Lezers en minnaars

Ik probeer het wonderlijke gevoel te interpreteren dat me bevangt als ik gecomplimenteerd word met mijn boek. Vooral als de lezer heel precies benoemt wat hij er goed aan vond, voel ik me trillerig worden als een bakvis die vanuit de verte haar aanbedene heeft aanschouwd, en ziet hoe hij nu op haar toeloopt met een ja-zeggend gezicht.
Heel diep van binnen erkend en herkend worden, zo voelt het.
Heel anders dan positieve feedback op een zakelijk artikel, heel anders ook dan reacties op een gedicht. In het zakelijke artikel geef ik bloot wat ik weet en wat ik vind, het is de zelfverzekerdheid die rust op een besef van eigen kunnen. Dat is een bestaanszekerheid, een gegeven. Iets om dankbaar voor te zijn zoals je ook dankbaar moet zijn voor een gezond lichaam. Een bepaalde onkwetsbaarheid.
In het gedicht geef ik weer wat mij op dat moment aangrijpt. Ik ben een gelegenheidsdichter, het gaat me bij vlagen gemakkelijk af, en de reacties zijn meestal van herkenning. Het is een compact delen van een heel klein deel van mezelf. Bovendien is het gestileerd, het is de rauwe emotie voorbij.
Maar het boek, dat is wie ik werkelijk ben. Dat ben ik zelf, zonder maskers. Dat ben ik zelf, zonder harnas. Dat is de bloei uit de grond van mijn hart.
Dat maakt het zo griezelig, ik bied mij ter slachting aan, net als de bakvis die verkering vraagt. En het ja-woord schenkt een ongekend geluk.
Dit bericht is geplaatst in autobio, schrijven met de tags . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *