geluk

Ik was een kwartier te vroeg bij het station. Ik draaide alle ramen open en liet de autoradio aan. Ellen ten Damme zong Het Regende Zon, en ik was een kort moment volmaakt gelukkig. Het specifieke geluk dat hoort bij bus- en treinstations en bootterminals. Het reizen over de aarde, het gevoel van vrijheid en herinnering dat daarmee annex is.

DENKEND AAN JACQUES PRÉVERT EN JOSEPH KOSMA

Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam

we omhelsden elkaar
je zei dat je blij was
ik wist waar de bus

de 26 die ons zou voeren
langs het volk van Belleville
naar waar het beviel

de Rue des Pyrénées
waar ik ‘obrigado’
tegen de conciërge zei

waar je kon zetten je tas
en wassen je haar
en vragen wat nu

Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam.

Je had een taak een adres
films over onderdrukte rassen
ver van Abbesses

maar onbedreigd te zien
in een culturele ruimte
ver van de rest

Court Saint-Louis
in die buurt moest je wezen
meteen na de lunch

in Popincourt het Elfde
je trok nieuwe schoenen aan
we liepen via Père-Lachaise

Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam.

Later in straten
vol afbraak en gaten
in Ménilmontant

wou ik je wijzen
op de tand der tijden
en hoe ons hart desondanks

maar je kneep in mijn hand
en zei dat een ander
en dat de dingen nu eenmaal

Het regende zon
die dag in het Noordstation
toen je naar me toekwam.

Ach de blaren die dood zijn
de passen verstorven
alleen in mijn hoofd nog die deun.

Remco Campert

Dit bericht is geplaatst in Geen categorie met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *