op wadi

Een wadi is een droge rivierbedding en daardoorheen rijdend kun je ongerepte stukken Oman verkennen. Je neemt kampeerspullen mee, volgepropte koelboxen, een extra tank benzine, een extra reservewiel en een bandenpomp, want onderweg is er niets.
Wij begonnen met een mini-waditje in onze nieuwe Jeep. Achter in Ruwi, door de laatste steegjes tussen de laatste dobbelsteenhutjes, verlieten we het asfalt, om via een steile graded road de bergen in te rijden. Een minuutje verwijderd van de twintigste eeuw zit je in een voorwereldlijke wildernis die nog nauwelijks door mensenhanden is aangeraakt. Van het Interior zijn geen kaarten te koop, maar gelukkig heeft PDO een afdeling Topografie.
Daar hobbelden we dan, heel voorzichtig, M had nog geen idee hoe snel je moet rijden over een wasbord (veel sneller, hoorden we later. Dan raak je als het ware alleen maar de bovenkant van de ribbels), en bovendien ben ik een beetje zwanger ...
We kwamen uit in een enorme wadi, een brede keienvallei, met aan weerskanten bergen. Daar rijd je dan, moederziel alleen op de wereld. Onee, toch niet, een knalblauw tankwagentje reed ons voorbij. Dat was de drinkwaterman, die tegenwoordig zelfs de verste gehuchtjes van schoon water voorziet, weer een van de betere ideeën van His Majesty!
Langs de bergwand liep een falaj - een eeuwenoud irrigatiesysteem van stenen waterkanalen die het water uit de bergen naar de binnenlandse plantages voeren. En daar flitsten inderdaad, tussen het rotsgrijs, de groene sterren van dadelpalmen. Eronder was alfalfa geplant - knalgroen - en opeens reden we er middenin: een zandspoor dat nog net breed genoeg was om de auto door te laten liep door het hart van de plantage. Alweer speelden we in een exotische avonturenfilm.
Aan het eind van de tunnel verbreedde zich de weg, om door het dorp Yiti te voeren: links en rechts kleine, grauwe huisjes. Geen mens te zien, op wat gehurkte figuren in verderweg gelegen velden na. Zo hebben mensen hier eeuwenlang gewoond, maar dan zonder drinkwatertanks, zonder electriciteit, zonder auto's, met wat eigenlijk wel? Alleen die alomtegenwoordige brutale geiten, die zelfs bovenop de huizen stonden, en de dadelpalmen. En de vissen natuurlijk, Yiti ligt vlak bij de zee. Voorbij de huizen was een lagune vol vogels, en het zandpad daarlangs voerde regelrecht naar het strand.

De zee is blauw als ogen, de grillige rots in het water goudbruin. Op het strand spelen de echte acteurs uit deze film: de kinderen van Yiti. Prinsesjes in sprookjesjurken, sommigen in nylon jurkjes met petticoat, anderen in authentieke kleding, een geborduurd broekje met een tuniek erover in dezelfde stof, met borduursel langs de randen. Jongetjes zijn soms in dishdash, maar meestal in een glimmend sportbroekje en een fluorescerend T-shirt met een gewelddadige tekenfilmheld erop.
Ze rennen daar over het strand, zoeken schelpen, laten vliegers op … Dat is wat onherroepelijk voorbijgaat, als de vooruitgang zijn sporen trekt.

(Op google satelliet zie ik dat de hele kust daar nu tot badplaats is ontwikkeld. Ongelooflijk wat een pijn dat doet. Moet je HIER eens kijken.)

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

5 Reacties op op wadi

  1. reflexxus schreef:

    Hoi, Heldinne, k ben aan het lezen, hoor!

  2. Schrikkeltijd schreef:

    Ja, dat is au. Toch, het enige dat juist niet voorbijgaat, nooit voorbij zal gaan, altijd zal blijven, is het beeld van spelende kinderen langs de rand van het strand, waar en hoe dan ook.

  3. Heldinne schreef:

    Janee, dat gaat daar juist wel voorbij. Want ze kunnen niet meer vrij en blij spelen als hun strand door westerse toeristen wordt bevolkt.

  4. Schrikkeltijd schreef:

    Dan vinden ze toch wel ergens nog een plekje. Kinderen (willen) spelen, hoe dan ook. Denk ik dan, in al mijn optimisme tegen wil en dank en beter weten in.

  5. Ferrara schreef:

    Vreselijk en dat alles omdat de toerist opgeborgen wil worden in een resort.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *