Dola de Jong – Thuiswacht

De Thuiswacht van Dola de Jong is deze maand 'mijn' leesclubboek, waarvoor ik dus – in navolging van Senia – een leeswijzer moest samenstellen.
Omdat ik even geen puf heb die nog weer om te zetten naar een gezellig blogje, zet ik hem hier neer, in de hoop dat meer mensen er iets aan zullen hebben.
Ik vond het een fijn boek om te lezen, maar vond En de Akker is de Wereld toch veel boeiender.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Frija’s dagboek (19)

Ik heb nu zoiets spannends gedaan! Ik ben Buiten geweest!
Het begon ermee dat de vrouw een riempje had gekocht. Een rood riempje, ik wilde er graag mee spelen, maar dat was niet de bedoeling. Ik moest het óm. Dat vond ik niet fijn, het zat gelukkig veel te los dus ik wurmde mij eruit. Toen ze het de volgende dag weer probeerde, zat het strak. Ik kon er niet meer uit. Ze maakte het lange riempje eraan vast en deed … de deur van het balkon open. Ze zette mij op de tegels en dacht dat ik daar blij van werd. Raar mens. Ik vond het gatsidakki eng! Ik begon helemaal te bibberen! De wind woei koud in mijn oortjes, er waren zulke harde geluiden en ik rook zoveel door elkaar! De vrouw bracht mij gauw weer naar binnen.
Dat was dat.
Dacht ik.
Maar nee hoor, volgende dag weer. Weer gatsidakki eng. Ik wist niet dat ik zoveel bibbers in mij had.
En gister wéér! Ik had intussen gehoord dat ze aan Kleine Vrouw (dat is het zusje van Vorige Poes) vertelde dat ze zo graag in de zon wil zitten. Dan moet de deur dus open, en dan mag ik niet ontsnappen en van vierhoog naar beneden springen (dat zou pas écht vliegen zijn!), dus moet ik aan de riem. Weer kreeg ik alle bibbers. We gingen weer naar binnen maar de vrouw liet de deur open en zat met haar ogen dicht in de zon. Dat snap ik wel, dat vind ik ook fijn. Ze zei niks. Ik snuffelde aan de lucht en spitste mijn oortjes. Hoorde ik daar vogeltjes? Voorzichtig ging ik op de drempel zitten. Nog meer vogeltjes, nog meer luchtjes. Ik stapte over de drempel en voelde nu pas hoe heerlijk de tegels, ik rolde op mijn rug heen en weer. Ik snuffelde aan alle bloempotten en aan het potje dat vol water stond. Er was zovéél. Ik geloof ... dat Buiten mijn lievelings wordt!

Geplaatst in autobio | Getagged | 4 Reacties

Rumer Godden – In this house of Brede

Wat is Rumer Godden toch een wonderlijke schrijfster. Dit is het derde boek (1, 2) dat ik van haar lees, en ze doet werkelijk alles wat God verboden heeft. De god van de schrijfregeltjes dan. Niks ankeren, niks duidelijk vertelperspectief, niks een of twee hoofdpersonen om mee mee te leven, niks duidelijke tijdlijn … en dat is precies wat dit verhaal nodig heeft om zo te werken als het doet.

In This House of Brede geeft een beeld van het leven in een Benedictijns nonnenklooster van begin jaren vijftig tot eind jaren zestig. Nee, dat het een beeld geeft is niet goed geformuleerd. Het neemt je mee, het dompelt je onder. Net zoals de nonnen ieder jaar hetzelfde rad van hoogtijdagen volgen, net zoals de nonnen samen leven, elkaar liefhebbend zonder ooit één speciaal iemand lief te hebben, zo leef je als lezer dat leven met hen mee.

Er zijn wel wat belangrijke plot-punten: het geldgebrek in het klooster, het gezamenlijk bidden voor een doodzieke jonge vrouw, de kunstenaar die de kerk komt verfraaien met beeldhouwwerk, de novicen uit Japan, het wetenschappelijk werk van de een, het zingen van de ander, van weer een ander de weefkunst … maar het rad draait door.

Als er al een hoofdpersoon is, dan is dat Philippa Talbot met wie het boek begint en eindigt, een laat geroepene, weduwe, wier levensgeschiedenis heel lang het zijn van een goede kloosterzuster in de weg zit. Maar ze is een van de velen, het wordt ons bijna niet toegestaan in haar speciaal geïnteresseerd te zijn.

Ik heb ervan genoten, en me weer eens verbaasd over wat voor manieren van schrijven er allemaal mogelijk zijn.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | 2 Reacties

(auto)-immuun

Het hebben van kritiek op iemand is voor mij nooit veilig geweest. Thuis kreeg ik regelmatig het verwijt dat ik 'zo kritisch' was. Terwijl paps zelf natuurlijk gewoon de hele familie- en vriendenkring mocht afkraken. Ik was negentien toen ik voor het eerst voor mezelf opkwam, en dat met angst, beven en tranen. Ik luister altijd met jaloerse verbazing naar mensen die gewoon tegen hun ouders durven zeggen 'doe niet zo raar' of 'nee, daar klopt helemaal niks van.'
Het blijft een doorgaande lijn in mijn leven. Kritiek inslikken want anders …
Wat een verrukking was het om in mijn Trouw-columns eindelijk te mogen en durven schrijven wat ík vond. En bijval te krijgen! Ik kan nu ook nog zó blij zijn met bijval op Twitter, Facebook of mijn blog. Ik ben niet gek of ondankbaar of te kritisch.

Nu is het alleen nog de kunst om dat aan mijn lichaam te vertellen. Want ik kom er steeds meer achter dat ik niet alleen een auto-immuunziekte héb, maar er ook een bén. Onterechte aanvallen van op hun pik getrapte ego's leiden bij mij nog altijd tot angst, beven en tranen. (Niet zo handig als je het scheldbericht ontvangt net voor de dokter je bloeddruk gaat meten.)

Toen ik net op de plee zat, en het blaadje van vandaag op de scheurkalender "365 dingen die je als boekenlezer moet weten" las, zag ik dat daar een fikse fout op stond (niet de eerste ook, trouwens). De roman De Tijgerkat zou pas in 2012 in het Nederlands vertaald zijn. Ik wist toch zeker dat ik hem had gelezen toen ik nog op de biep werkte (voor 1990 dus). Even googelen en de eerste vertaling bleek van 1959!
Ik heb het even doorgegeven aan Lidewijde Paris. En betrapte me erop dat mijn hart begon te bonken en mijn hoofd gloeide.

Nog altijd niet veilig.
Iemand een goeie therapie in de aanrading?

Geplaatst in autobio | Getagged | 3 Reacties

Frija’s dagboek (18)

De vrouw denkt nog steeds dat er plekjes in huis zijn waar ik nooit zal komen, maar ik kom natuurlijk overal! Ik moet toch weten of daar geen gevaarlijke monsters zijn of lekkere vogeltjes? Ik denk dat vogeltjes heel lekker zijn, of tenminste mijn bekje denkt dat. Het gaat vanzelf mauwen en kwijlen als mijn ogen een vogeltje zien.

Maar ik ben dus op de koelkast geweest! Dat is vreselijk leuk, want alle magneetjes waar ik van beneden af net niet bij kan, kan ik er nu van bovenaf af gooien. Sommige zijn heel leuk om mee te spelen. En vanmorgen ben ik op de hoge vensterbank op de slaapkamer geweest. De springveren in mijn voetjes worden steeds sterker, ik sprong er zomaar vanaf het bed bovenop, de vrouw schrok ervan dat ik zomaar boven haar hoofd was!

Gister hebben we heel fijn samen geknutseld. Zij deed iets met draadjes en ik kwam er niet eens aan. Heel soms kan ik dat. Vooral als ik slaperig ben. Onder haar knutseltafel staat een krukje, tegen de verwarming aan, en daar slaapt het zo heerlijk … Maar gisteravond kon ik het niet. Ze ging tekenen en ik móest met het potlood. Dat heb ik soms ook als ze aan het lezen is, dan móet ik opeens met de tablet.

Nu zit zij dit te typen en ik kijk zoet toe. Dat komt van al dat klimmen vanmorgen, dan moet ik eerst weer even uitrusten. Maar binnenkort ga ik de laatste hoge plekjes veroveren. Hoge plekjes zijn mijn lievelings!

Geplaatst in autobio | Getagged | 3 Reacties

ziekzeurtje (4)

Ik las een prachtig stuk in de New York Times over wat het betekent om chronisch ziek te zijn, hoe mensen daarop reageren, en waardoor dat komt.
Ik maak het zelf ook regelmatig mee: zou ik niet beter worden als ik meer wandelde? Abrikozen at? Aan yoga deed? Bietensap dronk? Een leuke cursus ging doen? Meer onder de mensen kwam?
Al doen zulke opmerkingen nog zo'n pijn, ik denk – dacht – altijd: ze bedoelen het goed, ze hebben alleen geen idee hoe ik me voel. Maar dit artikel maakt duidelijk dat er iets anders achter zit.

Mensen willen koste wat kost de controle behouden. Een chronische ziekte betekent juist dat je alle controle – en de wil daartoe – moet laten varen. Het is wat het is, je moet ermee leren omgaan en dat is voor iedereen anders. Gezonde mensen kunnen dat idee niet aan. Dus komen ze met de maatregelen die hen altijd zo goed helpen, en zie maar! Het werkt! Zij zijn gezond! Dan hoeven ze zich niet te verhouden tot ziekte en machteloosheid, ze kunnen elkaar hoofdschuddend aankijken over het onverstand en de zwakheid van de zieke. Als die zich nu maar eens aanpakte.

Pas schreef ik in mijn dagboek: ik ben al een heel leven bezig mezelf te genezen. Dat ik depressief was, was mijn eigen fout, wie kon er in zulke luxe omstandigheden nu in vredesnaam depressief zijn? De eerste vraag van de counsellor: hebt u al eens aan vrijwilligerswerk gedacht, mevrouwtje?
Dat ik zo'n last van mijn nek had kwam niet door het ongeluk van 1980, het kwam door mijn gebrek aan flexibiliteit. Als ik nu maar eens ophield met me te verzetten zou het allemaal wel overgaan.
Altijd heb ik mezelf schuldig verklaard. De laatste jaren ben ik erachter gekomen dat dat onterecht was. Maar de buitenwacht neemt het moeiteloos over. Dat ik zo moe ben komt niet van de auto-immuunziekte maar doordat ik te weinig sport. Dat ik pijn heb ook, trouwens.

De buitenwereld helpt ook van harte mee. Hoe hoog leg jij de lat? Haal jij wel alles uit je werk? Participeer je wel? De vraag is nooit: wat draag jij bij aan de schepping? Hoe maak jij de wereld mooier? Nee, je moet "productief" zijn. Werkloosheid is het ergste, dan besta je niet meer. Als chronisch zieke voel je je constant beoordeeld, een oordeel dat meestal negatief uitvalt of neerkomt op ongeloof. Als je nu maar wilde mediteren of magnesium slikken of smoothies drinken.
Kreeg iedereen maar eens héél even de tering.


Geplaatst in autobio | Getagged , | 11 Reacties

Tim Parks – In Extremis

Dit is weer zo'n boek waarvan ik eigenlijk helemaal geen zin heb om een bespreking te schrijven. Niet omdat het niet mooi was, of niet goed geschreven … maar omdat het me uiteindelijk niets deed. Wel tijdens het lezen. Het overlijden van je ouders, het bezoek aan ziekenhuis of hospice, het einde afwachten, keuzes maken voor de begrafenis … het boek brengt het allemaal weer even terug.

Het is eigenlijk één lange stream-of-consciousness van de verteller, een nauwelijks verhulde Tim Parks. Tom Sanders heeft in elk geval dezelfde onverklaarde bekkenpijnklachten als door de auteur beschreven in Teach us to sit still, en ook de gezinnen van herkomst vertonen overeenkomsten (dat weet ik uit zijn boek Where I'm reading from).

Running gag in het boek is de anale-massage-staaf en het feit dat Tom zo'n moeite heeft met plassen. Beetje anaal gefixeerd typje wel. In recensies vinden ze dit allemaal blazingly funny. Zo'n kind dat de hele tijd POEP durft te zeggen.

Wat hij vertelt over zijn moeder, en zijn relatie met haar, is mooi en ontroerend. Wat hij vertelt over zijn prille liefde voor een veel jongere vrouw ook. Wat hij vertelt over zijn vak als linguïst (hij bezoekt een congres in Berlijn) is interessant. Maar zoveel meer bladzijden en scènes en intriges (een hele plotlijn over een overspelige vriend en zijn al-dan-niet homoseksuele zoon) zijn vervelend. Het is een boek dat je net zo goed wel als niet kunt lezen.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

fantasy en ik

Ik was begonnen in The Left Hand of Darkness omdat Ursula Le Guin pas is overleden. Ik vond de eerste twee boeken van de Earthsea serie prachtig, dus ik verheugde mij. Maar ik strandde al in het eerste hoofdstuk. Zoveel onbekende woorden, zoveel ononthoudbare namen. Ben ik een luie lezer die geen moeite wil doen? Nee, dat is het niet. Ik heb alle citaten opgezocht in An Unnecessary Woman, alle Indiase woorden in The Ministry of Utmost Happiness.
Komt het doordat ik geen doorgewinterde SF-lezer ben?
Ik sla A Wizard of Earthsea nog eens op en zie dat het begint als een sprookje. Er was eens zo-en-zo'n land, waar die-en-die geboren werd …
The Tombs of Atuan begint met een scène die je voor je ziet alsof het een film is, die in het oude Egypte speelt of zoiets.
In beide gevallen is er meteen een kind om wie je je zorgen maakt.

Ik schreef al eerder dat ik in een paar Fantasy-boeken was begonnen die het meteen op een toveren zetten, en dat ik zelf dan meteen afhaak. Van de Farseer Trilogy heb ik enorm genoten, tot het op het eind té toverig werd, met portalen naar parallelle universa, en draken enzo.

Als ik aan mijn Fantasy-boek-in-wording denk (zoals je denkt aan dat je 'later' 'ooit' een kind zal hebben), speelt het wel op een niet-bestaand eiland, maar er wonen 'gewone' mensen. Iemand onderneemt een reis om 'de' waarheid te ontdekken en zal daarbij wel wat bovennatuurlijke hulp en tegenwerking krijgen maar zelf niet kunnen toveren.

Ik ben nog steeds bezig in The Rhetorics of Fantasy van Farah Mendlesohn (het gaat me af en toe flink boven de pet), en ik denk dat dit in geen van de door haar genoemde categorieën gaat vallen. Zij onderscheidt:
1) portal-quest fantasy (Je wordt als lezer via de hoofdpersoon de fantasy-wereld in geleid, denk bijvoorbeeld aan Narnia. Er is meestal een einddoel, en de zoektocht draait om het verwerven van ervaring.)
2) intrusion fantasy (Het fantastische breekt door in de 'gewone' fictiewereld, en brengt daar altijd chaos, denk aan de griezelverhalen van Lovecraft.)
3) liminal fantasy (Het fantastische ligt op de loer aan de randen van de gewone wereld. Ik denk aan de serie Requiem die pas is begonnen bij de bbc.)
4) immersive fantasy (je wordt als lezer volledig in de fantasy-wereld ondergedompeld).

Ik geloof dat mijn hoofdpersoon aan alle criteria gaat voldoen. Ze gaat op reis, ontdekt dat er buiten haar woonplaats een heel andere wereld bestaat, ze krijgt al in haar vroege jeugd een voorbode van het andere, twee soorten krachten blijven aan haar trekken aan de randen van haar gezichtsveld, en het speelt zich af op een niet-bestaand eiland dus in die zin is er sprake van onderdompeling.

Inmiddels lees ik het broodjenuchtere In Extremis van Tim Parks.

Geplaatst in lezen, schrijven | Getagged | 4 Reacties

Rabih Alameddine – An Unnecessary Woman

Wát een leeservaring was An Unnecessary Woman. Nu heb ik het uit. Gelukkig, schreef ik er bijna achteraan. Want het kwam wel heel dichtbij af en toe. Niet dat ik me qua eruditie met Aaliya kan meten, en mijn appartement staat ook niet volgepakt met dozen, daar zorgt Marie Kondo wel voor. En ik heb Frija. Maar toch, zo'n leven van thuis zijn, werken met de voortbrengselen van je eigen geest en ziel, van toeschouwer zijn, niet werkelijk deelnemer aan de maatschappij, zo je eigen ritueeltjes hebben en dingen die je belangrijk vindt, het was allemaal zeer invoelbaar.

