een kleine beschouwing over dankbaarheid

Ik kwam de voetnoot van Grunberg tegen op twitter, en hij raakte me, zonder dat ik precies wist waarom. Ik retweette hem, en zette hem op Facebook, met erbij – wat ik vaker doe als ik iets plaats waarover ik zelf nog geen vastomlijnde mening heb – "om over na te denken."
Ik had op de Correspondent al gelezen over het boek van Pfauth en zelfs overwogen om het aan te schaffen. Ik heb ook ooit een tijdje in mijn dagboek elke avond 5 dingen opgesomd waarvoor ik dankbaar was geweest die dag.
Zeker in vergelijking met de rest van de wereld heb ik tienduizend dingen om dankbaar voor te zijn. Een lief kind, lieve familieleden, een mooi huis met een fijn bed met een onvolprezen tempurmatras, uitzicht op fraaie zonsondergangen, geen materiële zorgen, een rijk innerlijk leven, op de meeste dagen zin om iets te maken of te schrijven of te lezen. Een leven als een luis op een zere kop, noemde opa dat vroeger.
Maar dankbaarheid is niet alleen maar positief.
Ik begrijp opeens wat Grunberg bedoelt met zijn fopspeen als mij de woorden amor fati te binnen schieten. Liefde voor je lot. Je verzoenen met hoe je leven eruitziet. Dat kan zin hebben, zeker. In geval van ziekte zit er niet veel anders op. De meeste dagen lukt het me ook, en ben ik daarvoor zelfs dankbaar. Maar er was ook een tijd waarin het leven tamelijk ondraaglijk was. Ik wist alleen niet waardoor dat kwam. Ik zocht de oorzaak bij mezelf, in mezelf. Ik las vele kilometers zelfhulpboeken om toch in godsnaam maar weer gelukkig te worden. Want ik had immers zoveel om dankbaar voor te zijn, ik moest me doodschamen dat ik niet gelukkig was. Een ontevreden, egoïstisch, verwend mormel was ik. Oh, de wortels daarvan liggen zo diep dat ik het einde ervan niet eens kan opgraven.
Dankbaarheid was altijd een verplichting. Ik was slecht als ik niet dankbaar was. Er moest wel iets grondig mis zijn met mijn karakter dat ik ondankbaar durfde zijn.
Dus probeerde ik uit alle macht mijn lot lief te hebben. Ik stopte zelf die fopspeen in mijn mond. De fopspeen van de dankbaarheid die je op je plaats houdt, die je belet te spreken.
Ik ben me bewust van mijn rijkdom, ik tel regelmatig mijn zegeningen. Maar dankbaarheid kan alleen zuiver zijn als zij niet wordt afgedwongen. Anders is het een sleutel waarmee een cel op slot wordt gedraaid.

Dit bericht is geplaatst in autobio. Bookmark de permalink.

6 Reacties op een kleine beschouwing over dankbaarheid

  1. Adriaan Hendriks schreef:

    Waarom zou het voorrecht van dagelijks actief te mogen oefenen met dankbaar zijn zich moeten beperken tot de bevolking van Noord-Korea alleen?

  2. Elly schreef:

    Het calvinisme ligt zo diep geworteld in onze cultuur. We moeten van alles om een goed mens te zijn. Pas als we durven accepteren dat we zijn die we zijn kan er iets gebeuren. Of liever gezegd, dan is er misschien eindelijk iets gebeurd. Het mag er allemaal zijn. Dan kunnen we onszelf en de ander liefdevol omarmen

  3. Ferrara schreef:

    Onlangs zat ik aan een calvinistische eettafel waar nog hardop wordt gebeden. Tenenkrommend zo vaak het woord dankbaarheid viel. Voor de maaltijd die wij mogen gebruiken, dat wij vandaag bij elkaar mogen zijn, voor de middag die wij nog samen gaan doorbrengen en zo waren er nog een handvol. Het werd een holle frase. Toch al niets meer met calvinisme hebbend zal ik mijn bijgedachtes hier maar niet openbaar maken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *