanleiding van een boek over dergeljke vraagstukken gaan nadenken, daar niet van. Maar dat maakt dit boek nog niet tot een goed boek, hoe lyrisch de 41900 vijfsterders op Goodreads er ook over zijn. Dit is gewoon goedkoop effectbejag en meeliften op een hype. Nu maar hopen dat ik mijn leesclubleden niet op de ziel trap …

Geplaatst in recensies | Getagged , , | 2 Reacties

Virginia Woolf – The Voyage Out

Ik had weer zo'n naar recensieboek dat ik een tegenwicht zocht en vond in Virginia Woolf. Ze blijft toch steeds terugkeren in mijn leven. Haar schrijversdagboek kocht ik al in Houston (later ben ik begonnen aan haar complete dagboeken, nadat ik was begonnen in die vuistdikke biografie van Hermione Lee en die ik nog altijd niet uit heb). Ik las A Room of One's Own heel lang geleden. Afgelopen zondag hadden ze het erover bij OVT, en onlangs schreven Simone van Saarloos en Gloria Wekker erover in De Groene.

Al die tijd had ik nog geen roman van Woolf gelezen, en ik besloot dus maar met de eerste te beginnen. Misschien wel omdat ik online tegenkwam dat die nu pas vertaald is.
Het is een roman die je mee op reis neemt. Letterlijk: het gaat over een reisgezelschap dat van Londen naar Zuid-Amerika vaart en daar een aantal maanden doorbrengt in een fictieve kustplaats. Figuurlijk: het vertelt de levensreis van Rachel Vinrace, een jonge vrouw, nog helemaal naïef en onschuldig, nauwelijks geschoold, grootgebracht bij twee oude tantes, die nu met haar oom en tante meegaat, het leven aanschouwt, verliefd wordt of misschien is het geen verliefdheid, ze weet het niet. In het verhaal is er nog een reis: een Heart-of-Darkness-achtige expeditie de rivier op, de jungle in. Een gezelschap van keurige Engelsen die allemaal anders reageren.

Het vertellen zelf is ook een reis, een expeditie om uit te vinden wat een roman allemaal kan zijn. Het begint bijna als zo'n ouderwets meisjesboek waar ik zo dol op ben, met licht satirisch getekende personages, kleine grapjes waar je echt om in de lach schiet.
[…] Each of the ladies, being after the fashion of their sex, highly trained in promoting men's talk without listening to it […]
[…] At this moment I have a nurse. She's a good woman as they go, but she's determined to make my children pray. So far, owing to great care on my part, they think of God as a kind of walrus […]
[…] The worst of coming from the upper classes," he continued, "is that one's friends are never killed in railway accidents."

Woolf schrijft zo prachtig, ik heb zoveel mooie zinnen aangestreept.
Iemand zit te lezen […] a whole procession of splendid sentences entered his capacious brow and went marching through his brain in order […]
[…] Helen saw her partner coming and rose as the moon rises […]
[…] They sat very still as if they saw a building with spaces and columns succeeding each other rising in the empty space […]
[…] her eye was caught by the line of mountains flying out energetically across the sky like the lash of a curling whip […]

Langzamerhand wordt de roman een symfonie, waarin alle personages hun eigen stem krijgen. Er is niet zozeer een alwetende verteller aan het woord, het zijn meer al die verschillende bewustzijnen die om en om om aandacht vragen. Er zijn gesprekken, gedachten, handelingen, gebeurtenissen, er worden allerlei belangrijke kwesties aan de orde gesteld. Het gaat ook in dit boek (uit 1915) al heel erg over de rol van vrouwen in de maatschappij en in de literatuur. Het gaat over het leven dat de gegoede klasse leidt: heeft het zin? Wat doen mensen eigenlijk de hele dag, wat doen ze met hun leven?
Ik moet toegeven dat ik daar soms moeilijk mijn aandacht bij kon houden, moeilijk al die mensen uit elkaar kon houden. Maar dat maakt me ook bewust van mijn eigen noties over wat een roman moet zijn en doen. Aan het eind is er nog een groot drama en dan besef ik dat ik de personages toch hebt leren kennen en zelfs liefhebben, het gaat me aan het hart wat er met ze gebeurt. Er zijn veel onafgebonden draadjes maar dat geeft niet, zo is het echte leven ook.

Nog een prachtige zin uit de introductie (van Michael Cunningham, van The Hours) die ik pas achteraf las: Woolf understood that every character about whom she wrote, even the most marginal, was visiting her novel from a novel of his or her own.

En nog iets wat aansluit bij de correspondentie in De Groene. Het viel ook mij op dat het personeel en de inheemse bewoners in het boek totaal geen gezicht krijgen. Het eten wordt door onzichtbare handen op tafel gezet. Cunningham schrijft:
She is probably most widely criticized for being class-bound – for writing convincingly, and at length, only about members of the upper classes, the people she not only knew best but liked best.
Zo kun je het als schrijver dus nooit goed doen. Als je schrijft over je eigen milieu ben je een snob, als je schrijft over personages uit andere bevolkingsgroepen ben je een culturele toe-eigenaar. Het gaat erom, denk ik, dat wat je schrijft écht is. Dat je schrijft over wat in jouw leven van levensbelang is. Dan zullen er veel mensen zijn die herkennen wat je schrijft. Er zullen ook mensen denken: wat een luxueus geneuzel zeg. Hun levensbelang ligt elders.
Ik vind het luxueuze geneuzel van een dame uit 1915 van veel groter belang dan het slachtofferige proza van een drugsverslaafde uit 2018.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 11 Reacties

zomergasten

- Heb je Zomergasten gekeken?

Ja, tot 11 uur, toen heb ik hem uitgezet. Had ik veel eerder moeten doen natuurlijk. Ik voelde me idioot uitgeput en verdrietig en boos. Waarom vallen kwartjes altijd zo langzaam en zo laat?

- Welke kwartjes?

Nou, dat ik er wéér in getrapt ben. Dat ik het nóóit leer. Ik had me echt op de uitzending verheugd. Ik vond Romana zo'n ontzettend mooie vrouw, zo'n fijne pittige side-kick bij dwdd, en dan die worsteling met haar zoon … what's not to love? En toch … ik moet nu denken aan die spreuk van Maya Angelou: "When people show you who they are, believe them."
Ongeveer het eerste wat ze zei was: "Ik geloof dat ik het meest 'echt' ben als ik acteer."
Gaande de uitzending kreeg ik steeds meer het gevoel dat ze een act opvoerde, dat ze koste wat kost de macht in handen wilde houden en dat ze daartoe zelfs de presentatrice kleineerde en bewust ontregelde. De fragmenten die ze liet zien waren niet bedoeld om te inspireren maar om te imponeren.
Een heel stuk later beweerde ze dat ze zo kwetsbaar was. En dat ze dat liet zien door te vertellen dat ze zo dominant is. Dat is niet kwetsbaar. Dat is word salad, dat is gaslighting.
Zulke mensen hebben altijd een zielepiet in hun directe omgeving waar ze ontroerend (vaak met tranen) over kunnen vertellen. Een gehandicapt zusje, een jong overleden ouder, een leerling of een patiënt voor wie ze goed doen, een autistische zoon … Daarover vertellen raakt bij iedereen een snaar. Het is een rookgordijn.

- Nou, ik vind het niet kunnen, dat je dat zomaar zegt. Bewijs het eerst maar eens. Die gevoelens van jou … je moet je niet zo aanstellen. Je ziet het helemaal verkeerd. Ik snap niet dat je zo over iemand kan oordelen. Natuurlijk is het niet waar.

Zo ongeveer zag het er gisteravond uit in mijn hoofd. En vandaag betaal ik de tol. Na een week van minder pijn en meer energie is het nu weer een stuk slechter. En net als bij ál die voorbeelden uit mijn leven denk ik wederom dat ik me moet verdedigen. Dat ik niet mag denken wat ik denk, niet mag vinden wat ik vind, niet mag voelen wat ik voel. Want het is slecht en hoe dúrf ik.
In plaats van éindelijk mijn gevoel en de wijsheid van mijn lichaam serieus te nemen.
En morgen éindelijk een afspraak met een psycholoog te maken.

- Zie je wel? Je bent gewoon niet goed bij je hoofd.

Geplaatst in autobio | Getagged , , | 18 Reacties