Consolations 51 – Withdrawal


Weer heb ik eerst de collage gemaakt en daarna gekeken bij welk woord uit Consolations hij paste. Ik begon met twee grote gelli prints, de ene een moeras van donkere groenen en blauwen, de andere een gebouw met veel raampjes, de meeste ondoorzichtig maar enkele zette ik open voor de kijker erachter. Ik vond twee mooie poortjes die toegang konden bieden maar in essentie gesloten bleven. Wat nu?
Groen, wist ik. Takken, blaadjes. Ben zowat een hele middag bezig geweest met het uitknippen van de rechter bamboetak. Die spiegel lag nog op mijn bureau van de uitgeknipte deuropeningen in Scandinavische interieurs voor de vorige collage.
Op zoek naar paden naar de poortjes kwam ik de ladder tegen.
Klaar! Nu nog een citaat.
Ik wist meteen welk woord het moest worden.
Je terugtrekken, schrijft David Whyte, heeft alles te maken met het opnieuw opzoeken van je essentiële basis, met het loslaten van de mooie en verlokkelijke afleidingen van het leven om terug te keren tot je echte zelf en je echte werk.
Vaak houden we vast aan iets onvruchtbaars, niet omdat we geloven dat het nog iets zal voortbrengen, maar omdat we willen vasthouden aan het verhaal zoals we besloten het te vertellen. Door je terug te trekken kun je je valse zelf achter je laten. We trekken ons niet terug om te verdwijnen, maar om nieuwe grond te vinden en een nieuw gezichtspunt.
We withdraw not to disappear, but to find another ground from which to see.
Ik geloof dat dat één van de zinvolle dingen is, die mijn ziekte mij brengt.

Ook deze collage is te koop op werkaandemuur.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

Consolations 47 – Touch

Na Beauty ging ik gehoorzaam verder met Beginning. Ik stelde me een vrouw aan een strand voor, zicht op de horizon, rotsachtige obstakels overwonnen. Ik zocht dus naar onderdelen van een plaatje dat ik in mijn hoofd had en maakte daarmee mijn nieuwe collage. Toen hij klaar was, vond ik hem niet mooi! (Hij staat op Pinterest op mijn bord Proces.)
Er bestaan vast kunstenaars die dat wél kunnen, een beeld in hun hoofd een op een vertalen naar het werk. Voor mij werkt het niet. Ik moet, zoals ik ook schrijf op werkaandemuur, doen wat het werk vraagt, niet wat mijn hoofd bedenkt.
Dus het gaat niet lukken om de troostwoorden uit Consolations netjes op volgorde af te werken. Ik ga weer gewoon collages maken, en passen ze ergens bij dan is dat meegenomen.
Zo gebeurde het gister dat de collage die ik onder handen had – ontstaan vanuit een verlangen naar werken met oud papier (schutbladen van boeken, lege vellen uit fotoalbums) – opeens over Touch bleek te gaan. Vooral de laatste zin raakte me diep: untouched, we disappear.
Kom eens gauw bij me, mijn katje.

dit werk op werkaandemuur

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , , | 2 Reacties

Consolations 4 – Beauty

Beauty is the harvest of presence, the evanescent moment of seeing or hearing on the outside what already lives far inside us.
Schoonheid is de oogst van aanwezigheid, het vluchtige ogenblik waarin we buiten ons zien of horen wat al lang heel diep binnenin ons leeft.
Pas geleden hadden we een kunstwerkenchallenge op Facebook: plaats afbeeldingen van 10 van je favoriete kunstwerken, zonder commentaar.
Ik had de volgende: San Apollinare in Classe, het beeld Expansion van Paige Bradley in Brooklyn), het schilderij Jupiter en Io van Correggio,
de fresco's van San Lorenzo door Fra Angelico, Westraven keramiek, de Rothko Chapel in Houston, het aboriginal schilderij Waterhole door Sarrita King, Afternoon Sun, Lake Superior, door Lawren Harris, Paul Klee – Hauptwege und Nebenwege.

Hoewel heel verschillend, en qua beleving onvergelijkbaar – sommige in real life gezien en ervaren, andere alleen online opgedoken – geven ze me allemaal hetzelfde gevoel van ademloosheid. De adem stokt omdat het niet te bevatten is dat iets zó mooi kan zijn. Er hadden nog veel meer kunstwerken op die lijst gekund – bij allemaal heb ik blijvend dat gevoel van ver- en bewondering.

Wat David Whyte over schoonheid schrijft, gaat voor mijn gevoel meer over schoonheid in de natuur, van een mooi mensengezicht of –lijf tot een indrukwekkend landschap. Dan is dat moment inderdaad vluchtig. De mens kan heel lelijk kijken, het jubelende landschap heel somber lijken op een ander moment. Ik houd ontzettend van woestijnen, van kale bergen – zonder kerstkaartdennen - , van reuzenbomen, van de zee. Maar bij het woord schoonheid denk ik toch in de eerste plaats aan kunstwerken. En heb geen idee hoe dat te vertalen in een collage. Maar laten komen wat komt, ik ben benieuwd!

***
Hoewel ik houd van hele stille dingen – Rothko, Klee, Westraven – word ik jubelend blij van paars en turquoise en goud, van Neuschwanstein, kortom. Mijn innerlijke Sissi, een van mijn geheime ikken, komt nergens zó aan haar trekken. Zo koos ik de kleuren, ging op zoek naar Sissi, en dit werd het!

Geplaatst in autobio, creatief, kunst | Getagged , , | 3 Reacties

Consolations 3 Anger

Bij het woord Anger denk ik als eerste aan de uitspraak van Julia Cameron: Anger is Fuel. Woede is brandstof, voor creatie vooral. Zet je woede om in een verhaal, een kunstwerk, wat dan ook, máák er iets van.
Het tweede waar ik aan denk is Medusa, voor mij de verpersoonlijking van kwaad worden, van iemand willen verstenen met mijn blik, van zelf ook verstenen omdat er geen begrip, geen compassie meer kan zijn in het licht van wat mij is aangedaan.
Omgaan met woede is mij nooit geleerd, want woede bestond eenvoudigweg niet. Jij bent niet boos, jij bent moe. Met deuren slaan, een grote mond geven, het was onbestaanbaar. Het is een inprenting die grote invloed op mijn gezondheid heeft gehad. Ingeslikte woede maakt depressief en ziek.
Welke kleur heeft woede? Rood. Vlammend rood.

Dat lees ik ook bij David Whyte: anger is the purest form of care, the internal living flame of anger always illuminates what we belong to, what we wish to protect and what we are willing to hazard ourselves for. Was het een wonder dat ik nooit wist wat ik wilde? Dat ik te horen kreeg: ja maar jij wilt nooit iets. Nee, want die vlam mocht nooit hoog genoeg oplaaien om te verlichten waar het mij werkelijk om ging.
Terwijl de boosheid je dat juist kan vertellen: waar het werkelijk om gaat.
But anger truly felt at its center is the essential living flame of being fully alive and fully here; it is a quality to be followed to its source, to be prized, to be tended, and an invitation to finding a way to bring that source fully into the world through making the mind clearer and more generous, the heart more compassionate and the body larger and strong enough to hold it. What we call anger on the surface only serves to define its true underlying quality by being a complete but absolute mirror-opposite of its true internal essence.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 5 Reacties

Consolations 44 – Shyness

Deze keer ging het andersom. In een collagegroep op Facebook was de challenge: maak een collage in 1 kleur (verschillende tinten mochten wel). Ik had pas weer wat lapjes stof geverfd, en koos een grijsgroengroezelig exemplaar als basis. Plaatjes erbij gezocht in hetzelfde spectrum, van heel licht beige tot donkerbruin. De ginkgo blaadjes pasten er ook mooi bij, evenals de twee verschillende tinten vloeipapier voor de ondergrond.

Toen hij af was bedacht ik: beige. Dat is voor mij de ultieme kleur van verlegenheid. Niet het knalroze blozen, maar het willen versmelten met de achtergrond. Ik was als kind behoorlijk verlegen. Niet tussen mijn stamgenoten, daar kon ik soms wel haantje de voorste zijn. Maar bij vreemde mensen en vooral vreemde kinderen? Wie moest ik dan zijn?

