Polly Clark – Tiger

Uiteindelijk vond ik dit een prachtig boek. Het begon een beetje stroef en een heel klein beetje larmoyant. Frieda Bloom doet onderzoekswerk bij bonobo's, vooral naar hun emoties. Zelf zit ze behoorlijk in de knoop. Na een overval in een tunnel, waarbij iemand haar keihard op haar hoofd heeft geslagen, raakt ze verslaafd aan morfine. Ze wordt ontslagen bij het onderzoeksinstituut, maar vindt viavia een baantje bij een kleine dierentuin. Daar wordt op een dag een magere, zieke Siberische tijgerin binnengebracht. Het doel is dat ze zich zal voortplanten met de tijger die daar al zit.
Dan gaan we naar de Russiche Taiga, waar Putin inmiddels heeft uitgesproken dat hij belang hecht aan het behoud van de tijger. Daarom wil Ivan, in plaats van bomenomhakker, tijgerconservator worden. Zoon Tomas moet het echte werk voor hem opknappen.
Daarna maken we kennis met Edit, zij is nog van de inheemse bevolking (Udeghe, in het Nederlands officieel Oedegeïers). Nadat haar huwelijk met een Russische man stukloopt, trekt zij met dochtertje Zina de wildernis is, en weet daar jarenlang te overleven.
Ik vind het altijd wel lastig als een roman van het ene naar het andere personage springt, je hebt je net gehecht aan iemand en dan laat je hem of haar achter, en je moet maar hopen dat de verhaallijnen iets met elkaar te maken hebben. Gelukkig komen ze in dit boek uiteindelijk prachtig samen.
Polly Clark is dichteres, dat is te merken aan haar stijl, die soms bijna té poëtisch is, met té veel vergelijkingen. Er zijn een paar scènes die tegen het melodramatische aanschurken.
Maar aan de andere kant is het zo'n rijk boek! Ik vind het altijd heerlijk als je door een boek iets te weten komt waar je voordien niets van wist, en dan op een manier alsof je er zelf bij bent, alsof je zelf in een pak van vilt (want die moderne thermo-materialen ritselen veel te veel) door de besneeuwde taiga sluipt. En geschiedenissen van tijgers en mensen zijn allemaal aangrijpend.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 3 Reacties

Carson McCullers – Clock without Hands

We lezen dit boek voor de leesclub, ik las het parallel aan City of Girls omdat ze tegelijk uit moesten. Een groter verschil is niet denkbaar. Pas herlas ik wat ik had geschreven over Stoner, en dat is ook op dit boek van toepassing:

"Waar zit het 'm in, dat literatuur zo moeilijk te definiëren is, en zo acuut herkenbaar?
Het is een bepaalde kunst van formuleren die niet beter kan. Punt. Gewoon niet. Er is een perfectie in elke zin, er is geen woord te veel, geen zin te lang, geen emotie te goedkoop, geen vergelijking te cliché. En het is ook niet alleen de taal. Het is ook de psychologie, de fijnbesnaarde, diepdoorvoelde inzichten in alle mogelijke drijfveren van elk mogelijk menselijk hart. En dat dan vanuit een natuur die met dat boek meer wil dan alleen het gratuite signaleren van het kwaad in de mens. Een natuur die de wreedheid van de schrijver tegelijk met een groot menselijk mededogen kan aanzetten. Dat kunnen de Grunbergs en Buwalda's van deze wereld niet. Dat kunnen de Barnesen en de Williamsen wel. Dat zijn de grootsten."

Carson McCullers kan het ook. De vier hoofdpersonen van dit boek worden – met al hun fouten en slechte karaktertrekken – vol mededogen neergezet. Vol psychologisch inzicht ook. Ik moet denken aan wat Virgina Woolf in haar dagboek schrijft (over Mrs. Dalloway), dat een schrijver achter zijn personages een grot moet uitgraven. "I dig out beautiful caves behind my characters; I think that gives exactly what I want; humanity, humor, depth. The idea is that the caves shall connect, & each comes to daylight at the present moment."

Terwijl ik dat opschrijf, besef ik meteen dat dat precies is waar het City of Girls aan ontbreekt. Die personages hebben een what-you-see-is-what-you-get karakter. Amusant, kleurrijk, maar niet meer dan dat.

Bij Bettina vind je een mooie samenvatting van het verhaal, zij is daar veel beter (geduldiger?) in dan ik.
Ik wil het nog even hebben over de titel: klok zonder wijzers. Vanmorgen dacht ik opeens aan wat Herman Finkers altijd zegt over "uit de tijd raken" als Twentse uitdrukking voor overlijden.

J.T. Malone, Fox Clane, Jester Clane en Sherman Pew zijn allemaal op hun eigen manier "uit de tijd." En dat is ook waar hun grottenstelsel door verbonden is. Bij Malone is het natuurlijk letterlijk, zijn verhaal is de kroniek van een aangekondigde dood. De klok tikt, maar hoe laat het is? Geen idee. Judge Clane is in het verleden blijven steken, met de moderne noties van rassengelijkheid kan hij helemaal niets. Jester Clane, zijn kleinzoon, was blijven steken in zijn jeugd, die getekend is door de zelfmoord van zijn vader. Pas als hij verneemt waarom zijn vader zelfmoord pleegde, wordt hij volwassen en weet hij wat hij wil. Voor de zwarte wees Sherman geldt dat op een andere manier: als hij erachter komt wie zijn ouders zijn, vindt hij het tijd worden dat de wereld nu rekening met hem gaat houden. Maar zo ver is de moderne tijd nog niet voortgeschreden.

De symboliek van tijd en klokken doordesemt het hele boek, maakt het tegelijk tijdloos én spannend. Tegelijk lijkt het verhaal soms warrig – heel anders dan de duidelijke en-toen-en-toen-volgorde van City of Girls – maar dat past juist heel goed bij de thematiek.
Hoe passen wij in onze tijd en hoe staan wij erbuiten – en wat voor invloed heeft dat, op onszelf en op anderen.

Geplaatst in literatuur, recensies | Getagged , | 6 Reacties

Elizabeth Gilbert – City of Girls

City of GirlsCity of Girls by Elizabeth Gilbert
My rating: 3 of 5 stars

Ik had me zo verheugd op dit boek, ik vond haar vorige roman - the Signature of All Things - zó goed. Ik heb dit boek wel met plezier gelezen, tenminste de eerste 300 bladzijden. De avonturen en uitspattingen van een welopgevoed meisje in het wilde New York van de jaren '40 worden zo vrolijk en bruisend beschreven, er komen zoveel kleurrijke personages in voor (het speelt zich af rond een aftands vaudeville theatertje), het leest als champagne.
Het verhaal wordt verteld door hoofdpersoon Vivian, inmiddels 90, in een lange brief aan ene Angela. Die wilde van Vivian horen wat voor mens haar vader was geweest. Tikje gezocht wel, om het antwoord door 300 bladzijden jolijt vooraf te laten gaan. En het is als énige story question (reden om door te lezen omdat je wilt weten wat het antwoord is) ook wat magertjes.
Vivian begaat een vreselijke faux pas en wordt door onkreukbare broer Walter terug naar paps en mams getransporteerd. Dan moet ze nog haar héle leven in vogelvlucht vertellen, allemaal erg leuk maar voor de lezer van vrij weinig belang. Op bladzij 400 komen we er dan eindelijk achter wie de vader van Angela was, en wat hij met Vivian te maken had. Dus er wordt een volkomen nieuw personage geïntroduceerd, en zijn tragische geschiedenis wordt in de laatste 70 bladzijden uit de doeken gedaan. Oorlog, ellende, vriendschap, vijandschap. Alsof er een stuk uit een totaal ander boek aan vastgeplakt is. Daardoor vergeet je alle vrolijkheid van het eerste deel, en het doet deze geschiedenis totaal geen recht.
Dus al met al een onevenwichtig boek dat op té veel gedachten en thematieken hinkt, terwijl dat volgens mij helemaal niet nodig was. Als het met de faux pas was geëindigd (en zonder dat terugkijken vanuit het heden was geschreven) was het een véél krachtiger en minder sentimenteel boek geworden.

View all my reviews

zo formuleerde ik het in de #Heldenreis Nieuwsbrief:
Jammergenoeg viel City of Girls toch wat tegen. Dat lag aan drie verschillende, heel duidelijk aanwijsbare dingen. Ik dacht meteen: daar kunnen schrijvers hun voordeel mee doen.

Het eerste probleem is de vorm. Een oude vrouw – Vivian - schrijft in 2010 een brief (van 470 kantjes) aan Angela, een jongere vrouw die haar gevraagd heeft wat haar vader voor mens was.
Het is nogal onlogisch dat Vivian haar antwoord laat beginnen met 300 bladzijden van haar eigen vrolijke wel en wee (en wij als lezer maar puzzelen: zou dit Angela's vader zijn? Of anders hij misschien?), vanaf 1940. Maar vooral schept het een totaal onnodige afstand. Een raamvertelling is bijna nooit een goed idee. Het is alleen een goed idee als er in het heden van het verhaal iets heel fundamenteels verandert door het vertellen ervan.
Kindeke noemde mij laatst een voorbeeld van een fantasy-roman (the name of the wind van Patrick Rothfuss) waarin het op een andere manier goed werkte. Doordat de verteller in het heden een volslagen normaal iemand was, werden zijn vreemde avonturen juist geloofwaardiger.

Het tweede probleem is de Story Question, de concrete vraag waarop dit verhaal het antwoord is. (Vooral in genre-romans is de vraag heel duidelijk. Krijgen ze elkaar? Vindt de detective de moordenaar? Redt de held de wereld van de buitenaardse invasie?)
De énige vraag die dit verhaal voorstuwt is: wie was de vader van Angela en wat betekende hij voor Vivian? De man in kwestie wordt pas rond bladzij 400 ten tonele gevoerd. Alles wat voorafging, had in feite niets met die vraag te maken. Het verhaal krijgt daardoor een wat doelloos en-toen-en-toen-karakter.

Tenslotte de opbouw. De eerste 300 bladzijden lezen als champagne. Bruisend, beeldend, gedetailleerd, geestig. De ondeugende avonturen van een welopgevoed meisje in het New York van de jaren veertig.
Maar de oude Vivian vindt het nodig om Angela haar complete leven te vertellen. Dus alles wat er gebeurd is nadat ze New York met hangende pootjes heeft verlaten. Noodgedwongen in vogelvlucht en daardoor veel minder indringend. En dan de tragische geschiedenis van het oorlogstrauma van de vader van Angela. Een compleet nieuw personage dat we in 70 bladzijden vreselijk zielig moeten vinden, maar oh zo louterend voor Vivian. Het is een van de vragen die ik stel in mijn leesrapport: staan er gedeelten in die in een ander verhaal thuishoren?
Ja, ja ja!

Het moest een boek worden over de hypocriete seksuele moraal in de jaren veertig en vijftig, en over een vrouw die zich daarvan probeert te bevrijden. Wat was het een véél krachtiger boek geweest als we alleen dat van nabij hadden meegemaakt, tot en met Vivians gedwongen vertrek uit New York.

Dicht op de huid, het blijft een gebod, schrijverkens. Zowel in tijd als in plaats.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 3 Reacties

Hella en de Krakers

Ik heb al bijna 40 jaar ervaring met chiropractors. Het begon toen ik in 1980 keihard mijn hoofd stootte in de tijdschriftenkelder van de biep. Een zware hersenschudding en een gescheurde nekwervelband waren het gevolg. De revalidatiearts deed mij een halskraag aanmeten, waar ik waarschijnlijk nooit meer zonder zou kunnen. (Ik herinner me nog dat ik hem ophaalde. Er zat ook een jonge knaap met maar 1 been te wachten op zijn kunstbeen. Toen voelde ik mij wat minder zielig.)
Gelukkig was er een chiropractor die mij met 1 flinke houdgreep van de kraag afhielp. Ongelooflijk, dat gevoel. Je eigen hoofd gewoon weer kunnen dragen!
Nekje bleef een zwakke plek, dus ik ging regelmatig naar hem terug.

In 1990 verhuisden we naar Oman en kreeg ik een kind. Dat is ook behoorlijk slecht voor de werveltjes! Gelukkig had er zich een Australische chiropractor gevestigd, die mij weer netjes op elkaar stapelde.
In Aberdeen kreeg ik een Deen. Hij was lief en ook wat vaag. Hij beoefende de edele kunst der kinesiologie en bepaalde met mijn slapvallend been welke druppeltjes ik nodig had. Bachdruppeltjes. Ze helpen absoluut! Alleen toen ik erachter kwam dat hij ze verdund verkocht voor meer pondjes, kocht ik ze maar zelf bij de Holland & Barrett. Hij had een Zuid-Afrikaanse collega die wat hardhandiger was en totaal niet vaag. Die hielp beter als de nek helemaal vast zat.
In Houston kreeg ik mijn eerste vrouwelijke chiropraxter. Kundig en zakelijk, en met een spinalator!

In Leeuwarden was het een verwennerige bedoening. Vooral het massagetrilbed na afloop was een verrukking, met zo'n zweefmuziekje erbij. Wat miste ik hem in Groningen! Ik ben 1x naar een chiropractor geweest die echt krakkrakkrak deed en mij na 2 minuten weer op straat zette. Mwah.
Toen ik ziek werd was het vooral van belang iets te vinden dat dichtbij was. De manuele therapeut zit om de hoek. Ik kan bellen als ik voel dat het nodig is, hij doet ook een soort van krakkrakkrak maar masseert ook. Het helpt, ik kan weer twee maanden vooruit, en de verzekering vergoedt het gewoon.

Maar nu was ik dus gevallen. De eerste twee dagen kon ik letterlijk mijn hoofd niet optillen, de nekspieren weigerden domweg dienst. Lang geleden dat het zó erg was, ik raakte er geloof ik een beetje van in paniek. Hier moest toch wel een chiropractor aan te pas komen?
Ik vroeg op Twitter of iemand een goeie kon aanraden.
En daar ging ik dus naartoe, gisteren.

Heel vroeger maakten chiropractors altijd röntgenfoto's, maar in deze moderne tijd gaat dat allemaal heul anders. Ik kreeg een Thermal Scan, een EMG Scan en een Hartritme Scan.
De uitslagen - die kreeg ik vandaag - waren dermate slecht dat het me verbaasde dat ik nog leefde. Chiroprakje sprak mij ernstig toe. Ik moest beginnen met drie behandelingen per week. Of nee, dat was misschien een beetje veel voor mij. We zouden beginnen met zes weken lang 2x per week. Hij praatte op me in als een stofzuigerverkoper, me steeds overhorend of ik wel goed luisterde en alles wel begreep. Hij wilde ook heel erg naast me zitten om het allemaal uit te leggen. (Ga uit mijn bubble space, zegt kindeke dan.)

Gelukkig hadden ze een Pakket waarbij je of 12 of 24 behandelingen in 1x kon aanschaffen. Dat was niet alleen voordelig (scheelt €2 per behandeling), maar dan zou ik ook echt komen want anders zei je het veel te makkelijk af.
Hij kraakte het nekje en de onderrug en klaar. Door naar de receptie om 12 afspraken te maken. €720 waarvan de verzekering €400 vergoedt, en de rest van het jaar nix.

Ik kwam thuis en kon wel janken bij het zien van die overvolle agenda. En dan de vermoeienis van de behandelingen nog niet eens meegerekend. Ik keek naar mijn noodlottige scanplaatjes en ging ze voor de grap eens googelen. In het Engels omdat medisch jargon in die taal nog steeds bekender klinkt voor mij.
"chiropractic+scans+rolling+thermal" googelde ik.
Het eerste artikel waar ik op stuitte was chiropractic gimmickry. En daar las ik precies wat voor mij niet goed gevoeld had. Dat gevoel van overdonderd te worden, iemand die een absolute waarheid verkondigt die je zelf niet controleren kunt, die je wil laten geloven dat hij de enige is die jou kan Genezen met een supergrote G. Dit ging helemaal niet over mijn zere nekje, zo peperde hij me in. Chiropractors die alleen de klacht behandelden, dat waren eigenlijk kwakzalvers. Nee, dan hij, dit zou een jarenlang traject worden. Dat Paying in Advance for Unnecessary Treatment uit het artikel deed voor mij de deur dicht.

Oh, wat heeft mijn innerlijk kindje het dan nog moeilijk! Wat zou ik zeggen? Durfde ik dat wel?
Nou, ik durfde het niet helemaal. Toen ik zei dat ik bij nader inzien wilde afzien van de behandeling en ze vroeg waarom dan, zei ik dat het te belastend zou zijn. Wat óók waar was.
Toen heb ik de manuele therapeut gebeld. Daar kan ik volgende week terecht.

PS
ik noem hier geen namen, dat vind ik sneu voor de tegoedertrouwe aanrader

Geplaatst in autobio | Getagged , | 13 Reacties

Consolations 31 – Rome

collage Hella KuipersRome, zo schrijft David Whyte in Consolations, is helemaal geen eeuwige stad. Of alleen in zoverre dat verdwijnen eeuwig is, dat niets blijft in de staat waarin het oorspronkelijk werd opgericht. Menselijke ideeën en ondernemingen vinden hun uiteindelijke vervulling als fraaie ruïne.

Mij sprak dit stukje vooral aan omdat "in steen hakken" zo grootschalig mijn opvoeding bepaalde. Als je iets vond, moest je dat voor altijd vinden. Het feit dat je smaak sinds je schooljaren niet veranderd was, werd niet gezien als gebrek aan groei, maar als teken van standvastigheid. En mocht er wel een grote verandering plaatsgrijpen (ik herinner me een rode pvda-poster voor het raam, terwijl paps in zijn late jaren naar Fortuyn en Wilders neigde), dan werd het verleden naarstig nagezocht op tekenen die al wezen op de huidige stand van zaken. Of het werd onder het tapijt geveegd.
Alles wat je wilde moest je voor eeuwig willen. Of zoals Whyte het uitdrukt: de "citadel of thought or identity we have built and proudly displayed to others."

Het is altijd een wonderlijk proces hoe zo'n collage vorm krijgt. Ik blader door een stapel gelli prints, zoek de kleuren uit die me op dat moment aanspreken. Daar zoek ik dan afbeeldingen bij. Dat gaat ook vooral op kleur, totdat er een bepaalde thematiek ontstaat. In dit geval het "in steen hakken" en het borrelen van inspiratie … zou Whyte daar iets over geschreven hebben? Ik doorzocht het boek op "stone" en vond wat ik zocht.
The citadel of thought and identity we have built is nu ook de titel van deze collage. Ik heb gemerkt dat titels die een intrigerend zinnetje zijn veel meer aanspreken. Beetje laat om daar bij nummer 264 achter te komen (of liever: bij nummer 263 die "everything interesting happens at borders" heet, een zinnetje uit Women Rowing North van Mary Pipher).
Zo groei ik maar door, in het besef dat je niets, echt niets in steen kunt hakken.

PS
Een reproductie van deze collage kun je in alle formaten en materialen kopen op werkaandemuur.
Het origineel (A3-formaat) is hier te koop.

Geplaatst in autobio | Getagged , | Een reactie plaatsen

Kate Atkinson – Transcription

TranscriptionTranscription by Kate Atkinson
My rating: 3 of 5 stars

Eigenlijk 3 1/2 ster, want Atkinson schrijft gewoon vreselijk leuk, af en toe lichtvoetig als Cissy van Marxveldt, soms op het vileine af. Ik heb het boek dan ook met heel veel plezier gelezen, het zit stikvol aparte personages, en hoofdpersoon Juliet lijkt overal maar een beetje op z'n Joop ter Heuls doorheen te blunderen, terwijl het uiteindelijk toch een bloedserieus verhaal blijkt te zijn over spionage en contra-spionage in WWII Engeland. En die uitwerking had het boek totaal niet op mij. (Haar vorige boeken - Life after Life en God in Ruins - hadden dat wel.)

View all my reviews

Nu door met Carson McCullers - Clock without Hands, voor de leesclub.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

leeservaringsverhaal

De Meester van de Neerdaling heb ik met plezier gelezen. Prachtige taal, bijzonder sfeervol, beklemmend einde ... en toch bevredigde het niet helemaal, vooral omdat er in het tweede gedeelte zoveel backstory zat, waardoor er een grote afstand is tussen lezer en gebeurtenissen. Het gegeven leent zich voor een veel spannender en dikker boek.

Ik ben altijd dol op vervolgboeken. Heerlijk om mee te maken hoe het verder gaat met de bekende personages. Chocolat was natuurlijk geweldig, nog versterkt door de prachtige film met Johnny Depp. The Lollipop Shoes las ik in Parijs, dat maakte het extra sfeervol. Van deel 3 herinner ik me niet veel meer, zelfs niet als ik online doorlees waar het over gaat.
En nu deel 4, The Strawberry Thief. Ik las het wel met plezier, het was ook wel mooi opgezet met in elk hoofdstuk een andere ik-verteller, maar tegelijk merkte ik ook verveling bij mezelf. Er zat te weinig spanning in de gebeurtenissen in het heden. De gebeurtenissen uit het verleden zijn wel Erg en Zielig maar ze gaan over iemand die aan het begin van het boek al dood is, dus waarom zou het ons iets moeten doen? Daarbij is er veel raadselachtigheid die voortdurend benoemd wordt, emoties worden benoemd en geduid, terwijl er in feite niets gebeurt behalve een geheimzinnige wind die af en toe opsteekt. Nee, toch een tegenvaller.

Ergens online werden ze samen aangekondigd: het nieuwe boek van Elizabeth Gilbert (waar ik me al maanden op verheug) en een boek van Jennifer Pastiloff: On Being Human. Overal aangeprezen als een upliftig memoir leek dat mij wel wat. Katje en ik zijn nog steeds niet helemaal opgeknapt, en dan sluipt de somberheid zomaar dichterbij.
Het voorwoord is van ene Lidia Yuknavitch, wereldberoemd in Amerika als ik haar zo googel. En het druipt van aanbidding. Ik merk dat ik daar verschrikkelijk allergisch voor ben. Ik volgde Gilbert een tijdje op Facebook (en haar boeken vind ik echt fijn), maar ik werd misselijk van alle aanbidding die haar ten deel viel. Net als met Cheryl Strayed, trouwens. Ook op haar boeken ben ik dol, en helemaal op de podcasts van Dear Sugar. Maar al deze dames onder elkaar zijn zó bezig elkaar constant veertjes in de reetjes te steken dat het gewoon niet écht meer klinkt. Of zou ik gewoon jaloers zijn?

Hoe dan ook, het lukt me sinds The Remains of the Day maar steeds niet om een echt mooi boek te vinden. Ik ga de nieuwe Kate Atkinson maar eens proberen.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , , , , , | Een reactie plaatsen

Frija’s dagboek (21)

Ik heb al zo lang niet meer in mijn dagboek geschreven! Dat komt: de vrouw zet bijna elke dag een foto van mij op Facebook met iets leuks erbij wat ik gezegd heb. Dus dan vergeet ik mijn dagboeklezers ook helemaal!
De vrouw zeg dat ik het liefste, grappigste krengetje ben. Soms ben ik zó lief, dan aait ze onder mijn kinnetje of op mijn buikbontje, dan spin ik zo hard – en dan opeens is het genoeg en dan bijt ik haar. Ik kan er niks aan doen, echt niet! De vrouw noemt mij dan Bozita de Bijtprinses.

Ik moet ook altijd een paar keer per dag stormen, dan race ik van de bank naar de grijze stoel naar de kastjes onder het raam naar de krabpaal door de boekenkast naar de tafel! Als er visite is dan vragen ze: hoort dat zo? En de vrouw knikt. Dat hoort zo bij Frija. Net als circusje spelen op de slaapkamerdeur. En vliegjes vangen op de tablet.
Als we 's avonds in bed liggen is er altijd een vreemd monster onder de dekens. Ik wil het vangen, zit het echt goed te bestuderen, maar altijd mis ik hem weer! Soms hoor ik hem ook, buiten, en dan voel ik me net een hondje, zo'n waakpoes ben ik dan!

Als de vrouw gaat knutselen mag ik altijd mee. Ik wil graag helpen maar de vrouw zegt dat ik het schaartje niet kan vasthouden, jammer hè? Soms zie ik daar een grote vogel op het hek, dan mauwt en mekkert mijn bekje zonder dat ik het doe. Zouden ze lekker zijn, grote vogels? Op balkon zijn kleine zoemzoemvliegbeestjes, die probeer ik wel te pakken maar ze zijn sneller dan ik. Op balkon kijk ik ook altijd naar de grote machines buiten, zo spannend vind ik die. En gluren bij de buren is ook zo leuk. Wat ik dit jaar voor het eerst heb gezien is sneeuw. Zo raar! Waar is dat voor? Het is koud en nat en vreselijk.

Mijn lievelings is het stuiterballetje, daar voetballen we mee, de vrouw en ik, ik zit bij de Oranje Poezinnen. Op Facebook ben ik vriendjes met Ya-Nou, die lijkt precies op mij. Hij stuurt af en toe foto's als hij iets stiekem doet. En weet je wat gek is? Hij vindt water leuk! Hij gaat met zijn vrouw onder de does! Ik vind water vreselijk. De vrouw hoeft maar met de plantenspuit te zwaaien of ik stop met stout zijn. Echt flauw. Stout zijn is mijn échte lievelings!

Geplaatst in autobio | Getagged | 16 Reacties

Elizabeth McCracken – Bowlaway

Ik heb geloof ik niet eerder iets van McCracken gelezen, hoewel de titels me wel bekend voorkomen. Maar dit was een ontdekking. Qua inhoud en woud van personages doet het wel een beetje denken aan John Irving. Het verhaal begint met Bertha Truitt. "They found a body in the Salford Cemetery, but aboveground and alive." Ze komt zo uit de lucht vallen, trouwt met Leviticus Sprague, de zwarte dokter die haar bijbrengt, en richt een bowlingbaan op voor Candlepin Bowling, dat gaat met smalle kegels en kleinere ballen. Daar mogen, oh schande, ook vrouwen komen bowlen, zelfs zonder gordijn! Bertha draagt een broekrok en fietst het hele dorp door.

Aanvankelijk denk je dat Bertha de hoofdpersoon is, maar McCracken heeft heel wat verrassingen in petto. Op een gegeven moment denk ik: ze vallen als kegels, die personages. Steeds rolt ze weer een andere bal op hen af. "A bowlingball in the wrong place could rupture you. Could make you a genealogical dead end."
Het boek hééft eigenlijk geen hoofdpersoon, dat is het punt. De hoofdpersoon is de familie – de neiteam zoals dat in het Fries zo mooi heet – het nageslacht maar ook de omstanders. Het gaat over hoe familiemythes zich door de generaties heen verspreiden tot eigenlijk niemand meer precies weet wat er gebeurd is. Behalve dan die ene, die er vanaf het begin bij was …

Dat is dus iets waar je je aan moet overgeven. Ik lees op goodreads twee soorten recensies: de ene jubelend vijfsterrig, de andere vol vragen, wat móet ik hiermee, what's the point?
Pas als je je dit realiseert – dat the point juist is dat er géén point is - zie je hoe alles in het boek hieraan meewerkt. Heel vaak zinnetjes als: na haar dood vonden ze … jaren later zou hij … Iets wat je in een boeketreeksje zou afdoen als goedkope truc, is hier onderdeel van de thematiek. Het web van geschiedenis dat een familie weeft, zonder het zelf in de gaten te hebben.

Daarbij staat het stikvol met de mooiste observaties, de geestigste formuleringen. De kantlijn wemelt inmiddels van de hartjes en de smileys. Het is een boek vol glimlachjes.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties

de avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld

Ik lees de laatste tijd steeds maar boeken waarvan ik ernaar uitkijk dat ik ze uitheb. De Avond is Ongemak is prachtig, in alle opzichten. Goed geschreven, goed ingeleefd, de afschuwelijke afloop is onontkoombaar en het is allemaal zo verschrikkelijk. Ik probeerde het ergens mee te vergelijken en kwam op Educated van Tara Westover. Ook zo'n meisje dat opgroeit in een volslagen verknipt gezin. Het grote verschil is, dat dat verhaal een terugblik is. Hoe vreselijk het ook is wat er gebeurt: je weet dat het uiteindelijk min of meer goed afloopt met de hoofdpersoon.
Jas vertelt haar verhaal in de tegenwoordige tijd. We bevinden ons in haar twaalfjarige lijf, in haar jas die ze nooit meer uitdoet na de dood van haar oudste broer, die bij het schaatsen in een wak reed. Het streng religieuze gezin valt uit elkaar als een zandkoekje door een ouderling in koffie gedoopt. Jas probeert het met magisch denken bij elkaar te houden. Er is niemand die doorheeft hoe slecht het met haar gaat.
Ik las een mooi interview met Rijneveld in Trouw, en veel van het verhaal is autobiografisch. Ze zet het magisch denken om in fictie. Het moet heel verwarrend zijn om haar te zijn (terwijl ik haar als tafelmens bij DWDD zo helder en onverschrokken vind).
Ik weet nog dat ze toen in Groningen vertelde hoe jammer ze het vond dat haar ouders het boek niet gelezen hadden, en dat begrijp ik. Maar als moeder denk ik ook: wat moet het verschrikkelijk zijn als je kind zó'n boek schrijft, hoe moet je dan in vredesnaam vergiffenis krijgen?

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen