Margaret Atwood – The testaments

The Testaments (The Handmaid's Tale, #2)The Testaments by Margaret Atwood
My rating: 2 of 5 stars

Ik heb hem uit … en weet niet precies wat ik ervan vond.
Met veel plezier gelezen, dat in elk geval wel, het is een page-turner. Maar of dat nu een aanbeveling is? Het is nog niet zo lang geleden dat ik The Handmaid's Tale gelezen heb , en zeker ook dankzij de tv-serie (ik heb alleen seizoen I gezien) stond het me nog helder voor de geest.
Maar als je dat verhaal niet kent? Waar gaat dit dan over?
Natuurlijk, het is prachtig geschreven.
En natuurlijk zet het de lezer weer aan het denken overhoe het er nu aan toe gaat, in het Amerika van Trump, maar ook in een aantal Europese landen waar zogenaamd gristelijke griezels de macht hebben.
Maar als boek?
Waar ik me bijvoorbeeld aan begon te storen was hoevaak Agnes zegt: "Later zou ik begrijpen dat … Later wist ik dat …" Dat zijn van die zinnen dat je het skelet door het vlees heenziet. Het is een narratief trucje om ons benieuwd te laten blijven naar hoe het afloopt.
Aunt Lydia, in Handmaid het vleesgeworden kwaad, zo'n nazi kampbeulin waarvan je je maar nauwelijks kan voorstellen dat ze echt bestaan, krijg nu opeens een geschiedenis. Wat moeten we daarmee? Begrip krijgen? Laten zien dat wij ook vast en heus ook wel …
En dan nog Daisy, een beetje zo'n young adult meisje dat de wereld gaat redden … hoe meer ik dit voor mezelf opschrijf, hoe meer ik besef dat het eigenlijk geen goed boek is. Dat het niet op zichzelf kan staan, dat het niets toevoegt.
Daarom ben ik seizoen II van de serie ook niet gaan kijken. The Handmaid's Tale is zó af (en zelfs daar vond ik de toevoeging van het congres aan het einde al afbreuk doen), zo'n onverbiddelijke waarschuwing, daar moet iedereen verder afblijven. Zelfs Atwood.

(ik bleef twijfelen tussen 2 en 3 sterren, 2,5 zou het beste zijn)

View all my reviews

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

auto-biografie

Het was de eerste auto die ik zelfstandig kocht, zonder manspersoon die vakkundig tegen wielen schopt of in kokerbalken pookt. Ik had pech gehad met zijn (of haar? Clio is wel een meisjesnaam …) voorganger, lang ingewikkeld verhaal, en toen ik die eindelijk kon ophalen bij de garage, stond zij daar te koop, bescheiden en tegelijk deftig. De man van de garage zei het ook nog: "Een Iniziale! Die waren héél duur destijds." En een echte automaat ook, sinds Amerika wil ik niet anders meer.
Tien jaar is ze mijn auto geweest. Pittig, als een tankje op de weg, nooit problemen. En álles, letterlijk alles paste erin. Vooral bijzonder handig met kindekes die op kamers gingen. Tweepersoons stapelbedden, linnenkasten, enorme tuinstoelen, echt alles past in de Clio.
Ik heb er heel wat kilometers mee afgelegd. Regelmatig op mantelzorgbezoek bij paps, tientallen keren op en neer naar Groningen toen ik ging verhuizen, naar vrienden in Utrecht en Amsterdam en noem maar op.
En natuurlijk onze fantastische Hundertwasservakantie in Duitsland en Oostenrijk (en een stukje Slovenië), probleemloos de Großglockner op, onbezorgd scheuren op de Autobahn …
Toen werd ik ziek. Ik reed niet veel meer, niet ver in elk geval. Toch liet ze me nooit in de steek. Pjotr heb ik erin weggebracht, Frija heb ik erin opgehaald.
Tot twee weken geleden. Onderweg naar tante in Drachten pech op de snelweg … kon helemaal geen gas meer geven! Gelukkig rolde ze – automaat zijnde – nog door, en kon ik veilig ergens de wegenwacht bellen. Het euvel werd uiteindelijk gerepareerd, maar het idee dat al vaag had gebroeid werd concreter … tijd voor een nieuwe.
En dan toch nog bijna volschieten als je het koopcontract tekent.
Dankjewel Clio! Ik hoop dat er nog iemand komt die nog een paar jaar plezier van je heeft!

Geplaatst in autobio | 4 Reacties

Sonya Huber – Pain Woman Takes Your Keys

Ik weet niet meer waar ik het tegenkwam, deze mooie verzameling van afbeeldingen en citaten over creativiteit en schrijven: Habits of Mind for Creative Nonfiction. Het bracht me wel weer in gedachten dat ik al een hele tijd een boek van Sonya Huber op mijn lijstje had staan: Pain Woman Takes Your Keys. Huber is professor Engels aan de Universiteit van Nebraska, ze is ook moeder van een zoontje, en ze heeft RA (Reumatoïde Artritis, alweer zo'n vrolijke auto-immuunziekte).

Dit is niet het zoveelste ego-document over het verloop van iemands ziekte. Dit is een verzameling essays en (proza)gedichten waarin ze probeert te onderzoeken en uit te drukken wat pijn is, en hoe ermee om te gaan.

Het boek begint met What Pain Wants.
Dat geeft meteen een andere kijk. Ze ziet pijn als een wezen waar je mee moet leven. Sommige zinnen zijn herkenbaar, andere zijn absurdistisch en tegelijk zo raak!

Pain wants to watch a different channel than you do on t.v.

Pain looks at you with the inscrutable eyes and thin beak of an egret.

Pain stubs out the cigarette of your to-do list.

Pain will first try to do some things on that list but will end up with socks on its antlers.

En van deze schoten mij de tranen in de ogen: Pain does not mean any harm to you.

Een deel van het boek gaat over de frustraties van het Amerikaanse gezondheidssysteem (en zij is nog goed af, met haar werk en een ziektekostenverzekering), en over het gebrek aan interesse bij medici voor pijn. Ze kunnen het niet meten, ze kunnen het niet genezen, ze kunnen er niks mee. Dus moet je bij de ene dokter flink doen, bij de andere zielig, maar kun je nooit werkelijk vertellen hoe het gaat want dan krijg je misschien die pillen niet waarop je nog redelijk functioneert. (Herkenbaar.) Ze is gewoon ontroerd als ze eindelijk van een pijn-inventarisatielijst (de McGill Pain Questionnaire) hoort die woorden geeft aan de ervaring van pijn. (Normaal zijn het cijfers: hoe zeer doet dit van 1-10?)
Huber geeft ook wat wetenschappelijke inzichten over pijn en chronische pijn. Hoe meer pijn je hebt, hoe gevoeliger de pijnsensoren afgesteld raken, des te meer pijn je voelt, het is een zelfversterkende cirkel.

De titel van het essay The Lava Lamp of Pain geeft prachtig weer hoe zij aankijkt (of probeert aan te kijken) tegen pijn. Ze geeft ook de geschiedenis van haar ziekte, de woede die ze in het begin voelde om alles wat ze niet meer kon, tot eindelijk de realisatie indaalt dat het zo blijft.
Het wordt nergens larmoyant, er staan zoveel prachtige zinnen in die ik tot schrijfveer of collage-veer omtover. Trouwens, de titel van het boek is daar ook een voorbeeld van.
Erg mooi vond ik ook Prayer to Pain dat eindigt met de volgende zin: You must look pain in the eyes like a child and tell it not to be afraid of itself.

Ze gaat tekeer tegen de maatschappelijke visie op ziekte en pijn, zoals die bijvoorbeeld blijkt uit medicijnreclames. Die vormen altijd een drama-in-drie-bedrijven: I) de persoon kan niet voldoen aan wat de normale sociale verwachtingen zijn II) het medicijn verschijnt ten tonele III) de persoon kan weer aan zijn normale sociale verplichtingen voldoen. En veel mensen volgen dat zelfde toneelstuk. Ze willen eigenlijk niet horen hoe het met je gaat, ze zeggen meteen: heb je al yoga geprobeerd, cactussap, of kurkuma? Wat tegelijk zegt: als je maar beter je best deed, zou het wel overgaan! Wat tegelijk zegt: je moet er tegen strijden! Maar ik wil niet in oorlog zijn met mezelf. Pijn is altijd een vraag zonder antwoord.
When I confess my pain, I am letting out a specter that makes other people unhappy.
Terwijl wat je nodig hebt, is je verzoenen met dat het is zoals het is.
I have not always been in pain, but it looks as if I will be in some form of pain from here on out. That’s not to say that I am negative or have lost hope for cures or treatments, but rather that I am attempting to come to terms with it, to recenter my life around my own experience.

En is het ook niet zo dat al die auto-immuunziektes erop wijzen dat de wereld als geheel er bepaald niet gezonder op wordt?
Chronic pain technically has no positive utility for the individual body, but I believe this pain has meaning for the larger body politic, the community. The causes of autoimmune syndromes have not yet been knit together, but the alarm addresses our toxic world, reacting to the stress doled out to the bodies of women and children in particular, the way we carry and echo inflammation, the violence within and beyond families and economies. Our silent pains are the stretch marks on physical bodies stretched beyond their carrying capacity.

Waar ze ook een hekel aan heeft is mensen die maar te pas en te onpas overal Dankbaar voor zijn.
What we hear as God might be the shadow of America that asks us to smile and wave as our personal ships go down. Het enige waar ze dankbaar voor is (en ik net zo) is dit: I am grateful to be alive and to have a brain that makes meaning after meaning after meaning.

Ze komt erachter dat creatief bezig zijn (in haar geval schrijven) helpt om zich tijdelijk los te maken van de pijn. Ze was bang dat ze niet zo goed en helder meer zou kunnen schrijven, omdat pijn ook je cognitieve vermogens aantast, tot ze erachter kwam dat blogposts die ze met pijn schreef, juist veel meer reacties kregen. Het voelt als schrijven met een macrolens in plaats van een groothoek.

Al met al is het een inspirerend en waardevol boek dat ik hier het liefst in z'n geheel wil citeren. In elk geval zullen er nog heel wat zinnen hun weg vinden naar kunstwerken. Wat Huber zelf veel mooier verwoordt: Because my pain has no external expression other than a few gently twisting knuckles, it depends upon me for expression and metaphor. In fact, if I don’t feed it metaphor on a daily basis, my pain devours me.

Geplaatst in autobio, recensies | Getagged , , , | 2 Reacties

handleiding miniboekje

Ik heb met zóveel plezier aan het mini-boekje gewerkt! Het kwam voorbij op de Dutch Collagegroep, met een link naar een filmpje erbij. Ik krijg meestal de kriebels van die Youtube-how-to-filmpjes, ze duren zó nodeloos lang (en vaak nog muziek erbij ook).
Plus ik merk bij mezelf dat ik het moeilijk vind om informatie uit filmpjes op te nemen. Ik moet het regelmatig stop zetten, anders ben ik het alweer kwijt.
Ik kon nergens een geschreven handleiding vinden. Het is eigenlijk super simpel, maar om het duidelijk onder woorden te brengen is een speciale tak van sport.
We gaan het proberen.

1) neem een vierkant vel stevig papier of dun karton (ik gebruik die scrap-blokken van de Action, 30x30)

2) vouw het papier in 16 vierkantjes

3) knip het papier voor driekwart in over de middelste 3 lijnen
a) eerst langs de middelste
b) dan het papier 180° draaien en de buitenste lijnen driekwart inknippen

4) leg het papier met de binnenkant naar boven en begin met vouwen
a) vouw het eerste vierkantje (linksonder) om, zodat de buitenkant voor komt (dit wordt de buitenkaft van het boekje)
b) vouw het eerste plus tweede vierkantje onder het derde
c) vouw het eerste plus tweede plus derde vierkantje op het vierde
d) ga nu de bocht om met vouwen, steeds boven en onder afwisselend
e) zo verder tot het hele boekje gevouwen is

5) lijm de dubbele bladzijden aan elkaar (de beide buitenste kaftjes blijven gehandhaafd, verder plak je de gekleurde bladzijden aan elkaar)

6) vul de bladzijden met moois, al dan niet als een spread over twee pagina's

7) laat het me weten als er iets niet duidelijk is!

Het bovenstaande kunstwerk is te koop via Werkaandemuur.


Geplaatst in creatief | Getagged | 9 Reacties

Cut and Paste

Ik koop eigenlijk nooit kunstboeken (behalve dan tweedehands, om uit te knippen). Maar toen ik deze tentoonstelling aangekondigd zag: Cut and Paste – 400 years of collage was het meteen duidelijk, die catalogus moest ik hebben! (Ik heb ook de noordelijke musea erop geattendeerd, alleen Belvédère reageerde enthousiast.)

Het is een prachtig boek dat begint met drie degelijke essays. Ik leerde van alles wat ik bij kunstgeschiedenis niet had geleerd. Daar leer je dat collage als kunstvorm werd uitgevonden door Picasso en Bracque en dezulken, na 1900 ergens. Na de uitvinding van de fotografie werd de beeldende kunst-in-het-platte-vlak steeds minder een venster om doorheen te kijken, maar een plat vlak waarin het gebeurde. Niet langer werd de werkelijkheid door de schilderkunst geïmiteerd, de werkelijke voorwerpen werden op het vlak gelijmd. Allemaal heel vernieuwend.
Behalve dat het in de eeuwen daarvoor natuurlijk al lang gedaan werd. Maar toen was het voornamelijk huisvlijt en hobby, en zoals we allemaal weten: dan telt het niet.

Het eerste essay - Collage over the Centuries door Patrick Elliott - geeft een mooi overzicht van de geschiedenis, waarbij collage ruim wordt opgevat als alles waarbij iets ergens op geplakt wordt. Dat begint al in de vijftiende eeuw, waarbij je – hoe scabreus – de rok van een dame kon optillen om te zien wat zij daaronder droeg. Ook werden er de mooiste kunstwerken gemaakt met quillwork (met van die opgerolde strookjes papier).
In de Victoriaanse tijd neemt collage als hobby echt een vlucht, vooral met kant-en-klaar gedrukte plaatjes (een beetje vergelijkbaar met onze poezieplaatjes), die overal op geplakt werden, tot complete kamerschermen aan toe. Ook werden er collages van foto's gemaakt, waardoor het mogelijk werd om grote familieportretten te construeren terwijl lang niet iedereen fysiek aanwezig was op die plek. Mensen hielden ook een soort logboeken bij van wat er in de familie of op het landgoed allemaal gebeurde. Helemaal niet zoveel verschil met Facebook, eigenlijk.

Het tweede essay - Collage before Modernism door Freya Gowrley - zoomt in op de periode voor het modernisme, dus voordat de beroemde kunstenaars ermee aan de haal gingen. (Dat gebeurt heel vaak in de kunst: iets begint onder het 'gewone' volk, pas later pikken de gevestige kunstenaars het op en gaan met de eer strijken.) Het diende ook heel veel verschillende doelen. Zo wordt bijvoorbeeld het herbarium heel geliefd (zowel met echte bloemen als met uitgeknipte). Er verschijnen steeds meer (mode-)tijdschriften, waarvan de afbeeldingen zich goed lenen voor collage.

Het derde essay - On edge: Exploring Collage Tactics and Terminology door Yuval Edgar - is het meest theorie-van-de-kunstgeschiedenis-achtig. Is het de lijm die iets een collage maakt? Of gaat het erom dat verschillende afbeeldingen samen iets nieuws creëren? Gaat het om de raakvlakken? Moet een afbeelding informatie overdragen, of laat de collage juist zien dat dat niet hoeft?
De kunstgeschiedenis doceert nog steeds dat collage begon met Braque en Picasso. Zij zochten naar nieuwe manieren van artistieke expressie. Treinkaartjes en krantenkoppen deden hun intrede in hun werk. De individuele kunstenaar was daarbij van ondergeschikt belang, vaak werd er ook samengewerkt aan collages.
Intussen stond de fotografie ook niet stil In zogenaamde fotomontages werden verschillende negatieven over elkaar afgedrukt, of bestaande foto's werden uitgeknipt en opnieuw samengevoegd.
De surrealisten zagen collage als een manier om fantastische voorstellingen te maken. Max Ernst was hierbij een voorloper.
Iets wat wij nu décollage noemen werd in de jaren zestig 'uitgevonden': gebruik maken van beschadigde oppervlakken van reclameborden e.d. Daar zijn diverse lagen over elkaar heen geplakt, er weer afgescheurd of –gesleten, en juist die gelaagdheid maakt het werk zo expressief.

En dan volgen de afbeeldingen van 182 collages, beginnend in de zestiende eeuw en eindigend in 2018, met informatieve teksten erbij. Door de eeuwen heen zijn er zoveel verschillende materialen gebruikt (ook stof, bijvoorbeeld, of hout), is het op diverse ondergronden toegepast (van dagboek en ansichtkaart tot kamerscherm en schilderij), diende het verschillende doelen (van hobby tot herdenking – een foto met een stervende erin gemonteerd - ) en werd het gedaan door "echte" kunstenaars en minder bekende beoefenaars.

Ik vond het inspirerend om te zien hoeveel verschillende manieren er zijn om collages te maken, bij verschillende had ik het gevoel: oh! Dat wil ik óók! Het boek neemt ook een vooroordeel weg. De gemiddelde mens denkt bij het woord collage vaak "oh, dus dan plak je plaatjes van anderen op?" terwijl het zoveel meer is. Het kan emoties uitdrukken, een politiek statement neerzetten, een nieuwe kijk op oude afbeeldingen geven, heel mooi zijn of juist schreeuwend lelijk, het kan een manier zijn om creatief bezig te zijn als je zelf niet goed kan tekenen of schilderen, ook bijvoorbeeld door ziekte (denk aan Matisse). Je kunt je verhouden tot oude kunstwerken, je kunt voor jou belangrijke woorden van passende beelden voorzien, en het is van alle tijden. Is de galerij op je smartphone niet net zoiets als deze collage?

Geplaatst in creatief, recensies | Getagged , | 15 Reacties

schepping

Gister vroeg iemand mij hoe ik werkte. Of ik soms een opleiding had gehad, of ik het hele werk vantevoren in gedachten had …
Het is een wonderlijk proces dat ook elke keer anders werkt.

Op de Dutch Collage Group geven ze elke twee weken een challenge. Voor mij werkt dat meestal inspirerend (behalve als het "maak een collage in de stijl van …" is), net als met schrijfveren. Geef mij een opdracht en de kraan gaat open. In dit geval moest het een collage met handen worden. Ik had nog geen idee, behalve dat die twee schrijvende handen van Escher me door het hoofd geschoten waren.
In de ochtend was ik naar de Action geweest, en hoi, ze hadden weer nieuwe achtergrondblokken! Een paar dagen ervoor had ik weer gekliederd met de gelli plate. De prints wilden niet echt lukken die middag, maar ik had een paar prachtige uitrolvellen (waar ik de verfroller tussendoor op schoonrol), waarvan ik er eentje meteen wilde gebruiken.
Daar zocht ik een mooie achtergrond bij.

Toen het Escherboek doorgebladerd, en het was een andere hand die mijn aandacht trok. Nu daar een andere bol voor vinden …
Ik bladerde door het Goud-uit-Peru-boek, het Indonesische-kunst-boek, het Toetanchamonboek … in dat laatste was het raak.
Eén hand maakte natuurlijk nog geen handen-collage.
Dan helpt het toch wel dat ik mijn hoofd vol plaatjes heb, nog van kunstgeschiedenis. Heel veel feiten ben ik al lang vergeten, maar het gevoel voor afbeeldingen is gebleven. Gotische beeldhouwkunst. Ik heb echt voor nog geen 2 euri een prachtig boek gekocht over gotische koorbanken in Nederland. Biddende handen alom. Die twee vlekken in het uitrolvel hadden een spookachtige mensvorm, daar konden ze meteen op. Ook de beide grotere handen komen daaruit.
Alles opplakken … nog een béétje kaal. Ik trok nog wat gekleurde lijnen in het verlengde van de kleurvlakken. Klaar!


Heel anders werkte het bij de collages hiervoor. De portretten van beide vrouwen had ik gevonden in een Tefaf-catalogus. Ze spraken me allebei zó aan, daar wilde ik iets mee. Ik knipte ze uit, en zocht er voor de achtergrond mooie gelli prints bij. Toen zag ik de uitgeknipte bladzijden op mijn bureau liggen. Mooie vorm … die overgezet op gelli prints die er mooi bij kleurden, en uitgeknipt. Zo kregen de dames opeens iets met elkaar te maken. (Ik ben al een tijdje bezig met duo-collages maken, waar zo'n idee dan weer vandaan komt? Geen idee …) Omdat ik de vierkante vorm net iets te hard vond, heb ik stroken afgescheurd vloeipapier langs de randen geplakt.

Zo werkt het ontstaan elke keer anders. Zo maak ik ook elke keer iets anders. Soms is de kleur leidraad, soms de vorm, soms de afbeelding, heel soms een tekst. En toch zeggen mensen dat ik zo'n eigen stijl heb. Dat zal net zo zijn als met schrijven. Dat je wat je ook vertelt, toch altijd je eigen stem gebruikt.

Geplaatst in creatief | Getagged | 6 Reacties

kleine stukjes tijd

Een reactie op de column van Asha ten Broeke uit mijn cursus The Artist's Way.
In grote lijnen ben ik het met haar eens: mannelijke kunstenaars hebben het eigenlijk altijd makkelijker gehad dan vrouwelijke.
Maar er is een ding wat ik een mythe noem: " […] om creatief te kunnen zijn, om kunst, ideeën of verhalen te scheppen, heb je tijd nodig. Lange, aaneengesloten zeeën van tijd waarin je je kunt concentreren, in een staat van flow kunt raken waarin je zonder besef van tijd met de muze danst."
Je moet een weg vinden om je werk te doen, ook als je leven niet ideaal is ingericht.

Wat Julia Cameron schrijft in The Artist's Way (bladzij 79 van de Nederlandse uitgave), dat je kleine stukjes tijd voor jezelf moet zoeken, en die gebruiken voor creatieve dingen, is éen van de belangrijkste tips in het hele boek. Vaak stellen we het kunstenaar-zijn uit tot we meer tijd hebben. Als we met pensioen zijn, bijvoorbeeld. Of als we de loterij winnen en een jaar vrij kunnen nemen. Of een schrijversbeurs krijgen toegekend.
Uhhuh …

Het is een mooie manier om niet aan het werk te hoeven. Iedereen zal je geloven, want het is een hardnekkige mythe: de nieuwe Grote Nederlandse Roman kan alleen geschreven worden als er geen enkele afleiding is. Je moet er dus een rijke man voor zijn met een eeuwig toegewijde echtgenote (om het cliché maar even verder uit te werken). Intussen houd je fijn het beeld van jezelf als schrijver in stand, zonder een woord op papier te hoeven zetten. Handig!
Ja, zelfkennis is als een ziekenhuisbed: proper maar pijnlijk.

Wat je door de Morning Pages leert, is om je met een vingerknip in de bron te laten zakken. Daarom is het zo belangrijk ze te blijven doen. Het is als met een paar weken overslaan bij de sportschool: stijf en uit conditie ben je!
Als je houdt van je creatieve werk, vind je er altijd tijd voor. Of, in de woorden van een vriendin: Als je geen tijd hebt voor je passie, is het dan wel je passie? Wat je moet leren is om in gestolen uurtjes / kwartiertjes / minuten meteen te gaan schrijven. In de wachtkamer, voor de brug, in de auto bij school, in de middagpauze, tot de aardappels gaar zijn … allemaal kwartiertjes waarin je kunt schrijven, of schetsen, of brainstormen.

Het is ook maar de vraag of zo'n enorme lap vrije tijd goed werken zou. Vergelijk het met een mooie lap stof die een jurk moet worden: hoe eng is het niet om er de eerste keer de schaar in te zetten? Het moet meteen goed zijn, je mag het niet verpesten, daarvoor is de lap veel te kostbaar.
Zo geeft 'een jaar vrij' ook een veel te zware lading aan wat je moet presteren. Stel dat er niets komt? Hoe verantwoord je dat dan?
Maak een kunstwerkje dat je altijd bij je draagt, waarop staat: een schrijver schrijft. Een schilder schildert. Een musicus musiceert. Wacht niet tot de omstandigheden 'ideaal' zijn want dat worden ze niet en dat zijn ze niet.

Geplaatst in kunst, schrijven | Getagged , | 2 Reacties

twee zielen

Veel van jullie hebben het al gelezen in de nieuwsbrief, of anders op twitter: mijn @HellaKuipers-account is opgeheven wegens gewelddadige bedreiging.
Ik merk dat het me veel doet, het raakt aan oud zeer van onterecht beschuldigd worden, van onbegrepen zijn. Nu kan ik in navolging van het werkelijke twittertuig meteen een nieuw account in het leven roepen – maar dat lost het probleem niet op. Ik ben al mijn volgers kwijt en weet ook niet meer wie ik zelf allemaal volgde. Dus ik heb besloten om mezelf onder één (roze) hoedje te vangen: dat van @Heldinne.

Dat is nog best wennen. Heldinne is een kattekop, boos op de wereld, chronisch ziek, een gtst-kijker, een melige tv-tweeter, een #wewv-fanaat, een #kattenspam-mer en ze maakt collages. Knutselde weer wat.

Hella Kuipers was professioneel, ze twitterde schrijf- en leestips en van alles wat met schrijven en lezen en bibliotheken en literatuur en kunst te maken had. Soms vergiste ik me wel eens, dan haalde ik gauw de onprofessionele tweet weg, ik had een imago hoog te houden, ik moest ook denken aan mijn inkomsten en clientèle als schrijfcoach.

Misschien is het zo gek nog niet, om die twee zielen voortaan toch maar in één borst te laten huizen. Opgewonden standje moet zich dan wat inhouden – even tot tien tellen. Beter voor de bloeddruk. Hella Kuipers hoeft zich niet langer druk te maken over wie te volgen met welk account.
En ik merk ook dat Heldinne meer is wie ik werkelijk ben, met alle – leuke en minder leuke – facetten. Ik ben me in de loop der jaren steeds meer gaan vereenzelvigen met dat dikke godinnenfiguurtje (zo jammer dat ik niet meer heb kunnen achterhalen van wie ik die afbeelding heb gebruikt).
En die pussyhat? Die blijft tot Trump is afgetreden.

Geplaatst in autobio, schrijven, tijdgeest | Getagged | 16 Reacties

Polly Clark – Tiger

Uiteindelijk vond ik dit een prachtig boek. Het begon een beetje stroef en een heel klein beetje larmoyant. Frieda Bloom doet onderzoekswerk bij bonobo's, vooral naar hun emoties. Zelf zit ze behoorlijk in de knoop. Na een overval in een tunnel, waarbij iemand haar keihard op haar hoofd heeft geslagen, raakt ze verslaafd aan morfine. Ze wordt ontslagen bij het onderzoeksinstituut, maar vindt viavia een baantje bij een kleine dierentuin. Daar wordt op een dag een magere, zieke Siberische tijgerin binnengebracht. Het doel is dat ze zich zal voortplanten met de tijger die daar al zit.
Dan gaan we naar de Russiche Taiga, waar Putin inmiddels heeft uitgesproken dat hij belang hecht aan het behoud van de tijger. Daarom wil Ivan, in plaats van bomenomhakker, tijgerconservator worden. Zoon Tomas moet het echte werk voor hem opknappen.
Daarna maken we kennis met Edit, zij is nog van de inheemse bevolking (Udeghe, in het Nederlands officieel Oedegeïers). Nadat haar huwelijk met een Russische man stukloopt, trekt zij met dochtertje Zina de wildernis is, en weet daar jarenlang te overleven.
Ik vind het altijd wel lastig als een roman van het ene naar het andere personage springt, je hebt je net gehecht aan iemand en dan laat je hem of haar achter, en je moet maar hopen dat de verhaallijnen iets met elkaar te maken hebben. Gelukkig komen ze in dit boek uiteindelijk prachtig samen.
Polly Clark is dichteres, dat is te merken aan haar stijl, die soms bijna té poëtisch is, met té veel vergelijkingen. Er zijn een paar scènes die tegen het melodramatische aanschurken.
Maar aan de andere kant is het zo'n rijk boek! Ik vind het altijd heerlijk als je door een boek iets te weten komt waar je voordien niets van wist, en dan op een manier alsof je er zelf bij bent, alsof je zelf in een pak van vilt (want die moderne thermo-materialen ritselen veel te veel) door de besneeuwde taiga sluipt. En geschiedenissen van tijgers en mensen zijn allemaal aangrijpend.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 3 Reacties

