wereldbouwen


Een maand of wat geleden ontwierp ik het dorp waar mijn fantasy hoofdpersoon vandaan komt. Er is niets heerlijker om je nooddruftige zelf van de straat te houden dan het verzinnen van andere werelden. Ik maakte een plattegrond, en ontwierp zelfs een schaalmodel van het dorp in de woestijn waar alles begint. Er was een paleis, een marktplein, er waren huizen en straten. Ik had zo'n 200 percelen en dacht dat daar wel 1000 mensen konden wonen.

Af en toe poppen er al scènetjes op uit de jeugd van Yima, en ik liet haar op school in een klas met veertien kinderen zitten. Veertien leeftijdsgenoten? Per jaar 14 mensen erbij? Hoe hoog is de bevolkingsgroei eigenlijk? Mijn toch al niet bijzonder heldere preTbrein verzoop in de sommetjes.
Maar uiteindelijk vond ik een getal waar ik iets mee kon: tot 1800 was de gemiddelde bevolkingsgroei 0,04%. Op een bevolking van 1000 mensen (en dat is behoorlijk groot voor een dorp, zo vind ik op een website over medieval world building) betekent dat dus 4 nieuwe kinderen per jaar. Het schoolsysteem moet dus veranderen.

En ik had inmiddels al twee scènes met alleen wonende vrouwen, er waren ook winkeltjes en bedrijfjes, er was een tuin nodig, er moest plaats zijn voor uitbreiding … het hele dorp moest op de schop. Uitrekenen kon ik het allemaal niet dus ik heb maar gewoon rechthoekjes zitten plakken in photoshop.

Het hele dorp is nu zo'n 170 x 100 meter, iets van twee voetbalvelden in de lengte naast elkaar. Of, wat ik mij beter kan voorstellen: van de Chinees naar de bakker op de Kraneweg, dan naar het Mesdagplein en via de Mesdagstraat weer terug.
Ook in fantasy moet alles kloppen, en nu kan ik weer verder!

 

 

 

[toevoeging: schrik ik midden in de nacht wakker: 0,04% van duizend is natuurlijk niet 4, maar 0,4! Maar er gaan natuurlijk ook mensen dood, vast wel 3 of 4 per jaar, dus we houden het maar op die 4 kinderen in de klas.]

Geplaatst in schrijven | Getagged | 3 Reacties

Lidewijde Paris – Hoe lees ik?

Hoe Lees Ik heet nadrukkelijk "Hoe lees IK" – Paris maakt duidelijk dat iedereen een eigen manier heeft om van lezen te genieten, zij reikt alleen maar de dingen aan die bij haar tot meer genot leiden.
In het eerste deel behandelt ze technische begrippen als vertelperspectief, spanningsboog, fabel en sujet, thema en motief en show don't tell. Deel twee gaat over "toeters en bellen" als stijlfiguren, metaforen, symboliek en dat soort dingen, en in deel drie komen context en poëtica aan de beurt.
Dat laatste vond ik leuk gebracht: poëtica is wat iemand vindt dat geoorloofd is in literatuur. Dat is dus niet iets wat objectief vaststaat en aan te wijzen is, het is iets persoonlijks (waarvoor je natuurlijk wel wat leeservaring moet hebben, plus kennis van de terminologie om erover te praten).

Paris heeft in dit boek een aantal volledige korte verhalen opgenomen, en wat fragmenten uit romans. Zo laat ze zien hoe schrijvers een bepaald effect bereiken. Ze neemt bijvoorbeeld het begin van de Da Vinci Code onder de loep, en laat zien hoe Dan Brown de lezer eigenlijk compleet dichtplamuurt met alles wat hij weten moet. Je hoeft zelf niets meer te doen. Het werkt wel als je alleen de spanning zoekt, maar als je wilt dat een roman meer is, zijn er andere dingen nodig, is het nodig dat je als lezer moet mee-denken en mee-scheppen.
(Ik zit nu op een Amerikaanse collagegroep waar zeer uiteenlopende werken op geplaatst worden. Van sommige denk ik bij mezelf: maar dit ís toch niks? Plaatjes zijn niet eens fatsoenlijk uitgeknipt, er is niets om over na te denken.) Ik had dat besef ook bij een verder mooi boek: White Chrysanthemum. Het was een roman die me veel leerde over een stuk geschiedenis waar ik niets van wist. Maar het was alleen dat. De stijl en de compositie droegen niets bij aan het verhaal.
De korte verhalen in "Hoe Lees Ik" zijn allemaal bijzonder de moeite waard.

Waar ik mijn twijfels bij heb, is hoe Paris ervan uitgaat dat goede schrijvers de diepgang, de meerlagigheid, de motiefherhaling, de spiegelstructuur, noem het maar op, met opzet in hun boek stoppen. Ik denk dat een schrijver een goede schrijver is omdat dat soort dingen 'vanzelf' in zijn werk komen. (Wat niet wegneemt dat je bij de revisie die dingen wel extra kunt benadrukken. Dit boek is ook voor schrijvers bijzonder leerzaam.)

Waar ik ook twijfels bij heb (maar dat is mijn eigen poëtica) is haar uitgebreide bespreking van Het Kleine Meisje van Meneer Linh, een boek dat ik juist vanwege de "onbetrouwbare vertelinstantie" NIET goed vond. Een onbetrouwbare verteller is wat anders. Dat is iemand die vanuit een bepaalde motivatie dingen achterhoudt of verdraait. Maar een vertelinstantie – in het geval van Claudel volgens mij gewoon de schrijver – die dingen achterhoudt, haalt een trucje met mij uit. En volgens mij was het de aangrijpendheid van het verhaal alleen maar ten goede gekomen als we vanaf het begin hadden geweten hoe de vork in de steel zat.

In het hoofdstuk over poëtica haalt ze een recensie aan van Joost de Vries, over Een klein leven van Hanya Yanagihara. (Zelf schreef ik er dit over.) De recensent worstelt met twee ikken: de kritische lezer die ziet dat dit géén literatuur is, en de romanverslinder die zich tegen wil en dank laat meeslepen. Paris schrijft dan: wat moet ik met zo'n recensie? […] "Ik sta als uitgever meer aan de kant van de lezer dan aan die van de resencent."
Ik moest denken aan die loftuitende uitzending van dwdd. De boekverkoper, staat die aan de kant van de lezer? Of gewoon aan de kant van de kassa? En de uitgever dan? Ook, toch? En als de recensent óók niet aan de kant van de lezer staat, aan welke kant staat die dan? Aan de Bescherming-van-de-Literatuur-kant? Aan de Ik-Ben-de-Erudietste-kant?

Daarom is het zo fijn dat er boekbloggers zijn. Mensen die gewoon aan de kant van hun eigen leesplezier staan, en niets liever doen dan dat overdragen op andere lezers. Met de allerindividueelste emotie van hun allerindividueelste poëtica. Zo, is het hoofdstuk intertekstualiteit ook nog gecoverd.

Geplaatst in lezen, recensies, schrijven | Getagged , | 1 reactie

Michael Robotham – The Secrets she Keeps

Ik zit nu op Fb bij de BoekperWeekclub, waar heel diverse titels voorbij komen. Daar hoorde ik enthousiaste geluiden over The Secrets She Keeps van Michael Robotham, en ik was na Barnes wel weer even toe aan een lekkere thriller. Dat kon nog net voor het leesclubboek en het volgende recensieboek. Op Goodreads krijgt het boek gemiddeld 4 sterren, dus dat zal wel snor zitten. Al had de beschrijving me moeten waarschuwen: "in the bestselling tradition of The Girl on the Train …" Ik had eerder een boek van Robotham gelezen, en nu ik het terugzoek zie ik dat ik daar ook niet onverdeeld enthousiast over was. Hij is een Australische schrijver maar laat zijn boeken kennelijk steeds ergens anders spelen.

The Secrets speelt in Londen, en inderdaad staat er net zo'n huis aan de spoorlijn als in The Girl on the Train, wat ik echt een waardeloos boek vond (helaas geen recensie van geschreven). Het gaat over twee vrouwen (ze krijgen om en om een hoofdstuk), de een een sloeberige vakkenvulster in de supermarkt met een Heel Erg verleden, de ander een luxepoppetje, echtgenote van een bekende tv-presentator en bewoonster van het huis aan de spoorlijn. Ze zijn allebei zwanger, en Agatha slaagt erin met Meg in contact te komen. Ze gaat zelfs met Meg mee naar huis, en krijgt wat babykleertjes mee (Meg heeft al twee kinderen).
Dan gaat Robotham stapelen. Agatha wordt steeds zieliger en enger, en Meg haar rozenhuwelijk wordt bedreigd van binnenuit. Thrillerig wordt het nog steeds niet, en de perikelen van beide dames interesseren me niet bovenmatig, maar het is fijn leesvoer voor als je in het ziekenhuis zit te wachten.

Afijn SPOILER ALERT uiteindelijk komen we erachter hoe de vork in de steel zit, Agatha kidnapt de baby van Meg, en de rest van het boek wachten we tot de politie het zaakje oplost. Het loopt allemaal eindgoedalgoed af met een zoetige vroomheid waarvan het glazuur van je tanden spat.
Hoe kan zo'n absolute waste of time zoveel sterren krijgen? Of ben ik nu alweer de dwarsligger?
(En nee, ook Londen voelt niet als Londen.)

[toevoeging: ik had The Girl on the Train besproken in de Heldenreis Nieuwsbrief. Nu toegevoegd op Goodreads.]

Geplaatst in recensies | Getagged , | 6 Reacties

Julian Barnes – Metroland en The Only Story

Ik zou beginnen aan The Only Story en googelde voor de aardigheid nog even. In de eerste recensie die ik vond stond meteen "Julian Barnes goes back to Metroland" en ik besloot Metroland eerst te lezen. Dat is zijn eerste roman, uit 1980.
Ik moest meteen weer denken aan mijn post over de metasausjes. Want wat wordt het verschil in kwaliteit meteen duidelijk! Chris Lloyd, de hoofdpersoon, is als scholier een snobje van de eerste orde. Hij doet niets anders dan laten merken hoe hij neerkijkt op de burgerlijke buitenwijk, op alle 'gewone' mensen eigenlijk. En daartoe bezigen hij en zijn vriend Toni Barbarowski, heel veel Franse woordspelingen. Pretentious? Moi?
Als er maar een personage is dat alle meta- en andere literaturelurige grapjes rechtvaardigt, dan is er niets op tegen! Dan schenkt het alleen maar plezier! We zien Chris in 1963 in Metroland, in 1968 in Parijs, en in 1977 opnieuw in Metroland. De roman geeft een heerlijk beeld van de tijdperken, is lichtvoetig en zwaartillend tegelijk. Qua sfeer moest ik denken aan Betrayal (en ik zie dat er ook een film is van Metroland, daar ben ik heel benieuwd naar!).

Ik zie wel waarom de recensent van The Guardian (Alex Preston) dat zei, van terug naar Metroland. Alleen heet de buitenwijk in The Only Story "The Village." De sfeer van bekrompen burgerlijkheid is hetzelfde. De negentienjarige Paul wordt verliefd op Susan MacLeod, een vrouw van 48 op de tennisclub. Ze krijgen een verhouding. Paul kijkt aan het eind van zijn leven terug op deze relatie. In die zin lijkt het boek ook veel op Sense of an Ending. Alleen is de plot – "wat zou er echt gebeurd zijn?" – veel minder van belang. In dit boek gaat het om liefde, het enige verhaal dat we over ons leven te vertellen hebben. Wat is liefde? Paul spaart citaten, ze komen allemaal voorbij zoals we ze kennen uit onze schoolagenda's. Love means never having to say you're sorry … een voor een krast hij ze ook weer door omdat ze domweg niet kloppen.

En het gaat over de werking van het geheugen. De mooie herinneringen beschrijft hij in de ik-vorm, de ellende in de jij-vorm alsof hij ons waarschuwen wil. En het kalme leventje van 'daarna' staat in de hij-vorm. Hij is de beschouwer van zijn eigen bestaan geworden. Dat herkende ik wel.
The Only Story is soms een beetje té zwaartillend, met wat te veel overpeinzingen.
Maar Julian Barnes is een schrijver die uitsluitend hart heeft voor zijn personages, en die op briljante wijze tot leven brengt. Hij hoeft niets te bewijzen maar hij doet het wel.

Hier staat een mooie recensie van de Nederlandse vertaling.

Geplaatst in recensies | Getagged , , | Een reactie plaatsen

Frija’s dagboek (20)

Jongens, jullie hebben al zó lang niks meer van mij gehoord! Maar ik had het ook zo druk: met buiten spelen, met mijn nieuwe stuiterballetjes, met op het badkamerkastje klimmen, en op de grote linnenkast, en dan koorddansen op de deur van de slaapkamer …
De vrouw heeft de kamer veranderd zodat ik niet meer op de koelkast kan, dus nu moest ik wel ergens anders klimmen. Poezen moeten gewoon klimmen! Daarom moet ik op balkon ook een tuigje aan, zegt de vrouw. Ze zegt dat ik spring zonder te kijken en al helemaal zonder na te denken, en dat is ook wel een beetje zo. Al probeer ik dat met jomtidommen te verbergen, maar de vrouw trapt daar geloof ik niet in.

En ik moet ook altijd met kleuren helpen, en met verven. En ik moet naar buiten kijken vanaf mijn nieuwe plekje. Ik houd zoveel van mijn nieuwe plekje! De vrouw had allemaal hele grote, hele zware dozen gekocht. Ze ging ze opensnijden en toen lag de hele vloer vol witte planken en schroefjes. Zoveel schroefjes! En ik mocht er niet eentje! Ze werd steeds boos op mij omdat ik in de weg liep maar ik moest toch alles besnuffelen en belikken en bekijken! Ik kon wel merken dat ze veel te moe werd. En toch ging ze maar door, net als ik 's avonds laat, dan kan ik maar niet stoppen met stormen terwijl ik eigenlijk slapen wil.
Maar toen de planken kastjes waren geworden, met een kussentje erop speciaal voor mij, toen was ik blij.

Nu heb ik het allerspannendste nog niet verteld. Woensdagavond kreeg ik opeens geen eten meer. Het hele bakje was weg. En de papyrus ook. En de volgende ochtend moest ik in die grote bak met dat ijzeren deurtje … had ik daar niet eerder in gezeten? Ik wou niet! Ik krijste! Ik wist niet dat ik zo luid kon! Ik rook even buiten, maar we gingen een deur door, we zoefden naar beneden, en ze zette me achterin de auto. Ze bracht mij ergens waar het naar beestjes rook. Ik hoorde een hond, ik rook een kat, ik moest vreselijk trillen. En de vrouw ging weg!

Wat er verder gebeurde weet ik niet meer. Ik sliep te diep. Maar toen ik wakker werd was ik een beetje ziek. De vrouw haalde mij op en ze zei: "Ach, ze ziet helemaal wit om de snuit." Toen we thuis kwamen voelde het eventjes net zo als die eerste keer. Alleen had ik nu een zeer buikje, en daar zat allemaal viezigheid op. Dat moest ik er allemaal af likken maar steeds zei de vrouw: "Niet steeds zo likken!" Ze probeerde zelfs een plastic ding om mijn hoofd te doen, maar dat was mij veel te groot. Zeker van Vorige Poes geweest.

Gelukkig werd ik gister beter wakker, en gisteravond voelde ik de storm opsteken: ik was er weer!
Ik hoop alleen dat mijn bruine haartjes weer snel die rare kale plek bedekken.















Geplaatst in autobio | Getagged | 13 Reacties

daarom af en toe een gedicht

(Motto aus Mir zur Feier, 1900, dem ersten Gedichtband von Rainer Maria Rilke geschrieben am 3. November 1897 im Alter von 21 Jahren in Berlin-Wilmersdorf)

Motto

Dat is heimwee: in het wiegen wonen
en geen thuis te hebben in de tijd.
En dat zijn wensen: zacht gesproken tonen
tussen dagelijkse uren en eeuwigheid.

En dat is leven. Tot vanuit de tussen-
tijd het eenzaamste aller uren stijgt,
dat, anders glimlachend dan de andere zussen,
het eeuwige tegemoet zwijgt.

(vert. Hella Kuipers)

Suggesties voor verbetering zijn welkom! Zo twijfelde ik er oa over of het "het eeuwige" of "de Eeuwige" moet zijn.

Geplaatst in gedichten | Getagged | Een reactie plaatsen

Fiona McFarlane – The Night Guest

The Night Guest (vertaald als Tijgers in de Nacht) heeft alles wat ik verlang van een boek: een hoofdpersoon die de moeite waard is om mee mee te leven (interessant van levensloop en gedachtenkronkels en observaties en motivaties), een setting die me aanspreekt (een huis aan de oostkust van Australië, waar je walvissen kunt zien), een wondermooie stijl die voortvloeit uit nauwkeurig en liefdevol (soms haatvol) observeren, en een verhaallijn die onontkoombaar is, wat eerder tot mij als lezer dan tot de hoofdpersoon doordringt, waardoor het spannend is zonder een thriller te zijn.

Ruth is 75, weduwe, moeder van twee ver weg wonende zoons, en misschien niet helemaal helder meer. Ik zeg misschien omdat de droom van de tijger die midden in de nacht haar huiskamer onveilig maakt aanvankelijk niets meer lijkt dan dat, een droom. Maar ze belt haar zoon, er is ongerustheid aan beide kanten, en als de volgende dag een door de regering gezonden 'helpster' aanbelt, staat Ruth daar wel voor open. Frida verzorgt haar huishouden, doet boodschappen voor haar, neemt steeds meer van haar over. Ruth vertrouwt Frida omdat ze haar doet denken aan haar jeugd op Fiji, waar haar ouders werkzaam waren als zendelingen. Als lezer weet je niet goed wat je moet denken: wordt Ruth dement of is Frida haar aan 't mindfucken? Is er echt een tijger? Of wie struint er anders bij nacht en ontij door het huis?

Op Goodreads maakte iemand de vergelijking met de bekende kikker in kokend water. Als lezer zie je het gebeuren, schreeuw je naar de kikker: spring eruit! Maar Ruth raakt steeds meer verstrikt en wie waarom het water kookt wordt steeds een beetje duidelijker.
Ik vond dit een wonderlijk, prachtig boek.

Geplaatst in recensies | Getagged , | 8 Reacties

Elizabeth Kostova – The Shadowland

Ik had ooit van The Historian genoten (griezelend), en The Swan Thieves heb ik ook met plezier gelezen, al is er niets van blijven hangen. Dus ik begon vol vertrouwen in The Shadowland.
Alexandra, een Amerikaanse jonge vrouw, gaat Engelse les geven in Sofia. Ze wordt door de taxi per ongeluk afgezet voor een hotel. Daar wacht ze op een andere taxi, als ze ziet hoe een stel oude mensen moeite heeft om zichzelf en al hun bagage in een taxi te krijgen. Ze snelt toe om te helpen.

Pas als ze zelf in een andere taxi zit, beseft ze dat ze een tas van die mensen bij zich heeft. Ze gluurt erin, en ziet dat het een urn is, met as. Ze vertelt het aan de chauffeur, wat moet ze ermee doen? Naar de politie?
Chauffeur Bobby blijkt al snel niet een gewone taxichauffeur, en de tocht om de urn terug te bezorgen wordt steeds ingewikkelder en gevaarlijker.
Klinkt als een leuk, spannend gegeven. Bovendien is Alexandra Zielig, want ze heeft een Dode Broer, en een litteken dat doet vermoeden dat ze zelfmoord heeft willen plegen. We krijgen het hele verhaal van de verdwijning van Jack te horen, maar verder niets over Alexandra. Het plan om Engelse les te gaan geven raakt ook steeds meer op de achtergrond.

Hoewel de kern van het verhaal – het blijkt SPOILER ALERT uiteindelijk te draaien om een strafkamp in communistisch Bulgarije – best aangrijpend is, en interessant, is de hoeveelheid wol eromheen niet om dóór te komen. Alexandra en Bobby worden van hot naar her door het land gestuurd (het lijkt wel een reisgids met al die beschrijvingen), en horen van diverse mensen stukjes van het verhaal. Het blijft zo lang onduidelijk waar het nu werkelijk om draait, dat ik mijn interesse vrijwel helemaal verloor, en van de tweede helft van alle alinea's alleen de eerste en laatste zin heb gelezen, om toch uit te vinden waarom die urn van zo'n belang was dat er achtervolgingen en moorden voor nodig waren.

Doodzonde van zo'n mooi gegeven. Had die hele Amerikaanse juffrouw eruit gelaten, had Bobby gewoon een journalist laten zijn die dit verhaal op het spoor was, en je had véél dichter (en begrijpelijker) op het drama gezeten. Nu werd alles gefilterd en nog eens gefilterd, en er was een hoop sentimentele poespas die nergens voor nodig was.

Geplaatst in recensies | Getagged , | Een reactie plaatsen

metasausjes

Ik heb in de afgelopen anderhalf jaar 36 boeken besproken voor de NBD. Daarvan waren er 13 geschreven door mannen, waarvan 2 non-fictie. Van de romans hadden er 6 een meta-achtig thema, dwz dat ze op een of andere manier commentaar leverden op of uitgingen van het leven van andere schrijvers.

Mr. Eternity van Aaron Thier ging over Daniel Defoe, The Night Ocean van Paul la Farge over Lovecraft, Marlow's Landing van Toby Vieira over Joseph Conrad, Dead Writers in Rehab van Paul Bassett Davies over diverse bekende schrijvers zoals als Hemingway, Coleridge, Wilkie Collins en Dorothy Parker, Madness is better than Defeat van Ned Beauman wederom over Conrad, en het meest recente geval, Larkinland van Jonathan Tulloch over Philip Larkin.

Ik moet eerlijk toegeven dat ik uit mezelf veel meer boeken van vrouwelijke auteurs lees dan van mannelijke. Ik lees ook veruit het meest Engelstalig. Dus of wat ik hier signaleer algemeen geldt? Geen idee.
Maar ik signaleer het wel. En het borduurt een beetje voort op mijn bespreking van het boekenweekgeschenk van Griet op de Beeck, en de beoordelingen door mannelijke recensenten.
Vrouwen schrijven vaak veel dichter op – of onder – de huid, schijnbaar over huis-, tuin- en keukenzaken. Lezeressen begrijpen dat hier veel meer onder schuil gaat dan alleen lichamelijke ongemakken of huishoudproblemen, mannen (schrijvers en lezers) hebben blijkbaar wereldpolitiek en strijdtonelen nodig om hetzelfde invoelbaar te maken.

En bij al deze meta-spelletjes-spelende auteurs heb ik het gevoel dat ze zo in de weer zijn met van alles te bewijzen: kijk mij! Zo belezen! Zo geestig! Zo gecompliceerd! Zo afstandelijk en humoristisch zoals het moet van de heren recensenten!
Daarbij vergetend dat een roman toch in de eerste plaats draait om de lotgevallen van een personage met wie we als lezer willen meeleven. Als we kunstjes willen, gaan we wel naar het circus.

De flaptekst van Larkinland ronkt: an unforgettable love story and mystery, both hilarious and deeply moving. Terwijl wat ik een las een boek was dat vrijwel geen plot had, en een hele cast van bordkartonnen personages die geen enkele ontwikkeling doormaakten. En heel veel "grappige" woordspelingen en toespelingen op Hull, Engeland, literatuur en Philip Larkin.

Geplaatst in lezen, literatuur, recensies, schrijven | Getagged , | 5 Reacties

Griet op de Beeck – Gezien de Feiten

In mijn tijd bij Trouw heb ik me regelmatig drukgemaakt over de Mannelijke Maatstaf, de mannelijke vooroordelen die bepalen wat Literatuur is. Criteria zijn bijvoorbeeld vernieuwing en normverandering – bij het slechten van barricaden vergeleken is de keukentafel vanzelfsprekend van geen belang. Originaliteit is ook zo'n typisch mannelijk criterium, dat geen plaats toekent aan de vrouwelijke neiging tot het zich inbedden in een herkenbare leefwereld.

Ik weet nog hoe ik me opwond over het artikel van Ingrid Hoogervorst "Beter je best doen, meisjes."
Ik schreef:

Een schrijver moet, om mee te tellen in het literaire circuit (kan ik daar een ledenlijst van ter inzage krijgen?), voldoen aan diverse criteria. Hoogervorst weet welke.
Eerst geeft zij de lijst van verboden onderwerpen: kleine persoonlijke wissewasjes (hiervoor bestaat kennelijk een meetlat), verlies van een kind (oeps, even niet aan Schaduwkind gedacht), dicht-bij-huis-verhalen, pleister op alle wonden (welja, misbruik Etty Hillesum voor je waanwijze betoog), hinderlijke explicietheid van gevoelens, leedconceptie en leedverwoording, allemaal waardeloze rommel. Nee, dan de échte schrijver, die houdt het mysterieus en onbegrijpelijk. Literatuur is "per definitie" (kunt u die ook even opsturen?) op zoek naar vragen, niet naar antwoorden. Schrijfsters moeten afstand nemen van hun eigen leven en hun eigen geslacht. Of anders moeten ze er pervers en bizar over schrijven, zoals Jelinek. Mannen hoeven dat niet, want hun eigen leven en hun eigen geslacht zijn Helemaal Vanzelf al boeiend.

Het kwam allemaal weer boven toen ik afgelopen zaterdag Jeroen Vullings hoorde bij NieuwsWeekend over het boekenweekgeschenk. (Het programma is hier terug te luisteren, en voor het gemak heb ik het ook even uitgetypt.)
Ik voelde me al persoonlijk beledigd, hoe moet dat dan voor Griet op de Beeck zijn?
Dixit Vullings: ik heb het idee dat zij dezelfde groep, vooral lezeressen, raakt, die ook zo dol zijn op Fifty Shades of Grey.
Pardon???
Ze schrijft te veel over fysiologische zaken, vindt Vullings. Waarmee hij poepen en piesen en kotsen bedoelt. Echte mannen kennen zulke woorden natuurlijk niet, laat staan dat ze erover schrijven. Vuiligheid, net als emoties. Nee, dan humor. Dan heb je afstand. Maar zo dichtbij je personages … brrr. Dat hoort niet. Mensen die afduiken op dingen die ze wél begrijpen (Hendrik Groen, bijvoorbeeld), Vullings heeft er geen goed woord voor over.
Er zit geen mysterie in dit boek, het is literair niet interessant, het heeft geen visie op de wereld …

Ik zocht andere recensies.
Christiaan Weijts beweert in De Groene dat het alleen een eerste akte is, dit verhaaltje. En de onvruchtbaarheid van de dochter is er alleen bij verzonnen om het extra 'emotioneel' te maken. echt een beginnerstrekje.
Thomas de Veen hekelt in de NRC de cliché's waardoor het leven en de geloofwaardigheid uit de personages wegsijpelen.
Arjan Peters eindigt zijn bespreking in de Volkskrant met: Nadat ze voor de tweede keer met deodorant onder haar oksels heeft gerold, is Olivia klaar voor een liefdesnacht. 'Iets kunnen doen is zoveel beter dan niks kunnen doen.' O ja? Op de Beeck had beter niks kunnen doen.

Kortom, de heren recenseerderen sloegen de handen tevreden en vol eensgezindheid ineen. Dat varkentje was gewassen en zij konden zich, bevestigd in hun superioriteit, andermaal terugtrekken in hun ivoren toren. (Nu ik terugduik in alle artikelen die ik destijds verzamelde om mijn emotionele geschrijf te onderbouwen, vind ik er een paar terug die nog steeds volop geldig zijn. Lees bijvoorbeeld "Familiegeslijm." De clichépolitie hanteert "een ideologische vooringenomenheid tegen de trits vrouwelijk-autobiografisch-gevoelig.")

Maar dan nu het boek Gezien de Feiten.
Ik heb van Griet op de Beeck Kom Hier dat ik u Kus gelezen, dat ik fantastisch vond. Daarna las ik Vele Hemels boven de Zevende, ook aangrijpend maar mij deed het iets minder. Ik heb me zoals velen opgewonden over de fall-out (voornamelijk mannen die het haar euvel duidden) na haar optreden in dwdd, waar ze vertelde over haar incest-slachtofferschap.
Reden genoeg om blij te zijn met haar uitverkiezing tot Boekenweekauteur. Ik schrok wel van alle negatieve recensies (Griet op de Beeck gekielhaald, kopte Tzum), maar besloot, zoals ik altijd doe, op mijn eigen kompas te vertrouwen.

Lezer, ik vond het prachtig.

De heren recensenten zitten in een keurslijf, een bolwerk van vooringenomenheid, hanteren een afvinklijst van wat wel en niet thuishoort in een boek om in hun canon opgenomen te mogen worden, en zijn daardoor doof en blind en gevoelloos voor het mysterie dat zich in dit boek voltrekt.

In 2009 heb ik de Heldenreiscursus ontwikkeld. De Heldenreis blijft hét ideale schema om een spannend boek aan op te hangen. Een hoofdpersoon met een doel, de wil en de mogelijkheid om dat te bereiken, een antagonist om hem te testen, en een psychologisch probleem dat en passant ook wordt opgelost. Eind goed, al goed.
Maar na een paar jaar begon het te kriebelen. Het schema is ook vaak níet van toepassing. Vooral vrouwenlevens verlopen vaak helemaal niet zo doelbewust. Vrouwen lopen vaak vast als ze het als een man proberen te maken in de wereld. Tijd voor Heldinne's Reis! Een zoektocht naar binnen, vaak afgedwongen door een noodlottige gebeurtenis, zoals een sterfgeval of ziekte.
Er zijn dus wel degelijk verschillen tussen mannen- en vrouwenverhalen. Het probleem is alleen dat het mannenverhaal automatisch als 'universeel' en superieur wordt gezien. Net zoals verhalen over witte hetero's de norm zijn.

Gezien de Feiten is een typisch voorbeeld van een Heldinne's Reis-verhaal. Zo'n Weijts die beweert dat dit alleen een eerste akte is, heeft er niets van begrepen. Als we de personages zien als emanaties van de hoofdpersoon, symboliseren zij aspecten van haar innerlijk. Kort (en zonder spoilers) het verhaal: Olivia (71) verliest haar man Ludo. In plaats van verdriet voelt zij opluchting. Ze is eindelijk vrij om te handelen zo het haar goeddunkt. Dochter Roos (44 en onvruchtbaar) vindt het plan van haar moeder om naar een ontwikkelingsland te vertrekken verschrikkelijk. Maar ze gaat toch, en ontmoet in het verre land een bijzondere man.

Roos symboliseert het leven zoals dat 49 jaar lang geweest is voor Olivia. Onvruchtbaar, vastgeroest in niet-bevraagde gewoonten. En die nieuwe man? Heldinne's Reis gaat over het in jezelf sterk maken en integreren van een Moeder (goed voor jezelf zorgen) en een Man (in de wereld durven staan en handelen naar alles waar jij in gelooft). Dát is waar dit boek over gaat.
Het gaat over mij, het gaat ook zeker over mijn moeder. Wat zou haar leven – en onze relatie - anders zijn geweest als niet zij als eerste was overleden.
Op bladzij 45 staat het: Zij was zoveel mensen nu, allemaal met een hoofd vol gedachten.

Vullings zei ook nog iets over dat in échte literatuur iets in een paar woorden gezegd kan worden waar anderen vele zinnen voor nodig hebben. En over humor.
Ik heb een smiley in de kantlijn getekend bij deze zin (p23): […] Olivia droeg het omkeerbare elektrische wafelijzer dat ze van Ludo voor haar achtenzestigste verjaardag had gekregen. Hij hield heel veel van wafels.
Over het portret dat Roos van Ludo heeft getekend: […] kleine oren voor een man van zijn leeftijd […] (p12) Dan denk je meteen aan de hulpeloze wapperoren van veel oude mannen.
Mooi en totaal niet cliché: [ze dacht aan] alle vastgekoekte tijd hierbinnen […] (p26)
Wijs en mooi: De grens tussen troosten en getroost worden is flinterdun. (p41)

En zo'n Thomas de Veen die beweert dat we niet te horen krijgen hoe Olivia zich voelde, heeft niets gelezen.
(p53) Op dat moment keek Daniel naar haar en zij keek terug. De wind ging liggen. De grond was moe. De zee te ver. En in haar mond, nu al, de smaak van afscheid.
En als ze naast hem zit in de auto: […] ze voelde intenser dan ooit dat ze een arm had.

Ik wil eindigen met een citaat van Gerrit Komrij: "Wat geschreven staat is alleen waardevol als het kan gelezen worden als handleiding bij het leven, als handleiding bij de mens." Voor de recensenten beperkt het mensdom zich blijkbaar tot de intellectuele man, die nooit, maar dan ook nooit zal erkennen dat ook hij moet poepen en piesen. Ik kan daar wel van kotsen.

Geplaatst in literatuur, recensies | Getagged , , | 7 Reacties