steen

Ik kloeg op twitter mijn nood dat ik het zo verschrikkelijk benauwd krijg als ik een mondkapje draag. Echt, alsof de ademhaling niet verder naar binnen wil dan tot halverwege het borstbeen. Iemand vroeg zich af of dat ook psychisch kon zijn. Ze kende iemand bij wie het had geholpen om die benauwdheid te visualiseren. Om na te gaan wat je ooit de adem had benomen. Stel het je voor als een prop watten in je luchtpijp, of iets anders wat voor jou symbool kan staan.
Bij mij kwam meteen op dat het een steen moest zijn. Een onwrikbare steen die mij het spreken belette met al zijn macht en zekerheden.
Ik moest er een boekje over maken. Ik vond als eerste de laatste afbeelding, een zon van steen.
Ik vond een stenen masker, een stenen beeldhouwwerk, een bijl, een mes.
Ik vond het gedicht waarvan de slotregels ervoor gemaakt leken.

KNIFE

Something
just now
moved through my heart
like the thinnest of blades
as that red-tail pumped
once with its great wings
and flew above the gray, cracked
rock wall.
It wasn’t
about the bird, it was
something about the way
stone stays
mute and put, whatever
goes flashing by.
Sometimes,
when I sit like this, quiet,
all the dreams of my blood
and all outrageous divisions of time
seem ready to leave,
to slide out of me.
Then, I imagine, I would never move.
By now
the hawk has flown five miles
at least,
dazzling whoever else has happened
to look up.
I was dazzled. But that
wasn’t the knife.
It was the sheer, dense wall
of blind stone
without a pinch of hope
or a single unfulfilled desire
sponging up and reflecting,
so brilliantly,
as it has for centuries,
the sun’s fire.

Mary Oliver

MES

Iets bewoog
daarnet
door mijn hart
als het dunste lemmet
toen die roodstaartbuizerd
een keer pompte met zijn vleugels
en wegvloog over de grijze, gebarsten
stenen muur.
Het ging niet
over de vogel, het ging
over de manier waarop
steen stom
en op zijn plaats blijft,
wat er ook voorbij vliegt.
Soms, wanneer ik
zo zit als nu, rustig,
lijken alle dromen van mijn bloed
en alle schokkende hokjes van de tijd
klaar om te vertrekken,
om uit mij te glijden.
Dan, stel ik me voor, zou ik nooit bewegen.
Nu heeft de buizerd al minstens
vijf mijl gevlogen
iedereen verblindend
die toevallig omhoog keek.
Ik was verblind. Maar dat was niet
het mes.
Het was de steile, dichte muur
van blinde steen
zonder een snufje hoop
of ook maar één onvervuld verlangen
zo briljant
al eeuwenlang
opslorpend en weerkaatsend
het vuur van de zon.

vertaling Hella Kuipers

Dit bericht is geplaatst in autobio, creatief, gedichten met de tags , , . Bookmark de permalink.

11 Reacties op steen

  1. lethe schreef:

    Maar hielp/helpt het visualiseren?

    Met een masker op ga ik al gauw hyperventileren als ik niet heel bewust langzaam door mijn neus blijf ademen. Vooral de betere maskers, zoals mijn Urbandoo (die ik niet in het OV mag gebruiken), kan ik eigenlijk alleen op als ik rustig zit en verder niets doe. Met de stoffen huisvlijtmaskers heb ik daar minder last van, maar die bieden volgens mij veel minder bescherming.

  2. Elly schreef:

    Ik heb weer genoten van jouw boekje en de prachtige vertaling die ik graag heb bewaard zodat ik hem vaker kan lezen. Dank je wel. Fijn dat je hier en daarhulpmiddeltjes vindt om met die benauwdheid o m tegaan

  3. Erik Scheffers schreef:

    Hoi Hella, ik heb hetzelfde probleem. Ook ik krijg het benauwd als ik een mondkapje draag. Soms laat ik mijn neus vrij, maar dat hoort natuurlijk niet. Groetjes, Erik

  4. lethe schreef:

    Wat is dat rare rode rondje nou weer in veel Twitternamen? Is dat een soort oproep tot stemmen?

    #dtv

  5. Ferrara schreef:

    Je hebt de vervelende bijkomstigheid van het mondkapje mooi verwerkt. Jammer dat het niet helpt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *