de avond is ongemak – Marieke Lucas Rijneveld

Ik lees de laatste tijd steeds maar boeken waarvan ik ernaar uitkijk dat ik ze uitheb. De Avond is Ongemak is prachtig, in alle opzichten. Goed geschreven, goed ingeleefd, de afschuwelijke afloop is onontkoombaar en het is allemaal zo verschrikkelijk. Ik probeerde het ergens mee te vergelijken en kwam op Educated van Tara Westover. Ook zo'n meisje dat opgroeit in een volslagen verknipt gezin. Het grote verschil is, dat dat verhaal een terugblik is. Hoe vreselijk het ook is wat er gebeurt: je weet dat het uiteindelijk min of meer goed afloopt met de hoofdpersoon.
Jas vertelt haar verhaal in de tegenwoordige tijd. We bevinden ons in haar twaalfjarige lijf, in haar jas die ze nooit meer uitdoet na de dood van haar oudste broer, die bij het schaatsen in een wak reed. Het streng religieuze gezin valt uit elkaar als een zandkoekje door een ouderling in koffie gedoopt. Jas probeert het met magisch denken bij elkaar te houden. Er is niemand die doorheeft hoe slecht het met haar gaat.
Ik las een mooi interview met Rijneveld in Trouw, en veel van het verhaal is autobiografisch. Ze zet het magisch denken om in fictie. Het moet heel verwarrend zijn om haar te zijn (terwijl ik haar als tafelmens bij DWDD zo helder en onverschrokken vind).
Ik weet nog dat ze toen in Groningen vertelde hoe jammer ze het vond dat haar ouders het boek niet gelezen hadden, en dat begrijp ik. Maar als moeder denk ik ook: wat moet het verschrikkelijk zijn als je kind zó'n boek schrijft, hoe moet je dan in vredesnaam vergiffenis krijgen?

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Bregje Hofstede – Drift

Ik ben blijven steken in Celestial Bodies. Het verhaal was zo gefragmenteerd dat ik me uiteindelijk aan niemand hechten kon. Wanhopig op zoek naar een wat duidelijker boek probeerde ik verschillende thrillers en een oude Nora Roberts die ik gemist had. Boeien konden ze me allemaal niet. Te cliché, saaie schrijfstijl … Wat had ik nog meer op mijn lijstje? Oh ja, Bregje Hofstede. Al sinds die mooie middag in Forum. Het was al laat en veel fiducie had ik niet meer.
En toch pakte het me direct. Wat is dat toch? Een onmiddellijk gevoel van identificatie? Een situatie die meteen vragen oproept van waarom? Waarvoor? Mooie zinnen, zoveel – door het hele boek heen – dat ik het haast helemaal wil overschrijven?

Het personage dat Bregje heet verlaat op een winternacht haar geliefde, met een rugzak vol dagboeken. Ze heeft hem op school leren kennen. Ze kregen verkering, gingen samenwonen, trouwen … en het brak.
De schrijfster Bregje Hofstede is nu 31, de blogster Hella is nu 61, en toch herken ik zo ontzettend veel van wat ze schrijft, ze brengt het zo trefzeker onder woorden. Hoe ze de dagboeken doorvlooit om bewijzen te zoeken van hoe en waarom het misging, en waar dat begon.

Dit obsessieve teruglezen van mij betekent ook dat ik met modderpoten door ons verleden banjer om overal aan te wijzen wat er niet precies klopte. Ik ben doorlopend bezig haarscheuren tot breuklijnen te maken met de koevoet van het nu. (p.188)
Achteraf dient alles ter illustratie van een naderende ramp. (p.238)

Maar ook: hoe kan iets dat zo geschreven staat, verdwijnen?

Ik schreef de sms’jes die we naar elkaar stuurden over; elk detail was van belang. Ik hield immers van jou. En van de herinnering – een onderscheid dat ik blijkbaar niet kon maken, nog altijd niet kan maken, want nu ik in deze onbekende zolderkamer zit is de gigantische geschiedenis die ik voor ons heb aangelegd en die ik over het parket heb uitgespreid het zwaarstwegende argument om van je te blijven houden. Ik heb dit toch allemaal zo hevig gemeend – hier is het, hier, hier, lees maar, zwart-op-wit; hoe kan het dan verdwenen zijn. (p.114)

Hoe ze zich vasthoudt – "moedwillig trouw" is - aan het verhaal van één grote liefde, haar "sprookje van grote, eerste enige."

Het was een wonderlijke leeservaring. Een meisje dat mijn dochter had kunnen zijn (kindeke wordt bijna 28) schrijft over haar leven terwijl ze tegelijk over mijn leven schrijft. En wat kan dat meisje schrijven. Om jaloers op te worden. Ik hoop dat ze de Libris wint!

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | 4 Reacties

Leeservaringsverhaal

Ik hoorde voor het eerst van Maria Gainza en haar boek Oogzenuw via een post van NPR op Facebook. De Engelse vertaling – Optic Nerve – is net uit, en wat er over gezegd werd sprak me zeer aan.
Het gaat over een jonge vrouw in Buenos Aires, die de kost verdient met mensen rondleiden in galeries en private kunstcollecties. De nadruk zou liggen op de kunstwerken, dus dat moest ik wel prachtig vinden. Het bleek dat de Nederlandse vertaling al een jaar eerder verschenen was, dus haalde ik die fluks uit de biep.

Ik was gekomen tot bladzij 23 toen ik mezelf toegaf dat ik me verveelde. Inmiddels was er een boek op mijn pad gekomen dat me veel nieuwsgieriger maakte: Celestial Bodies van Jokha Alharthi, een Omaanse schrijfster, genomineerd voor de internationale Booker Prize.
Dat plaatste me vanaf de eerste bladzij terug in Oman, bijna zo dat het zeer deed.

Ik wilde ophouden met die hele Oogzenuw, en het boek van mijn Goodreads lijstje verwijderen. Toen kwam ik daar een aantal dermate enthousiaste besprekingen tegen dat ik begon te twijfelen. Toch maar laten staan? Later nog eens proberen? Waar lag het eigenlijk aan dat het me niet pakte?
Al vanaf de eerste bladzij had ik het gevoel wat ik zovaak heb bij in het Nederlands vertaalde boeken: wat is het houterig. Stijf. Kaal, alsof je door een straat rijdt waar vroeger mooie oude huizen stonden en nu kantoorblokken.
Zou de Engelse vertaling dan beter zijn?

Ik las de eerste bladzij en dacht aanvankelijk: ja! Veel beter! Een stuk soepeler! Korter ook, qua aantal woorden.

I first encountered Dreux on an afternoon in autumn; the deer, precisely five years later. In Dreux’s case, I left the house one day under blue skies only to be caught in a sudden downpour. […] a car came past hugging the curb and drenched me and my pristine yellow dress. Three more plowed through the same puddle in quick succession, the rain stopped—as suddenly as it had begun—and of course who should pull up seconds later but my tourists? They were a middle-aged couple from the U.S. She was dressed all in white and he all in black; stepping out of the taxi they looked immaculate, improbably dry, as though they and their clothes had come directly from the dry cleaner.

Maar ik miste iets, iets wat me in de Nederlandse vertaling was opgevallen als een prachtige beeldspraak:

"Drie auto's later ging de bui liggen, even plotseling als hij was begonnen, en kwam door de laatste regendruppels, die in de lucht leken te hangen als een gordijn van glaskralen, de taxi met mijn klanten aangereden."

De zin is houterig, onder andere door de vele komma's, maar zo'n beeldspraak zomaar weglaten? Wat zou er in het Spaans gestaan hebben? Ik heb ooit een jaar Spaans gedaan op de bibliotheekacademie, en kan met de vertaling erbij wel zo ongeveer ontcijferen wat er staat. Ze staan gelukkig online, deze eerste bladzijden.

Tres autos más tarde amainó, tan de golpe como había empezado, y a través de las últimas gotas de lluvia, que caían suspendidas como una cortina de cuentas de cristal, llegó el taxi de mis clientes.

Helemaal tekstgetrouw vertaald dus, die Nederlandse versie. De Engelse maakt er een potje van, een toegankelijk potje maar ook een beetje een Disneypotje. Dus ik ga dat Omaanse boek eerst uitlezen, en dan toch maar verder met de Nederlandse vertaling van Oogzenuw.

Geplaatst in lezen | Getagged , , , , | 5 Reacties

Kazuo Ishiguro – The Remains of the Day

Ik weet niet waarom het zo lang heeft geduurd voor ik The Remains of the Day ging lezen. Nu vertelde kindeke dat ze erin bezig was, ik had net een matige detective uit dus kon meteen beginnen.
En wat is het een schitterend boek. Het allerknapste wat een schrijver kan doen – vind ik – is een ikfiguur opvoeren waarvan je als lezer denkt: nee, maar lieverd, dat klopt niet wat je zegt, je ziet het verkeerd, wat heb je een droevig leven gehad waar je nu tegen heug en meug en wil en dank zo trots op bent.

De ikfiguur zelf – in dit boek een butler die in vanaf de jaren twintig heeft gewerkt voor Lord Darlington, en nu, in 1956, terug kijkt op zijn leven – zit zo opgesloten in de juistheid van zijn gedachten, in de logica ervan, dat hij blind is voor alles wat ik als lezer wél zie.
Lord Darlington is inmiddels overleden, Darlington Hall is gekocht door een rijke Amerikaan die de hele tijd gekscherende opmerkingen maakt. Bantering, Mr. Stevens kan er niet aan wennen. Hij luistert grappige programma's op de radio om te leren hoe dat moet, gekscheren. Af en toe waagt hij het erop, maar zijn grapjes zijn niet grappig of worden niet begrepen.
Er werken tegenwoordig nog maar een paar mensen op Darlington, het huishouden loopt niet echt gesmeerd, en Stevens denkt aan de vroegere huishoudster, Miss Kenton. Zou zij niet terug willen komen? Uit haar laatste brief blijkt toch duidelijk dat ze doodongelukkig is en vol verlangen terugdenkt? Hij mag de Ford van de baas mee om haar op te zoeken in Cornwall.

Onderweg vertelt hij zijn verhaal. Dat is altijd lastig voor een schrijver: hoe en waarom )en waarom nu) vertelt het ik-personage zijn verhaal? In Brandsporen koos ik ervoor om Fardau het verhaal te laten vertellen aan haar pasgeboren zoontje. Maar een verteller kan ook terugkijken op spannende gebeurtenissen (zoals bv in de detective die ik pas gelezen heb). Of hij kan een brief schrijven, of een dagboek bijhouden.
Stevens vertelt het verhaal alsof we naast hem in de auto zitten, en tot dezelfde klasse behoren als hij. The likes of me and you … Geen adel of rijkdom, maar waardigheid en een perfect gevoel voor correct handelen.

Wat is hij dienstbaar geweest, een leven lang. Uren op de gang staan wachten of his Lordship nog iets nodig had. Geen tijd hebben voor een stervende vader omdat het bedienen voor ging. Liefde niet zien zelfs al wordt zij op een presenteerblaadje aangeboden. En zo loyaal zijn dat je vergaande misstappen van je broodheer domweg ontkent.
De toon van het boek is een lange stiff upper lip. Een harnas van taal. Een man die over zichzelf spreekt als "one has" en bang is voor "the hazards of uttering witticisms." De voornaam van Stevens komen we niet aan de weet.

De schrijfjuf had aanvankelijk maar één probleem: hoe oud is Mr. Stevens? Zijn vader komt op een gegeven moment als onderbutler op Darlington werken, hij is dan in de zeventig. Het is dan 1922, en om als butler op zo'n groot huis te werken moet je toch al een aardige staat van dienst hebben en minstens een jaar of 35-40 zijn. Het heden van het boek speelt zich af in 1956, dan moet Stevens nu ook in de zeventig zijn, terwijl hij toch denkt dat hij nog jaren voor de Amerikaan zal werken.
Het is pas nu ik dit opschrijf en uitreken dat het laatste kwartje valt. Hij heeft de laatste tijd al een aantal kleine foutjes gemaakt, waar hij zich vreselijk druk om maakt. Alles zou beter gaan als Miss Kenton maar terug zou komen. Maar het zijn precies dezelfde foutjes waardoor zijn vader niet langer meer als butler kon werken, maar als onderbutler op een zolderkamertje terechtkwam, en voortaan bij zijn voornaam werd aangesproken.

De droefenis is werkelijk overweldigend, al hoe manhaftig hij ook probeert die niet toe te laten. De overblijfselen van de dag, van zijn leven …
En nu maar weer moedig voorwaarts en de studie van het gekscheren opnieuw oppakken.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | 3 Reacties

Siri Hustvedt – Memories of the Future

Met The Blazing World nog in gedachten verheugde ik me enorm op de nieuwe Hustvedt. Haar boeken zijn niet makkelijk, maar altijd de moeite waard.
De hoofdpersoon in Memories is S.H. (bijnaam: Minnesota) die in 1978 naar New York verhuisde om er een boek te schrijven. In het heden vindt S.H. het dagboek terug dat ze dat jaar bijhield. Daardoor herinnert ze zich hoe ze destijds de toekomst voor zich zag, vandaar de titel. We krijgen dus beschouwingen in het heden (waarin S.H. zich in vlammende bewoordingen uitlaat over Trump), over thema's die Hustvedt na aan het hart liggen, vooral over hoe vrouwen zich een plaats moeten verwerven in een mannenwereld, gebeurtenissenin het verleden, toen Minnesota dat nog allemaal leren moest, en fragmenten van de detectiveroman die ze aan het schrijven was, over Ian Feathers (I.F. - if) die zo graag Sherlock Holmes (S.H.) wilde zijn en Isadora Simon (I.S. - is) die dús Watson moest zijn.

Minnesota woont naast Lucy Brite, en door de dunne muur heen hoort ze – met behulp van de stethoscoop van haar vader - alles wat daar gebeurt: vreemde bezweringen, raar gezang, het krijgt een hoog Rosemary's Baby-gehalte. Ook doet ze verslag van wat ze leest, onder andere geschriften van Barones Elsa von Freytag-Loringhoven (ik zoek elke naam op, om te zien of ze echt zijn of niet), die naar uit onderzoek zou blijken de echte schepper is van het urinaal van Marcel Duchamp, thematiek die ook speelt in The Blazing World, mannen die pronken met de creaties van vrouwen.
Hierdoor komt bij S.H. de herinnering boven aan een gesprekje met haar vader. Zij heeft alle botjes van het menselijk lichaam uit haar hoofd geleerd, reciteert dat trots, en vader zegt: "Jij wordt vast een geweldige verpleegster."
I want to be a hero. I am not a hero. I am a girl, and it is bitter.

Sometimes memory is a knife.
De symboliek van het mes loopt als een rode draad door het boek. Als Minnesota wordt aangerand, krijgt ze van een van haar vriendinnen een stiletto, die ze De Barones noemt. Het is ook het begin van haar bewustwording. Jaren later zegt S.H.: One has to be fully conscious to recognize that one deserves to ask. One has to be fully conscious to be enraged.

Maar ga ik nu het hele boek navertellen? Ik zat op balkon te lezen en er gebeurden een paar wonderlijke dingen. Het kind van S.H. heet Freya, dat vond ik leuk. Maar iets anders was het volgende. Ik had opeens zin om een ronde collage te maken. Geen idee waar zulke ideeën vandaan komen, het was er. Vaak krijg ik, vlak voor ik in mijn middagslaap val, inspiratie. Ik zag iets voor me met concentrische cirkels. (Ben er gister mee begonnen.)
En wat lees ik die middag? Minnesota wordt uitgenodigd voor een bijeenkomst van de heksenkring. Ze krijgt een bladzij uit een toverboek onder ogen: The construction of the circle. Take a knife or a quill pen and cut circles within circles. Ik zat met kippenvel in de zon.

Het is geen toverkollig boek, helemaal niet. Maar het speelt op allerlei manieren met je hersens. Of misschien ben ik er extra gevoelig voor. Na de laatste emdr-behandeling had ik het gevoel dat mijn hoofd uit allemaal losse blokjes bestond, die op zoek waren naar een nieuwe plek in mijn hersenpan. Een wonderlijke gewaarwording, en nu het achter de rug is, heb ik het gevoel dat er iets gewist is, ik was zelfs even bang dat ik nu geen inspiratie meer zou hebben.

Ook in Minnesota's hoofd verandert er van alles. Het is ook maar net wie een verhaal wanneer vertelt. Ik moet ook denken aan de woorden van Bregje Hofstede: we maken immers altijd een personage van onszelf.

Kortom, het is een duizelingwekkend boek. Als roman voldoet het misschien niet helemaal, daarvoor zijn de ideeën belangrijker dan de mensen die erin voorkomen. (Ik lees mijn vorige bespreking nog eens terug – "Puur intellectueel beschouwd is dit een fabelachtig knap boek. Waar het in tekortschiet, voor mijn gevoel, is de menselijke diepgang.") In die zin is het geen meeneemboek, zoals The Map of Salt and Stars dat wel was, en het smulboek dat ik nu aan het lezen ben. Maar het is goed om iets te lezen waar je je tanden op kunt stukbijten, wat onder je huid kruipt en iets verandert in je brein.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Boekenweek!


Ik was vorige week zondag ter ere van de Boekenweek bij een vraaggesprek van Hanneke Groenteman met drie jonge Nederlandse schrijfsters: Marieke Lucas Rijneveld, Bregje Hofstede en Alma Mathijsen.
Zaal 2 van het Groninger Forum zat vol, en naar schatting 95% van het publiek was vrouw. Maar weinigen hadden iets van de schrijfsters gelezen, en wat mij betreft gaat dat na deze middag wel veranderen.
Het was een prachtig gesprek, ik genoot van de schrijf-energie die ervan uitging, en die ook oversloeg op het publiek. Ik schreef alles op wat ik hoorde, alsof ik aan het notuleren was, of aantekeningen maakte bij een boeiend college, en dat heb ik thuis uitgetypt. Anderhalf A4-tje vol. Ik hoop dat jullie je er net zo door geïnspireerd voelen als ik.

Hoe beviel het, om variété-artiest te zijn in de boekenweekcarrousel? Het hield je flink van het schrijven af, daar waren ze het over eens. Terwijl sommigen toch echt tegen een deadline aan zaten. Alma Mathijsen was bezig aan een essay over "gender door de eeuwen," dit in het kader van de maand van de geschiedenis die als thema "Zij/Hij" zal hebben, en aan een novelle voor het 75-jarig bestaan van de Bezige Bij.
Over het thema van de Boekenweek – De Moeder De Vrouw – vertelde Marieke Lucas dat de meeste moeders die zij opvoert in haar werk een bepaalde afwezigheid hebben. "Een moeder in de rouw," zoals Hanneke het samenvatte (en dat vond weer zijn weg naar de schrijfveren van 2020).

