In hoeverre mag je rekening houden met de persoon van de auteur bij het lezen van zijn/haar fictie?

Het schijnt dat ik deze vraag heb ingebracht, herinner me er niets van. Wat ik me wel herinner is het volgende: het eerste boek dat ik schreef, voor de Libelle romanwedstrijd, speelde in Oman, in het expatwereldje, met de nodige liefdesintriges. Vriendinnen vroegen geschokt of ik écht met Tjeerd ...
Zo schreef ik een verhaal voor de LOI-cursus, waarin ik een stelletje van school – een verkering van zes weken en een tranendal daarna – weer bij elkaar bracht in de trein naar Rome. RomAmoR.
Een schrijver gebruikt altijd zijn leven als schatkamer, dat kan niet anders.
Maar als je zijn leven moet kennen om zijn boeken te begrijpen, dan deugt het schrijfwerk niet. Dan is het alsof je na iemands dood zijn dagboeken leest en je afvraagt wat er bedoeld wordt. In de Nagelaten Geschriften van Etty Hillesum vind ik dat wel boeiend om te zien: hoe de bezorger werkelijk elke eigennaam nagevlooid heeft. Voor fictie moet dat niet nodig zijn. Bovendien is een verhaal 'gebaseerd op ware gebeurtenissen' meestal niet te pruimen.
Dan is er het geval Mulisch. Voor de leesclub zou ik Voer voor Psychologen ontmantelen. Het heeft me gefascineerd. Hier was sprake van een bolwerk van fictie en fascinatie dat een hele persoonlijkheid aan het overgroeien was, een samensmelting van persoon en personage, van leven en mythe. Hier voegde kennis van het leven van de schrijver iets toe aan het genot. Dat genot bestond voornamelijk uit het langzaam oplossen van een puzzel, de levenspuzzel van Mulisch die hij zelf in De Ontdekking van de Hemel heeft opgelost.
Als een boek gaat over belangrijke gebeurtenissen in een bepaald land, wil ik wel dat de schrijver op de een of andere manier het 'recht' heeft, daarover te schrijven. Zelf meegemaakt of er getuige van geweest, voortgekomen uit die cultuur, noem maar op. Anders krijg je zo'n gotspe als dat vreselijke Haar Naam was Sarah.
Maar met dit alles blijft die ene zin overeind: als je het leven van de schrijver moet kennen om zijn boeken te begrijpen en te waarderen, dan deugt het schrijfwerk niet. Dan is het geen roman, met welke koeienletters dat er ook opstaat. Dan is het een ego-document, zo'n zuigend moeras, in plaats van een vruchtbaar, veroverd en voortbrengend landschap.

 

 

Dit bericht is geplaatst in lezen, schrijven met de tags . Bookmark de permalink.

3 Reacties op In hoeverre mag je rekening houden met de persoon van de auteur bij het lezen van zijn/haar fictie?

  1. Carel schreef:

    Maar als je zijn leven moet kennen om zijn boeken te begrijpen, dan deugt het schrijfwerk niet.

    En omgekeerd, als je zijn boeken begrijpt hoef je nog geen vat op de schrijver te hebben.

  2. Albert de Boer schreef:

    Lees de biografie van Busken Huet. Hij, toch de grootste of eerste literaire criticus die Nederland deed sidderen, was ervan overtuigd dat kritiek zich niet eens op het werk, maar op de persoon van de schrijver diende te richten. Hij was weer beïnvloed door een Franse criticus: Sainte Beuve, die dat voorstond. De armoede van de Nederlandse literatuur in de 19-de eeuw, lag volgens Huet in de bekrompenheid van de mensen die haar inhoud moesten geven. Zelfs nu is dat nog steeds een uitdagend en omstreden standpunt lijkt me.

    • Heldinne schreef:

      Maar dat heeft meer te maken met de moraal van een schrijver, niet zozeer met zijn autobiografie. Om met John Gardner te spreken: schrijf boeken die voor stervenden geen tijdverspilling zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *