William Kent Krueger – Iron Lake

Dit boek las ik op aanraden van een vriendin die mijn licht wanhopige review van Gallows View gelezen had. Want wat kan het tussen het literaire geweld van leesclubbboeken en het soms tegenvallende geweld van recensieboeken een zegen zijn om een meeslepende thriller te lezen!
Toen ik in de omschrijving las dat het over Indianen ging, was ik al meteen verkocht.

En wat heb ik genoten! Het verhaal was echt reuze spannend, de personages werden echte levende mensen met wie je ging meeleven (of wie je ging haten, of aan wie je ging twijfelen), en de omgeving – een Indianenreservaat in Minnesota, hartje winter, sneeuwstormen en Noorderlicht – maakte dat het las als een film. De Indiaanse mystiek, de Windigo als doodaankondiger, gaf het nog iets extra's. Veel van de politieke problemen die in het stadje Aurora spelen, zijn nog altijd actueel (het boek is van 1998).
Het einde ontroerde me, het sloot ook prachtig rond aan op het begin, en ik ging meteen op zoek naar deel twee van de serie van 17!

Was er dan helemaal niets op dit boek aan te merken?
Zeker wel. De schrijfjuf registreert het allemaal. De clichémanier waarop ieder nieuw personage wordt geïntroduceerd, met leeftijd, kleding, kapsel (iets wat totaal niet blijft hangen). De techniek om in elke spannende speurscène een schrikeffect in te bouwen (die overigens net zo goed werken als in een film).
Maar het maakte niet uit! Als het verhaal belangwekkend is, de personages rond en meeleefbaar, de stijl nergens stoort of zich op de voorgrond dringt maar uiterst effectief de omgeving en de gebeurtenissen schildert, dan is dat genoeg. Uiteindelijk draait alles om de onverstoorde fictionele droom.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

Frija’s dagboek (22)

Vandaag heb ik de vrouw al twee jaar! En ze begint steeds beter te gehoorzamen. Ik doe het natuurlijk allemaal voor haar bestwil, dat snappen jullie wel. Vooral 's morgens, dan gaat ze direct met de vingers op de computer, terwijl ze veel beter in beweging kan blijven. Dus dan mauw ik een paar keer bij de balkondeur, dan staat ze altijd heel gehoorzaam op om hem open te doen. Dan kan ik altijd nog zien of ik echt naar buiten wil natuurlijk.

En ik heb nog iets slims gedaan! Weten jullie nog wel dat ik maar twee handjes brokjes mocht? En de hele dag zat te hongerlappen? Toen heb ik net gedaan of ik weer ziek werd. Of misschien was ik ook echt een beetje ziek, in elk geval was de vrouw heel bezorgd. Moest ik weer in die nare bak met dat hekje, en weer naar de dokter die overal aan me voelde. Ik kreeg wel een lekker drankje, maar dat was maar 1 piepslokje, dat schoot nog niet erg op. Toen moesten we nog een keer naar de dokter, en die gaf aan de vrouw een Blikje mee. Ik wist niet wat dat was, een Blikje. Maar opeens rook ik zóiets lekkers! Slobberdesmaksmak, opeens was eten weer fijn! Dat moesten we er maar in houden!
Ik knabbel wel af en toe op mijn brokjes, dat voelt ook lekker aan mijn tanden, maar Blikje krijg ik voortaan elke dag. Extra erbij, goed hè?

Verder vermaak ik me nog prima. Verinneweren is mijn lievelings, en mollen, en de vrouw aan het lachen maken met een koprol. En 's avonds komen de ligjes! Als de vrouw naar bed gaat, zit ik er al klaar voor! Dan pakt ze iets uit een laatje, en plotseling verschijnen er ligjes op de deuren en op het plafond, en ik moet er net zo van mekkeren als van volijkjes op het balkon. Ik kan héél hoog springen en toch krijg ik ze nooit te pakken. Het eindigt ermee dat ik met een grote zweefduik van de kast op het bed spring, en dan knuffelen wij nog even.

Geplaatst in autobio | Getagged | 13 Reacties

stille nacht

Het personeel van een winkel in York wordt knettergek van All I want for Christmas is You, en krijgt voortaan alleen nog traditionele Christmas Carols en kerstmuziek zoals de Notenkraker om de oren. Een pleidooi dus vóór traditionele kerstmuziek, hoe joodsgristelijk wil je het hebben.
Jullie weten wel dat kerstmis niet mijn favoriete feest is, maar van echte kerstliedjes word ik wel blij: King's Singers, Medieval Babes, noem maar op.
Kennelijk geldt dat ook voor Petra Stienen, die meteen enthousiast twitterde: goed idee! Een pleidooi dus vóór traditionele kerstmuziek.

Wat de creatieve geesten bij de Dagelijkse Standaard (hoe laag ligt die eigenlijk, bijna in Australië zou je denken) er niet van weerhield om een en ander als volgt te framen:
Petra Stienen wil kerstliedjes in winkels afschaffen! In Engeland wordt al geëxperimenteerd met dit beleid!

Oh, oh, wat buitelden de analfabete volgertjes over elkaar heen. War on Christmas, D66 moest dood ("gewoon door haar slaap schieten") en waar bemoeide ze zich mee en het kwam natuurlijk weer allemaal door de allochtonenknuffelaars.
Echt helemaal niemand kwam op het idee het originele artikel op te zoeken. Of op z'n minst zich af te vragen hoe een kerstgek land als Engeland ooit afstand zou willen doen van kerstliedjes, traditional of cheesy.

Een en ander kwam tot mij op Facebook. Iemand had het artikel van de DS geplaatst, zonder commentaar. Iemand die ik als mens waardeer en hoog heb zitten. Dan kan ik werkelijk niet anders dan hem wijzen op het feit dat hij hier meehelpt aan haatzaaierij die inhoudelijk 100% gelogen is.
Hij heeft het stukje uiteindelijk verwijderd. Ik lag in bed met koorts en hartkloppingen en tranen. Maar dat komt van de prednison, heb ik me laten vertellen. Omdat dat een zootje maakt van je adrenaline, komt alles veel stressvoller binnen.
Maar zwijgen is toch geen optie?

Geplaatst in tijdgeest | Getagged | 8 Reacties

Alice Hoffman – the world that we knew

En het begon zo mooi … In het Berlijn van 1941 wordt een joods meisje bijna verkracht door een soldaat. Hét teken voor haar moeder om Lea het land uit te werken. Maar hoe? Zelf kan ze niet weg vanwege haar bedlegerige moeder. De enige oplossing die ze ziet is: een golem. Een wezen gemaakt uit klei en water, dat als beschermer kan optreden. De rabbi wil niet, maar zijn dochter wel.

Het maken van de golem – die later in de vorm van een jonge vrouw – Ava - Lea zal begeleiden is een prachtige mystieke scène. Helemaal wat ik verwacht van Alice Hoffman, van wie ik pas nog het fantastische The Museum of Extraordinary Things las.

Ik wil dus niets liever dan mijn ongeloof opschorten, iets waar ik het al heel snel moeilijk mee heb. Ik herinner me nog die ijsberen bij Pullman (nu een fraaie tv-serie): ik wilde best geloven dat ze geharnaste vechters waren, maar niet dat ze op een noordpool zonder hout of gesteente of andere materialen een enorm paleis hadden gebouwd.

En zo verscheen hier het eerste scheurtje toen Lea en Ava bij de familie in Parijs terechtkwamen. Want opeens spreekt en verstaat het Duitse meisje Frans. Zo'n golem kan dat, zij spreekt ook met de dieren. Maar Lea zelf? Al hoe beeldschoon en buitengewoon intelligent ze ook is? Ik deed mijn best om het goed te praten voor mezelf, dit was vast onderdeel van het magisch-realistisch universum. Zó graag wilde ik het prachtig blijven vinden. (Ook de dochter van de rabbi spreekt zo goed Frans dat ze kan doorgaan voor een Française.)

Een aantal bladzijden verder begin ik me een beetje te ergeren aan de infodumps. Informatie regelrecht afkomstig uit geschiedenisboekjes, daar opgeschreven door de alwetende schrijver, temidden van personages die dat zelf niet kunnen weten (of in elk geval niet de afloop, of de precieze aantallen slachtoffers of zulk soort gegevens).

En op bladzij 124 schrijf ik in de kantlijn (ik lees recensieboeken altijd met het potlood in de hand): ik vind het opeens zo stijfjes. Onnozele zinnen ook. Ettie zit bij een jonge verzetsheld in de auto. "They drove for quite some time, Ettie in the passenger seat as they barreled down the road at a high speed." DUH! Natuurlijk zit ze op de passagiersstoel, en je kunt onmogelijk down a street barrelen met een slakkegangetje.

Ik begin me steeds meer te ergeren aan de geschiedenislesjes. Af en toe is er nog een kleine mooie scène, maar in feite is het een en-toen-en-toen-verhaal, de erg-heid van de gebeurtenissen moet maken dat wij het ook Heel Erg vinden. De vergelijking met Haar Naam was Sarah dringt zich op. Ik vind het zo erg dat ik me gewoon verdrietig voel. Hoe kan een zeer bewonderde schrijfster me zó in de steek laten?

Het is een recensieboek, dus het moet uit. Plus er zijn twee story questions waarop ik het antwoord wel wil weten: krijgen ze elkaar? (Lea en haar achter-achterneef Julien uit Parijs) En wat gebeurt er met Ava? Want als zo'n golem haar taak volbracht heeft, moet ze dood. Maar de ergernissen stapelen zich op.
- Julien krijgt op zijn vlucht koorts. 104 graden om precies te zijn, hij had vast een thermometer bij zich.
- Ze verstoppen zich ergens op een zolder. The attic was well hidden, up two flights of winding stairs. Ja, echt niemand zou daar een zolder verwachten.
- She walked in the mountains that surrounded the village in the evenings. Overdag geen berg te zien?
- Julien op de vlucht. Hele dag gemarcheerd zonder eten of drinken, toen ontsnapt. Vindt een beekje en slurpt gulzig. He hadn't had anything to drink all day and his thirst had taken a toll. You don't say!
- En helemaal kapot natuurlijk. His posture bent as he shivered so violenty he could hardly stand up straight. Gelukkig vindt hij een kippenhok. Eating those eggs, he knew he was alive.
- Iemand krijgt nieuws over een vermiste. Die is nog met het laatste konvooi uit Lyon gedeporteerd. Dertien dagen later zou Lyon bevrijd worden, deelt de schrijfster even mee voor extra meelijwekking.
- Lea en Ava op de vlucht. Gelukkig heeft Ava een gietijzeren pan meegenomen om onderweg champignonnetjes in te bakken.

Nu ik dit allemaal zo opschrijf, ben ik weer verdrietig. Hoffman zelf is door de mand gevallen, maar ook het hele systeem van boeken en uitgeverijen. Niemand kan het ook maar iets schelen als het geld toch wel binnenstroomt. Ik heb geprobeerd medestanders te vinden omdat ik altijd even aan mijn eigen oordeel begin te twijfelen tussen al die snikkende vijfsterren. Gelukkig vond ik deze zinnen:

But the rest of the time, when The World That We Knew is a historical novel about how four Jewish teenagers struggle to survive the Holocaust, it’s pedestrian.

As with many adventure novels, there are too many characters to keep track of. Even worse, the point of view switches frequently, sometimes in mid-paragraph.

The novel’s main weakness, however, is that Hoffman seems to get bored when she’s not writing about magic and just grabs the nearest cliché.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

Artist’s Statement

Iemand vroeg op de Amerikaanse Collagegroep op Facebook of en hoe wij een Artist's Statement schreven, deden wij het bijvoorbeeld in de eerste of derde persoon?

Ik dacht aan mijn eigen statementje op Werkaandemuur:
Noem het mixed media, noem het collages: wat ik maak is wat het werk zelf vraagt. Soms veel afbeeldingen, soms getekende en ingekleurde motieven, soms een achtergrond van aquarel, soms van gelli prints, soms met gebruik van sjablonen, soms met tekst. Soms is een kleur het uitgangspunt, soms een bepaalde afbeelding, dan weer een tekst, een verhaal of gewoon een behoefte aan het inkleuren van motieven of zelfs het hanteren van naald en draad. Hoe divers ook, mijn werk heeft een heel eigen stijl.

Wat klonk dat opeens magertjes, toen ik de suggestie volgde om een Artist's Statement Generator het werk te laten doen!

Ik vulde Mixed Media in als werkwijze (collage stond er niet bij) en koos drie thema's (ik weet niet eens meer welke). De volgende indrukwekkende tekst was het resultaat. Het zijn de zeepbellen van de kunstwereld, zoals ze door Siri Hustvedt zo genadeloos aan de kaak worden gesteld in The Blazing World.

Hella Kuipers Artist's Statement
En tegelijk stonden er zinnen in die klopten, of die me aanspraken. Die me dwongen om iets mooiers te maken van de in vijf minuten neergeschreven regels op werkaandemuur.

De eerste alinea. Aan Plato heb ik nooit gedacht, maar wat ik wel probeer is het weergeven in kleuren en afbeeldingen van een gevoel. Ja, duh … Van een heel specifiek gevoel, opgewekt door een specifieke gebeurtenis. Ik probeer juist wél om een verhaal te vertellen of er een metafoor voor te creëren. Of nee, ook dat is niet juist. (Wel klinkt het indrukwekkender.) Ik maak iets, en al makende blijkt het ergens voor te staan. Het is niet zo dat ik denk: vandaag ga ik eens een collage maken over mijn moeder. Nee, ik vind in een oud doosje opeens twee foto's die ik niet kende, en de collage bloeit er omheen.

De tweede alinea spreekt me meer aan. Ik onderzoek – al klinkt dat weer veel te weloverwogen en bewust – inderdaad hoe ik concrete situaties in kunst kan omzetten. Vooral in de boekjes wordt dat daadwerkelijk een verhaal in beelden. Ik schreef er ook over in de nieuwsbrief, hoe ik daarbij gebruik maak van de Heldenreis. Daarbij kies ik – kies je – altijd voor die momenten die het doorlopende drama van het menselijk bestaan punctueren. Dat geldt voor schrijven net zo goed.

Is mijn werk van een esthetische veerkracht? Gooi maar in m'n pet. Wel geloof ik dat het thematisch allemaal met elkaar samenhangt, ook al probeer ik elke keer nieuwe technieken en vormen uit. Hannah Arendt heb ik er niet op nageslagen. Heeft zij überhaupt over kunst geschreven? Dat idee van remembrance art – herinneringskunst? – spreekt me weer zeer aan. (Wacht: memory was vast een van de thema's die ik heb aangekruist.) Dat ik werk in de zeer oude techniek werd me pas duidelijk toen ik Cut and Paste las, een boek over de geschiedenis van collage. En ik ervaar het zelf vaak als meditatie, net zoals schrijfveren meditatief kunnen werken, of Morning Pages.

Dan die laatste alinea. Een koude, verborgen gewelddadigheid. Welk woord zou deze zin gegenereerd hebben? Er schieten me onmiddellijk een aantal collages te binnen.
Deze bijvoorbeeld, of deze, deze en deze.
Dus al met al is de tekst zo zeepbellig nog niet.

Nu eens bedenken hoe ik dit in fatsoenlijk Nederlands ga omzetten. Of nee, ik ga eerst het volgende boekje afmaken.

Geplaatst in creatief | Getagged | 5 Reacties

jongensboeken

Ik viel op twitter in een discussie over jongensboeken. Men vond het maar een rare visie, dat je jongens meer tot lezen zou motiveren als je hen echte jongensboeken kon aanreiken. Want was dat nu juist niet éindelijk een gepasseerd station, dat indelen in meisjes/jongenshokjes?
Toch lees ik op de site van de Leesmonitor dat jongens inderdaad meer tot lezen worden aangezet door jongensboeken.

Op twitter was men het erover eens: er zijn zóveel prachtige jeugdromans, het komt gewoon doordat de aanbieders (onderwijs/ouders) daar geen weet van hebben.
Dat is denk ik waar. En hoe meer er op bibliotheekwerk bezuinigd wordt, hoe erger dat zal worden.
Maar ik denk ook dat leesbevordering niet kan met alleen literaire jeugdboeken. Ik geloof dat alle kinderen ook een pulp-fase meemaken. In mijn tijd had je De Vijf, en voor de jongens Bob Evers en Snuf de Hond. In kindekes tijd waren de jongens nog altijd dol op de Kameleon, en de meisjes lazen paardenmeisjesboeken. Daar is nix mis mee. Kinderen leren er in elk geval van dat lezen heerlijk is, dat je je kunt verliezen in een boek.
Ze dwingen om literairdere boeken te lezen werkt denk ik niet. Je moet ze wel aanbieden, natuurlijk. Eruit voorlezen! Maar nooit dwingen.

Ik moet opeens denken aan dat programma waarin Tijl Beckand Bach achternareist. Zijn eigen commentaar is tenenkrommend van onnozelheid. Ik vermoed dat de bedoeling van zo'n programma is de Gewone Man in aanraking te brengen met Klassieke Muziek. Maar niet zó! Dan is het – door musici alom verguisde – Maestro een veel betere manier. Wij intelligentsia kijken dan wel naar Podium Witteman.
Waarmee ik maar wil zeggen: er is nix mis met heerlijke jongensboeken, en ik kan me goed voorstellen dat een willekeurige jongen, zeker in deze afleidende tijd, niet meteen naar een schitterend boek als Lampje grijpt. Dat zouden de meesters en juffen op school moeten voorlezen.
En schrijverkens? Soms is het ook heerlijk om bewust pulp te schrijven! Wat heb ik niet genoten van mijn boeketreeksje!

Een ander punt is dat van gender in boeken. Vanmorgen zag ik nog een vreselijke foto voorbijkomen op twitter: een stapel roze kleurboeken "voor lieve meisjes" en blauwe met "coole voertuigen." Dat is dus een voorbeeld van hoe het niet moet.

Maar aan de andere kant moeten jongens wel kunnen leren over mannelijkheid. Ik heb daar al vaker over geschreven, over de vaderverstoring in de maatschappij.
Dat de problematische kanten van mannelijkheid (uitvergroot door narcistische leiders) zoveel aandacht krijgen, dat het lijkt of alleen vrouwelijke eigenschappen de moeite waard zijn. Met als gevolg huilende voetballers ;-). Kinderen moeten leren wat goede mannelijke eigenschappen zijn. In alle mensen zouden mannelijke en vrouwelijke eigenschappen in evenwicht moeten zijn (animus/anima).

Wat is er dan mis met verhalen over heldhaftige jongens die het goede nastreven? Een Heldenreis-cursist van mij schreef ooit een reuze spannend boek over een groep jongens die ontrafelden waar de vervuiling in 'hun' bos vandaan kwam. Helden en schurken én een prijzenswaardig doel, wat wil een lezer nog meer?

Geplaatst in lezen, schrijven, tijdgeest | 15 Reacties

Juli Zeh – Briefroman

Ik kende Juli Zeh alleen van naam, tot een van de boekbloggertjes mij haar boek Briefroman aanried. Het bleek te leen als e-book, dus ik kon er meteen in beginnen.

Op de website staat de volgende beschrijving:
"In 'Briefroman' geeft Juli Zeh, een van de meest toonaangevende Europese schrijvers van dit moment, een inkijkje in haar schrijverschap. Door middel van brieven gericht aan haar man, een bevriende literatuurwetenschapper en een bevriende collega geeft ze op een praktische en verhalende wijze inzicht in de manier waarop haar literatuur tot stand komt. Daarnaast gaat 'Briefroman' in op het denken en doen van een schrijver, waarbij ze uitstapjes maakt naar de filosofie, de psychologie, de rechtsgeleerdheid en het literatuuronderwijs."

Maar oh, die doet totáál geen recht aan de lichtvoetige, fantasierijke en geestige manier waarop Zeh over schrijven schrijft.

Ze begint aan deze serie brieven (of e-mails) omdat ze gevraagd is om een college poëtica te geven. Antwoordt Zeh: Vergeet het maar. Geen sprake van. Je bent of schrijver, of je bezit een poëtica. Ik ben toch niet mijn eigen keuzevak Duits?

Ik heb het boek intussen uit, en ben begonnen in No Time to Spare van Ursula K. LeGuin, en zij zegt in feite precies hetzelfde: What is the Meaning of this Book? Tell me what it Means. But that's not my job, honey. That's your job. […] Art is what an artist does, not what an artist explains.

Zeh levert commentaar op het Literatuur-wereldje en op boeken van oudere mannen. ["Zoals bij veel mannelijke schrijvers van boven de vijftig gaat het in Grunewaldsee de hele tijd om seks. Om middelmatige en voortdurend halfmislukte intellectuelenseks natuurlijk, omdat je op die manier de benodigde veilige afstand tot kitsch en porno in stand houdt."]

Ze vertelt hoe ze zelf het schrijven aanpakt. Het vooral niet te belangrijk maken, maar eerst maar eens een eind typen en dat opslaan in een mapje "zomaar". Het veiligst is het om elke dag een nieuw bestand te openen.

Over schrijven en Literatuur zegt ze: Aan het eind van het schrijven staat de literatuur, en daarin komt iets anders tot uitdrukking. Ze vermag iets soortgelijks als de muziek: het onzegbare, onuitsprekelijke, onbeschrijflijke waarneembaar maken. Het uit de wereld halen en in de wereld zetten. Literatuur bevat componenten die de auteur er niet met opzet in heeft gestopt. […]

Niet literatuur produceren, maar schrijven is het wezenlijke.

En wat schreef ik al in 2006? Het woord "schrijven" staat hier gelijk aan "literatuur produceren". Ik wil dat het "verhalen vertellen" betekent […].

Kortom, lees dit boek, schrijverkens. Lach en leer!

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | Een reactie plaatsen

Delia Owens – Where the Crawdads Sing

Ik had dit boek al een tijd op het lijstje toen ik de bespreking van Anna las. Na twee zware boeken was ik wel toe aan een lekker meeneemboek. Het leek me heerlijk, het begon ook heerlijk, helemaal die Amerikaanse-oostkust-sfeer waar ik al dol op ben sinds de Tillermanboeken van Cynthia Voigt.

Het was zo'n boek waarbij je je erop verheugt om vroeg in bed te kruipen om heerlijk te lezen.
De belevenissen van Kya, het Moerasmeisje (zo heet de Nederlandse vertaling ook), worden zo schilderachtig en zintuiglijk beschreven dat ik echt om haar ging geven, en wilde weten hoe het haar zou vergaan in het leven. Soms was het een tikje melodramatisch maar niet té. Soms staan er gedichten in waarvan je denkt … mwah. En het gebruik van dialect had ook wel wat minder gekund.

Waar ik me vanaf het begin echt aan stoorde, was de truc van de parallelle plot.
In feite heeft zo'n leven-van-geboorte-tot-dood geen Story Question. Het verhaal of het personage heeft dan van zichzelf geen Narrative Pull, ze moeten helemaal op eigen houtje – bij de gratie van omstandigheden, emoties, schoonheid – de aandacht van de lezer vasthouden. In handen van een betere schrijver was dat hoogstwaarschijnlijk gelukt.

Owens koos ervoor om een truc toe te passen: er is een moord gepleegd. Dit gedeelte speelt in de jaren 1969-1970, terwijl het verhaal van Kya begint in 1952, en langzaam richting 1969 kruipt. Ze dwingt je tot doorlezen omdat je wilt weten wie de moord gepleegd heeft. Deze hoofdstukken zijn niet haar sterkste. Cliché dorpse sheriff, cliché hulpje, cliché bezoekjes aan de plaatselijke diner.
Op ongeveer tweederde van het boek SPOILER ALERT wordt Kya gearresteerd. Volgt de eindeloze rechtszaak, waarbij iedereen zijn zegje mag doen, en zijn gedachten mag denken. Dat stoorde me ook, dat head-hoppen en "ontroerende" details geven over dingen die héél vroeger zijn gedaan of gedacht.

Er zijn van die boeken waarvan je vantevoren weet wat je gaat krijgen. Nora Roberts, Leni Saris, net zo slecht en net zo lekker als een zak tumtummetjes. Maar dit verhaal, dit personage, deze omgeving: ze hadden zóveel beter verdiend.
Stel dat je zo'n hele parallelleplottruc weglaat, en gewoon het verhaal vertelt van begin tot eind. Hoe aangrijpend was dán die rechtszaak geweest! Hoeveel zorgen had je je dan gemaakt om Tate, haar beste vriend, en om Jodie, de enige van haar broers en zussen die bij haar terugkeerde. Het had een literair hoogstandje kunnen worden.
Nu was het een lekker boek. Misschien net iets bijzonderder dan tumtummetjes, maar net zo vergetelijk.

Geplaatst in recensies, schrijven | Getagged , | 2 Reacties

vreemdelingen

Ik las twee boeken naast elkaar – een recensieboek en een leesclubboek – die elkaar wel mooi aanvulden: The Ungrateful Refugee van Dina Nayeri (van wie ik eerder de problematische roman Refuge las) en Home Fire van Kamila Shamsie.

In dit boek vertelt de Iraans-Amerikaanse Nayeri haar eigen vluchtelingenverhaal, dat we grotendeels al kenden uit haar roman. Maar nu vertelt ze het onopgesmukt, en vervlecht ze het met verhalen van andere vluchtelingen die ze in haar leven heeft ontmoet. Ze bezoekt onder andere de kampen op Lesbos, en praat met verschillende vluchtelingenwerkers.

Wat ik zelf eigenlijk het interessantst vond van dit boek, was hoe ze uitlegt hoe groot de rol van cultuurverschillen is, en hoe dat leidt tot dramatische vormen van wederzijds onbegrip, wat er voor de vluchteling zomaar toe kan leiden dat hij wordt teruggestuurd. Bijvoorbeeld omdat zijn verhaal niet 'consistent' is. Moet je je voorstellen, zegt Nayeri, je komt volslagen getraumatiseerd – door bijvoorbeeld verkrachting en marteling – in een vreemd land, en ze vragen je wat je daar komt doen. In jouw cultuur praat je niet over zulke schandelijke onderwerpen dus je verzint aanvankelijk iets vaags. Pas veel later begrijp je dat je hier zonder gezichtsverlies of andere gevolgen over zoiets kunt praten, maar dan is het al te laat, dan geloven ze je niet meer. Ondervragers zijn op zoek naar leugens, niet naar de waarheid. En zelfs het begrip 'waarheid' betekent in verschillende culturen iets anders, en wordt op verschillende manieren verteld.

