woman is the nigger of the world

De hashtag #MeToo (10 jaar geleden bedacht door Tarana Burke) blijft de gemoederen (media) bezighouden. Zelf mag ik niet mopperen – afkloppen! – met maar twee kleine akkefietjes in mijn jonge jaren, maar ik ken als iedere vrouw de angst om alleen in het bos te wandelen of 's avonds langs een duister fietspad te moeten.

De mannen vinden het ook allemaal heel erg, zo verzekeren zij ons. (Dit is een van de weinige keren waarover ik wel "we" durf te schrijven.) Toch twijfel ik daaraan. Volgens mij vinden ze eigenlijk dat we niet zo moeten zeuren, en ons niet zo slachtofferig moeten opstellen. Het moet tenslotte wel leuk blijven.

We moeten wel gewoon kunnen lachen om de tv draait door, waarin wordt geschaterd om een grap over groepsverkrachtingen in India. Gortdroge humor, aldus Matthijs. Probeer zo'n grap eens te vertalen naar Johannesburg of Auschwitz, en niemand zou durven lachen. Maar om verkrachte vrouwen moet iedereen lachen. Mannen omdat het leuk is, en vrouwen omdat ze anders niet leuk zijn.

Gister schreef Rosanne Hertzberger in de NRC het volgende aan mannen:

En mocht je je gaan ergeren aan de meer overdreven reacties in de stroom van #MeToo berichten, of je misschien zelfs op één of andere manier onterecht beschuldigd voelen, dan slik je je grieven maar even in. Vergelijk het met een aanrijding tussen een fiets en een auto. Als er een fietser met zwaar letsel op de grond ligt ga je niet klagen over een kras op je deur. Als je zo ontzettend duidelijk bij de bovenliggende partij hoort, dan is het je taak om het grotere plaatje zien.

Dat laatste geldt net zo hard als je het over racisme hebt. Als je de woorden 'man' en 'vrouw' zou vervangen door 'witte' en 'zwarte' zie je hetzelfde mechanisme. Om met John Lennon te zingen: woman is the nigger of the world.

Geplaatst in tijdgeest | Getagged , , , | 1 reactie

jubileum

precies tien jaar geleden begon ik met bloggen

Geplaatst in autobio, schrijven | 12 Reacties

Ned Beauman – Madness is Better than Defeat

Madness is Better Than DefeatMadness is Better Than Defeat by Ned Beauman
My rating: 2 of 5 stars

Ik had toch pas nog een boek gelezen dat een soort van persiflage was op Heart of Darkness? Oja, dat was dit: https://www.goodreads.com/book/show/3....
Ned Beauman heeft ook zijn best gedaan. Kennelijk is dit de nieuwe mode onder jongige, hippe schrijvers: laten zien hoe dazzling je kunt schrijven en hoeveel gekte je bij elkaar kunt verzinnen, er een 'meta'sausje overheen gieten om te laten zien dat je er echt wel voor gestudeerd hebt, en dat dan oogverblindend de wereld insturen.
Ik ben zeker een te ouwe vrouw om daar nog voor te vallen. Ik ervaar een boek als pure tijdverspilling als ik dwars door de leukigheid heenkijk en daarachter totaal niets ontwaar. Geen personages om mee mee te leven, geen belangwekkende thema's of gezichtspunten. Een grote, vakkundig ingekleurde façade.

View all my reviews

Een reactie plaatsen

Robin Hobb – Royal Assassin

Ik heb deel twee van de Farseer trilogy uit (helaas in 1 band zodat ze voor mijn jaarscore op Goodreads ook maar 1x meetellen), en geniet me nog steeds suf. Toegegeven, het ergernisje is er ook nog steeds. In deel twee spande dit de kroon:
'Will,' I said quietly.
'Will what?' he asked.
I told him of Will, quickly and quietly. As he listened, his eyes widened.
'It would be brilliant,' he said admiringly. 'A Skilled assassin. It’s a wonder no one thought of it before.'
'Perhaps Shrewd did,' I said quietly.

Terwijl het verder zó knap geschreven is. Zo zintuiglijk, beeldend, spannend, invoelbaar, ontroerend, en met kennis van zaken over ambachten, kruiden, wapentuig, dierverzorging, noem het allemaal maar op. De boeken zijn uit halverwege de jaren '90 en heel vaak zie ik parallellen met onze tijd, met onze strijd tegen gezichtloze, naamloze terroristen zonder gevoel. In de boeken zijn dat de forged ones, mensen die ontdaan zijn van alle menselijke eigenschappen, en zelfs van de goede dierlijke eigenschappen, de zorgzaamheid die nodig is om de soort in stand te houden.
Het grappige is, dat ik als kind nooit hield van verhalen die "in het echt niet konden." Pratende dieren, sprookjesrijken, ik had er niets mee.
En nu houd ik zoveel van Nighteyes, de wolf, en van alle toverige dingen die er plaatsvinden. Het is zelfs zo erg dat ik voorzichtig denk … zou ik dat kunnen? Zo'n heel rijk verzinnen, en de speciale toverkrachten die daar heersen, en dan nog een zinvol verhaal over belangwekkende personages?
Ik ben maar begonnen met mooie plaatjes sparen op Pinterest.
Maar nu eerst – jammergenoeg – weer een recensieboek.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged | 4 Reacties

schrijven over de gewone man

Wat een rare, ontsporende discussie zonet in de Nieuwsshow.
Jos Palm kwam vertellen over zijn nieuwe boek dat zo fijn aansluit bij Rutte's uitspraken over de gewone, normale Nederlander: De Gewone Man, een Kleine Mensheidgeschiedenis. Palm is historicus én zoon van een loodgieter. In mijn ogen precies de juiste credentials om zo'n boek te "mogen" schrijven. Want daar ontspoorde de discussie over: mocht je wel óver de gewone man schrijven? Moest de gewone man niet zélf dat boek schrijven?

Daarvoor waren er andere gasten geweest: een professor in de slaaptekortkunde, een übermilieubewuste vrouw over ontspullen, aan hen werd niet gevraagd of zij wel "mochten" schrijven of beweren wat zij deden. Zij hadden blijkbaar aan hun verstand van zaken genoeg.

Maar oh, de Gewone Man. Die gewone normale Nederlander die tegenwoordig op diverse voetstukken wordt gehesen. Hardwerkend. Niet gehoord. Ongerust.
En waarom worden zij op dat voetstuk gehesen?
Of liever, door wie?
Door politici die op hun stem uit zijn.
Niet door mensen die zich werkelijk verdiepen in wat er leeft. Anders zouden al die maatregelen die de gewone man naar de voedselbank dwingen, niet genomen worden.
Als we in het nieuws de Gewone Man dingen horen roepen, is dat ook altijd met een doel: te laten zien wat er "leeft" en daarmee ook dat echelon kijkers aan je proberen te binden.
Een uitzondering was dat programma over schuld. Daar werd van binnenuit getoond hoe het echte leven van gewone mensen eruit ziet. Met als doel – mag ik aannemen van Human – hen ook te helpen uit de sores te komen.
Volgens de redenatie van de mensen bij de Nieuwsshow had dat eigenlijk niet gemogen. Was het betuttelend en bevoogdend, als gestudeerde (en meer welvarende) mensen zich uitlieten over en bezighielden met het lot van de gewone man. Alleen de gewone man zelf mocht dat.
Maar de bakker kán helemaal geen boek schrijven, wierp Palm nog wanhopig tegen.

Vervolgens kwam de boekenrubriek, die opende met Manhattan Beach van Jennifer Egan. Over Gewone Mensen in de jaren dertig ging dat. Was Egan zelf wel gewoon genoeg? vroeg de presentator, en ja, de boekbespreekster dacht van wel.
Dat Egan zoals de meeste Amerikaanse schrijvers een graad in Engelse literatuur heeft, deed blijkbaar niet terzake.
Dat het juist de universitaire studie is, die mensen (ongewone en gewone - zelf ben ik kleindochter van een timmerman en een fietsenmaker) in staat stelt voldoende overzicht te bereiken om dergelijke boeken te kúnnen schrijven, wil er bij de GewoneMensenVereerders niet in. Gewone Mensen zouden álles kunnen, als ze maar niet zo door de maatschappij werden onderdrukt. Dat de maatschappij juist alles doet om Gewone Mensen te onderdrukken, terwijl boeken juist kunnen laten zien wat er wérkelijk gebeurt, dat zien ze niet. Ook de presentatoren bij de Nieuwsshow niet.

Geplaatst in schrijven, tijdgeest | 2 Reacties

Cherise Wolas – The Resurrection of Joan Ashby

Ik dacht dat ik een prachtige, doorwrochte literaire roman aan het lezen was, en verheugde me al op de doorwrochte bespreking die ik erover zou schrijven.
Het begon allemaal zo veelbelovend (al kon ik een sprankje argwaan niet onderdrukken omdat ook dit boek weer gesierd werd door de woorden "a stunning debut").
Het verhaal begint met een artikel uit een literair tijdschrift, waarin – na dertig jaar eindelijk – de langverwachte roman van Joan Ashby wordt aangekondigd. Zij was ooit met twee verhalenbundels een grote ster geweest, jong en mooi en internationaal beroemd. Dat er nooit een roman gekomen was, verbaasde iedereen.
Nu, dat zat zo.

Al op haar dertiende wist Joan: als ik schrijver wil zijn, moet ik niet trouwen, en geen kinderen krijgen. Enter de beroemde oogchirurg Martin Manning, liefde op het eerste gezicht. Ze beloven elkaar plechtig: het werk gaat voor en we nemen geen kinderen. Maar Joan raakt toch direct zwanger, en Martin is zo blij dat ze het kindt houdt. Zoon Daniel wordt haar zielsverwantje, hij leest op zijn vijfde al Dostojevski of zoiets, en begint op zijn zesde verhalen te schrijven over eekhoorntje Henry. Intussen wordt er een tweede zoon geboren, Eric, een onhandelbaar mormel dat wel heel goed is in computers, en op zijn dertiende al een multinationaal bedrijf sticht.

Ja, nu ik dit zo allemaal opschrijf, denk ik: mijn ogen hadden eerder open moeten gaan.
Maar het boek is aanvankelijk zo bijzonder. Het verhaal wordt regelmatig onderbroken door de schrijfsels van Joan. In het begin uit haar beroemde verhalenbundels, later uit een boek waar ze aan werkt, en een verhalenbundel waaruit ze soms voorleest aan Daniel. (Martin mag niets weten van haar schrijverij, ze wil haar schrijfzelf intact houden.) Ze schrijft bizarre, surrealistische verhalen, die heel mooi duidelijk maken hoezeer haar dagelijkslevenzelf als moeder en huisvrouw verschilt van haar schrijfzelf.
Als lezer ga je een pact aan met de schrijver: je aanvaardt dat de voorgeschotelde wereld is zoals hij is. In dit geval een tikje uitvergroot en abnormaal, maar zo overtuigend opgeschreven dat je erin meegaat.
Dit gaat goed tot op de helft van het boek. De thematiek is die van het schrijven. Over de macht van woorden, over wat je nodig hebt om te kunnen creëren, en of dat te combineren valt met het moederschap. Net als de kinderen uit huis zijn, belandt Eric in een afkickkliniek en moet moeders toch weer opdraven.

[VANAF HIER SPOILERS]
Maar dan gaat het mis. Wat we in de eerste helft al aan de weet waren gekomen, en wat ik een compositorische fout vond, was dat zoon Daniel op een gegeven moment de boeken van zijn moeder leest, en daar zo van onder de indruk raakt dat hij zijn eigen schrijverij opgeeft. Helemaal gefrustreerd en boos omdat zijn moeder hem nooit heeft verteld hoe beroemd ze was. In het gezin is hij nu de enige zonder speciaal talent. Dat leidt uiteindelijk tot "een verraad van Shakespeariaanse proporties" zo lees ik in alle besprekingen.
(Dat was trouwens nog iets wat mijn argwaan wekte: waarom kon ik in geen enkele respectabele krant (New York Times, Guardian) een recensie vinden?)

Vervolgens krijgen we een stuk dat over Daniel gaat, waarin hij het relaas van zijn mislukte leven inspreekt op de computer. Daarin krijgen we opnieuw dat geklaag over zijn beroemde moeder en zijn eigen schrijverschap. Spanningsboogtechnisch was het in elk geval een stuk beter geweest als we – net als Joan – in het duister getast hadden omtrent zijn beweegredenen. Wolas heeft trouwens toch de neiging om dingen veel te veel uit te leggen, wat dat aangaat hadden er minstens 100 bladzijden af gekund.
Op een gegeven moment vindt hij in zijn boekenkast een dun boekje: Creative Visualization van Shakti Gawain. Typisch zo'n midlife-crisis-boekje voor dames (ik heb het zelf gehad), geen boekje voor iemand die heeft geprobeerd het te maken in het zakenleven. Dat was het moment waarop ik begon te twijfelen aan het literaire gehalte van dit boek.

Achteraf dacht ik: is er soms een redacteur geweest die Wolas gevraagd heeft of ze beroemd wilde worden of rijk? Rijk natuurlijk! Nou weet je, schrijf dan zoiets als Eten, Bidden en Beminnen.
Dus Wolas stuurt Joan hop! naar India, waar zoon Eric intussen al bijna de Dalai Lama zelf is geworden en in witte kleding voor de minderbedeelden zorgt. Joan vindt zichzelf terug, gaat een boek schrijven over een Hele Rijke gescheiden kunstenares op een Hele Grote Loft in New York – Danielle Steel is er niks bij – en tenslotte ontmoet ze een Hele Leuke Nederlandse Man die alles heeft wat Martin niet had, al weten we nauwelijks wat Martin had want die was alsmaar aan het oogchirurgeren.
Kortom, wat begon als een puzzelige, doorwrochte studie van het schrijverschap, eindigt als een semi-diepzinnig, veel te lang uitgesponnen (want ook nog tig bladzijden uit die nieuwe roman die dus het boek is dat aan het begin werd aangekondigd) dertien-in-een-dozijn midlife-crisis-verhaal, en dan ook nog over iemand die superrijk, gezond en mooi is, die rustig haar hele leven door had kunnen schrijven in plaats van zo te zeiken.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 8 Reacties

een collage, een verhaal

Het maken van een collage is een proces dat lijkt op het schrijven van een boek, zeker als je dat deze maand doet met behulp van de schrijfveren, als voorbereiding op NaNoWriMo.
Het begint als een vaag droombeeld, samengesteld uit verhalen, herinneringen, emoties, fantasiebeelden. Kleuren, vaag nog. Maar je weet al welke erbij horen en welke niet. Je laat ze hun eigen vorm vinden.
Het vage beeld krijgt iets van een compositie, iets van voorgrond en achtergrond, van midden- en zijpanelen.
Het begint te vragen om een duidelijkere indeling, om scherpere belijningen en definiërende vormen.
De achtergrond is oneindig, dat hoort een achtergrond te zijn.
De voorgrond geeft suggesties, voorafschaduwingen. Daar kan nog van alles gebeuren.
Het middendeel, daar is het gebeurd, daar zal het gebeuren.
De opbouw staat in de steigers en in de verf.
Kleine details beginnen zich te openbaren.
En daar … als door een wonder verschijnt daar de hoofdpersoon en kan het verhaal beginnen.

Geplaatst in creatief, schrijfveren, schrijven | Getagged | 5 Reacties

soorten lezen

Zo heerlijk dompelde ik mij onder in de Farseer Trilogy! Ik ben halverwege deel 2 en laat me meesleuren door het verhaal. Heel af en toe onderstreep ik een zin, ofwel omdat hij me belangrijk lijkt voor de plot (met het idee van: als ik later nog wil opzoeken wanneer dat voor het eerst speelde, kan ik het zo vinden) ofwel omdat ik hem mooi vind, poëtisch. Zinnen voor schrijfveren of voor op collages.
Maar ruw word ik uit mijn leesgenot gerukt door de postbode. De meeste nbd-boeken passen door de brievenbus, maar dit duidelijk niet. Een enorme turf die binnen 14 dagen uit moet: The Resurrection of Joan Ashby. Ik móet erin beginnen, en gelukkig is het wel goed geschreven.

Ik lag gisteravond in bed, versgeslepen potlood in de hand, en dacht: wat zijn er toch verschillende manieren van lezen. Recensieboeken lees ik in feite in schrijfcoachmodus (alleen is het daarvoor te laat). Ik ben kritisch op de stijl en op de plot. Ik onderstreep zinnen die me belangrijk lijken voor de bespreking (al kun je daar zo vroeg in het boek nog niet veel van zeggen), waarin ik én een korte samenvatting van de inhoud moet geven én een afgewogen oordeel. De officiële recensie is eigendom van de nbd, ik mag hem zelf verder niet gebruiken. Als ik over hetzelfde boek een stuk schrijf op mijn blog, moet dat volkomen anders zijn. Minder 'neutraal' meestal.