Ik herinner me opeens dat mijn moeder – nog niet eens zo heel lang geleden – het had over een visite bij mensen die ze niet kende. Dat ze dat moeilijk vond, omdat ze dan niet wist wat er van haar verwacht werd. Zó herkenbaar. Je altijd willen voegen naar de mal van de ander. Nooit durven zijn wie je werkelijk bent. (Daarom maak ik me zo kwaad om die ambi-pur reclame van die motormuis die van salsadansen houdt, maar dat angstvallig verbergt voor zijn Harleyvrienden.)

Inmiddels heb ik als vrouw-van genoeg salonfähigheid opgedaan om keurig te kunnen converseren met vreemde mensen. En als schrijfjuf leerde ik om open te zijn, zodat de cursisten zich ook openden. Maar één op één? Ben ik nog steeds ontzettend verlegen. Al weet ik het goed te verbergen.

Wat David Whyte zegt: Shyness is the exquisite and vulnerable frontier between what we think is possible and what we think we deserve.
De uitgelezen, kwetsbare grens tussen wat we voor mogelijk houden en wat we denken dat we waard zijn.
We zijn het niet waard om warts and all geaccepteerd te worden. Maar oh, als het toch eens mogelijk was …

En ik zie hoe – wonderlijk – dit allemaal in mijn collage is geslopen.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 2 Reacties

Iran, bakermat van de beschaving

Vandaag werd ik eindelijk weer eens wakker met het gevoel: ja, nu gaat het wel lukken. Hop naar Assen, naar de prachtige tentoonstelling Iran, bakermat van de beschaving in het Drents Museum.
Het was verbijsterend mooi. Zoals altijd was de inrichting passend en sfeervol, alsof je rondloopt op de souq, met tegen de wanden een compleet nagebouwd reliëf uit Persepolis.
Goud, zilver, aardewerk, glas …
Wat mij altijd weer ontroert is het besef dat mensenhanden dit gemaakt hebben, ZEVENDUIZEND jaar geleden! Toen gromden wij hier nog in beestenvellen rond! Hoe is het mogelijk dat zulk teer aardewerk überhaupt bewaard is gebleven. Hoe is het mogelijk dat ze zulk fijn goudsmeedwerk konden maken, zonder vergrootglas. En waarom maakten ze een brandbom, en versierden ze het aardewerken omhulsel zo mooi?
Foto's vallen thuis altijd tegen, maar ik heb het gevoel dat ik beter kijk als ik foto's maak. En na een uurtje ben ik volslagen uitgeput, en dan heb ik 's middags nog een uitgebreid nagenietmoment. Ik heb de mooiste eruit gezocht (beetje van mezelf en een beetje kalefaterwerk van photoshop).
De aardewerken beker is uit 4000 bC, de grote oranje voetschaal uit 5000 bC, de zilveren rhyton (drinkbeker) uit 850-550 bC, die gouden rhyton met dat verbijsterende filigrainwerk uit 559-331 bC, die schaal met al die beestjes uit 224-651 AD, de brandbom uit 1200 AD, en dat beeldige armbandje uit 2600-2400 bC.
Gaat dat zien.














Geplaatst in kunst | Getagged , | 4 Reacties

Consolations 2 – Ambition

Het werd mij meestal op verwijtende toon toegevoegd: "Jij bent helemaal niet ambitieus." Ik liet dat gelaten naar binnen glijden, zo van "sorry mijn schuld" en "alweer zo'n waardeloze eigenschap van mij." Want ik was tevens lui, ongedisciplineerd, slap, egoïstisch en ongevoelig (omdat ik niet snel in huilen uitbarstte) en alles waaide mij aan, wat heel slecht is voor je karakter. Zo laat men zich door anderen definiëren, al vroeg doordesemd van het besef dat anderen het altijd beter weten en tevens áltijd het beste met je voorhebben. Ik was de luizebol, de nietskunner, de nutteloze dromer, want als mijn talenten echt iets voorstelden was ik toch wel rijk geworden, of niet dan?
Stil maar.

Eeuwen later lees ik bij David Whyte over ambitie:
• Ambition is frozen desire.

• We may direct the beam of ambition to illuminate a certain corner of the future world but ultimately it can reveal to us only those dreams with which we have already become familiar.

• Ambition takes willpower and constant applications of energy to stay on a perceived bearing; but a serious vocational calling demands a constant attention to the unknown gravitational field that surrounds us and from which we recharge ourselves, as if breathing from the atmosphere of possibility itself.

Of, zoals ik zelf schrijf in de nieuwsbrief van september:
• Aanwaaisels getuigen niet van gemakzucht, ze getuigen van een artistieke ziel die zich openstelt, die vertrouwt op de eigen waarneming, of die nu binnen of buiten plaatsvindt. Aanwaaisels zijn cadeaus die je gewoon mag aannemen.

Wat ik in de collage zie – droomduiding – zijn standbeelden, gezichten met molenstenen van eeuwen, een breekbaar glas met bloed gevuld waarvan de dode duif – duif is dood meneer – probeert te drinken, en die figuur van Munch, de schreeuwer voor de schreeuw.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | 4 Reacties

Consolations 1 – Alone

In maart schreef ik in de Nieuwsbrief al over Consolations (Troostwoorden) van David Whyte. Ik hing de lijst met woorden op mijn knutselkamertje, vast van plan om er iets mee te doen. Maar de de gezondheid gooide roet in het eten, en ik vergat het ook weer. Ik ging aan de slag met het fantasyverhaal en het grote kunstwerk dat daarmee samenhing. Toen dat eindelijk af was (4 juli, zegt Facebook) vond ik het ook fijn om weer meer 'los' te werken, gewoon met wat me te binnen viel of wat de gelli plate opwierp.

Een paar dagen geleden kwam er weer een post van David Whyte voorbij waarvan de tekst me zó aansprak.
Vooral deze zin:
To rest is to become present in a different way than through action, and especially to give up on the will as the prime motivator of endeavor, with its endless outward need to reward itself through established goals.
En zo kwamen ze weer terug in mijn gedachten, de troostwoorden. Ik heb besloten (voor nu dan, hè) om collages te maken aan de hand van de woorden, en waar mogelijk of zinvol een mooie zin uit de tekst te verwerken.

Ik ben begonnen met Alone, en deze zin:
Alone, we live in our bodies as a question rather than a statement.
Ik heb lang gedacht over hoe ik dat vertalen zou. In je lichaam te zijn als een vraag, dat begrijp ik, dat voel ik ook zo. Maar in je lichaam te zijn als een statement, hoe vertaal je dat dan? Een mededeling over jezelf? Kijk, mensheid om me heen, hier zie je mij, speciaal voor jullie aangekleed maar aan de rest kan ik niet zoveel doen?
Ik zie nu pas dat ik de expansieve figuur het vraagteken heb gegeven, en de smalle, ineengedokene het uitroepteken, de mededeling. Een collage is vaak net zo veelzeggend als een droom.

Ik heb er een nieuw bord voor aangemaakt op Pinterest.

Geplaatst in autobio, creatief | Getagged , , | Een reactie plaatsen

leeservaringsverhaal

Madeline Miller - Circe
Margaret Atwood - The Penelopiad

Ik heb Circe uit, en wat moet ik er na de uitgebreide bespreking van Anna nog over schrijven? Mijn eigen leeservaring dan maar weer, zoals zovaak gekoppeld aan het recensieboek dat ik tussendoor ook las. A Life Without You, een luchtig niemendalletje ondanks dat het als thema rouwverwerking heeft. Dat las als een trein, wat op zich ook een teken van vakvrouwschap is. Niets om je aan te ergeren, aansprekende personages en dilemma's en een fijne romantische ontknoping. In zijn soort nix mis mee.

Circe las veel moeizamer. Er zat voor mijn gevoel te weinig narrative pull in, tenminste in vergelijking met Song of Achilles. Daar stond echt iets op het spel, was er echt een doel om te bereiken. Ondanks het feit dat het verhaal bekend is, wist Miller haar perspectief zo te kiezen dat er een nieuw drama ontstond.
Het verhaal van Circe (ik denk ook nog even aan het kunstwerk van Anselm Kiefer) kent geen einde, ze is immers een godin dus onsterfelijk, ze klaagt er ook over hoe alles maar voortduurt, duizenden en duizenden jaren. En op driekwart valt bij mij het kwartje: mijn leeservaring is haar leefervaring.

Miller schrijft ongelooflijk mooi. Haar poëtische toon en fraaie vergelijkingen doen bijna Homerisch aan. Daar leer ik van. Ik ben te hooi en te gras en hapsnap bezig met mijn fantasy-verhaal, en erger me aan de kinderboekvoorleestoon die er als vanzelf insluipt en die meteen de Censor wakker maakt. Zie je wel! Je kan het niet.

Het boek eindigt met de komst van Penelope en Telemachus naar Aiaia, het eiland waar Circe naartoe is verbannen. Het schiet me te binnen dat ik al heel lang een boek van Margaret Atwood op mijn lijstje heb staan: The Penelopiad. Het blijkt een satirische, feministische hervertelling te zijn van de geschiedenis van Penelope, tot en met de thuiskomst van Odysseus. Ze vertelt haar verhaal eeuwen en eeuwen na haar dood vanuit de onderwereld, waar ze af en toe wat van haar tijdgenoten tegenkomt. Het is grappig, en totaal anders van toon en van bedoeling. Het leest als een trein. Tsjoektsjoek tsjoektsjoek, er blijft niet veel van hangen bij mij.

Nu gaan we met de leesclub The Handmaid's Tale lezen. Ik heb het al gelezen, en ben heel benieuwd of de tv-serie nu van invloed zal zijn op hoe ik het herlees.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , , , | 2 Reacties

Fredrik Backman – Björnstad – Beartown

Een klein Zweeds dorp, ergens hoog en diep in de bossen, ontleent eigenlijk alles – bestaansrecht, identiteit, werkverschaffing – aan het plaatselijke ijshockeyteam. Het is dan ook van levensbelang dat het team dit jaar de finale haalt, anders komt er geen nieuwe ijsbaan, zullen alle sponsors afhaken, en zullen alle spelers naar een naburige stad verhuizen. Als op een kwade nacht (bijna op de helft van het boek) een vijftienjarig meisje door een van de ijshockeyers wordt verkracht, lijkt het belang van het team en de dorpsgemeenschap zwaarder te wegen dan de berechtiging van de dader.
Op zich een goed gegeven voor een verhaal, zou je zeggen. Tikje zwartwit misschien, maar werkbaar, en in deze #metoo-tijden ook behoorlijk actueel. De leesclubvragen bij het boek gaan dan ook allemaal over ethische kwesties en afwegingen. (Ik las het in Engelse vertaling.)

Als dit een schrijfopdracht was, had ik denk ik gekozen voor een vertelperspectief dat afwisselt tussen dader en slachtoffer, en het oordeel geheel bij de lezer gelaten.
Backman heeft gekozen voor de soap-benadering. Alle personages krijgen om en om een scène (of een gedeelte daarvan). Het zijn er zoveel – zowat alle teamleden, alle bestuursleden en sponsors, wat losse moeders en vaders hier en daar en zelfs nog wat out-of-towners. Ik kon ze niet goed uit elkaar houden, al kregen ze stuk voor stuk een stempel waaruit moest blijken hoe Vreselijk Zielig ze waren. Aan dode en mishandelde kinderen geen gebrek. Bordkartonnen cliché's, afgevinkt op een Lijst van Moderne Karakters. De arme allochtoon, de verborgen homo, het kind van de alcoholist, het kind van de streberige vader, het gepeste jongetje … Ongelooflijk hoe een gemeenschap van dergelijke misfits toch steeds de hemel wordt ingeprezen omdat ze zo sterk zijn en geen woorden nodig hebben en het team boven het individu verkiezen en noem maar op.

Het verhaal wordt gelardeerd met tegeltjeswijsheden, omringd door
***
poëtische driesterretjes.
***
Het woord never komt er 334 keer in voor, het woord always 228 keer, zo zeker is Backman van alles wat hij verkondigt.
Zo wordt het boek tot een goedkope tearjerker, en kan ik mij niet aan de indruk onttrekken dat Backman gedacht heeft: "Waar zal ik nu weer eens over schrijven, wat levert mij geheid een bestseller op?" En pling! daar ging het #metoo lampje branden.
Het is op zich natuurlijk prima als mensen naar aanleiding van een boek over dergeljke vraagstukken gaan nadenken, daar niet van. Maar dat maakt dit boek nog niet tot een goed boek, hoe lyrisch de 41900 vijfsterders op Goodreads er ook over zijn. Dit is gewoon goedkoop effectbejag en meeliften op een hype. Nu maar hopen dat ik mijn leesclubleden niet op de ziel trap …

Geplaatst in recensies | Getagged , , | 2 Reacties