Home Fire gaat over een Pakistaanse familie in Engeland. Na de dood van hun moeder (vader is al lang niet meer in beeld) valt het gezin uit elkaar. Isma vertrekt naar Amerika voor promotieonderzoek, haar jongere broer en zus, de tweeling Parvaiz en Aneeka, blijven achter. Terwijl de jonge vrouwen zich richten op hun studie, om een goede plek in de maatschappij te verwerven, is Parvaiz stuur- en richtingloos.
Hun leven lang hebben ze zich aangepast, om maar vooral geen 'buitenlander' meer te zijn. Het wordt al snel duidelijk dat wat er met hun vader is gebeurd, daar erg mee te maken heeft.

Een andere belangrijke rol is weggelegd voor Eamonn, de zoon van de (eveneens Pakistaanse) minister van Binnenlandse Zaken Karamat Lone. Ook hij weet niet zo goed wat hij met het leven aan moet. Nu zijn vader zo'n belangrijk figuur is geworden, moet hij helemaal zorgen dat hij niets verkeerds doet.
Het boek gaat heel erg over de rol die je als immigrant moet spelen, welke plaats in de maatschappelijke hiërarchie je ook inneemt. En elke verdenking van terrorisme moet worden vermeden.

Tegelijk is het een prachtig en ontroerend verhaal over loyaliteit, en wat je daar voor over hebt. Het is deels geënt op het verhaal van Antigone en ik zag pas later dat zelfs de namen van de personages daar op lijken (Ismene, Antigone, Kreon, Haemon).
Het geeft een duidelijk en huiveringwekkend beeld van hoe iemand kan radicaliseren, bijna zonder dat hij het zelf in de gaten heeft.

Wat me van beide boeken zal bijblijven, is dat we naar álle verhalen moeten luisteren, dat niemands verhaal de boventoon mag voeren alleen maar omdat hij toevallig de meeste macht heeft. Dat de geschiedenis zich zal blijven herhalen tot we dat eindelijk begrijpen.
En dan werkt een roman voor mij uiteindelijk toch het beste, met personages om wie ik echt geef.

Geplaatst in recensies | Getagged , , , | 2 Reacties

Het Glazen Huisje II

Van de week meldde iemand heel attent op mijn blog dat ze Het Glazen Huisje op Marktplaats had gezet. Natuurlijk meteen een bod gedaan en woensdag had ik het al in huis. Op Goodreads ingevoerd, en meteen begonnen.

Nu weet ik het wel zeker: dit was niet het boek waar ik destijds zo om gehuild heb. Héél raar dat juist deze titel is blijven hangen, ik bedoel, die verzin je toch niet. Maar ik moet hem aan een ander boek gekoppeld hebben. Dit boek is heus wel schattig, heus wel een beetje zielig en een beetje spannend, maar als ik er zó van onder de indruk was, dan was er wel iets blijven hangen. Hoewel het detail van dat huisje klopt (al draaide het in dit geval niet), was het niet dit boek.

Ik herinner me nog verschillende kinderboeken waarvan ik onder de indruk was. Van sommige ben ik dat nóg, zoals Zeekraai, van andere herinner ik me dat ik zelf verhalen verzon of zelfs schreef die erop leken (zoals Heidi, of Ellen op Ballet), of dat we ze zelfs naspeelden (zoals het Huis in de Holle Boom).

Ik schreef ook al dat ik het omslag niet herkende. Wat me heel vaag bijstaat, is dat het omslag blauw was, een blauwe tekening op een witte achtergrond, misschien van zo'n tbc-huisje (want die bestonden echt).
Komt iemand nog ooit met de gouden tip? Ik las het boek vermoedelijk in 1966 of 1967, het kan uit eind jaren vijftig, begin zestig geweest zijn. En het was dus ontzettend zielig.

Help mij!

Geplaatst in autobio, lees- en biepherinneringen, recensies | Getagged , | 5 Reacties