Fay Weldon – Death of a She Devil

Dat vreselijk vervelende boek waarover ik mijn nood kloeg?
Het was Fay Weldon. Lees maar even de Digested Read van John Crace, dan snap je meteen waar het over gaat.
Ik heb best wel genoten van deel 1, dat was zo heerlijk vilein-satirisch. Maar dit is van alles niks. Het is verschrikkelijk slecht geschreven. Hebben ze bij de uitgeverij gedacht: zij is beroemd, dat verkoopt tóch wel?
Weldon valt in herhaling alsof ze dement is (of denkt dat lezers dat zijn); honderd keer wordt van iemand verteld wie zij is, honderd keer wordt verteld dat Ruth zo moe is en zo oud, er wordt honderd keer verteld dat Bobbo in de Lantern Room ligt en wel op sterven, of toch niet, en hij zegt steeds cunt cunt cunt, hahaha.
De meeste gesprekken worden in de indirecte rede uitgeschreven, emoties worden benoemd, er vallen tientallen namen van oude vrouwtjes die het IPG blijkbaar runnen. Mary Fisher windvlaagt rond en zegt woosh woosh zonder dat haar hoofdstukjes de plot ook maar een millimeter vooruit helpen.
De plot: Directiesecretaresse Valerie organiseert een feest dat wel doorgaat/ niet doorgaat / toch wel doorgaat / nee op het laatste moment toch niet doorgaat / volgend jaar doorgaat.
Er wordt nog een soort meta-verhaallijntje ingebracht door de schuld / de oorzaak van het verhaal bij Momus te leggen, de god van de schrijvers. Tenminste, Mary beroept zich daar af en toe op. Maar aan het eind is Mary verdwenen en voert dokter Simmins opeens het narratief aan, en raakt het verhaal doorspekt met medicijnnamen en hun bijwerkingen. Het lijkt of Weldon een leven lang dingen gespaard heeft waar ze zich over opwindt, en die nu geheel willekeurig over de bladzijden heeft uitgestrooid. Feminisme, antidepressiva, transgenders, werkloosheid, economie, pubers. drugs, erfgoedbeheer, heb ik nu alles gehad?
Life and hates of a boekrecensent.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 4 Reacties

tonke dragt

Ik wilde toch nog even checken of mijn herinnering klopte, over dat leesboekje van Tonke Dragt. En ja, ik vind deze omschrijving:

De Robot van de Rommelmarkt (1967) vertelt het verhaal van Edu, wiens huiswerkrobot kapot is. Als hij op de markt een oude robot vindt, besluit hij die te repareren en hem zelf alles te leren - maar als de robot volleerd is, merkt Edu dat hij geen huiswerkrobot meer nodig heeft: hij weet zelf al alles.

In de Volkskrant vertelt de schrijfster erover.

Ze schreef het titelverhaal in 1966 voor De Trapeze, een leesserie voor de basisschool. De redacteur vroeg haar om een science fiction-boekje voor de reeks. 'Ik hield van SF om te lezen, dus moest schrijven ook leuk zijn. Omdat het voor school bedoeld was, vond ik dat er een schoolverhaal in moest staan, en dat groeide uit tot de avonturen van Edu en zijn robot. Ik schreef er meteen een vervolg op: ik hoefde maar door te fantaseren op de dichtregels die Bob, Edu's robot, uitentreuren voor Edu moest zeggen. 'Waar wouden zijn als vuur zo heet, toren hoog en mijlen breed.'

Jammergenoeg kan ik geen illustraties terugvinden. Ze staan me voor de geest als Piranesi-achtig, donkere gravures waar in de duisternis veel geheimzinnigs te ontdekken valt. Ik herinner me nog heel goed de verrukking toen ik in Torenhoog en Mijlen Breed begon, en Edu herkende. Goede personages worden vrienden.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

zaai

De kwaaltjes volgen elkaar op momenteel. Nu heb ik weer een zere kaak, waardoor eten geen onverdeeld genoegen is. Zo wilde ik mijn stukje helemaal niet beginnen, maar ik zocht naar een vergelijking die kon verduidelijken hoe het voelt om een vervelend boek te lezen, dat tóch uit moet. En eigenlijk gaat deze vergelijking niet helemaal op, want ik proef heus nog wel hoe lekker die mango over de muesli is.
Ik lees momenteel een heel vervelend boek (maar eens zien of er nog een bespreking volgt), en ook op school hadden we soms boekjes waarvan je de tranen in de ogen kreeg van saaiheid.
Ik herinner me een serie leesboekjes over ene Teun, het was geloof ik een man die in een woonwagen woonde maar verder een toonbeeld van deugdzaamheid was. Ik heb al gegoogeld, maar kan hem niet terugvinden.
Ik herinner me het gele licht in de klas, en die dodelijke saaiheid, nog versterkt door sommige minder talentvolle voorlezertjes.
Terwijl er ook zulke mooie leesboekjes waren. Die van Tonke Dragt bijvoorbeeld, over Edu die als kleine jongen zijn robot lezen leert (en die we later als volwassen man terugzien in Torenhoog en Mijlen Breed). Dan kon je je helemaal laten omhullen door het verhaal, en door de illustraties erbij.
Ik googel nog een keer op afbeeldingen, op "leesboekjes" "lagere school," en opeens herken ik een kaftje. De serie heette Zwerfvogels, en inderdaad, de woonwagen van Teun staat voorop.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 4 Reacties

Popeye

Er komt veel vergetens boven op deze trips down memory lane. In diezelfde kast waar uiteindelijk de Sjors-en-Sjimmie-boeken beland waren, lagen nog meer stripboeken, bedenk ik nu. Van Popeye!
Hopla naar Google en een ervan herken ik direct: Popeye en de Miljoenen van Erwtje. Niet dat ik me het verhaal nog herinner. Wel Olijfje natuurlijk, en Bluto en Wimpy. Ook weet ik dat er op vrijdagavond bij de vpro altijd een tekenfilmpje van Popeye op tv kwam. Dan was mamma volleyballen, en pappa en ik keken samen Popeye. En later, in het studentenhuis in Delft, noemden we een van de jongens Erwtje, omdat hij precies zo'n grijnsje had.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

sjors en sjimmie

 

 

 

 

Iemand reageerde op mijn Donald Duckstukje van gister met: ik heb nooit van stripverhalen gehouden. En ik dacht: oh, ik wel! Asterix, Lucky Luke, Guust Flater, en natuurlijk Sjors en Sjimmie! Ik meteen naar de berging. Zou ik ze bewaard hebben? Maar nee. Wanneer heb ik ze voor het laatst gezien? Toen ze nog bovenin de kast lagen die later mijn thuis-laten-klerenkast werd, in het ouderlijk huis? Samen met de boeken van Johan en de Alverman, die oude lees- en rekenboekjes, de albums waar mijn moeder Margriet-verhalen inplakte voor mij, waarvan er eentje Hella de Heks heette?
Google dan maar weer. Moeiteloos vond ik de drie Sjors-en-Sjimmies die ik had: In de Rimboe, Bij de Baanbrekers, en De Bibberziekte. Die groene was de eerste, ik kreeg hem toen ik voor de tweede keer in het ziekenhuis lag, ik kon nog niet lezen, maar de plaatjes waren spannend genoeg. Van de Baanbrekers is niets blijven hangen. Maar de Bibberziekte was veruit mijn favoriet. Zó spannend, en zo sprookjesachtig mooi getekend, die onderaardse grotten waar ze het geheime medicijn tegen de Bibberziekte moesten vinden.
Ik heb ze eindeloos herlezen, en bedenk nu: zouden kinderen nu nog wel eens iets herlezen? Of zoeken ze meteen iets nieuws, het nieuwste youtube-filmpje? Wat zal er bij hen zijn blijven hangen over vijftig jaar?

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 6 Reacties

ziektewinst

Als ik ziek was – koorts, dokter, bedje op de bank – dokter rookte een sigaretje aan het bed – dan mocht ik een Donald Duck. Die ging mamma dan voor me halen bij de Spar aan de Jan Mankeslaan. Ik las hem van a-z, ook de brieven die kinderen blijkbaar aan zo'n tijdschrift schreven.
Ik las de Tina soms bij andere meisjes – die was toen net nieuw – maar vond er nooit zoveel aan. Ik kon ook de verschillende meisjes niet uit elkaar houden want ze zagen er allemaal hetzelfde uit.
In de Donald Duck had je tenminste spannende types als Zwarte Magica en de Zware Jongens, en de ondeugende streken van Kwik, Kwak en Kwek. Ik geloof dat ik nooit te oud ben geworden voor de Donald Duck.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | 2 Reacties

concentratie

Nu ik tijdelijk weer een driedubbele dosis PreTnison slik, weet ik weer hoe het is om ADHD-er te zijn. Dat vermoed ik tenminste. Onderweg naar de badkamer, schone onderbroek en sokken in de hand, bedenk ik dat ik de internist nog moet bellen omdat het recept niet klopte. Onderweg naar de telefoon bedenk ik dat ik mijn mobiel op stil moet zetten omdat er straks een schrijfcoachklant belt. Op de mobiel zie ik op Facebook dat een oude schoolvriend jarig is en feliciteer hem. Onderbroek en sokken liggen nu op de eettafel. Ik bel de internist, bedenk dat ik me voor het telefoongesprek wilde doesen, en haal een schone onderbroek en sokken uit de slaapkamer.
Affijn.
Nu zit ik achter de computer te wachten tot de telefoon gaat, en bedenk dat ik nog een blogje moet schrijven. Over concentratie. Want het schiet me opeens te binnen hoe vreselijk moeilijk ik dat inwerken van boeken vond, bij de PBC.
Je kreeg een stapel identieke boeken, die door de diverse filialen waren besteld. In ieder boek kwam een stempel met de plaatsnaam. Dat stempel moest ook op het kaartje voorin. Op dat kaartje stond een nummertje. Dat moest overeenkomen met het nummertje op de bestellijst. Dat nummertje moest nu ook voorin het boek geschreven. Oja, en op de achterste bladzij moest het PBC-stempel. Ongetwijfeld heb ik nog zeven handelingen vergeten.
We zaten er met drie werkloze schoolverlaters om een tafel. Een jongen met sluk lang haar, die na een knipbeurt opeens een stuk aantrekkelijker werd. En een broodmager meisje dat altijd in reusachtige wollen truien gehuld was. Er was een mevrouw die achter ons aanjoeg, omdat er een deftige mevrouw met een dubbele naam was die op háár lette.
Mee op buitendienst was meer iets voor mij. Behalve toen ze me vroegen om even koffie te zetten. Dat had ik van mijn leven nog nooit gedaan.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

Ann Patchett – Commonwealth

Ik vond Commonwealth (vertaald als: Gemeengoed) een prachtig boek. Het soort boek wat ik het liefste lees (en zou willen schrijven): over de dynamiek tussen mensen in families. In dit geval een ingewikkeld samengestelde familie, die oorspronkelijk begon met twee gezinnen, de Keatings (2 dochters) en de Cousins (2 zoons en 2 dochters). Als ma Keating en pa Cousins een relatie krijgen, worden de zes kinderen gedwongen hun zomervakanties gezamenlijk door te brengen.
Het boek springt heen en weer door de tijd, het begint in de jaren zestig en eindigt in onze tijd. Hoofdpersoon of liever spil van het verhaal blijkt uiteindelijk Franny Keating, met wier doopfeest het boek begint. Zij krijgt op een bepaald moment een relatie met een oudere schrijver, aan wie ze haar levensverhaal vertelt. Hij blijkt het te gebruiken voor een boek, ook Commonwealth geheten, en later wordt dat nog verfilmd ook.
Wat het boek prachtig maakt, zijn de afzonderlijke levensverhalen zoals ze duidelijk worden uit de scènes die we van de verschillende personages meemaken. Ieder heeft zijn eigen kijk op het verleden, en op de tragische gebeurtenis die plaatsvond in hun jeugd. Ieder heeft zich van daaruit anders ontwikkeld.
Waar ik het soms moeilijk mee had (natuurlijk ook te wijten aan het feit dat ik zonodig die She Devil tussendoor moest lezen) was de chronologie. Het ging ook zo naadloos in elkaar over steeds, dan zaten we weer NU in de auto en dan waren we opeens weer bij die boerenschuur in Virginia. Soms wou ik maar dat schrijvers gewoon chronologisch opschreven wat er gebeurd was. Waarom zo moeilijk doen? Is het geen kunstmatige spanningsboog?
Ik vroeg me dat ook af bij DeLillo. Maar van onze leesclubjuf in Aberdeen heb ik geleerd dat je ervan uit moet gaan dat schrijvers iets altijd bewust doen. Met een goede reden. Bij DeLillo bedacht ik dat zijn tijdbehandeling overeenkomt met een archeologische opgraving.
En bij Ann Patchett bedacht ik dat zij het eigenlijk opschrijft zoals het zich afspeelt in een mensenbrein. Soms heb je nog maar heel vage herinneringen aan een gebeurtenis, of een vastgeroest verhaal met standaardtermen. Maar door een bepaalde trigger kunnen soms opeens de werkelijke beelden bovenborrelen. Soms heb je heel lang niet aan iets gedacht, en staat het je opeens glashelder voor de geest. Soms heb je iets heel lang weggedrukt wegens te pijnlijk, en opeens merk je – als een tong naar een zere kies – dat de pijn is weggeëbt en een soort warme onverschilligheid is ingetreden.
Al deze beseffen zouden een boek doodslaan als je ze zou benoemen in een strikt chronologische vertelling. Je zou het verhaal in steen hakken terwijl het nu altijd fluïde blijft, ook als je het boek dichtslaat.

Geplaatst in lezen, recensies | Getagged , | 2 Reacties

in de soete suikerbol

Wat ik als kind ook heel graag las, was de serie In de Soete Suikerbol van W.G. van de Hulst. Dat was andere koek dan die vrome kinderboekjes die hij ook schreef. Daarvan had ik er zelf eentje, Het Zwarte Poesje, en och heden wat werd daarin gestorven en gebeden en gehuild.
Maar dit waren spannende verhalen, met op elke bladzij tekeningen. Waar de verhalen echt over gingen, herinner ik me niet meer, dus we schakelen Google weer eens in.
Als ik de lijst van titels op wikipedia doorkijk, zie ik meteen dat grote boek van Rozemarijntje voor me. Had ik het zelf? Was het van de biep? Lazen we het op school?
Bij pake en beppe thuis waren ook wat van die boekjes, nog van toen mijn moeder en haar broer en zus klein waren. Ik vond ze zielig maar ook wat gênant, omdat wij thuis "niets" waren en dat nogal luid. Pake en beppe waren voorzover ik weet ook "niets'" maar misschien was W.G. van de Hulst in de oorlogsjaren de enige betaalbare schrijver. Maarten 't Hart heeft een mooi artikel over hem geschreven.
Die Soete Suikerbol had – voor zover ik me herinner - niets van dat vrome. Toch begon het als een strip in een zwaar gereformeerde krant.
Alleen op de site Oude Jeugdboeken vind ik een kleine aanduiding van de inhoud. Ik denk dat het misschien toch de tekeningen zijn geweest die me zo fascineerden. Niet de kleurenafbeeldingen die later kwamen, maar de oude Anton Pieck-achtige, middeleeuws aandoende plaatjes.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen | Een reactie plaatsen

oog om oog

Toen ik jong was (20-30) hield ik helemaal niet van Fay Weldon. Ik werd er onrustig en chagrijnig van en was volkomen doof voor de boodschap die ze vertelde. Ik zag oorzaak noch noodzaak van zoveel vileinheid. Nu ik binnenkort Death of a She-Devil moet bespreken, besloot ik Live and Loves of a She Devil te herlezen. En nu is het misschien wel te laat. Ik had het tien jaar geleden moeten lezen, toen ik mezelf zo voelde, zo sterk en tot alles in staat en voor de duvel niet bang. Hard nodig toen, zo'n geestesgesteldheid.
Maar nu, ouder, wijzer, en totaal niet meer sterk, zet ik toch mijn vraagtekens, vooral bij het latere gedeelte. Dat zij haar bedrieglijke echtgenoot op sluwe wijze alles afhandig maakt, heerlijk. Hoe ze zichzelf steeds opnieuw heruitvindt in allerlei baantjes die ze nodig heeft om haar doel te bereiken: schitterend. Maar dat ze zich SPOILER ALERT helemaal laat ombouwen om precies zo mooi te worden als de minnares, en dan hubby, eindelijk uit de gevangenis, als slaafje-van-alles in dienst neemt – dat begreep ik niet. Dan voeg je je immers nog steeds in het systeem.
In het twee na laatste hoofdstuk realiseert zij zich dat ook. Het eindigt als zij het huis – een oude vuurtoren – van de minnares heeft gekocht.
She is a woman: she made the landscape better. She devils can make nothing better, except themselves. In the end, she wins.
Dat was een prachtig einde van het boek geweest. Dan had je als lezer alles opnieuw moeten overwegen. Nu eindigt het als een wraakverhaal, een oudtestamentisch oog om oog tand om tand. En daarmee begon immers de ellende.

Geplaatst in lees- en biepherinneringen, recensies | Getagged , , | 6 Reacties