Hoe heet dit schilderij?

Vandaag is het deze afbeelding van Anselm Kiefer die me aanspreekt. Omdat ik niet goed kan zien wat voor beestjes zich ophouden in de kooi die haar hoofd is, zoek ik naar de titel van het werk. Het blijkt deel uit te maken van een serie Die Frauen der Antike, waarover ik het volgende vind:
The women do not have a head, because the history of women from the last three millenniums, since before there was a matriarchy, were only known through men. There are always quotations by men, who describe women. Thus I wanted to say: without a head, they were defined by others.” (Anselm Kiefer, translated from German, 2005)

Na lang puzzelen denk ik dat de titel Schechinah is. Het vrouwelijke aangezicht van God.
Maar Frauen der Antike staat letterlijk op het schilderij, dus dit kan niet kloppen.

Ik kan mezelf totaal blokkeren als ik iets niet weet. Ook dat is weer een jeugdtraumaatje. Voor je überhaupt met een mening mag komen, moet je álle bronnen geraadpleegd hebben. Beslagen ten ijs, de rede gestut, want wee je gebeente als je 'zomaar' iets vindt. Of 'emotioneel' reageert op iets. Bah bah bah.

Natuurlijk reageer je als schrijver, als kunstenaar, als normaal mens (durf ik nu wel te stellen) vanuit je emotie op een schilderij. Een gazige bruidsjurk, het kwetsbaar-sierlijke kledingstuk waarin het patriarchaat je graag ziet, met in plaats van je hoofd een kooi met gevangen dierlijkheidjes erin. Gedefinieerd door anderen. Om dat erin te zien heb je alleen je eigen levenswijsheid en –ervaring nodig, geen encyclopedische kennis.
En ik weet nu hoe Yima zich zal voelen als ze in het huwelijk treedt.
Wat niet wegneemt dat mijn innerlijke bibliothecaresse tóch graag de titel wil weten.

aanvulling: via twitter kreeg ik dit antwoord

Geplaatst in autobio, kunst, schrijven | Getagged | Een reactie plaatsen

verlangen is het antwoordbericht

Kortgeleden kwam ik deze afbeelding van Kate Samworth tegen op twitter. De titel stond er niet bij, die vond ik op Pinterest: Lithium (Outskirts of Catatonia). Terwijl hij me zonder titel al zo aansprak.
In een blauw bos staat de jonge vrouw tussen de stramme stammen, ze snijden haar in stukken met hun schaduwen maar ze lijkt het niet te merken, ze kijkt hardnekkig de kant uit van het donker, de kant waar ze vandaan kwam. Ze volgt niet de witte vogel naar het licht, ze kijkt niet naar de zee, ze kijkt alleen maar terug naar het donker dat haar baarde.
Niets is zo moeilijk als je omkeren naar het onbekende licht, zeker als begrip van het verschil tussen donker en licht is uitgewist in je. Er moet eerst verlangen zijn, maar, zegt Rumi: Verlangen is het antwoordbericht.

Zo'n afbeelding is het antwoord op mijn verlangen naar dit verhaal. Het geeft een aspect weer dat ik al kende, al wist ik dat niet. Is de kunstenares zelf dit stadium alweer voorbij? Heeft zij dit verhaal geleefd en is ze omgedraaid naar het licht? Op haar website zie ik wonderlijke afbeeldingen, waarin bekende schilderijen zijn vermengd met haar eigen vogelfantasie. Fascinerend! maar niet mijn verhaal. Zo zwermen fantasieën door de lucht en komen soms even in botsing.

Ik zoek nog even verder en vind dat ze haar serie Outskirts of Catatonia maakte in antwoord op de diagnose die een vriendin kreeg. Zij vond het moeilijk om te communiceren, en vogels symboliseren de geest en geheime communicatie. (Ik denk aan de duif die de Heilige Geest symboliseert.)
Heb ik al vogels in mijn Fantasymap? Ik vind de Uilendeur, en een enkele vogel op een schilderij. Maar nog geen vogel die de weg wijst. Die komt binnenkort mijn verzameling invliegen, ik heb het antwoord op zijn verlangen gegeven.

Geplaatst in schrijven | Getagged | 2 Reacties

Matthew Sullivan – Midnight at the Bright Ideas Bookstore

Ik hoef heus niet elke keer zo'n diepzinnig boek als A Tale for the Time Being om van lezen te genieten. Van dit boek heb ik ook ontzettend genoten. Dat lag aan veel verschillende factoren.

De setting was heel echt en helder, niet alleen de boekwinkel maar ook de verschillende buurten in Denver en de bergen van Colorado. De mensen waren echt en aardig, of in elk geval invoelbaar, en de verstandhoudingen tussen de verschillende personages ontwikkelden zich. Er zat een leuke raadselachtige code in, een puzzeltocht door de boekwinkel (die Bright Ideas heet omdat hij gevestigd is in een oude lampenfabriek).
De gebeurtenissen in het verleden (die uiteindelijk alles in het heden aan het rollen brengen) zijn gruwelijk. Ik las hier en daar dat mensen het veel te bloederig vonden. Maar juist die bruutheid contrasteerde zo mooi met de (schijnbare) rust in het heden.

Ja, uiteindelijk is het gewoon een moordverhaal. Lydia werkt nu al zes jaar bij de boekwinkel. Op een late avond hoort ze helemaal boven in het gebouw boeken van de plank vallen. Blijkt een van de vaste klanten (die meer komen om er de dag warm en lezend door te brengen) zich te hebben opgehangen. Hij heeft een foto bij zich van Lydia's tiende verjaardag. Hoe komt hij daaraan? Waarom is zijn leven met dat van Lydia verweven? Ze erft zijn schamele bezittingen, waaronder een kratje boeken die een code blijken te bevatten. Om meer te weten te komen moet Lydia ook het contact met haar vader herstellen, die inmiddels als een kluizenaar in een berghut woont. Ook ontmoet ze haar schoolvriendje Raj weer, die nog precies weet wat er destijds is gebeurd.

Waar het uiteindelijk op neerkomt, denk ik, is dat je moet geven om de personages, en dat de schrijfstijl zo is dat je je nooit aan iets hoeft te ergeren. Trouwens, Sullivan laat heel af en toe een pareltje vallen. Hier staat een mooi interview met hem.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

fantasiereizen

Vanmorgen zag ik een afbeelding van een ondergrondse stad: Derinkuyu in Cappadocië. Een locatie waar het fantasy-hart van opspringt. Ik kan me voorstellen dat voor veel fantasy-schrijvers het bouwen van een wereld het grootste genot is. Ik kan me helemaal voorstellen van Tolkien bezielde, die uitgebreide kaarten tekende en hele talen verzon. Waar haalde hij het vandaan, zonder de vloed aan afbeeldingen waar ik zelf dagelijks mee overstelpt word?

Ik ga ervan uit dat elke afbeelding die mijn hart doet opspringen, iets te maken heeft met het ongeboren verhaal, het ondergrondse verhaal van Yima. Ik heb al zovéél mooie locaties.
Eerst al die eilanden, toen al die ommuurde stadjes, allerlei vreemde bouwsels van over de hele wereld – wat leer je daar toch weinig over op school, of zou dat inmiddels anders zijn geworden? Wij leerden alleen over wat terzake deed voor onze eigen cultuur. Niets over Indianenpueblo's of Dogonhuisjes of grotwoningen in Cappadocië. Niets over Paaseiland of een andere plek waar ook zulke reuzenbeelden staan (Nemrud) of de vreemde beelden van de Chachapoya in Peru.
Voordat ik fantasyplaatjes ging sparen had ik van de meeste van deze dingen ook nooit gehoord.
Zo zal het voor Yima ook zijn op haar reis. Alles nieuw en anders, steeds weer een cultuurschok. Dat zijn persoonlijke ervaringen die ik kan gebruiken.

Dat ik op dit moment zo gegrepen word door exotische locaties heeft natuurlijk alles te maken met het feit dat ik fysiek niet reizen kan, dat ik al drie jaar aan de drie noordelijke provincies gekluisterd ben omdat verder reizen te vermoeiend of te onveilig is. Ik reis in de geest en de fantasie en droom mij over de wereld. Ik bewandel gevaarlijke bergwegen langs diepe kloven, ik dwaal langs turquoise poelen in China, langs diepgroene vulkaanmeren, langs drijvende dorpen en hoog oprijzende kastelen. Af en toe sla ik een plaatje op van een fantasy-kunstenaar. Wat zou ik dat graag willen kunnen, al die fantasieën omtoveren tot een geschilderde realiteit die zo echt lijkt als een foto.

Ik google nog even op "world building" en vind meteen de 7 doodzonden bij het wereldbouwen. Het is ook zo fijn om weer van alles te leren te hebben!

picture by wildeastmofo on reddit

Geplaatst in autobio, schrijven | Getagged , , | 4 Reacties

Ruth Ozeki – A tale for the time being

Ik heb een schitterend boek gelezen waar twee boekbloggers (Anna en Joke) al een prima bespreking van hebben geschreven. Dus wil je weten waar A Tale for the Time Being over gaat, lees die dan eerst even.
Waar ik het nu over wil hebben, is wat ik noteerde toen ik net over de helft was: sommige boeken verrijken je, andere verarmen je.

Ik begon in dit boek nadat ik Beautiful Animals had gelezen. Dat was niet alleen slecht geschreven, het was ook een boek dat pure tijdverspilling was. Een boek waarvan je niets 'meenam.' In de zin van: kennismaken met een onbekende wereld. Nieuwe gedachten. Invoelbare emoties. Personages om mee mee te leven. Een thematiek op leven en dood. Poëtisch of anderszins bijzonder taalgebruik. Een inventieve structuur. Verwondering. Levensvragen. Compassie.

Integendeel, je had in het gezelschap verkeerd van twee verwende, zich klem zuipende meiden en een generieke Syrische vluchteling, die in een decor waren geplaatst dat zo uit de anwb-gids geplukt leek. Als een schrijver zo'n boek produceert, vraag ik me altijd af wat hem heeft bewogen. In dit geval vermoed ik een ernstig geval van ijdelheid en verveling. Niet een innerlijke noodzaak om de wereld iets moois of belangwekkends te geven. Om – zoals Cameron dat zo mooi uitdrukt – een bijdrage te leveren aan de schepping.

Bij Ozeki kreeg ik zóveel! Ik leerde over de ontstellend verschillende aspecten van de Japanse cultuur, van een feeërieke tempel hoog op een berg tot kamikazepiloten en het leven in Tokyo. Ik was op een eiland aan de Canadese westkust en dacht aan Vancouver Island waar ik zo graag nog ooit heen wil. Ik stond stil bij het begrip tijd, en ik stond stil bij de relatie tussen lezer en schrijver. Ik had medelijden met Nao en haar vader en wenste me zo'n huwelijk als tussen Ruth en Oliver.
En ik wou dat ik zó schrijven kon.

Geplaatst in lezen, recensies, schrijven | Getagged , | Een reactie plaatsen

Frija!

verhaspelcolumn 2017

Het zal niemand ontgaan zijn, dat ik in Frija een fenominale nieuwe huisgenoot heb. Toen Pjotr net dood was – het slechtweergesprek bij de dierenarts zal ik nooit vergeten – was het voor mij in steen gegoten: nooit weer een nieuwe kat.

Ik reageerde als een wesp gestoken als mensen erover begonnen. Ik had wel genoeg achter de kiezen gekregen, en ik vond dat hun argumenten geen ham sneden. Ze hadden wel een advocaat in handen kunnen nemen, of zich kunnen beroepen op hun migrantenachterstand, ze konden het wel met volle borst voorlezen en zeggen waar het voor staat, in mijn belevenis stuitte het tegen het zere been. Zij dachten er het zijne van en sloegen de handen bijeen ten behoefte van deze belanghebbende vraag.

Ik kon me nog niet bekoren om iets, en maakte me er niet te sappig om. Ook al ben ik alleen moederstaand, ik laat me niet opsabelen met een nieuwe kat, tenzij uit vrijwillige wil. Ik wilde 300% zeker zijn dat ik het 100% zeker wilde.

Ondanks mijn tegenstrubbelingen propagandeerde de een een hamster – want die hebben wel aanleg voor talent - (daar werd ik hilarisch van) en de ander een robotpoesje van Chinese makelaardij. Ze maakten zich zorgen hoe het met mij verging, want de kans zag ernaar uit dat ik een verkeerd klimaat schepte. Ik moest daar niet de grap mee steken, straks werd ik van de aardbodem vervaagd! Ze waren zo stellig als Luther die zijn stellingen op de kerk van Wittgenstein deponeerde, ze spraken moord en brand.

Bij mij sloeg het in als een baksteen. Het bleek achteraf een eitje van een cent om het tot een goed einde te volbrengen. Ik zocht op Marktplaats en greep de gelegenheid te baat.
Er zijn geloof ik geen etiquette voor het omgaan met poezen, maar Frija behoort tot het neusje van de zalm. Ik hoef maar bij een paar zaken mijn poten stijf te houden om voor deëscalisatie te zorgen. Een grote factor speelt natuurlijk mijn ervaring met de opvoeding van Pjotr. (Af en toe ligt zijn naam nog op het puntje van mijn lippen.) Ik ken de klappen van de zweep, ik zie wanneer poezen kwaad in de zin zijn.

Ik weet niet of Frija erfelijk bezwaard is, en of zij goedschikkende of kwaadschikkende ouders heeft. Haar vorige baasje verbouwde het land. Daar had zij denk ik buiten koud moeten kleumen. Hier excellereert zij al in klimmen en vliegen, ze komt ontzettend grappig de hoek om en vormt een uitgeschreven kans om te lachen en heel veel foto's te maken.
Ik ben blij dat ik de knoop gehakt heb, en hoop dat ik het bol kan werken zonder gebroken sleutelbenen. Ik hoop dat Frija nog heel lang een mondje mee mag spelen in mijn leven!

Geplaatst in schrijven | Getagged , | 10 Reacties

Madelon Székely-Lulofs – Rubber

Ik heb van Rubber genoten zoals ik geniet van elk voor-oorlogs boek in oude spelling. Ik had een e-book gedownload van de dbnl dat behoorlijk slordig was, zonder alinea-aanduidingen, met 'druk'fouten en een lelijke opmaak, maar daar kon ik wel omheenlezen. Ook aan het woud van stippeltjes raak je gewend.

Het boek geeft een goed beeld van het leven 'in de rubber' op Sumatra gedurende de jaren twintig (het eindigt met de krach van 1929). Er waren heel wat zinsneden die mij als ex-expat bekend voorkwamen. Hoewel ik alleen in Oman dat koloniale gevoel heb gehad. Naar de Club, de donkere bedienden, huispersoneel … Dat gevoel dat het werkelijke leven zich elders afspeelt, niet daar waar jij je bevindt. Het geruststellende idee dat je ooit 'gewoon' terug zult gaan. Er langzamerhand achterkomen dat 'terug naar huis' niet bestaat (in mijn geval al helemaal niet), omdat je zelf zo veranderd bent door dingen die je de thuisblijvers nooit kunt uitleggen.

En wat hij niet wist, dat was wat géén weet, die uit het eigen land wegtrekt: dat hij nooit meer ergens gehéél zou thuishooren. Niet in het nieuwe land, waar hij zijn beste jaren sleet en niet in het oude land, waar zijn kinderjaren lagen en misschien eens zijn ouderdom zou liggen....
Wat hij niét wist, dat was, dat hij nérgens meer een gehéél eigen plaats zou hebben; dat hij tot géén land, géén volk óóit meer gehéél zou behooren....

Het gevoel van nietige verlatenheid dat de oernatuur in je tweeg kan brengen.

Met lichte verbazing lees je de als vanzelfsprekend geuite vooroordelen omtrent ras en geslacht. Vrouwen hebben een 'intuïtieve fijngevoeligheid,' Slavische mensen hebben een 'weekere natuur,' koelies denken 'in hun deemoedige onderdanigheid' dat het wel goed zal zijn wat de toewan doet.
Het oerwoud wordt platgebrand om er rubberplantages aan te leggen, en dat is iets om trots op te zijn:

'deze mooie arbeid van het vruchtbaar maken van een ruwe streek.'
'… de autobanden die de hele wereld door gingen … Alles werk van blanke menschenhanden. Dit besef doortrilde hem als een trotsche ontroering …'

(Wanneer is dat precies veranderd? Pas in de jaren '60?)
Ik verbaasde me ook wel over het gebrek aan luxe (vooral in het begin van het boek, als de nieuw-aangekomenen in een soort hut van hout en palmbladeren worden ondergebracht). Wat een verschil met de villa's van Couperus!

Maar ook: wat een verschil in schrijftalent. Als je dan toch wilt vergelijken. Couperus doet wat een goed schrijver doet: een algemene problematiek invoelbaar maken door in te zoomen op één familie. Szekely huppelt van het ene personage naar het andere, zodat we om niemand echt kunnen geven. Het alwetende-verteller-perspectief doet er ook geen goed aan. Zijn we aanwezig op een van de orgieën waar alle rijkdom tenslotte op uitloopt, kijken we ook gauw even in het hoofd van een bediende, of van de restaurant-eigenaar. Iemands dood wordt al zó lang van te voren aangekondigd dat je er nauwelijks meer van schrikt, laat staan ontroerd raakt.
In het begin deed de stijl me wel een beetje denken aan Diet Kramer.

Je moet denken....’ haar stem was ernstig nu.... ‘je moet dènken, dat ik geen lastpost voor je wil zijn! Je moet me beschouwen als je kameraad.... niet als een lastige vrouw, voor wie jij zorgen moet. Hier, hebben we alléén mekaár. Ik wil dát voor je zijn, wat een manne-vriend voor je zou geweest zijn: hulp, steun,.... álles.... een èchte kameraad.

Maar qua diepgang haalt Szekely het ook bij Kramer niet.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

schelletje

Gister had ik een fijn gesprek met iemand over de gevolgen van narcistische mishandeling, en of die littekens ooit verdwijnen. Ik begin zo langzamerhand te denken van niet. Bij mij uit het zich door een zéér fijn afgestelde nardar (die man gister in Bed and Breakfast!), een groot gebrek aan vertrouwen, en plotseling opvlammende woede als iemand mij – al dan niet opzettelijk – kwetst.
Ik vóel me ook gauw gekwetst, en dat is meestal een teken dat er oud zeer achter zit.
En zo viel er vandaag weer een schelletje.
Onlangs had iemand de euvele moed te suggereren dat ik bepaalde technische aspecten van een roman verkeerd beoordeeld had. Of ik dit en dat niet doormekaar had gehaald. Op zo'n moment ontplof ik veel erger dan nodig. Hoe dúrf je mijn vakkennis en deskundigheid in twijfel te trekken?
Wat zou het heerlijk zijn om in alle rust, zonder hartkloppingen en een oplopende bloeddruk te kunnen antwoorden: nee hoor, hoe kom je erbij?

En opeens openden de gordijnen zich op een toneeltje aan de ouderlijke eettafel. Vader beweerde iets over Amerika, waarvan ik wist dat het onjuist was. Nee, maar hij had er dit boek en dat boek over gelezen en in de oorlog hadden ze ons bevrijd … Ja maar pappa, ik wóón daar! Ik weet hoe het daar is!
Pappa moest met migraine naar bed, mamma herhaalde haar mantra: "Daar kan pappa niet tegen."
En ik bleef stikkend in mijn woede en mijn correcte oordeel achter. Gauw naar buiten om een shagje op te steken.
Het is díe woede die me nog altijd parten speelt. Father knows best. De doodenkele vakgebieden waarvoor dat niet gold, kamde hij gewoon af. Zo van: "Ja, maar dat is zo'n echte bèta." Als de auto naar de garage was geweest, liep hij altijd de wielmoeren na. Geen ziertje verstand van techniek, maar toch laten zien dat hij de eindcontrole had.
Mensen met afwijkende meningen waren gek. Mij zei hij dat niet in m'n gezicht, maar hoe hij over de rest van de vrienden- en familiekring sprak zei genoeg.
Man man man.
Nu maar weer gauw het poesje aaien.

Geplaatst in autobio | Getagged | 9 Reacties

Frija’s Dagboek (13)

Gister zei iemand op Facebook dat ik zoveel liever keek dan Vorige Poes (dat was die foto van net na de middagdut, we lagen zo heerlijk samen op mijn bed). Toen heeft de vrouw uitgelegd dat ik jong en onschuldig ben, terwijl Vorige Poes een eenzame cowboy was, met een gewelddadig verleden.
Vorige Poes kwam helemaal uit Texas! Hij droeg cowboylaarzen en had altijd twee pistolen bij zich. En hij ving slangen en vogels ...
Ik vang propjes en vingerhoeden en ik huppel de hele dag door het huis, tot ik in slaap val. De vrouw wordt vrolijk van mij en ik ga ervoor zorgen dat ze net zoveel van mij gaat houden als van Vorige Poes. Hij heeft me trouwens gestuurd, vanuit de kattenhemel.
En zo heel onschuldig ben ik natuurlijk ook weer niet. Gisteravond ben ik weer een plankje hoger geklommen in de boekenkast, de vrouw moest in allerijl haar prulletjes nog een plank hoger zetten. Uiteindelijk moet ze ze aan het plafond hangen denk ik!
(Ik laat jullie ook even zien hoe ik op de printer zit als ik mijn verhaaltje voormauw.)


Geplaatst in autobio | Getagged | Een reactie plaatsen

Frija’s Dagboek (12)

De vrouw ging in het kleine kamertje en ze deed de deur dicht! Ik mocht er helemaal niet bij! Wel een uur lang bleef ze daar, en toen kwam ze naar buiten en haar handen waren blauw en geel en goud en ze moest allemaal dingen afspoelen onder de kraan. Gelukkig hebben we 's avonds nog heel veel gespeeld. Ze kan met haar vingers naar mij toe wandelen over de tafel en dan weet ik niet meer dat zij daar aan vast zit. Ik speel ook oerwoudje met de planten, dat heeft ze gefilmd! Slingeren aan de theedoek is ook fijn.
Ik heb ook nog een lievelings die níet mag: op snoertjes kauwen. Waarom zijn verboden dingen juist het lekkerst?
's Morgens weer heerlijk op het grote bed, en ik maak nu een héél snel racecircuit: brrrrmmmm op het kastje met de glinsterdoek, vrrrrmmmm achter het schilderij langs en zo hoep! weer op het bed. Het gaat zo snel dat de vrouw geen tijd heeft om NEE te roepen. Trouwens, als ik meteen daarna spinnend onder haar kin kruip moet ze alleen maar lachen en mij aaien.



Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties