dipje

Ik ben compleet inspiratieloos de laatste dagen. Er komt geen schrijfsel of knutsel uit mijn handen. Een zomerdip door gebrek aan vakantie, door weer een matige bloeduitslag en aanverwante perikelen. Dan wil ik altijd van alles wat niet kan, zoals verhuizen of andere meubels (terwijl ik alles wat ik heb prachtig vind).
Meestal sla ik dan maar aan 't mariekondoën. Zo heb ik vanochtend toch weer drie boeken en een stapel oud papier verwijderd. En een diploma van kindeke teruggevonden. Ik heb spullen op Marktplaats gezet die nu allebei verkocht lijken (duimduim) en andere spullen in de Gratis in het Noorden Groep die ook worden opgehaald. Goed bezig!
En dan toch – pure verveling – even naar de kringloop. Nou, ook wel een beetje een Artist's Date, deze Handelsfabriek in Tolbert. Vooral heel veel grote, industriële kasten en lampen. De foto is niet representatief, de meeste spullen zijn zwart of van dat enge groen.
Ik heb iets met eng groen. Ik word daar heel bang van. Ik had ooit een nachtmerrie die zich afspeelde in een soort keuken annex slachterij waar de metalen kasten en planken ook van dat groen waren.
Dus nee, ik heb er niets gekocht. Nog maar even door naar de Goud Goed, twee collageboeken over het Oude Griekenland gescoord, waar ik nog steeds verwijl. Binnenkort te bespreken!

Geplaatst in autobio | Getagged , , | 5 Reacties

monsters en eenhoorns

stenen verleden
grot in duister woud
net niet vergeten

Geplaatst in schrijfveerhaiku | Een reactie plaatsen

Natalie Haynes – The Children of Jocasta

Ik kloeg al mijn nood over mijn slecht beklijvende kennis van de klassieke mythen.

Tijdens het lezen van The Children of Jocasta (ik schreef al een stuk over het gebrekkige vertelperspectief daarin) moest ik herhaaldelijk checken hoe het ook weer zat met Oedipus en met Antigone. Alsof het historische personages zijn met een vastliggende geschiedenis. Dat is dus niet zo, verschillende schrijvers vertellen het verhaal op een andere manier. Maar een paar mythische gegevens liggen toch wel vast, met als belangrijkste motief dat van de Sfinx, die Thebe gegijzeld houdt, en van wie Oedipus het raadsel oplost.
Haynes maakt van de Sfinx een legertje struikrovers, dat reizigers in de bergen terroriseert. De Sfinx worden door Oedipus verslagen.
Een ander "vaststaand" gegeven is dat Oedipus (onwetend) zijn vader doodt en zijn moeder trouwt. Als dat uitkomt, verhangt echtgenote Iocaste zich uit schaamte. Haynes maakt er iets heel anders van: Iocaste verhangt zich omdat ook zij besmet is met de pest, en zo wil zij voorkomen dat haar kinderen besmet raken.
Ook verandert Haynes de tijdlijn van het Thebaanse koningschap, en is het bovendien de andere broer die dood voor de roofvogels wordt achtergelaten. Anders dan in het klassieke Antigone-verhaal dat we kennen van Sophocles, hoewel sommige gesprekken deels uit dit stuk zijn overgenomen.

Ik vraag me af wat iemand bezielt om een mythe - een identiteitsverlenende constructie, belangrijk voor de geestelijke gezondheid van individu en volk – zo te veranderen, en vind een mooi artikel waar deze definitie uit afkomstig is.
Deze mythe is in de loop der eeuwen (millennia) heel vaak aangepast of veranderd, altijd om de tijdgeest te ondersteunen of uit te drukken. Moeten we daaruit concluderen dat Haynes de mythe voor onze tijd heeft ontdaan van álle mysterie en van alle taboes? Is dat nu onze tijdgeest?

Ik ben gisteravond begonnen in Oedipus van Henry Treece. Ik was zo ondergedompeld in die wereld dat ik er nog niet uit wilde. Het begint in elk geval een stuk mysterieuzer. Ook heb ik The Story of Antigone van Ali Smith, De naam van Oidipus: Zang van het verboden lichaam van Hélène Cixous en The Cry for Myth van Rolly May nog op het lijstje gezet.
Ik geloof dat mysteries onmisbaar zijn. Alles met TL-buizen verlichten onttovert de wereld, en laat geen ruimte voor wat onverklaarbaar is. Wat er wel is.

Geplaatst in recensies, tijdgeest | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

gezond eten

Waarom maken wetenschappers of andere zelfverklaarde objectievewaarheidweters zich zo druk over het feit dat sommige mensen denken dat ze gezonder worden of zich beter voelen door bepaalde voedingsmiddelen te laten staan?
Welk doel dienen zij uiteindelijk?
Het voelt voor mij net zo als zelfverzekerde atheïsten die dag aan dag moeten verklaren dat Godgelovers achterlijke nitwits zijn die door de wetenschap allang zijn ingehaald. Grappig genoeg verwijten de wetenschappers de natuurlijketers dat zij dat aanhangen als een godsdienst. En dus gek zijn.
Ik denk dat ik een agnost ben. Of misschien iets meer dan dat. Ik heb wel degelijk leiding en/of voorzienigheid ervaren in mijn leven. In mooie kerken ervaar ik een Aanwezigheid (in lelijke kerken niet). Maar of de patriarchale god uit de bijbel mijn God is? Ik weet het niet.

En zo sta ik ook in het voedingsdebat. Mijn eerste reactie, toen ik hoorde dat ik een autoimmuunziekte had, was om alle kunstmatige voedingsmiddelen de deur uit te doen. Al die Knorrzakjes die al levenslang gebruikte, die chips, snoepjes, koekjes en andere overbodige vreterij. Vervolgens ging ik googelen wat ontstekingveroorzakende voedingsmiddelen waren, en daarbij stond tarwe bovenaan. Als je dan alternatieven voor brood zoekt, kom je algauw op koolhydraatarme recepten uit, en zo knutselde ik mijn simpele dieet in elkaar.

Nu kunnen wetenschappers best beweren dat E-nummers niet ongezond zijn wánt door de wetenschap goedgekeurd. Maar je kunt mij niet wijsmaken dat kunstmatige toevoegingen bijdragen aan iemand gezondheid. Ze dragen bij aan houdbaarheid, ja. Fijn dat je je ongezonde cakejes een jaar na aankoop nog kunt eten. Mijn bananencake is inderdaad binnen twee dagen beschimmeld. Maar daarvoor heb ik een vriezer. Volgens mij dienen al die wetenschappers uiteindelijk maar één doel, en dat is niet de volksgezondheid.
Ik kan me tenminste niet voorstellen dat optimel, becel, knorr, en noem al die reclamevoertjes maar op, extra bijdragen aan de gezondheid.

 

Hier veel verschillende reacties over dit onderwerp.
Hier een mooi genuanceerd artikel.
Hier een interview met Rosanne Hertzberger, 23 juli de eerste Zomergast.
Geplaatst in autobio, tijdgeest | Getagged , , , | 6 Reacties

ergernissen van de schrijfjuf

Als schrijfjuf kun je je ergeren aan dingen waar een normaal 😉 mens geen last van heeft. Denk ik.
In The Children of Jocasta erger ik me steeds aan het gebrekkige gebruik van het vertelperspectief. In het boek krijgen Jocasta en Ismene om en om een hoofdstuk, Jocasta in de derde persoon, Ismene in de ik-vorm.

Een bekend probleem in de derde persoon is head-hopping. Dat je binnen een scène of een alinea van hoofd naar hoofd springt. Als je een auctoriale verteller bent is dat nog enigszins goed te maken, dan vertel je het erbij: Pietje dacht dit en dat, maar Jantje wist nog van vroeger dat dat heel anders was.
Maar Haynes doet het zo onbeholpen dat ik niet begrijp dat zo'n boek niet beter geredigeerd wordt.

"Ja mevrouw," zei de boodschapper, de verwarring nog steeds op zijn gezicht. (p 112) […] De boodschapper bloosde, hebberigheid verzadigde zijn wangen tegelijk met de kleur. "Dank u mevrouw."
- Dit werd dus waargenomen door Jocasta.
"Weet u waarom?" zei ze, en hij schudde zijn hoofd. Hij voelde zich onzeker over alles wat de koningin zei.
- Zitten we dus in het hoofd van de boodschapper (Oedipus).
[…] Jocasta draaide zich om en liep naar haar kamer. Ze leek langer dan anders, dacht Phylla.
- Zitten we in het hoofd van een slavin die erbij stond.
Het is geen schrijfjufferige betweterigheid die mijn ergernis veroorzaakt, het maakt de tekst gewoon zo'n stuk minder effectief! Blijf in Jocasta's perspectief, dáár zit het drama.

Als je in de derde persoon schrijft, schrijf dan zo dicht mogelijk op – liefst onder – de huid. Als iemand zich ergens bevindt, en van alles waarneemt, hoef je maar één keer te zeggen: Jocasta was in haar kamer. Ze zag een vlek op haar gewaad. De kleur van de riem had afgegeven op het linnen. Daarna weet de lezer: we zitten nu in het hoofd van Jocasta. Wat we te zien krijgen is wat zij ziet. Maar Haynes zegt keer op keer (p23): Jocasta kon zien dat … Jocasta zag dat … Elke keer wordt de lezer dus weer uit Jocasta's hoofd gegooid, en naast de schrijver gezet die blijkbaar in haar voetsporen volgt.

De ik-vorm heeft zijn eigen problemen. Het is weliswaar veel makkelijker om in het hoofd van de ik-verteller te blijven, maar het is soms moeilijk om bepaalde dingen op een natuurlijke manier aan de lezer duidelijk te maken. Een meisje dat in het paleis van Thebe woont, zal niet zeggen: We moesten krokusgele jurken aan, de kleur die meisjes dragen bij Thebaanse plechtigheden (p103). Dat is een omgevallenkaartenbakzinnetje.

Een ander probleem is het tijdstip waarop de ik-verteller het verhaal vertelt. Met die om-en-om-hoofdstukken, plus de gebeurtenissen in het ik-verhaal, wekt het de indruk alsof Ismene elke avond in haar dagboek schrijft. Als je dat doet, vertel je de voorbije gebeurtenissen in de verleden tijd, maar dingen die op dat moment feit zijn in de tegenwoordige tijd. Polyn was een uitstekende worstelaar? (p144) Nee, hij IS een uitstekende worstelaar. Een paar alinea's later zegt ze over haar leraar: Hij zegt dat ik zo beter leer nadenken. Dat is dus wel goed. Het is pure slordigheid, dat ergert me, en leidt me af van het verhaal.

Inhoudelijk is er ook nog van alles, maar dat bewaar ik tot ik het uit heb.

Geplaatst in lezen, schrijven | Getagged , , | Een reactie plaatsen

verschillen

Wat is het toch een wonderlijk fenomeen dat mensen zo verschillend over boeken kunnen denken. Op de leesclub maken we het ook vaak mee. Ik vond Underworld uiteindelijk een meesterwerk, anderen vonden het volslagen oninteressant. Waar dat aan ligt? Het is niet alleen smaakverschil. Het had er in mijn geval zeker mee te maken dat ik door ziekte in de gelegenheid was om het achter elkaar door te lezen, me er helemaal in onder te dompelen. Anders ontgaan je de vele verbanden in zo'n boek.

Mensen vonden mij maar een harteloos kreng dat ik de vloer zo aanveegde met Haar Naam was Sarah. Kon ik als schrijfjuf nooit meer gewoon genieten van een boek? Nou, dat kan ik wel. Maar niet als het zo overduidelijk … Maar dat is dus niet overduidelijk. Niet als anderen het niet zien.

Het heeft met zoveel dingen te maken, waarom je een boek mooi vindt of niet. Smaak, ontwikkeling, leeservaring, maar ook stemming, gezondheid, locatie. De ene keer ben je ontvankelijker voor bepaalde sferen en beelden, voor bepaalde zinsneden, dan een andere.
Ik lees nu bijvoorbeeld Dear Friend, from My Life I Write to You in Your Life. Ik vind het moeizaam lezen, ik lees elke dag een paar bladzijden. Maar ik onderstreep een heleboel, er staan zoveel prachtige zinnen in die regelrecht op een tegeltje kunnen. Ik proef het als een gedicht. Als het 't enige boek was dat ik bij me had op vakantie zou ik er vreselijk van balen. Dan wil je een lekkere doorlezer om 's avonds even aan alle opgedane indrukken te ontsnappen.
Eigenlijk zou je bij een recensie altijd de leesomstandigheden moeten vermelden.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen, lezen | 2 Reacties

klassiek

Het volgende NBD-boek lijkt interessant: The Children of Jocasta van Natalie Haynes. Het verhaal van Oedipus c.s. verteld vanuit het gezichtspunt van de vrouwen. Eerst maar eens opzoeken hoe het zat met die vrouwen. Ingewikkeld: Jocasta is tegelijk moeder én grootmoeder van Ismene, de andere vrouwelijke hoofdperson in dit boek.
Het boek krijgt goede recensies, het geeft een mooi beeld van het dagelijks leven in de Griekse oudheid. Dat spreekt me altijd erg aan, dat vond ik bijvoorbeeld ook zo mooi van De Bekeerlinge van Stefan Hertmans.
Het valt me wel tegen van mezelf dat ik de klassieke mythen zo slecht in m'n hoofd heb. Voor mijn gevoel hebben we daar op school toch te weinig aan gedaan. Van wat we gelezen hebben, herinner ik me alleen Caesar en de Odyssee. En Cicero, geloof ik.
Tegenwoordig wordt het anders aangepakt, zag ik toen kindeke in Nederland Latijn ging doen en ik haar erdoorheen moest slepen. Zij lazen Vergilius, over Dido en Aeneas. Ik vond gelukkig vertalingen online, en las gefascineerd hoe ontroerend en beeldend dit verhaal verteld werd. Toen ik later Dido's Lament hoorde, moest ik er spontaan van huilen.
Nu maar hopen dat Jocasta's kinderen dat ook weten te bewerkstelligen.

Geplaatst in lezen | Getagged , , , | Een reactie plaatsen

Before the Fall – Noah Hawley

Waarom ik boeken op Het Lijstje zet, zet ik er nooit bij. Achteraf jammer, want dan had ik nu kunnen nagaan door wie het me was aangeraden, en wat me daarin zo aansprak. Ik haalde het weer van het lijstje door een bespreking op goodreads, en zette het er weer op na de lyrische bespreking van Anna.
Nu heb ik het uit, en het viel me niet mee.

In het kort de plot: een privévliegtuig stort in zee tussen Martha's Vineyard en het vasteland. De inzittenden komen om, op twee na: een kunstschilder en een kleine jongen die door hem gered wordt, heroïsch, helemaal aan land gezwommen.
Aan boord twee steenrijke mannen: een tv-station-eigenaar en een geldmagnaat. Plus hun vrouwen, twee kinderen, piloot, co-piloot, stewardess, beveiliger. En Scott de schilder die op het laatste moment was uitgenodigd om mee te vliegen in plaats van de ferry te nemen.
In het heden – en in de tegenwoordige tijd verteld – krijgen we mee hoe het onderzoek naar de crash verloopt (duikers, zwartedoosontcijferaars), hoe het jongetje door zijn oom en tante wordt opgenomen en hoe Scott aan het mediacircus probeert te ontkomen.
Verder krijgt ieder personage een uitgebreid hoofdstuk toebedeeld, waarin een schets wordt gegeven van zijn of haar leven voor de crash. Hierin moeten wij als lezer dan speuren naar relevante informatie. Het is niet zo dat de speurneus in het boek deze informatie ook heeft, want het is roman-informatie, over Moeilijke Jeugden en Slechte Eigenschappen en Aandoenlijke Karaktertrekken. Hierin ontspoort het boek. Het zijn stuk voor stuk clichépersonages. De Filosofische Piloot, het Onderwijzeresje dat met de miljardair trouwt, de miljardairsvrouw die alleen organisch wil eten. Via de beveiligingsman krijgen we het hele verhaal over de kidnapping, zeven jaar geleden, van het dochtertje van de tv-man.

SPOILER ALERT: NIET VERDER LEZEN ALS JE NIET WILT WETEN WHODUNNIT

Allemaal leuk en aardig, allemaal volstrekt niet terzake doende voor de ontknoping. Stuk voor stuk rode haringen. De ontknoping komt met de beschrijving van de laatste persoon, en is volslagen triviaal.
De structuur is dus puur kunstmatig. Een truc zoals je hem zo vaak tegenkomt in boeken.

Het enige belangwekkende thema in dit verhaal – hoe de media van een tragedie een soap maken alleen ter wille van de kijkcijfers, en hoe integere mensen daarin vermalen kunnen worden – raakt hierdoor ondergesneeuwd. Het had zo makkelijk een echt goed boek kunnen worden. Want Hanley kan wel schrijven. De lange beginscène met de man en de jongen in zee is prachtig.
Maar hij ontspoort ook vaak. Zo zegt hij van een bad guy van het tv-station […] waved them off like they were a couple of Pakistani orphans at an Islamabad bazaar. Van wie is die vergelijking? Die man is nooit van Amerikaans grondgebied afgeweest volgens mij. De geldmagnaat stelt zijn vrouw voor dat ze naar Europa gaan. They would walk the streets of Umbria. De straten van Umbrië? De kronkelwegen over de dunbevolkte heuvels daar? Of de straatjes in een van de stadjes, waar Hanley zo gauw niet op kon komen? Als we uiteindelijk in het hoofd van De Dader zitten, staat er opeens "he slumped visibly in his seat." Ik zou iemand wel eens onzichtbaar willen zien slumpen. En dat visibly plaatst ons opeens buiten zijn hoofd. Lelijk.

Maar mijn grootste bezwaar blijft de structuur. Dat we ons te goeder trouw verdiepen in de levens van een stel onbenullige personages, die uiteindelijk nul komma nul niks met de ontknoping te maken hebben. En dat niet omdat we een wanhopige speurder volgen, maar omdat de schrijver het ons voorschotelt, zonder diepere zin. De paar diepzinnige beweringen door het boek heen gestrooid maken dat net zomin goed als het feit dat de piloot Spinoza leest.

Het boek is vertaald als Voor de Val.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 15 Reacties

wat mijn oma kookte


geen keukenprinses
dus voornamelijk liefde
in mooi boerenbont

Geplaatst in schrijfveerhaiku | 2 Reacties

impact

Ik ben nog even doorgegaan met mijn onderzoekje naar weggezakte boeken, met de boeken van 2015. Toen las ik er 86, maar daar zit ook de hele Sanne van Havelte-serie bij, die ik haast uit mijn hoofd kan opzeggen.
Waardoor blijven sommige boeken je bij, en andere niet?
Als ik zo naar al die omslagen kijk, kan ik me van verscheidene boeken nog wel iets voor de geest halen. Met kop en schouders erbovenuit steekt Station Eleven. Dat is echt wat je noemt onvergetelijk. Daarvoor moet een schrijver zoveel goed doen: emotionele impact, setting, plot, personages. In iets mindere mate geldt dat ook voor Alleen met de Goden, The Blazing World, Jij Zegt Het, Augustus en Ik Kom Terug.
Er zijn boeken bij waarvan ik me herinner dat ik er weg van was, en die ik nu toch geheel vergeten ben. Dus wat maakt dan dat ik me het ene wel herinner en het andere niet?
Een bijzondere setting is van invloed (van die hele vechtsportwereld wist ik bijvoorbeeld niets). Larger-than-life personages zijn van invloed. Die kunstenares (namen onthoud ik echt niet), die moeder, die dichter, die prinses in ballingschap. En de emotionele impact. Dat is natuurlijk iets heel persoonlijks; wat mij aangrijpt, kan jou koud laten. Maar ik denk wel dat schrijvers naar al deze dingen moeten streven en groots moeten durven uitpakken. Want al vond ik A Little Life niet echt een goed boek, het is me wél bijgebleven.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen, lezen | Een reactie plaatsen