Kritisch lezen kan ook genotvol zijn, vooral als het een goed boek is. Maar soms staat het genieten in de weg. Ik had heel even zo'n kritische bui bij Robin Hobb. Opeens viel het me op dat ze wel erg vaak een bijwoord gebruikt bij dialoogzinnetjes. Zei hij boos, riep hij beschuldigend, met als knaller deze: 'Sir?' I asked questioningly.
Dat is iets om op dat moment bewust uit te zetten, want ik zou een fantastisch kind met het badwater weggooien als ik die ergernis zou toelaten. Maar als redacteur zou ik ze er zeker uitgehaald hebben. (Ik denk nu opeens aan de Tom Swifties.)
Maar het heerlijkste lezen is toch het ondergedompeld zijn, het meegesleurd worden.

Geplaatst in lezen | 4 Reacties

puzzelstukjes en schellen

Omdat stress en opwinding een onmiddellijk negatief effect hebben op mijn ziekte, besloot ik me aanvankelijk buiten de discussie rondom Griet op de Beeck te houden. Maar nu ik vanmorgen op de radio twee meneren hoorde beweren (vanaf minuut 17 op http://www.nporadio1.nl/de-ochtend) dat het bij DWDD naar buiten brengen van het gegeven dat zij als klein kind misbruikt is door haar vader wel heel opportuun was, zo tegelijk met het verschijnen van haar nieuwe boek, kon ik dat toch niet zomaar laten passeren.
Alsof je een dergelijk schaamtevol feit überhaupt zou brengen als je niet overtuigd was van de waarheid ervan.
En men vindt het – met Max Pam, de aanzwengelaar van de discussie - raar dat ze daar nu 'opeens' achtergekomen is. Dat moet toch wel verzonnen zijn, of ingefluisterd door een therapeut.

Laat ik vooropstellen dat ik nooit lichamelijk mishandeld of misbruikt ben. Hoewel mijn ouders me meermalen hebben verteld dat ook het pak voor de broek deel uitmaakte van de opvoeding. Maar, zo vergoelijkten zij, ze deden het altijd in alle redelijkheid, nooit vanuit woede. Dan wordt het eigenlijk een soort geestelijke mishandeling, bedenk ik nu. Al schrijvend. Ik heb kindeke ook wel eens een klap gegeven, uit pure woede of frustratie. Maar daarna heb ik het altijd goed gemaakt, uitgelegd waar het van kwam, en dan beloofden we aan elkaar dat we voortaan lief zouden zijn.
Maar even terug. Soms kom je al schrijvend 'opeens' ergens achter. Soms besef je dingen opeens. Ik wist al wel dat mijn vader door zijn capriolen op het eerste sterfbed gigantisch van zijn voetstuk was getuimeld. Van mensen in zijn omgeving mocht ik niet voelen wat ik voelde, niet zien wat ik zag. Ik was de dader, hij was het slachtoffer. Van mij en mijn kwalijke gedachten.
Ongeveer net zo als Max Pam beweert over de vader van Griet. Omdat hij dood is, kan hij zich niet verdedigen en mag zij dus niet zeggen wat ze weet. Hij is het slachtoffer, van haar en haar 'aantijgingen.'

Dat mijn vader een narcist was, besefte ik pas toen ik zijn brieven las, die tussen de spullen uit mijn ouderlijk huis hierheen gekomen waren. Dat was letterlijk een geval van 'de schellen vielen mij van de ogen.'
Ik was inmiddels 56. Eindelijk klopte alles, viel alles op zijn plaats.
Voordien kon ik dat niet zien. Was het onverdraaglijk om te weten dat degene die jou toch had moeten beschermen tegen het kwaad in de wereld, zelf het kwaad was.
Natuurlijk, er zijn veel ergere gevallen. Op een narcismeschaal van 1-10 was hij misschien een zes. Maar waar het me om gaat is dit: het kan heel lang duren voor de schellen van je ogen vallen. Het is niet raar dat dat gebeurt door of tijdens het schrijven van een boek. Schrijvend put je uit de diepste bron die je hebt, daar waar zich alles bevindt wat jou tot jou gemaakt heeft. En dan stuit je soms op dingen die al die tijd ondergeslibd hebben gelegen.

Ik snap de beweegredenen niet van de mannen die zonodig de vloer moeten aanvegen met Griet op de Beeck. (Het zijn meestal mannen, in mijn geval was er ook een vrouw bij.)
Gelukkig kreeg Max Pam op zijn column in de Volkskrant (tekst hier) meteen een geweldige reactie (in twittertermen een 'draadje') over zich heen, waarin Thomas Bast met zijn argumenten de vloer aanveegde. Kabos-Van der Vliet kwam met een artikel waarin de nieuwste theorie over hervonden herinneringen uiteengezet wordt.
In de NieuwsBV op de radio legde Nel Draijer uit hoe het zat met die hervonden herinneringen, en met herinneringen in het algemeen.
In een ander draadje legde Anke Laterveer nog maar eens uit waarom het onmogelijk is om over misbruik te praten.

Mijn conclusie is na deze dagen, dat mensen veel dingen die te dichtbij komen, niet waar willen hebben. Grote mond opzetten over misbruik in de kerk of op sportverenigingen, maar één dappere vrouw die haar waarheid vertelt meteen betichten van aanstellerij of erger, van manipulatie voor de verkoop van haar boek. En dan de Volkskrant er nog even dunnetjes overheen met de tweet over de recensie. Vrouwen 'emotioneel' noemen is altijd een geliefde dooddoener waardoor ze niet meer hun waarheid durven spreken.
Zelf schrijft Griet op de Beeck het onderstaande op haar Facebookpagina.

Geplaatst in autobio, schrijfveren, tijdgeest | Getagged , | 12 Reacties

Robin Hobb – Assassin’s Apprentice

Wat is het toch dat fantasyboeken zo meeslepend maakt? Is het die oudste der verhaalfuncties: het vertellen van een geschiedenis die in principe oneindig is, en toen en toen en toen, en zo in-wevend omdat het ons aller geschiedenis is, van hoe wij zijn geworden en gekomen van toen, daar naar nu, hier?
Ik heb nog niet veel fantasy gelezen, eigenlijk was LeGuin mijn eerste kennismaking. Tenzij ik Tonke Dragt meereken. Harry Potter heeft bij mij niet gewerkt, het eerste boek was voor mijn gevoel louter beschrijving van de toverschool. Te weinig plot, en de dilemma's van de personages niet interessant genoeg. Wat niet wegneemt dat ik de films wel heerlijk vond, en me prima kan voorstellen dat kindeke in tijden van nood altijd weer haar toevlucht neemt tot deze boeken.

Ik probeer te bedenken wat de criteria zijn om iets fantasy te noemen. Het creëren van een sprookjeswereld staat daarbij wel voorop. Een schrijver moet deze wereld in geuren en kleuren en geluiden voor ons optrekken, zonder dat dat vooropstaat in het verhaal zelf, want dat moet nog altijd draaien om een hoofdpersoon met wie je kunt meeleven. Er moeten dingen in voorkomen die in het "echt" niet kunnen. Er kunnen ook vreemde wezens in voorkomen (denk Lord of the Rings), maar dat hoeft niet per se.
Ik scroll door mijn goodreads read lijst, om te zien of meer van mijn boeken tot het fantasygenre behoren. Ik denk aan The book of Strange New Things. Noem je dat fantasy, of is iets met ruimtevaart per definitie science fiction? Ik denk aan Station Eleven. Ook science fiction, vermoed ik. Ik denk aan Outlander. Tijdreizen maakt het nog geen fantasy volgens mij. En The Bone Clocks? Dat is vermoedelijk een genre bender.

Dus een fantasykenner ben ik beslist niet. Ik kan alleen maar vaststellen dat ik de afgelopen dagen heb gesmuld zoals ik bijna nooit doe. Elke vrije minuut het boek openslaan, in de zon op balkon uren zitten lezen, de tv voortijdig de mond snoeren om maar verder te kunnen lezen … Dat overkomt me bijna nooit. Van het boek over Noord-Korea heb ik ook genoten, maar anders. Bij zo'n boek moet je de hele tijd bij jezelf te rade gaan: wat vind ik hiervan? Hoe denk ik hierover? Wat weet ik, wat moet ik beslist even opzoeken?
Terwijl Assassin's Apprentice je alleen maar vraagt mee te gaan, mee te beleven. Een verrukkelijke ontsnapping. Al zie ik heus ook wel de parallellen met die boze wereld en de onze.
Lees voor een beschrijving van de inhoud van de hele trilogie maar even de bespreking van Anna, dan ga ik nu gauw verder in deel twee.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | 11 Reacties