Kate Atkinson – Transcription

TranscriptionTranscription by Kate Atkinson
My rating: 3 of 5 stars

Eigenlijk 3 1/2 ster, want Atkinson schrijft gewoon vreselijk leuk, af en toe lichtvoetig als Cissy van Marxveldt, soms op het vileine af. Ik heb het boek dan ook met heel veel plezier gelezen, het zit stikvol aparte personages, en hoofdpersoon Juliet lijkt overal maar een beetje op z'n Joop ter Heuls doorheen te blunderen, terwijl het uiteindelijk toch een bloedserieus verhaal blijkt te zijn over spionage en contra-spionage in WWII Engeland. En die uitwerking had het boek totaal niet op mij. (Haar vorige boeken - Life after Life en God in Ruins - hadden dat wel.)

View all my reviews

Nu door met Carson McCullers - Clock without Hands, voor de leesclub.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

leeservaringsverhaal

De Meester van de Neerdaling heb ik met plezier gelezen. Prachtige taal, bijzonder sfeervol, beklemmend einde ... en toch bevredigde het niet helemaal, vooral omdat er in het tweede gedeelte zoveel backstory zat, waardoor er een grote afstand is tussen lezer en gebeurtenissen. Het gegeven leent zich voor een veel spannender en dikker boek.

Ik ben altijd dol op vervolgboeken. Heerlijk om mee te maken hoe het verder gaat met de bekende personages. Chocolat was natuurlijk geweldig, nog versterkt door de prachtige film met Johnny Depp. The Lollipop Shoes las ik in Parijs, dat maakte het extra sfeervol. Van deel 3 herinner ik me niet veel meer, zelfs niet als ik online doorlees waar het over gaat.
En nu deel 4, The Strawberry Thief. Ik las het wel met plezier, het was ook wel mooi opgezet met in elk hoofdstuk een andere ik-verteller, maar tegelijk merkte ik ook verveling bij mezelf. Er zat te weinig spanning in de gebeurtenissen in het heden. De gebeurtenissen uit het verleden zijn wel Erg en Zielig maar ze gaan over iemand die aan het begin van het boek al dood is, dus waarom zou het ons iets moeten doen? Daarbij is er veel raadselachtigheid die voortdurend benoemd wordt, emoties worden benoemd en geduid, terwijl er in feite niets gebeurt behalve een geheimzinnige wind die af en toe opsteekt. Nee, toch een tegenvaller.

Ergens online werden ze samen aangekondigd: het nieuwe boek van Elizabeth Gilbert (waar ik me al maanden op verheug) en een boek van Jennifer Pastiloff: On Being Human. Overal aangeprezen als een upliftig memoir leek dat mij wel wat. Katje en ik zijn nog steeds niet helemaal opgeknapt, en dan sluipt de somberheid zomaar dichterbij.
Het voorwoord is van ene Lidia Yuknavitch, wereldberoemd in Amerika als ik haar zo googel. En het druipt van aanbidding. Ik merk dat ik daar verschrikkelijk allergisch voor ben. Ik volgde Gilbert een tijdje op Facebook (en haar boeken vind ik echt fijn), maar ik werd misselijk van alle aanbidding die haar ten deel viel. Net als met Cheryl Strayed, trouwens. Ook op haar boeken ben ik dol, en helemaal op de podcasts van Dear Sugar. Maar al deze dames onder elkaar zijn zó bezig elkaar constant veertjes in de reetjes te steken dat het gewoon niet écht meer klinkt. Of zou ik gewoon jaloers zijn?

Hoe dan ook, het lukt me sinds The Remains of the Day maar steeds niet om een echt mooi boek te vinden. Ik ga de nieuwe Kate Atkinson maar eens proberen.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Frija’s dagboek (21)

Ik heb al zo lang niet meer in mijn dagboek geschreven! Dat komt: de vrouw zet bijna elke dag een foto van mij op Facebook met iets leuks erbij wat ik gezegd heb. Dus dan vergeet ik mijn dagboeklezers ook helemaal!
De vrouw zeg dat ik het liefste, grappigste krengetje ben. Soms ben ik zó lief, dan aait ze onder mijn kinnetje of op mijn buikbontje, dan spin ik zo hard – en dan opeens is het genoeg en dan bijt ik haar. Ik kan er niks aan doen, echt niet! De vrouw noemt mij dan Bozita de Bijtprinses.

Ik moet ook altijd een paar keer per dag stormen, dan race ik van de bank naar de grijze stoel naar de kastjes onder het raam naar de krabpaal door de boekenkast naar de tafel! Als er visite is dan vragen ze: hoort dat zo? En de vrouw knikt. Dat hoort zo bij Frija. Net als circusje spelen op de slaapkamerdeur. En vliegjes vangen op de tablet.
Als we 's avonds in bed liggen is er altijd een vreemd monster onder de dekens. Ik wil het vangen, zit het echt goed te bestuderen, maar altijd mis ik hem weer! Soms hoor ik hem ook, buiten, en dan voel ik me net een hondje, zo'n waakpoes ben ik dan!

Als de vrouw gaat knutselen mag ik altijd mee. Ik wil graag helpen maar de vrouw zegt dat ik het schaartje niet kan vasthouden, jammer hè? Soms zie ik daar een grote vogel op het hek, dan mauwt en mekkert mijn bekje zonder dat ik het doe. Zouden ze lekker zijn, grote vogels? Op balkon zijn kleine zoemzoemvliegbeestjes, die probeer ik wel te pakken maar ze zijn sneller dan ik. Op balkon kijk ik ook altijd naar de grote machines buiten, zo spannend vind ik die. En gluren bij de buren is ook zo leuk. Wat ik dit jaar voor het eerst heb gezien is sneeuw. Zo raar! Waar is dat voor? Het is koud en nat en vreselijk.

Mijn lievelings is het stuiterballetje, daar voetballen we mee, de vrouw en ik, ik zit bij de Oranje Poezinnen. Op Facebook ben ik vriendjes met Ya-Nou, die lijkt precies op mij. Hij stuurt af en toe foto's als hij iets stiekem doet. En weet je wat gek is? Hij vindt water leuk! Hij gaat met zijn vrouw onder de does! Ik vind water vreselijk. De vrouw hoeft maar met de plantenspuit te zwaaien of ik stop met stout zijn. Echt flauw. Stout zijn is mijn échte lievelings!

Geplaatst in autobio | Getagged | 16 Reacties

Elizabeth McCracken – Bowlaway

Ik heb geloof ik niet eerder iets van McCracken gelezen, hoewel de titels me wel bekend voorkomen. Maar dit was een ontdekking. Qua inhoud en woud van personages doet het wel een beetje denken aan John Irving. Het verhaal begint met Bertha Truitt. "They found a body in the Salford Cemetery, but aboveground and alive." Ze komt zo uit de lucht vallen, trouwt met Leviticus Sprague, de zwarte dokter die haar bijbrengt, en richt een bowlingbaan op voor Candlepin Bowling, dat gaat met smalle kegels en kleinere ballen. Daar mogen, oh schande, ook vrouwen komen bowlen, zelfs zonder gordijn! Bertha draagt een broekrok en fietst het hele dorp door.

Aanvankelijk denk je dat Bertha de hoofdpersoon is, maar McCracken heeft heel wat verrassingen in petto. Op een gegeven moment denk ik: ze vallen als kegels, die personages. Steeds rolt ze weer een andere bal op hen af. "A bowlingball in the wrong place could rupture you. Could make you a genealogical dead end."
Het boek hééft eigenlijk geen hoofdpersoon, dat is het punt. De hoofdpersoon is de familie – de neiteam zoals dat in het Fries zo mooi heet – het nageslacht maar ook de omstanders. Het gaat over hoe familiemythes zich door de generaties heen verspreiden tot eigenlijk niemand meer precies weet wat er gebeurd is. Behalve dan die ene, die er vanaf het begin bij was …

Dat is dus iets waar je je aan moet overgeven. Ik lees op goodreads twee soorten recensies: de ene jubelend vijfsterrig, de andere vol vragen, wat móet ik hiermee, what's the point?
Pas als je je dit realiseert – dat the point juist is dat er géén point is - zie je hoe alles in het boek hieraan meewerkt. Heel vaak zinnetjes als: na haar dood vonden ze … jaren later zou hij … Iets wat je in een boeketreeksje zou afdoen als goedkope truc, is hier onderdeel van de thematiek. Het web van geschiedenis dat een familie weeft, zonder het zelf in de gaten te hebben.

Daarbij staat het stikvol met de mooiste observaties, de geestigste formuleringen. De kantlijn wemelt inmiddels van de hartjes en de smileys. Het is een boek vol glimlachjes.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties

de avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld

Ik lees de laatste tijd steeds maar boeken waarvan ik ernaar uitkijk dat ik ze uitheb. De Avond is Ongemak is prachtig, in alle opzichten. Goed geschreven, goed ingeleefd, de afschuwelijke afloop is onontkoombaar en het is allemaal zo verschrikkelijk. Ik probeerde het ergens mee te vergelijken en kwam op Educated van Tara Westover. Ook zo'n meisje dat opgroeit in een volslagen verknipt gezin. Het grote verschil is, dat dat verhaal een terugblik is. Hoe vreselijk het ook is wat er gebeurt: je weet dat het uiteindelijk min of meer goed afloopt met de hoofdpersoon.
Jas vertelt haar verhaal in de tegenwoordige tijd. We bevinden ons in haar twaalfjarige lijf, in haar jas die ze nooit meer uitdoet na de dood van haar oudste broer, die bij het schaatsen in een wak reed. Het streng religieuze gezin valt uit elkaar als een zandkoekje door een ouderling in koffie gedoopt. Jas probeert het met magisch denken bij elkaar te houden. Er is niemand die doorheeft hoe slecht het met haar gaat.
Ik las een mooi interview met Rijneveld in Trouw, en veel van het verhaal is autobiografisch. Ze zet het magisch denken om in fictie. Het moet heel verwarrend zijn om haar te zijn (terwijl ik haar als tafelmens bij DWDD zo helder en onverschrokken vind).
Ik weet nog dat ze toen in Groningen vertelde hoe jammer ze het vond dat haar ouders het boek niet gelezen hadden, en dat begrijp ik. Maar als moeder denk ik ook: wat moet het verschrikkelijk zijn als je kind zó'n boek schrijft, hoe moet je dan in vredesnaam vergiffenis krijgen?

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Bregje Hofstede – Drift

Ik ben blijven steken in Celestial Bodies. Het verhaal was zo gefragmenteerd dat ik me uiteindelijk aan niemand hechten kon. Wanhopig op zoek naar een wat duidelijker boek probeerde ik verschillende thrillers en een oude Nora Roberts die ik gemist had. Boeien konden ze me allemaal niet. Te cliché, saaie schrijfstijl … Wat had ik nog meer op mijn lijstje? Oh ja, Bregje Hofstede. Al sinds die mooie middag in Forum. Het was al laat en veel fiducie had ik niet meer.
En toch pakte het me direct. Wat is dat toch? Een onmiddellijk gevoel van identificatie? Een situatie die meteen vragen oproept van waarom? Waarvoor? Mooie zinnen, zoveel – door het hele boek heen – dat ik het haast helemaal wil overschrijven?

Het personage dat Bregje heet verlaat op een winternacht haar geliefde, met een rugzak vol dagboeken. Ze heeft hem op school leren kennen. Ze kregen verkering, gingen samenwonen, trouwen … en het brak.
De schrijfster Bregje Hofstede is nu 31, de blogster Hella is nu 61, en toch herken ik zo ontzettend veel van wat ze schrijft, ze brengt het zo trefzeker onder woorden. Hoe ze de dagboeken doorvlooit om bewijzen te zoeken van hoe en waarom het misging, en waar dat begon.

Dit obsessieve teruglezen van mij betekent ook dat ik met modderpoten door ons verleden banjer om overal aan te wijzen wat er niet precies klopte. Ik ben doorlopend bezig haarscheuren tot breuklijnen te maken met de koevoet van het nu. (p.188)
Achteraf dient alles ter illustratie van een naderende ramp. (p.238)

Maar ook: hoe kan iets dat zo geschreven staat, verdwijnen?

Ik schreef de sms’jes die we naar elkaar stuurden over; elk detail was van belang. Ik hield immers van jou. En van de herinnering – een onderscheid dat ik blijkbaar niet kon maken, nog altijd niet kan maken, want nu ik in deze onbekende zolderkamer zit is de gigantische geschiedenis die ik voor ons heb aangelegd en die ik over het parket heb uitgespreid het zwaarstwegende argument om van je te blijven houden. Ik heb dit toch allemaal zo hevig gemeend – hier is het, hier, hier, lees maar, zwart-op-wit; hoe kan het dan verdwenen zijn. (p.114)

Hoe ze zich vasthoudt – "moedwillig trouw" is - aan het verhaal van één grote liefde, haar "sprookje van grote, eerste enige."

Het was een wonderlijke leeservaring. Een meisje dat mijn dochter had kunnen zijn (kindeke wordt bijna 28) schrijft over haar leven terwijl ze tegelijk over mijn leven schrijft. En wat kan dat meisje schrijven. Om jaloers op te worden. Ik hoop dat ze de Libris wint!

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | 4 Reacties

Leeservaringsverhaal

Ik hoorde voor het eerst van Maria Gainza en haar boek Oogzenuw via een post van NPR op Facebook. De Engelse vertaling – Optic Nerve – is net uit, en wat er over gezegd werd sprak me zeer aan.
Het gaat over een jonge vrouw in Buenos Aires, die de kost verdient met mensen rondleiden in galeries en private kunstcollecties. De nadruk zou liggen op de kunstwerken, dus dat moest ik wel prachtig vinden. Het bleek dat de Nederlandse vertaling al een jaar eerder verschenen was, dus haalde ik die fluks uit de biep.

Ik was gekomen tot bladzij 23 toen ik mezelf toegaf dat ik me verveelde. Inmiddels was er een boek op mijn pad gekomen dat me veel nieuwsgieriger maakte: Celestial Bodies van Jokha Alharthi, een Omaanse schrijfster, genomineerd voor de internationale Booker Prize.
Dat plaatste me vanaf de eerste bladzij terug in Oman, bijna zo dat het zeer deed.

Ik wilde ophouden met die hele Oogzenuw, en het boek van mijn Goodreads lijstje verwijderen. Toen kwam ik daar een aantal dermate enthousiaste besprekingen tegen dat ik begon te twijfelen. Toch maar laten staan? Later nog eens proberen? Waar lag het eigenlijk aan dat het me niet pakte?
Al vanaf de eerste bladzij had ik het gevoel wat ik zovaak heb bij in het Nederlands vertaalde boeken: wat is het houterig. Stijf. Kaal, alsof je door een straat rijdt waar vroeger mooie oude huizen stonden en nu kantoorblokken.
Zou de Engelse vertaling dan beter zijn?

Ik las de eerste bladzij en dacht aanvankelijk: ja! Veel beter! Een stuk soepeler! Korter ook, qua aantal woorden.

I first encountered Dreux on an afternoon in autumn; the deer, precisely five years later. In Dreux’s case, I left the house one day under blue skies only to be caught in a sudden downpour. […] a car came past hugging the curb and drenched me and my pristine yellow dress. Three more plowed through the same puddle in quick succession, the rain stopped—as suddenly as it had begun—and of course who should pull up seconds later but my tourists? They were a middle-aged couple from the U.S. She was dressed all in white and he all in black; stepping out of the taxi they looked immaculate, improbably dry, as though they and their clothes had come directly from the dry cleaner.

Maar ik miste iets, iets wat me in de Nederlandse vertaling was opgevallen als een prachtige beeldspraak:

"Drie auto's later ging de bui liggen, even plotseling als hij was begonnen, en kwam door de laatste regendruppels, die in de lucht leken te hangen als een gordijn van glaskralen, de taxi met mijn klanten aangereden."

De zin is houterig, onder andere door de vele komma's, maar zo'n beeldspraak zomaar weglaten? Wat zou er in het Spaans gestaan hebben? Ik heb ooit een jaar Spaans gedaan op de bibliotheekacademie, en kan met de vertaling erbij wel zo ongeveer ontcijferen wat er staat. Ze staan gelukkig online, deze eerste bladzijden.

Tres autos más tarde amainó, tan de golpe como había empezado, y a través de las últimas gotas de lluvia, que caían suspendidas como una cortina de cuentas de cristal, llegó el taxi de mis clientes.

Helemaal tekstgetrouw vertaald dus, die Nederlandse versie. De Engelse maakt er een potje van, een toegankelijk potje maar ook een beetje een Disneypotje. Dus ik ga dat Omaanse boek eerst uitlezen, en dan toch maar verder met de Nederlandse vertaling van Oogzenuw.

Geplaatst in lezen | Getagged , , , , | 5 Reacties

Kazuo Ishiguro – The Remains of the Day

Ik weet niet waarom het zo lang heeft geduurd voor ik The Remains of the Day ging lezen. Nu vertelde kindeke dat ze erin bezig was, ik had net een matige detective uit dus kon meteen beginnen.
En wat is het een schitterend boek. Het allerknapste wat een schrijver kan doen – vind ik – is een ikfiguur opvoeren waarvan je als lezer denkt: nee, maar lieverd, dat klopt niet wat je zegt, je ziet het verkeerd, wat heb je een droevig leven gehad waar je nu tegen heug en meug en wil en dank zo trots op bent.

De ikfiguur zelf – in dit boek een butler die in vanaf de jaren twintig heeft gewerkt voor Lord Darlington, en nu, in 1956, terug kijkt op zijn leven – zit zo opgesloten in de juistheid van zijn gedachten, in de logica ervan, dat hij blind is voor alles wat ik als lezer wél zie.
Lord Darlington is inmiddels overleden, Darlington Hall is gekocht door een rijke Amerikaan die de hele tijd gekscherende opmerkingen maakt. Bantering, Mr. Stevens kan er niet aan wennen. Hij luistert grappige programma's op de radio om te leren hoe dat moet, gekscheren. Af en toe waagt hij het erop, maar zijn grapjes zijn niet grappig of worden niet begrepen.
Er werken tegenwoordig nog maar een paar mensen op Darlington, het huishouden loopt niet echt gesmeerd, en Stevens denkt aan de vroegere huishoudster, Miss Kenton. Zou zij niet terug willen komen? Uit haar laatste brief blijkt toch duidelijk dat ze doodongelukkig is en vol verlangen terugdenkt? Hij mag de Ford van de baas mee om haar op te zoeken in Cornwall.

Onderweg vertelt hij zijn verhaal. Dat is altijd lastig voor een schrijver: hoe en waarom )en waarom nu) vertelt het ik-personage zijn verhaal? In Brandsporen koos ik ervoor om Fardau het verhaal te laten vertellen aan haar pasgeboren zoontje. Maar een verteller kan ook terugkijken op spannende gebeurtenissen (zoals bv in de detective die ik pas gelezen heb). Of hij kan een brief schrijven, of een dagboek bijhouden.
Stevens vertelt het verhaal alsof we naast hem in de auto zitten, en tot dezelfde klasse behoren als hij. The likes of me and you … Geen adel of rijkdom, maar waardigheid en een perfect gevoel voor correct handelen.

Wat is hij dienstbaar geweest, een leven lang. Uren op de gang staan wachten of his Lordship nog iets nodig had. Geen tijd hebben voor een stervende vader omdat het bedienen voor ging. Liefde niet zien zelfs al wordt zij op een presenteerblaadje aangeboden. En zo loyaal zijn dat je vergaande misstappen van je broodheer domweg ontkent.
De toon van het boek is een lange stiff upper lip. Een harnas van taal. Een man die over zichzelf spreekt als "one has" en bang is voor "the hazards of uttering witticisms." De voornaam van Stevens komen we niet aan de weet.

De schrijfjuf had aanvankelijk maar één probleem: hoe oud is Mr. Stevens? Zijn vader komt op een gegeven moment als onderbutler op Darlington werken, hij is dan in de zeventig. Het is dan 1922, en om als butler op zo'n groot huis te werken moet je toch al een aardige staat van dienst hebben en minstens een jaar of 35-40 zijn. Het heden van het boek speelt zich af in 1956, dan moet Stevens nu ook in de zeventig zijn, terwijl hij toch denkt dat hij nog jaren voor de Amerikaan zal werken.
Het is pas nu ik dit opschrijf en uitreken dat het laatste kwartje valt. Hij heeft de laatste tijd al een aantal kleine foutjes gemaakt, waar hij zich vreselijk druk om maakt. Alles zou beter gaan als Miss Kenton maar terug zou komen. Maar het zijn precies dezelfde foutjes waardoor zijn vader niet langer meer als butler kon werken, maar als onderbutler op een zolderkamertje terechtkwam, en voortaan bij zijn voornaam werd aangesproken.

De droefenis is werkelijk overweldigend, al hoe manhaftig hij ook probeert die niet toe te laten. De overblijfselen van de dag, van zijn leven …
En nu maar weer moedig voorwaarts en de studie van het gekscheren opnieuw oppakken.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | 3 Reacties

Siri Hustvedt – Memories of the Future

Met The Blazing World nog in gedachten verheugde ik me enorm op de nieuwe Hustvedt. Haar boeken zijn niet makkelijk, maar altijd de moeite waard.
De hoofdpersoon in Memories is S.H. (bijnaam: Minnesota) die in 1978 naar New York verhuisde om er een boek te schrijven. In het heden vindt S.H. het dagboek terug dat ze dat jaar bijhield. Daardoor herinnert ze zich hoe ze destijds de toekomst voor zich zag, vandaar de titel. We krijgen dus beschouwingen in het heden (waarin S.H. zich in vlammende bewoordingen uitlaat over Trump), over thema's die Hustvedt na aan het hart liggen, vooral over hoe vrouwen zich een plaats moeten verwerven in een mannenwereld, gebeurtenissenin het verleden, toen Minnesota dat nog allemaal leren moest, en fragmenten van de detectiveroman die ze aan het schrijven was, over Ian Feathers (I.F. - if) die zo graag Sherlock Holmes (S.H.) wilde zijn en Isadora Simon (I.S. - is) die dús Watson moest zijn.

Minnesota woont naast Lucy Brite, en door de dunne muur heen hoort ze – met behulp van de stethoscoop van haar vader - alles wat daar gebeurt: vreemde bezweringen, raar gezang, het krijgt een hoog Rosemary's Baby-gehalte. Ook doet ze verslag van wat ze leest, onder andere geschriften van Barones Elsa von Freytag-Loringhoven (ik zoek elke naam op, om te zien of ze echt zijn of niet), die naar uit onderzoek zou blijken de echte schepper is van het urinaal van Marcel Duchamp, thematiek die ook speelt in The Blazing World, mannen die pronken met de creaties van vrouwen.
Hierdoor komt bij S.H. de herinnering boven aan een gesprekje met haar vader. Zij heeft alle botjes van het menselijk lichaam uit haar hoofd geleerd, reciteert dat trots, en vader zegt: "Jij wordt vast een geweldige verpleegster."
I want to be a hero. I am not a hero. I am a girl, and it is bitter.

Sometimes memory is a knife.
De symboliek van het mes loopt als een rode draad door het boek. Als Minnesota wordt aangerand, krijgt ze van een van haar vriendinnen een stiletto, die ze De Barones noemt. Het is ook het begin van haar bewustwording. Jaren later zegt S.H.: One has to be fully conscious to recognize that one deserves to ask. One has to be fully conscious to be enraged.

Maar ga ik nu het hele boek navertellen? Ik zat op balkon te lezen en er gebeurden een paar wonderlijke dingen. Het kind van S.H. heet Freya, dat vond ik leuk. Maar iets anders was het volgende. Ik had opeens zin om een ronde collage te maken. Geen idee waar zulke ideeën vandaan komen, het was er. Vaak krijg ik, vlak voor ik in mijn middagslaap val, inspiratie. Ik zag iets voor me met concentrische cirkels. (Ben er gister mee begonnen.)
En wat lees ik die middag? Minnesota wordt uitgenodigd voor een bijeenkomst van de heksenkring. Ze krijgt een bladzij uit een toverboek onder ogen: The construction of the circle. Take a knife or a quill pen and cut circles within circles. Ik zat met kippenvel in de zon.

Het is geen toverkollig boek, helemaal niet. Maar het speelt op allerlei manieren met je hersens. Of misschien ben ik er extra gevoelig voor. Na de laatste emdr-behandeling had ik het gevoel dat mijn hoofd uit allemaal losse blokjes bestond, die op zoek waren naar een nieuwe plek in mijn hersenpan. Een wonderlijke gewaarwording, en nu het achter de rug is, heb ik het gevoel dat er iets gewist is, ik was zelfs even bang dat ik nu geen inspiratie meer zou hebben.

Ook in Minnesota's hoofd verandert er van alles. Het is ook maar net wie een verhaal wanneer vertelt. Ik moet ook denken aan de woorden van Bregje Hofstede: we maken immers altijd een personage van onszelf.

Kortom, het is een duizelingwekkend boek. Als roman voldoet het misschien niet helemaal, daarvoor zijn de ideeën belangrijker dan de mensen die erin voorkomen. (Ik lees mijn vorige bespreking nog eens terug – "Puur intellectueel beschouwd is dit een fabelachtig knap boek. Waar het in tekortschiet, voor mijn gevoel, is de menselijke diepgang.") In die zin is het geen meeneemboek, zoals The Map of Salt and Stars dat wel was, en het smulboek dat ik nu aan het lezen ben. Maar het is goed om iets te lezen waar je je tanden op kunt stukbijten, wat onder je huid kruipt en iets verandert in je brein.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Boekenweek!


Ik was vorige week zondag ter ere van de Boekenweek bij een vraaggesprek van Hanneke Groenteman met drie jonge Nederlandse schrijfsters: Marieke Lucas Rijneveld, Bregje Hofstede en Alma Mathijsen.
Zaal 2 van het Groninger Forum zat vol, en naar schatting 95% van het publiek was vrouw. Maar weinigen hadden iets van de schrijfsters gelezen, en wat mij betreft gaat dat na deze middag wel veranderen.
Het was een prachtig gesprek, ik genoot van de schrijf-energie die ervan uitging, en die ook oversloeg op het publiek. Ik schreef alles op wat ik hoorde, alsof ik aan het notuleren was, of aantekeningen maakte bij een boeiend college, en dat heb ik thuis uitgetypt. Anderhalf A4-tje vol. Ik hoop dat jullie je er net zo door geïnspireerd voelen als ik.

Hoe beviel het, om variété-artiest te zijn in de boekenweekcarrousel? Het hield je flink van het schrijven af, daar waren ze het over eens. Terwijl sommigen toch echt tegen een deadline aan zaten. Alma Mathijsen was bezig aan een essay over "gender door de eeuwen," dit in het kader van de maand van de geschiedenis die als thema "Zij/Hij" zal hebben, en aan een novelle voor het 75-jarig bestaan van de Bezige Bij.
Over het thema van de Boekenweek – De Moeder De Vrouw – vertelde Marieke Lucas dat de meeste moeders die zij opvoert in haar werk een bepaalde afwezigheid hebben. "Een moeder in de rouw," zoals Hanneke het samenvatte (en dat vond weer zijn weg naar de schrijfveren van 2020).

Maar nog even over die deadline, hoe werkt dat bij jullie? Moet je de stad uit, naar een stille plek, of kan het gewoon thuis? Hanneke is zelf bezig aan een kinderboek en liet zich maar al te graag afleiden door kattenbakken en wasmachines.
Bregje (Drift) zei dat ze het wel thuis kon (met de telefoon in de ijskast), maar dat ze toch liever weg ging, om een beter excuus te hebben om dingen af te zeggen. "Ik ben er niet." Voor haar nieuwe boek gaat ze 6 maanden op reis. Kamer onderverhuurd, tentje mee, laptop mee … geen weg terug.
Marieke Lucas schrijft altijd thuis, in pyjama, liefst onder een dekentje. 's Morgens schrijven, 's middags lichamelijk werk doen, of schaatsen, en dan 's avonds redigeren. Bij elk boek is er altijd het gevoel van 'kijken of ik het nog kan.'

Als je boek af is, vroeg Hanneke, wanneer begin je dan aan een nieuw boek?
Volgens Alma draagt een boek al de kiem van een volgend boek in zich. Een nieuwe vraag, als het ware. Haar boek Vergeet de Meisjes gaat over de verstikkende vriendschap tussen twee vrouwen, en een volgend boek zou kunnen gaan over hoe het is om elkaar juist helemaal vrij te laten. Ze vertelt over het rouw-ritueel dat ze uitvoerde toen de relatie met haar vriend uitraakte, en over de Intense Jurk (schrijfveer!) die ze daarbij droeg.

Ik keek naar het gezicht van Marieke Lucas. Het sprak boekdelen, maar lezen kon ik ze niet echt.
Zij begon helemaal niet vanuit een vraag, zei ze, maar vanuit een sfeer, een emotie. Voor haar boek De Avond is Ongemak heeft ze zes jaar lopen zoeken naar de juiste vorm. (Ik heb het boek nog niet gelezen.) Het boek gaat over haar broer, die omkwam toen zij pas drie was. Ze weet het alleen vanuit haar lichaamsgeheugen, niet vanuit letterlijke herinneringen, en het was lastig om te schrijven vanwege de loyaliteit jegens haar ouders. Haar ouders hebben het boek niet willen lezen, terwijl ze juist had gehoopt hiermee iets van erkenning van hen te krijgen. Ze was immers altijd het buitenbeentje geweest dat niet de gebaande paden wilde volgen.

Wanneer wist je dat je schrijver zou zijn? vraagt Hanneke.
Marieke Lucas wist het al op de basisschool, mede door het lezen van Harry Potter, maar vooral door de stimulans die ze van haar juf kreeg.
Bregje noemt voorlezen als dé grote invloed, dat wilde zij ook kunnen. En stiekem lezen op school (onder de rekenles) in de boeken van Imme Dros. Toen schreef ze zelf verhalen over mythische dieren.

Het gesprek gaat vervolgens over de urgentie van te móeten schrijven. Hanneke merkt op dat de drie boeken allemaal gaan over "de wurgende relatie." (schrijfveer!)
Wat moet je opgeven voor de grote liefde, zegt Bregje. In Drift heet de hoofdpersoon Bregje. In hoeverre die samenvalt met de auteur? We maken immers altijd een personage van onszelf. Ik onderzoek hoe eerlijk ik kan zijn, hoe lelijk ik durf te zijn, en in welke 'wij' ik de 'ik' wil plaatsen.

Hoe zorg je ervoor dat je tweede boek dezelfde urgentie heeft als het eerste?
Ik ben heel goed in zwijgen, zegt Bregje. Dan verzamel ik heel veel, tot het er écht uit moet. Straks op reis ga ik vooronderzoek doen, het personage heb ik al.
Wat je nodig hebt, is wat Tolstoy the energy of delusion noemde.
(Op 8 april 1878 schreef Tolstoy aan zijn uitgever Nikolai Strakhov – hij werkte aan Anna Karenina - "... everything seems to be ready for the writing - for fulfilling my earthly duty, what's missing is the urge to believe in myself, the belief in the importance of my task, I'm lacking the energy of delusion." Om te kunnen schrijven moet je op dat moment jezelf voorhouden dat het het belangrijkste is wat je te doen hebt.)

Hebben jullie nooit dat je denkt "wie zit hier nu op te wachten"?
Alma zegt dat juist bij rare dingen, waarvan je denkt dat niemand ze zal begrijpen of zo zal ervaren, je merkt dat veel mensen het herkennen. Schrijven is fantastisch, maar ook zwaar. Je wilt iets vastpakken wat je zelf nog niet begrijpt. Dan moet je niet het vertrouwen kwijtraken. Nooit opgeven. Je weet hoe groot de voldoening later is. Schrijven is altijd beter dan niet schrijven.
De woorden komen altijd, zegt Marieke Lucas.
Het is net als met pannenkoeken, vat Hanneke samen, de eerste mislukken altijd.
Toch is stug volhouden niet altijd goed, zegt Bregje. Ik heb eens 150.000 woorden geschreven, en uiteindelijk weggegooid. Toch was dat misschien wel nodig om Drift te kunnen schrijven.
Marieke Lucas heeft haar bestand Bestseller 0.1 genoemd, dat hielp echt.
Een goede tip is: Houd een dagboek bij van het personage. Dit komt niet in het echte boek, maar je bent er wel mee bezig. (Ik bedenk dat de cursus schrijfveren zo werkt.) Alma heeft voor haar personage zelfs een echte website gemaakt.)

Heb je moed nodig om te schrijven? vraagt Hanneke.
Dan antwoordt Alma meteen (en oh, wat ben ik het met haar eens): Veel meer mensen zouden moeten leren schrijven! Kun je schrijven leren? Iederéén kan schrijven!
Ik moet wel de moed hebben om in mezelf af te dalen, om eerlijk te zijn en ook de lelijke kanten te benoemen, zegt Bregje. Het is ook eenzaam, en je moet elke dag gaan zitten, zonder dat iemand erom vraagt.

Hoe leeft het boek voort na publicatie?
Als de publiciteit voorbij is, moet je de personages achter je laten, zegt Marieke Lucas, en Bregje vult aan: ik kijk erop terug als op een voorbij liefde, het heeft nu minder met mij te maken. Alma wil eigenlijk niet meer voorlezen uit oud werk, er groeit een afstand, je bent nu iemand anders.

Uit het publiek komt de vraag of je in een nieuw boek een totaal andere stem of vorm kunt gebruiken. Alma vertelt dat ze van Vergeet de Meisjes 8 versies heeft geschreven, onder andere van 3e naar 1e persoon. Het thema roept een bepaalde vorm op, je moet luisteren naar wat het verhaal wil.
Vaak zie je aan andermans boeken beter hoe vorm en inhoud samenvallen, zegt Bregje. In die zin is andermans werk inspirerend.

Laten jullie het boek tijdens het schrijven al aan mensen lezen? Marieke Lucas heeft zeker meelezers. Ze zegt dat ze best onzeker is, nu na het succes van haar eerste boek. Ze zoekt dan weer naar het compliment van de juf: "Goed gedaan."
Moet je jezelf overtreffen? vraagt Hanneke. Het is in elk geval zo dat je groeit, dat je leert, zegt Bregje. Het is een ambacht waar ik beter in word. Wijze raad van Alma: proberen de voldoening uit het proces te halen, niet uit de reacties van lezers.

Geen van de schrijfsters kan leven van het schrijven alleen, ze doen er allemaal iets bij (optredens, lezingen, krantenartikelen, etc). Zo zijn ze ook vrijer in het schrijven, het echte werk.

Het gesprek wordt beëindigd met het prachtige gedicht Kindertelefoon van Marieke Lucas.
En ik besef weer hoe belangrijk het is om je tussen stamgenoten te begeven. Online of telefonisch begeleiden is toch niet hetzelfde als de energie te ervaren van zo'n prachtige middag.

Geplaatst in lezen, schrijven | Getagged | 2 Reacties