Maar nog even over die deadline, hoe werkt dat bij jullie? Moet je de stad uit, naar een stille plek, of kan het gewoon thuis? Hanneke is zelf bezig aan een kinderboek en liet zich maar al te graag afleiden door kattenbakken en wasmachines.
Bregje (Drift) zei dat ze het wel thuis kon (met de telefoon in de ijskast), maar dat ze toch liever weg ging, om een beter excuus te hebben om dingen af te zeggen. "Ik ben er niet." Voor haar nieuwe boek gaat ze 6 maanden op reis. Kamer onderverhuurd, tentje mee, laptop mee … geen weg terug.
Marieke Lucas schrijft altijd thuis, in pyjama, liefst onder een dekentje. 's Morgens schrijven, 's middags lichamelijk werk doen, of schaatsen, en dan 's avonds redigeren. Bij elk boek is er altijd het gevoel van 'kijken of ik het nog kan.'

Als je boek af is, vroeg Hanneke, wanneer begin je dan aan een nieuw boek?
Volgens Alma draagt een boek al de kiem van een volgend boek in zich. Een nieuwe vraag, als het ware. Haar boek Vergeet de Meisjes gaat over de verstikkende vriendschap tussen twee vrouwen, en een volgend boek zou kunnen gaan over hoe het is om elkaar juist helemaal vrij te laten. Ze vertelt over het rouw-ritueel dat ze uitvoerde toen de relatie met haar vriend uitraakte, en over de Intense Jurk (schrijfveer!) die ze daarbij droeg.

Ik keek naar het gezicht van Marieke Lucas. Het sprak boekdelen, maar lezen kon ik ze niet echt.
Zij begon helemaal niet vanuit een vraag, zei ze, maar vanuit een sfeer, een emotie. Voor haar boek De Avond is Ongemak heeft ze zes jaar lopen zoeken naar de juiste vorm. (Ik heb het boek nog niet gelezen.) Het boek gaat over haar broer, die omkwam toen zij pas drie was. Ze weet het alleen vanuit haar lichaamsgeheugen, niet vanuit letterlijke herinneringen, en het was lastig om te schrijven vanwege de loyaliteit jegens haar ouders. Haar ouders hebben het boek niet willen lezen, terwijl ze juist had gehoopt hiermee iets van erkenning van hen te krijgen. Ze was immers altijd het buitenbeentje geweest dat niet de gebaande paden wilde volgen.

Wanneer wist je dat je schrijver zou zijn? vraagt Hanneke.
Marieke Lucas wist het al op de basisschool, mede door het lezen van Harry Potter, maar vooral door de stimulans die ze van haar juf kreeg.
Bregje noemt voorlezen als dé grote invloed, dat wilde zij ook kunnen. En stiekem lezen op school (onder de rekenles) in de boeken van Imme Dros. Toen schreef ze zelf verhalen over mythische dieren.

Het gesprek gaat vervolgens over de urgentie van te móeten schrijven. Hanneke merkt op dat de drie boeken allemaal gaan over "de wurgende relatie." (schrijfveer!)
Wat moet je opgeven voor de grote liefde, zegt Bregje. In Drift heet de hoofdpersoon Bregje. In hoeverre die samenvalt met de auteur? We maken immers altijd een personage van onszelf. Ik onderzoek hoe eerlijk ik kan zijn, hoe lelijk ik durf te zijn, en in welke 'wij' ik de 'ik' wil plaatsen.

Hoe zorg je ervoor dat je tweede boek dezelfde urgentie heeft als het eerste?
Ik ben heel goed in zwijgen, zegt Bregje. Dan verzamel ik heel veel, tot het er écht uit moet. Straks op reis ga ik vooronderzoek doen, het personage heb ik al.
Wat je nodig hebt, is wat Tolstoy the energy of delusion noemde.
(Op 8 april 1878 schreef Tolstoy aan zijn uitgever Nikolai Strakhov – hij werkte aan Anna Karenina - "... everything seems to be ready for the writing - for fulfilling my earthly duty, what's missing is the urge to believe in myself, the belief in the importance of my task, I'm lacking the energy of delusion." Om te kunnen schrijven moet je op dat moment jezelf voorhouden dat het het belangrijkste is wat je te doen hebt.)

Hebben jullie nooit dat je denkt "wie zit hier nu op te wachten"?
Alma zegt dat juist bij rare dingen, waarvan je denkt dat niemand ze zal begrijpen of zo zal ervaren, je merkt dat veel mensen het herkennen. Schrijven is fantastisch, maar ook zwaar. Je wilt iets vastpakken wat je zelf nog niet begrijpt. Dan moet je niet het vertrouwen kwijtraken. Nooit opgeven. Je weet hoe groot de voldoening later is. Schrijven is altijd beter dan niet schrijven.
De woorden komen altijd, zegt Marieke Lucas.
Het is net als met pannenkoeken, vat Hanneke samen, de eerste mislukken altijd.
Toch is stug volhouden niet altijd goed, zegt Bregje. Ik heb eens 150.000 woorden geschreven, en uiteindelijk weggegooid. Toch was dat misschien wel nodig om Drift te kunnen schrijven.
Marieke Lucas heeft haar bestand Bestseller 0.1 genoemd, dat hielp echt.
Een goede tip is: Houd een dagboek bij van het personage. Dit komt niet in het echte boek, maar je bent er wel mee bezig. (Ik bedenk dat de cursus schrijfveren zo werkt.) Alma heeft voor haar personage zelfs een echte website gemaakt.)

Heb je moed nodig om te schrijven? vraagt Hanneke.
Dan antwoordt Alma meteen (en oh, wat ben ik het met haar eens): Veel meer mensen zouden moeten leren schrijven! Kun je schrijven leren? Iederéén kan schrijven!
Ik moet wel de moed hebben om in mezelf af te dalen, om eerlijk te zijn en ook de lelijke kanten te benoemen, zegt Bregje. Het is ook eenzaam, en je moet elke dag gaan zitten, zonder dat iemand erom vraagt.

Hoe leeft het boek voort na publicatie?
Als de publiciteit voorbij is, moet je de personages achter je laten, zegt Marieke Lucas, en Bregje vult aan: ik kijk erop terug als op een voorbij liefde, het heeft nu minder met mij te maken. Alma wil eigenlijk niet meer voorlezen uit oud werk, er groeit een afstand, je bent nu iemand anders.

Uit het publiek komt de vraag of je in een nieuw boek een totaal andere stem of vorm kunt gebruiken. Alma vertelt dat ze van Vergeet de Meisjes 8 versies heeft geschreven, onder andere van 3e naar 1e persoon. Het thema roept een bepaalde vorm op, je moet luisteren naar wat het verhaal wil.
Vaak zie je aan andermans boeken beter hoe vorm en inhoud samenvallen, zegt Bregje. In die zin is andermans werk inspirerend.

Laten jullie het boek tijdens het schrijven al aan mensen lezen? Marieke Lucas heeft zeker meelezers. Ze zegt dat ze best onzeker is, nu na het succes van haar eerste boek. Ze zoekt dan weer naar het compliment van de juf: "Goed gedaan."
Moet je jezelf overtreffen? vraagt Hanneke. Het is in elk geval zo dat je groeit, dat je leert, zegt Bregje. Het is een ambacht waar ik beter in word. Wijze raad van Alma: proberen de voldoening uit het proces te halen, niet uit de reacties van lezers.

Geen van de schrijfsters kan leven van het schrijven alleen, ze doen er allemaal iets bij (optredens, lezingen, krantenartikelen, etc). Zo zijn ze ook vrijer in het schrijven, het echte werk.

Het gesprek wordt beëindigd met het prachtige gedicht Kindertelefoon van Marieke Lucas.
En ik besef weer hoe belangrijk het is om je tussen stamgenoten te begeven. Online of telefonisch begeleiden is toch niet hetzelfde als de energie te ervaren van zo'n prachtige middag.

Geplaatst in lezen, schrijven | Getagged | 2 Reacties

leeservaringsverhaal

Ik las weer twee boeken naast elkaar: Wil van Jeroen Olyslaegers (voor de leesclub), en The Map of Salt and Stars van Jennifer Zeynab Joukhadar (recensieboek). Ze hebben bijna niets gemeen, behalve het feit dat ze over oorlog gaan, over de verschrikkingen die mensen elkaar aandoen.

Aanvankelijk was ik erg gecharmeerd van Wil. Dat kwam vooral door het overrompelende taalgebruik van de verteller, dat me deed denken aan Dimitri Verhulst. Joukhadar trok me op een heel andere manier het verhaal in: duizend-en-een-nachtig, sprookjesachtig, een verhaal dat begint met een landvormig stuk poëzie, een fragment uit een legende, en een vertelster met synesthesie, de 12-jarige Nour.

In Wil is de verteller een stokoude man, die aan zijn achterkleinzoon probeert uit te leggen hoe het was om in de Tweede Wereldoorlog politieman te zijn in Antwerpen. Schipperen tussen twee kanten om het eigen hachje te redden, goed doen maar ook kwaad doen. Hij lepelt zijn soms gruwelijke herinneringen op in sappig, grofgebekt Vlaams, hij moet het kwijt, en op een gegeven moment heb ik er opeens genoeg van. Wat schiet ik hier mee op? Wat wil de schrijver met dit boek?
Zelf zegt Olyslaegers er dit over: "Mijn boek is bedoeld als potentieel bewustzijnsverruimend. Ik probeer boeken te schrijven die je ideologische firewall uitschakelen. Zodat het boek echt binnenkomt, en de nodige schade of plezier veroorzaakt. Het is soms in het leven moreel noodzakelijk dat je ergens een grens trekt, maar het geeft wel tunnelvisie, hè."
Hij wil dus laten zien dat goed en fout niet altijd zwart en wit zijn. Ik heb bij sommige schrijvers het gevoel: wil je nu alwéér het wiel uitvinden? Laten zien hoe goed je zelf nadenkt over dingen? Beter De Val nog eens herlezen.

Bij Joukhadar hoef ik niet te vragen wat zij wil of bedoelt. Zij laat Nour vertellen wat er gebeurt, als je huis in Homs gebombardeerd wordt, zodat je op de vlucht moet slaan. Wat er met meisjes kan gebeuren, maar ook met mannen, met vaders. Waar hoor je als je thuisland geen thuis meer biedt? Waar vind je houvast? Nour vindt dat in een oude legende die haar vader haar vroeger vertelde, over een heldhaftig meisje dat in het gevolg van Al-Idrisi een lange expeditie rondom de Middellandse Zee maakt. Delen uit die legende beginnen ieder hoofdstuk, en de avonturen van Rawiya lopen min of meer parallel met die van Nour.
Bijzonder detail: zowel Rawiya als Nour vermommen zich als jongen, omdat dat veiliger is. Ik zocht voor de recensie gegevens op over de auteur, en zag dat zij inmiddels als man door het leven gaat. Ook heeft zij, evenals Nour, een islamitische vader en een christelijke moeder.
Zelf zegt Joukhadar: […] "this book is a kind of doorway, hopefully the first of many works they’ll read to understand the situation in Syria and the Syrian people better. In other words, this book is only a starting point, and I hope it encourages readers to seek out the writing of people born and raised in Syria and of refugees in their own words."
Haar boek kan ogen openen voor het onbekende.

Ik kreeg steeds meer moeite om Wil uit te lezen. Ik miste diepere lagen, en ik voelde eigenlijk voor niemand van de personages sympathie of mededogen.

Het kan er ook aan liggen dat ik heel vaak bij boeken die in het Midden-Oosten spelen, een gevoel van herkenning en thuiskomen heb. Landscape of my heart. Amman, de ferry van Aqaba naar Nuweiba, de kleuren van de woestijn … Maar het is toch vooral Nour, met haar manier van kijken naar de wereld, haar liefde voor haar familie, die mijn hart steelt. Mijn hart huilt bijna nooit meer om boeken, maar hier raakte ik meerdere malen ontroerd.

Geplaatst in recensies | Getagged , , , , | Een reactie plaatsen

het afgewezen lichaam

Zoals zo vaak kwam The Rejected Body tot mij via twitter, en wel via een tweet van Asha ten Broeke. Ze had geschreven over het feit dat mensen met astma last hebben van houtkachels, en of daar misschien een beetje rekening mee kon worden gehouden.
En dan weer de verwachte reacties over slachtofferschap.
"Zowel bij vuurwerk als bij houtrook zijn het vaak zieke en kwetsbare mensen die het meest lijden. Is dat toeval? In haar boek The rejected body stelt Susan Wendell dat veel aspecten van onze samenleving impliciet georganiseerd zijn rond de aanname dat iedereen een gezond, sterk lichaam en brein zonder beperkingen heeft."

Ik was er al een paar weken in bezig toen het prachtig aansloot op een Facebookpost van het Ministerie van VWS.
"Voor de serie Powervrouwen interviewen we sterke jonge vrouwen die ondanks hun ernstige ziekte niet bij de pakken neerzitten. Ze blijven vechten voor hun toekomst en zijn daarmee een inspiratie voor anderen."
Er kwamen meteen reacties op.
Hetty Schellekens schreef:
De norm bij een ernstige ziekte is dat je moet strijden. Dan krijg je bewondering.
Voor mij is een powervrouw een vrouw die haar ernstige ziekte leert verdragen en hanteren. Die de regie over haar behandeling ... en nieuwe leven leert vinden. Dat verdient een lintje.

Astrid Meijboom schreef:
Ik denk dat veel mensen niet geconfronteerd willen worden met pijnlijke dingen zoals gezondheidsproblemen en in een bubble willen zitten waarin ze geloven dat je zelf alles in de hand hebt. En als ze dan naar zulke voorbeelden kijken is dat denk ik voor hen geruststellend. Tegelijkertijd worden mensen die daar niet toe in staat zijn de schuld gegeven van hun situatie, dan hadden ze maar dit of dat moeten doen. Terwijl als ze daar toe in staat waren ze daar hoogstwaarschijnlijk wel voor gekozen hadden. Triest vind ik het.

En ik schreef:
Ik ben hier net een goed boek over aan het lezen, The Rejected Body van Susan Wendell. Gezonde mensen kunnen ziekte en handicaps bij anderen alleen accepteren als diegenen "een inspiratie" zijn. Ik ga erover bloggen!
Ik plaatste hierbij een citaat van Wendell over disabled heroes.
Ik vertaal en verkort het even voor de leesbaarheid.
"Gehandicapte Helden symboliseren een heroïsche controle over hun lichaam, en stellen daarmee de niet-gehandicapten gerust: je kan je lichaam overwinnen. Meestal worden ze vereerd om lichamelijke prestaties (mensen als Stephen Hawking en Helen Keller uitgezonderd). Ze kunnen inspirerend zijn voor andere gehandicapten, maar vooral geven ze de niet-gehandicapten de valse indruk dat je je beperking kunt overwinnen.
Gehandicapte helden verkeren meestal in bijzondere sociale, economische en fysieke omstandigheden die voor gewone mensen niet haalbaar zijn. Zij zijn al zoveel energie kwijt aan het leven met hun beperking dat er voor zulke heroïsche prestaties niets overblijft.
Gehandicapte Helden doen het voorkomen alsof er niet veel verschil is tussen hen en niet-gehandicapten, maar in werkelijkheid vergroten ze juist het verschil."

Dit zijn de belangrijkste thema's in het boek:
1) Het feit dat de hele maatschappij is ingericht op – dare I say it – gezonde, jonge, witte mannen, dat de dingen waartoe zij in staat zijn de norm vormen van wat een 'normaal' leven is.
2) Dat gehandicapten zo 'anders' (Wendell gebruikt steeds het woord Otherness) zijn, dat niet-gehandicapten hen vrezen en zich niet kunnen voorstellen dat zij ook een goed leven kunnen leiden.

Hoe definieer je gehandicapt? Of welke term nu geaccepteerd is, "met een beperking"? Ik zoek het op. Wendell zegt over deze steeds veranderende termen: we zijn steeds op zoek naar een uitdrukking die de indruk wekt dat alles okee is. Maar, zegt ze, I regard denial as far more dangerous than feeling angry, sad, or envious. (p81)
Als jouw beperking geen geaccepteerde diagnose heeft, krijg je geen erkenning, laat staan hulp. Het zal wel tussen de oren zitten bij je.
Wat versta je onder "zonder beperking"? Dat je zo fit bent als een gezonde jongeman? Ben je dan als oudere vrouw, die nog best door zou kunnen werken als er maar ruimte was voor een middagdut en een fatsoenlijke bureaustoel, gehandicapt? Dit zijn maatschappelijk geconstrueerde definities!

Ook zit er een veroordeling in bepaalde terminologieën. Iemand die 'chronisch ziek' is, heeft blijkbaar de moed opgegeven. Strijdbaar moet je zijn, anders wil je zeker niet beter worden!
Bovendien zijn we – is de medische wetenschap – zo gefocust op genezing, dat er eigenlijk geen voorbeelden zijn van hoe om te gaan met chronische ziekten of blijvende handicaps. En men staat al helemaal niet open voor het idee dat gedachten en stemmingen van iemand in deze positie ook waardevol kunnen zijn. Dat een ziek of gehandicapt persoon 'ways of knowing' heeft die voor de gezonde jonge mens totaal onbekend zijn.

Handicaps of beperkingen worden gedefinieerd aan de hand van wat maatschappelijk 'normaal' gevonden wordt, en wat daar dus van afwijkt. De normen voor fysieke normaliteit zijn in feite een ideaalbeeld. Dit heeft invloed op het zelfbeeld (denk bijvoorbeeld ook aan piepjonge meisjes die op dieet gaan). Zo wordt de lat voor 'normaliteit' steeds een stukje hoger gelegd. Je wordt verondersteld je te schamen voor de wijze waarop jouw lichaam afwijkt van de norm. (Vier jaar prednison heeft op mij ook zijn uitwerking gehad. Best moeilijk om daar niet moeilijk over te doen.)

Mensen kunnen zo moeilijk accepteren dat je het lichaam vaak helemaal niet onder controle kunt houden. Ze overladen je met adviezen, en als je die niet opvolgt, wil je zeker niet beter worden.
Met psychosomatische ziekten is het nog erger: als de medische wetenschap je niet kan genezen, ligt de fout zeker bij jou en je zieke geest.
Als je er als zieke in slaagt een zinvol leven voor jezelf te creëren, heb je er vast baat bij om ziek te blijven. Maar als dat je niet lukt, ben je er zeker nog psychisch ziek bij ook. Gezonde geest in gezond lichaam blijft ons maar achtervolgen. Catch 22!

Dan is er nog het overal gepropageerde idee dat als je maar gezond leeft en goed voor je lichaam zorgt, je fit zult blijven tot aan je dood. Mocht je toevallig toch ziek worden, dan heb je natuurlijk niet goed je best gedaan. Als je blijvend ziek of gehandicapt raakt, kwets je eigenlijk iedereen om je heen, al die mensen die zo hun best deden om je beter te maken.
Wendell ziet de hedendaagse cultuur van perfectie juist als een geestesziekte. Hoeveel beter zou het leven zijn als we allemaal accepteerden dat de ziekten en beperkingen gewoon bij het leven horen.

Vroeger werd aangenomen dat iemand die in bed bleef, daar een goede reden voor had. Nu ben je pas echt ziek als je een medische oorzaak en behandeling krijgt. Maar de medische wetenschap is helemaal niet geïnteresseerd in kwalen die ze niet kan genezen.

Tegenwoordig zijn autonomie en onafhankelijkheid zo veelgeprezen (denk aan al die bejaarden, eenzaam in hun oude huis). Maar zijn dat eigenlijk wel ethische idealen, zogenaamd 'universeel' geldig, maar dus niet voor mensen met bepaalde lichamen?

En waarom komt er steeds meer nadruk te liggen op het voorkomen van beperkingen door prenatale screening? Geeft dat niet aan dat 'men' het leven van een gehandicapte niet de moeite waard vindt? Gaat dat er niet toe leiden dat er steeds minder gehandicapten zullen zijn, waardoor de zorg voor hen steeds minder zal worden?
Door ziekte of ongeluk kan iedereen gehandicapt raken (denk maar aan de recent uitgezonden docu's "Stuk").
Doordat veel mensen ervan uitgaan dat het leven met een chronische ziekte of beperking niet de moeite waard is, zal er steeds minder worden ingezet op betere zorg. Ik werd een tijd geleden gebeld door een oude kennis, die – lief bedoeld – vroeg of ik het leven nog wel de moeite waard vond zo. Ik schrok ervan. Ik ben een paar keer depressief geweest, de afgelopen jaren, en beide keren kwam het door nieuwe medicatie. Natuurlijk zijn niet alle dagen makkelijk, natuurlijk ben ik wel jaloers als anderen over hun verre reizen vertellen. Maar mijn dagen zijn goed en zinvol gevuld, de ongemakken zijn te dragen, er is nog genoeg om van te genieten. Ik acht mij bevoorrecht.

Ik zou willen dat hierover veel meer geschreven werd. Ik zou willen dat ze zich bij het Ministerie van VWS realiseerden hoeveel dat stuk kan maken, zo'n achteloos geplaatst stukje over powervrouwen.
Zoals Samantha Stratman schreef: De suggestie wordt idd gedaan dat je pas een powervrouw of mens bent als je ondanks ziekte, een berg opfietst of iets anders doet wat zelfs voor niet zieke mensen een flinke kluif is ... nu zijn voor mij alle mensen die ondanks ziekte elke dag een lach op gezicht hebben en proberen te doen wat mogelijk is in het leven powermensen. Ik geloof dat dit soort voorbeelden voor de mindergelukkigen qua ontwikkeling van de ziekte klap in het gezicht is.

Geplaatst in autobio, recensies, tijdgeest | Getagged , , | 8 Reacties

Jane Gardam – Crusoe’s Daughter – leeservaringsverhaal

Ik was begonnen in Kate Morton – The House at Riverton, en amuseerde me zoals ik soms naar series kijk op tv: met één oog. Met het andere ben ik dan aan het twitteren of pinteresten, of ik ruim intussen de vaatwasser in. De serie is leuk en gezellig maar gaat me niet aan het hart. De sfeer in het boek is Downton-Abbey-achtig, maar dan op afstand. Na een half boek kan ik niet beoordelen of deze perspectiefkeuze terecht was, maar hij maakt wel dat de personages me niet veel kunnen schelen. Een stokoude vrouw kijkt terug op haar leven, nadat ze door een fimmaakster is benaderd om de sets te beoordelen van de film over het huis waar zij ooit dienstmeisje was, en waar een dichter zelfmoord pleegde.

Toen ik dan ook een mailtje kreeg van de biep dat Crusoe's Daughter was gearriveerd, legde ik Morton meteen aan de kant.
En oh, Jane Gardam, wat ben je toch geweldig.
Waar Morton tamelijk vermoeiend begint met een film treatment, gevolgd door een brief van de regisseuse, en dan een nachtmerrie van de vrouw over wie het gaat, valt Gardam letterlijk met de deur in huis.
I am Polly Flint. I came to live at the yellow house when I was six years old. I stood on the steps in the wind, and the swirls of sand, and my father pulled the brass bell-knob beside the huge front door.
Nu ik het overtyp bedenk ik pas: wat een mooie naam ook, voor de dochter van Robinson Crusoe (die ik overigens nooit gelezen heb). Flint. Vuursteen.

In een biepboek mag je natuurlijk niet strepen, dus ik heb niet allemaal citaten bij de hand om mijn betoog mee te onderbouwen. Maar het is een boek vol onvergetelijke personages, over wie je állemaal wel een heel boek zou willen lezen (net als in Old Filth).
De moederloze Polly komt in huis bij twee oude tantes. Ze gaat niet naar school maar wordt thuis goed onderwezen. Bovendien zijn er boeken, en Robinson Crusoe wordt haar bijbel. Het huis staat vlak aan zee, ze groeit echt geïsoleerd op. Pas later maakt ze kennis met andere families.
Ze vertelt over haar leven, zo levendig en nuchter alsof ik naast haar zit. Als er mensen doodgaan, voel ik haar verdriet en ontreddering, zonder dat het ooit tearjerkerig wordt.

Eigenlijk spelen hier dezelfde thema's als in Old Filth. Waar houd je je aan vast als het leven met je doet wat het wil? Wat wordt je levensfilosofie, hoe verweer je je? Waaraan ontleen je geluk? Een leven lang in het gele huis.
Aan het eind van haar leven zit ze in de kamer met de boeken. Ze wisselt van gedachten met haar held.
Crusoe: You know, when my wife died, there were children. There was a daughter. We don't hear about the daughter. What became of her?
Polly Flint: Goodbye, Crusoe, Robin Crusoe.
Crusoe: Goodbye, Pol Flint.
Wat een allemachtig mooi boek.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | 2 Reacties

David Gillham – Annelies

Ik heb in mijn leven een aantal dingen als heiligschennis ervaren. De boulevard van Scheveningen, bijvoorbeeld. De zee gedegradeerd tot stadsgeneugte. Het Hallelujakoor als muziek bij een smerige scène in een film (welke het was weet ik niet meer, ik dacht La Grande Bouffe maar dat klopt niet). De hertaling van Couperus ook, denk ik.
En nu dit rare boek: Annelies, a novel of Anne Frank. What if … Anne Frank het concentratiekamp had overleefd.

Ik ken Anne Frank sinds ik een jaar of dertien was, toen ik dat dunne, blauwe boekje uit de grote boekenkast mocht lezen. Ik ging er een conversatie mee aan in mijn eigen dagboek, met de inhoud en met de stijl. Ik herlas het vaak. Later schafte ik de volledige uitgave van haar geschriften aan, en ze werd uitgevuld tot een echt mens. Niet meer alleen de gecanoniseerde Anne, maar ook een gewoon pubermeisje met woede en dweepzucht.

En nu dit rare boek. Het usurpeert Anne, ik kan er geen ander woord voor bedenken, de schrijver eigent zich haar toe en misbruikt haar, al weet ik niet precies waarvoor. Om goede sier te maken met zijn "zes jaar onderzoek" die voornamelijk geleid hebben tot het veelvuldig foutief strooien met Nederlandse woorden?
Ik vind allemaal prijzende citaten op zijn eigen website maar geen enkele bespreking in een krant die ertoe doet. De lovende woorden worden overal letterlijk geciteerd, maar een onafhankelijke bron is er niet voor te vinden. Inmiddels weet ik dat al die boeken die als poignant worden aangeprezen door bestsellerauteurs van wie niemand ooit gehoord heeft, gewoon slecht zijn.
Kirkus reviews prijst het boek maar misprijst de stijl: flat-footed storytelling weakens the impact, en ook Publishers Weekly zegt zuinigjes: It’s a noble effort, but this novel never lives up to the promise of its premise.

De stijl is inderdaad om te huilen. Op zijn minst had hij zijn leger Nederlandse medewerkers even kunnen vragen het Nederlands te corrigeren! Een lijstje:
• onderduiken wordt "onder het duiken" genoemd
• "paapje" voor pappie
• Westerbork "130 kilometers north of Amsterdam"
• VOOR SLECHTS VERTONING (in de etalage van een winkel)
• schuilnaamen

Ook benoemt Gillham regelmatig de meest uiteenlopende dingen als "Dutch." Het boek speelt in Nederland dus natuurlijk hebben ze daar ook Nederlandse moeders, dokters, leraressen ("a skinny Dutch mouse"), dakpannen, trappen, ramen, wandeltempo's en omgangsvormen. In Amsterdam hebben ze Amsterdammertjes, "little ones from Amsterdam," (tiepies een gevalletje Omgevallen Kaartenbak) en een "bustling Dutch citizenry" (p162). Gezellig is "a favorite word of the Dutch." (p189)
Steeds moet Gillham laten zien hoe goed hij zijn huiswerk heeft gedaan, waardoor het boek een sterk opa-vertelt-karakter krijgt.

Hij gebruikt ook zulke lelijke, misplaatste woorden.
(p85) "Mother," Margot suddenly announces, "you're shivering."
(p126)"Her mind hangs blankly in her head like a stone."
(p270) Annes verjaardag. "Dassah has taken a slagroomtaart from the oven."
Het nieuwe servies is Meissen Zwiebelmuster. Echt? Een Duits servies, vlak na de oorlog?
(p334) Hij laat vader zeggen: "I returned your diary for your own private satisfaction, because it was the correct thing to do." (Hij heeft het al die tijd verborgen gehouden, maar nu was het ineens the correct thing to do, en wie praat zo?)
(p369) tears … freely drenching her cheeks …

SPOILER ALERT

Vijftien jaar later woont ze - mede door toedoen van niemand minder dan Cissy van Marxveldt - in New York en ze heeft al vier boeken geschreven maar ze is nog steeds alleen maar beroemd vanwege haar dagboek. Ze heeft de hele tijd signeersessies (waarbij ze de Amerikaanse klandizie met 'liefje' aanspreekt) en lezersbrieven te beantwoorden, in een belabberde stijl (p373) "I couldn't understand what the heck was happening" (2x in 1 brief, en trouwens, 1961, wie schreef toen what the heck in een keurige brief?).
Haar kat heet Her Majesty Wilhelmina en vier regels later Ihre Majestät Mina, iemand draagt "a stylish chapeau."
En passant wordt het raadsel van het verraad van de Achterhuisbewoners ook nog even opgelost.

Soms vraag ik me ook af hoe zuiver op de graat Gillham eigenlijk is. Hij geeft een beschrijving van verschillende Joodse wijken in Amsterdam (voor de oorlog) . "… the haute bourgeois Kultur bastions of the Merwedeplein in the Amsterdam-Zuid, where pampered little girls like Anne and Margot Frank had lived …" (p247)
" … the Transvaal had been home to Jews scrambling up the ladder. Les petits bourgeois juifs on their way up." (Let ook op het strooien van andere talen, gék word je ervan.)
Van Anne zegt hij (p202) "She despised forgiveness." Voor mijn gevoel klinkt daar iets van een veroordeling in door.
Haar nieuwe stiefmoeder vertelt haar: "Anne, you were terribly spoiled when you were a child."

Hij vertelt regelmatig hoe Anne eraan toe is, om dat vervolgens nog eens in een dialoog te presenteren. Jahaa! Nu weten we het wel! In feite is het verhaal totaal plot- en ontwikkelingsloos. Anne is gewoon de hele tijd boos. Scène na scène laat alleen dat zien. De schrijver springt regelmatig het toneel op om ons dat nogmaals uit te leggen. Ze is boos want ze voelt zich schuldig.

Wat wilde Gillham met dit boek? Ik vind een interview. Hij zegt:
Through telling the story of one girl, I hope to tell the story of all the “Annes,” showing the lost potential of the millions who perished. Anne Frank’s legacy is one of hope and I want to show what we are missing in our world today, because of their loss.
En wat wil hij dat we meenemen uit zijn boek?
Anne is a representation of the Holocaust. Six million is but a number, but in reading her diary we see a tragedy. In this book, I hope people will see that Anne is someone we can identify with on an emotional level. She is a very skilled writer as evidenced by her last entry in August 1944. The message of the book, and maybe what Anne Frank tried to tell us is that hope can survive even in the face of destruction, despair, and brutality.

Al deze dingen zijn natuurlijk volstrekt overbodig. Alleen het dagboek lezen is genoeg, en dat is ook nog eens stukken beter geschreven! Dus wat kan dan je motivatie zijn? Onwillekeurig denk ik weer aan Haar Naam was Sarah. Een ethisch volstrekt onverantwoord boek, enkel en alleen geschreven because holocaust sells.

Wat een kloteboek.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 12 Reacties