Carson McCullers – Clock without Hands

We lezen dit boek voor de leesclub, ik las het parallel aan City of Girls omdat ze tegelijk uit moesten. Een groter verschil is niet denkbaar. Pas herlas ik wat ik had geschreven over Stoner, en dat is ook op dit boek van toepassing:

"Waar zit het 'm in, dat literatuur zo moeilijk te definiëren is, en zo acuut herkenbaar?
Het is een bepaalde kunst van formuleren die niet beter kan. Punt. Gewoon niet. Er is een perfectie in elke zin, er is geen woord te veel, geen zin te lang, geen emotie te goedkoop, geen vergelijking te cliché. En het is ook niet alleen de taal. Het is ook de psychologie, de fijnbesnaarde, diepdoorvoelde inzichten in alle mogelijke drijfveren van elk mogelijk menselijk hart. En dat dan vanuit een natuur die met dat boek meer wil dan alleen het gratuite signaleren van het kwaad in de mens. Een natuur die de wreedheid van de schrijver tegelijk met een groot menselijk mededogen kan aanzetten. Dat kunnen de Grunbergs en Buwalda's van deze wereld niet. Dat kunnen de Barnesen en de Williamsen wel. Dat zijn de grootsten."

Carson McCullers kan het ook. De vier hoofdpersonen van dit boek worden – met al hun fouten en slechte karaktertrekken – vol mededogen neergezet. Vol psychologisch inzicht ook. Ik moet denken aan wat Virgina Woolf in haar dagboek schrijft (over Mrs. Dalloway), dat een schrijver achter zijn personages een grot moet uitgraven. "I dig out beautiful caves behind my characters; I think that gives exactly what I want; humanity, humor, depth. The idea is that the caves shall connect, & each comes to daylight at the present moment."

Terwijl ik dat opschrijf, besef ik meteen dat dat precies is waar het City of Girls aan ontbreekt. Die personages hebben een what-you-see-is-what-you-get karakter. Amusant, kleurrijk, maar niet meer dan dat.

Bij Bettina vind je een mooie samenvatting van het verhaal, zij is daar veel beter (geduldiger?) in dan ik.
Ik wil het nog even hebben over de titel: klok zonder wijzers. Vanmorgen dacht ik opeens aan wat Herman Finkers altijd zegt over "uit de tijd raken" als Twentse uitdrukking voor overlijden.

J.T. Malone, Fox Clane, Jester Clane en Sherman Pew zijn allemaal op hun eigen manier "uit de tijd." En dat is ook waar hun grottenstelsel door verbonden is. Bij Malone is het natuurlijk letterlijk, zijn verhaal is de kroniek van een aangekondigde dood. De klok tikt, maar hoe laat het is? Geen idee. Judge Clane is in het verleden blijven steken, met de moderne noties van rassengelijkheid kan hij helemaal niets. Jester Clane, zijn kleinzoon, was blijven steken in zijn jeugd, die getekend is door de zelfmoord van zijn vader. Pas als hij verneemt waarom zijn vader zelfmoord pleegde, wordt hij volwassen en weet hij wat hij wil. Voor de zwarte wees Sherman geldt dat op een andere manier: als hij erachter komt wie zijn ouders zijn, vindt hij het tijd worden dat de wereld nu rekening met hem gaat houden. Maar zo ver is de moderne tijd nog niet voortgeschreden.

De symboliek van tijd en klokken doordesemt het hele boek, maakt het tegelijk tijdloos én spannend. Tegelijk lijkt het verhaal soms warrig – heel anders dan de duidelijke en-toen-en-toen-volgorde van City of Girls – maar dat past juist heel goed bij de thematiek.
Hoe passen wij in onze tijd en hoe staan wij erbuiten – en wat voor invloed heeft dat, op onszelf en op anderen.

Geplaatst in literatuur, recensies | Getagged , | 6 Reacties