Buitengewoon knap hoe een mannelijke auteur zich zo in een vrouwenbestaan kan inleven. Meestal kennen ze aan vrouwelijke personages toch eigenschappen toe waar ze zelf op geilen. Ik moet denken aan een tv-serie waar ik halverwege mee gestopt ben, waarin een vrouwelijke huisarts totaal krankzinnig wordt van het overspel van haar man. Echt zoals een mannelijke scriptschrijver hóópt dat een vrouw zou doen.

Maar dat terzijde. Tijdens het opzoeken van een citaat (ik heb ze bijna allemaal opgezocht) stuitte ik op een groep op Goodreads waarin over het boek gediscussieerd werd. Een ware cult is het daar! Wat had Aaliya dat leuk gevonden, denk ik, zo'n gemeenschap van gelijkgezinden.

Het is een boek schijnbaar zonder plot, en schijn bedriegt. Het is een Heldinne's-Reis-achtige plot, niet zo'n Heldenreis met alle ogen op het einddoel, maar een meanderende tocht door de stad, door de geschiedenis, door het leven, die culmineert in wat een soort catharsis blijkt, waarbij (eventueel gedwongen) overgave effectiever blijkt dan een bewust nastreven van iets omdat andere mensen vinden dat het goed voor je is. (Al die Haal Het Beste Uit Je Leven! reclames van tegenwoordig.)
Het water breekt en een nieuw leven kan beginnen.

Zoals gewoonlijk verwijs ik naar de recensie van Anna voor een bespreking van de inhoud.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 2 Reacties

leeservaringsverhaal

Ik kan niet tegen schaken. Toen ik het probeerde te leren, had ik het gevoel dat ik mijn hersens fysiek voelde bewegen, alsof ik door een eindeloos gangenstelsel aan het rennen was, achter al die mogelijke zetten aan. (In Schachnovelle vind je iets terug van die sensatie.)

Een beetje hetzelfde gevoel heb ik bij An Unnecessary Woman van Rabih Alameddine. Elke bladzij, elke alinea staat zo boordevol met dingen om over na te denken dat je er makkelijk gek van kan worden. Prachtige formuleringen en vergelijkingen, citaten zo mooi dat ze opzoeken en bewaren vergen, verwijzigen naar romans en schrijvers en vertalingen en muziek en componisten die ik allemaal wil opzoeken, wil lezen en beluisteren, het wordt een woud van favorieten op de tablet en in google keep.

Ik lees het in het Engels en moet meer woorden opzoeken dan normaal. Een prachtig woord vond ik aleatory. Random, depending on the throw of a dice, zei de online dictionary en toen zag ik het: alea iacta est!
Wat een hersenren voor één woord!

Misschien komt het ook van mijn hyperige preTbrein. Het is op zich niet erg. Een beetje vermoeiend maar ook ontzaglijk inspirerend en synchroniciteitig.
Zo vertelde mijn jongste nicht eergister op een verjaarsfeest dat ze zo dol was op de Eerste Ballade van Chopin. En wat is de eerste LP die Aaliya in haar leven aanschaft? Die ballade, gespeeld door Arthur Rubinstein. En die staat natuurlijk op Youtube.

Aaliya noemt een essay van Walter Benjamin over vertalen dat natuurlijk online staat en mij ook geweldig interesseert, druk als ik me soms maak over walgelijke vertalingen. Prompt vraag ik me af hoe dit boek in het Nederlands vertaald is, ik vind de eerste bladzijden op Google Books en ben zéér tevreden, en ik merk nu al hoeveel ik eigenlijk gemist heb van die eerste bladzijden omdat mijn hersentjes toen al alle kanten uitrenden.

Toen ik Anna's recensie las, realiseerde ik me pas dat ik Alameddine volg op twitter. Hij plaatst elke dag een aantal gedichten en een aantal schilderijen of foto's. Zo iemand die de wereld alleen mooier maakt.
Buiten, een grijze maandag, gaat het regenen en ik moet eigenlijk de kattenbak verschonen.

Toevoeging: ik plaats een link naar dit stuk op twitter, en daaronder zie ik deze afbeelding: Modern Chess Set, 2005 by UK artist Rachel Whiteread

Geplaatst in lezen | Getagged , | 4 Reacties