over monsters en de werking van het geheugen

Ik werd op Facebook door nicht Bianca genomineerd om mijn 10 favoriete kinderprogramma's te plaatsen.
Nu kregen wij pas in Heerenveen televisie (we verhuisden in 1966 vanuit Leeuwarden), dus de eerste 10 jaar van mijn leven zag ik alleen tv bij opa en oma, of bij één vriendinnetje, bij wie het op woensdagmiddag altijd razend druk was. Okkie Trooy herinner ik me, en Snuf en Snuitje.

Maar het oudste programma zag ik bij opa en oma, en ik herinnerde me alleen nog een glinsterende nachthemel. Een titel die bij me bovenkwam was Bolke de Beer, maar dat was een boek van pake en beppe. Dus eindeloos gesnuffeld op al die jeugdsentimentsites, en het bleek Barend de Beer. Dat eindigde met een zwaai KlaasVaakzand, en hij kwam aangedreven op een wolk. Op de achtergrond zie je verlichte flats, precies ons uitzicht vanuit de flat in Leeuwarden (Nylân).
Van het intromuziekje herinnerde ik me niets meer.

Maar iets anders trof me. Hoe Barend de Beer zijn hoofd door de gordijnen steekt.
Ik heb inmiddels What it Is van Lynda Barry binnen, en dat nodigt op een bijzondere manier uit tot autobiografisch schrijven. Ze vertelt over haar kinderangsten, en over monsters. Welke monsters had jij als kind? Ik kon mij niets voor de geest halen.
Tot ik Barend de Beer zag, zonet. Ik had mijn slaapkamergordijnen altijd op een brede kier, zodat het een beetje licht bleef. Maar op een nacht droomde ik – ik vermoed na een eng voorleesverhaal – van een heks die op haar bezemsteel langs mijn raam vloog en kwaadaardig naar binnen keek. Voortaan wilde ik mijn gordijnen helemaal dicht.

Dit bericht is geplaatst in autobio, schrijven met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *