Hannah Arendt

Wat betekent είναι, vraagt de redacteur van de New Yorker aan Hannah Arendt. Zijn, bestaan, zegt zij. Dat is toch Grieks? Onze lezers kennen geen Grieks. Dan moeten ze dat maar leren, zegt Hannah.
En dat geeft precies aan waarom Hannah Arendt van Margarethe von Trotta zo'n prachtige film is.
Nergens wordt ook maar iets op de knieën uitgelegd, of met een schepje suiker toegediend. Het is wat het is, en de kijker moet soms op de tenen.
Een ongelooflijk moedige vrouw die het als haar belangrijkste verantwoordelijkheid in dit leven ziet, om te doordenken waar anderen simpelweg een kant-en-klaar, duidelijk, zwart-wit oordeel vellen, waarmee het denken in hetzelfde moment wordt uitgeschakeld.
Iemand die tot de uiterste consequentie – veroordeling door de massa – eerlijk blijft, en trouw aan zichzelf.
Hoe kun je iemand – Eichmann - in een gerechtshof veroordelen als er over zijn misdaad niets in het wetboek staat? Hij volgde de toen geldende wet naar de letter. Dat zo'n wet gold en het natuurlijke gevoel voor goed en kwaad in zoveel mensen kon worden uitgedoofd, zegt iets over de effectiviteit van de nazi-propaganda. Je kunt voor jezelf nog zo zeker zijn 'mij overkomt dat niet' – als zelfs Joodse leiders hun eigen mensen gezagsgetrouw aan de vijand overleverden, zegt dat wel hoe'n sluipend gif het was.
Dat Hannah Arendt ook dat durfde aankaarten, maakte haar helemaal tot een roepende in de woestijn, en de film tot een uitnodiging voor belangrijke discussies.
Waarbij ik niet wil vergeten dat ik genoten heb van de heerlijke scènes van hun huwelijk en vriendenkring, er viel ook veel te lachen, er werd veel gerookt en gereisd, het maakte ook iets wakker in mij van heimwee, naar een tijd waarin het – zoals kindeke zei – nog cool was om een goed, diepgaand gesprek te hebben.

 

 
Dit bericht is geplaatst in recensies met de tags , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *