Ursula K. Leguin – the wave in the mind

Soms is een boek zo fantastisch dat je het wel helemaal zou willen overschrijven. Ik heb echt het gevoel dat ik een nieuwe goeroe heb ontdekt (naast andere heldinnen als Cameron, Goldberg en Pinkola Estés).
The Wave in the Mind is een verzameling essays die LeGuin schreef voor diverse publicaties. Er is een afdeling Persoonlijk (over haar jeugd en haar leven, en de invloed daarvan op de schrijverij), een afdeling Gelezen (recensies, leesherinneringen en hoe het geschreven woord werkt, onder andere mbt ritme), een afdeling Discussie en Opinie, en tot slot de allermooiste afdeling On Writing.
Vooral nu ik zo weinig mensen zie, vind ik het heerlijk om essays te lezen. Om me te verhouden tot de mening van iemand die ik bewonder, over onderwerpen die voor mij van het grootste belang zijn. Het is als een gesprek, of, zoals LeGuin het zelf zegt, als een dans. It takes two to tango.

personal matters
In het persoonlijke gedeelte vertelt ze onder andere over haar Indiaanse 'ooms'. Ik was hen tegengekomen in het boek van Paul la Farge. Ze schrijft over bibliotheken die ze gekend heeft (inspiratie voor mijn eigen biepherinneringen): Knowledge sets us free, art sets us free. A great library is freedom.
Ze moet een stuk schrijven over haar favoriete eiland, en denkt daarbij aan de fictieve eilanden uit Earthsea.

*

Ze moet een stuk schrijven over grenzen, en formuleert zo mooi wat een grens is (ik denk meteen aan de Drempel uit de Heldenreis):
A frontier has two sides. It is an interface, a threshold, a liminal site, with all the danger and promise of liminality.
The front side, the yang side, the side that calls itself the frontier, that’s where you boldly go where no one has gone before, rushing forward like a stormfront, like a battlefront. Nothing before you is real. It is empty space.
[…]
The other side of the frontier, the yin side: that’s where you live. You always lived there. It’s all around you, it’s always been. It is the real world, the true and certain world, full of reality.
And it is where they come. You were not certain they existed, until they came.

readings
In Gelezen gaat ze de strijd aan met de bekende eerste zin van Tolstojs Anna Karenina: 'Gelukkige gezinnen zijn allemaal hetzelfde, ieder ongelukkig gezin is ongelukkig op z’n eigen manier.' Ze vraagt zich af: Did he know one family, one single family, that could, over a substantial period of time, as a whole and in each of its component members, honestly be called happy?
Het is ook weer echt zo'n mannending. How the whole thing got gendered, I don’t know, but it did. The gendering supposes that male readers have strong, tough, reality-craving natures, while feeble female readers crave constant reassurance in the form of little warm blobs of happiness—fuzzy bunnies.

*

Ze vraagt zich af waardoor schrijvers beïnvloed zijn, wat hun verbeelding heeft geprikkeld. Waren dat andere schrijvers, of waren het de kindergedachten, alleen in bed met een knuffeldier? Waren het de sprookjes en de beelden die we daarbij zagen?

— Ars Lunga

I sit here perpetually inventing new people
as if the population boom were not enough
and not enough terror and problems
God knows, but I know too,
that’s the point. Never fear enough
to match delight, nor a deep enough abyss,
nor time enough, and there are always a few
stars missing.

I don’t want a new heaven and new earth,
only the old ones.
Old sky, old dirt, new grass.
Nor life beyond the grave,
God help me, or I’ll help myself
by living all these lives
nine at once or ninety
so that death finds me at all times
and on all sides exposed,
unfortressed, undefended,
inviolable, vulnerable, alive.

Ursula K Le Guin

discussions and opinions
In Discussies en Opinies wijdt LeGuin een essay aan het verschil tussen feit en fictie. Het sluit mooi aan bij een trend die ik zelf aan het ontdekken ben: boeken die feiten en fictie vermengen. Zoals Roth, DeLillo en la Farge doen, en ook MacAfee in Hame, wat ik nu aan het lezen ben. (Een ander geval is Capote, die In Cold Blood een non-fiction novel noemde. Daar wordt het waargebeurde verhaal naverteld met het inlevingsvermogen van de schrijver, die aan de personages motieven en oorzaken toekent. In de boeken die ik noemde figureren fictieve personages op een realistisch toneel, tussen historische personages, tijdens historische gebeurtenissen.)
Er zijn nog steeds veel mensen die liever een "echt geschiedenisboek" lezen dan een historische roman. Ze beseffen daarbij niet dat ook zo'n boek wordt gefilterd door iemands brein. Het is altijd 'een' versie van de werkelijkheid. Ook autobiografische geschriften geven niet 'de' werkelijkheid weer. Remembering is an act of the imagination.
Andersom denken lezers dat een romanschrijver zijn ideeën uit de werkelijkheid haalt. Dat de personages zijn gebaseerd op echt bestaande mensen, dat de gebeurtenissen echt zo hebben plaatsgevonden. Maar zo werkt het natuurlijk niet.

*

The poet Gary Snyder’s finely unpoetic image of composting is useful here. Stuff goes into the writer, a whole lot of stuff, not notes in a notebook but everything seen and heard and felt all day every day, a lot of garbage, leftovers, dead leaves, eyes of potatoes, artichoke stems, forests, streets, rooms in slums, mountain ranges, voices, screams, dreams, whispers, smells, blows, eyes, gaits, gestures, the touch of a hand, a whistle in the night, the slant of light on the wall of a child’s room, a fin in a waste of waters. All this stuff goes down into the novelist’s personal compost bin, where it combines, recombines, changes; gets dark, mulchy, fertile, turns into ground. A seed falls into it, the ground nourishes the seed with the richness that went into it, and something grows. But what grows isn’t an artichoke stem and a potato eye and a gesture. It’s a new thing, a new whole. It’s made up.

Het gedicht van Gary Snyder gaat zo:

On Top

All this new stuff goes on top
turn it over, turn it over
wait and water down
from the dark bottom
turn it inside out
let it spread through
Sift down even.
Watch it sprout.

A mind like compost.

Verhalen dienen om een cultuur te definiëren, om te zeggen: zo zijn wij, zo doen wij dingen.
Through story, every culture defines itself and teaches its children how to be people and members of their people—Hmong, !Kung, Hopi, Quechua, French, Californian … We are those who arrived at the Fourth World … We are Joan’s nation … We are the sons of the Sun … We came from the sea … We are the people who live at the center of the world.
Mensen zijn soms bang voor Fantasy omdat die een andere manier van leven kan voorspiegelen.
Having come to fear even the imagination of true change, many adults refuse all imaginative literature, priding themselves on seeing nothing beyond what they already know, or think they know.
Terwijl verbeeldingskracht noodzakelijk is!
The imaginative fiction I admire presents alternatives to the status quo which not only question the ubiquity and necessity of extant institutions, but enlarge the field of social possibility and moral understanding.

on writing
En dan beginnen die prachtige stukken over schrijven.
Vertrouw het verhaal, zegt LeGuin. Het weet zelf waar het heen wil. Het wil geen ander doel dienen dan zichzelf.
To conceive a story or manipulate it to make it serve a purpose outside itself, such as an ambition to be famous, or an agent’s opinion about what will sell, or a publisher’s wish for instant profit, or even a noble end such as teaching or healing, is a failure of trust, of respect for the work.

*

Any work of art has its reasons which reason does not wholly understand.

*

Ze veegt behoorlijk de vloer aan met heersende noties over het bij de strot grijpen van de lezer, en hem geen tijd gunnen om adem te halen. Je lezer is een danspartner, samen maak je die dans.

*

Personages zijn geen plastic speelgoedjes, en ook geen luidsprekers. Een personage is zichzelf, en als schrijver moet je hem laten spreken.
In so far as the author’s point of view exactly coincides with that of a character, the story isn’t fiction. It’s either a disguised memoir or a fiction-coated sermon.

*

Iets anders om je bewust van te zijn tijdens het schrijven (en belangrijk in deze tijden van Hallo Witte Mensen en culturele toe-eigening) zijn de aannames die je als vanzelfsprekend voor waarheid houdt.
Onbetwiste aannames in de meeste boeken zijn:
1. We zijn allemaal man.
2. We zijn allemaal wit.
3. We zijn allemaal hetero.
4. We zijn allemaal christen.
5. We zijn allemaal jong.
Als boeken over witte hetero mannen gaan, zijn ze 'voor een breed publiek.'
Als boeken over zwarte lesbische vrouwen gaan, zijn ze 'voor een specifieke doelgroep.' (Het gaat zelfs zover dat mijn roman Brandsporen niet geschikt werd geacht voor bibliotheken omdat hij in Friesland speelde.)

All I would ask of writers who find it hard to question the universal validity of their personal opinions and affiliations is that they consider this: Every group we belong to—by gender, sex, race, religion, age—is an in-group, surrounded by an immense out-group, living next door and all over the world, who will be alive as far into the future as humanity has a future. That out-group is called other people. It is for them that we write.

*

Ze schrijft over schrijfworkshops, en hun belang voor de ontwikkeling van het schrijverschap. Het is belangrijk je ego buiten de deur te laten. Het belangrijkste wat deelnemers moeten leren is schrijver te zijn. Workshops die focussen op uitgevers en verdienmodellen zijn geen schrijfworkshops maar bedrijfscursussen. Als je eerste interesse ligt in het verkopen van je werk, ben je geen schrijver maar een handelaar. Als je eerste interesse ligt in het toetreden tot De Literatuur, ben je geen schrijver maar een statuszoeker.
Writers don’t write “for” anything, not even for art’s sake. They write. Singers sing, dancers dance, writers write. The whole question of what a thing is “for” has no more to do with art than it has to do with babies, or forests, or galaxies.

*

En dan de vraag die het meest gesteld wordt: waar haalt u uw ideeën vandaan?
Mensen willen dat weten, want schrijvers zijn rijk en beroemd en dan kunnen zij dat ook worden.
Iemand vroeg Willie Nelson waar hij zijn liedjes vandaan haalde, en hij zei: "The air is full of tunes, I just reach up and pick one."
Zo is het met verhalen ook.

The air is full of tunes.
A piece of rock is full of statues.
The earth is full of visions.
The world is full of stories.

Verhalen maken is een natuurlijke behoefte. People who can’t make the world into a story go mad. Or, like infants or (perhaps) animals, they live in a world that has no history, no time but now.

*

Fictie is verbeeldingskracht die aan de slag gaat met ervaring.
Waarom zijn Amerikanen zo bang voor draken? Natuurlijk moest ik allereerst aan Heldinne's Reis denken en de draken die zij moet bestrijden. Volgens LeGuin zijn Amerikanen bang voor fictie in het algemeen. Het enige waardevolle boek is immer de Bijbel. En dat deed me meteen denken aan mijn ervaringen in de bibliotheek in Oman, waar iemand vroeg waar al die boeken voor nodig waren als alles immers in de Koran stond.
LeGuin geeft een mooie overweging over de populariteit van memoires tegenwoordig. Echt gebeurd is superieur aan verzonnen.
To think that realistic fiction is by definition superior to imaginative fiction is to think imitation is superior to invention. In mean moments I have wondered if this unstated but widely accepted, highly puritanical proposition is related to the recent popularity of the memoir and the personal essay.
Er verschijnen veel boeken over de Verschrikkelijke Jeugd die mensen gehad hebben, en LeGuin mist daarin de echte draken:
The imagination can transfigure the dark matter of life. And in many personal essays and autobiographies, that’s what I begin to miss, to crave: transfiguration. To recognise our shared, familiar misery is not enough. I want to recognise something I never saw before. I want the vision to leap out at me, terrible and blazing—the fire of the transfiguring imagination. I want the true dragons.
Ideeën komen voort uit de ervaring, maar verhalen zijn geen afspiegeling van het leven.
Fiction is experience translated by, transformed by, transfigured by the imagination. Truth includes but is not coextensive with fact. Truth in art is not imitation, but reincarnation.

*

En een verhaal kan alleen bestaan in samenwerking met de lezer.
Story is a collaborative art. The writer’s imagination works in league with the reader’s imagination, calls on the reader to collaborate, to fill in, to flesh out, to bring their own experience to the work. Fiction is not a camera, and not a mirror. It’s much more like a Chinese painting—a few lines, a few blobs, a whole lot of blank space. From which we make the travellers, in the mist, climbing the mountain towards the inn under the pines.

*

Ze schrijft iets moois over Writer's Block:
Would it not be better to look on it as a clearing? A way to go till you get where you need to be?

*

En dan het allermooiste: The Writer On, And At, Her Work.
Het staat nergens online, en ik vraag me af of ik dat zomaar mag doen. Maar het is zo mooi, zo waardevol, zo inspirerend, ik wil er hele stukken uit overschrijven en aan de muur hangen, ik wil er collages mee maken, ik wil het vertalen, ik wil …
Ik zet het hier neer. Oordeel zelf.

Her work, I really think her work
is finding what her real work is
and doing it,
her work, her own work,
her being human,
her being in the world.

Een boek om nog lang mee in gesprek te blijven!

Dit bericht is geplaatst in recensies, schrijven met de tags , , , , , . Bookmark de permalink.

2 Reacties op Ursula K. Leguin – the wave in the mind

  1. Fenna schreef:

    Kanonne Hella, dat stuk bij "hier" completely sept me off my feet. Ga het printen, herlezen, herlezen, herlezen, kauwen, herkauwen etc. Wow, heel erg bedankt voor het posten. Dit is echt... woorden tekort.

Laat een reactie achter op Hella Reactie annuleren

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *